Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 augustus 2002
gepubliceerd op 13 augustus 2002

Koninklijk besluit houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage, een toelage uitrusting handhaving openbare orde en een toelage veiligheids- en samenlevingscontracten, aan sommige politiezones en aan sommige gemeenten voor het jaar 2002, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2002000604
pub.
13/08/2002
prom.
02/08/2002
ELI
eli/besluit/2002/08/02/2002000604/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage, een toelage uitrusting handhaving openbare orde en een toelage veiligheids- en samenlevingscontracten, aan sommige politiezones en aan sommige gemeenten voor het jaar 2002, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb te Uwer ondertekening voor te leggen, regelt de toekenning van de definitieve federale basistoelage voor het jaar 2002, zoals reeds werd aangekondigd in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten (Belgisch Staatsblad 29 december 2001). Het betreft eveneens de toekenning van een toelage aan bepaalde gemeenten die een veiligheids- en samenlevingscontract hadden gesloten en van een toelage voor uitrusting voor de handhaving van de openbare orde.

De federale toelage is de jaarlijkse bijdrage van de federale overheid tot de werking van de lokale politie, zoals artikel 41 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (WGP) beschikt. Zij is samengesteld uit drie onderdelen : 1° de federale basistoelage;2° de sociale toelage;3° de federale toelage voor de politiezones met boventallig operationeel politiepersoneel. Daarnaast werd er door het voornoemde koninklijk besluit van 24 december 2001 voor 2002 een specifieke toelage toegekend aan de 29 gemeenten die een veiligheidscontract hebben afgesloten.

Er wordt vastgesteld dat, zelfs na het ten laste nemen door de federale overheid van de kosten van het burgerpersoneel van het politieluik, er nog steeds twee zones zijn met een negatief saldo. Het gaat om de zones Diepenbeek-Hasselt-Zonhoven en Dison-Pepinster- Verviers. De federale overheid zal deze twee deficitaire zones financieel bijstaan, zodanig dat geen enkele zone met gemeenten met een veiligheidscontract nog deficitair zal zijn. De nieuwe bedragen van deze toelage, aangepast voor de twee geciteerde zones, komen voor in bijlage II bij onderhavig besluit die voortaan bijlage III van het koninklijk besluit van 24 december 2001 vervangt. De aanvullingen voor deze twee voornoemde zones zullen hen gestort worden in de loop van juli 2002.

Bij de transfert van personeel en de hieraan verbonden patrimoniumoverdracht van de federale politie naar de lokale politie ontvangen bepaalde zones verhoudingsgewijs te weinig individuele uitrustingen voor de handhaving van de openbare orde. De toekenning van een « toelage uitrusting handhaving openbare orde » aan deze benadeelde zones moet hen toelaten de tekorten aan individuele uitrusting voor openbare orde aan te vullen tot 50 % van de totale behoeften van de zone. De bedragen van deze toelage leest men in bijlage III van dit besluit.

Vanaf 2003 zal de « toelage uitrusting handhaving openbare orde » recurrent de vervanging ten belope van 50 % van de totale behoeften van de zone dekken, net zoals dat het geval zal zijn met een jaarlijkse federale tussenkomst in de vervangings- en/of onderhoudskosten voor de collectieve uitrusting openbare ordehandhaving die in poolbeheer geplaatst zijn in sommige zones.

De berekening en toekenning van de sociale toelage en de federale toelage voor de politiezones met boventallig politiepersoneel maken deel uit van aparte koninklijke besluiten.

Conform het akkoord van 6 maart 2001 met de Verenigingen van Steden en Gemeenten vormen de KUL-norm en het solidariteitsmechanisme het uitgangspunt voor de berekening van de federale toelage. Hierdoor wordt iedere zone op een gelijkwaardige basis betoelaagd.

Voor het aanvangsjaar 2002 hebben de zones met betrekking tot de wedden, toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van de territoriale brigades van de federale politie, zoals bedoeld in artikel 235 WGP, slechts 11 maanden moeten budgetteren. Het is evident dat voor deze kost slechts deze 11 maanden door de federale overheid gefinancierd worden. De financiering van de wedden van deze personeelsleden voor de periode december 2002 tot en met november 2003 zal deel uitmaken van de federale basistoelage 2003.

In uitvoering van artikel 1 van het hierboven reeds vernoemd koninklijk besluit van 24 december 2001 werden reeds twee voorschotten van elk 35 % op de federale basistoelage aan de politiezones toegekend, zoals die voorlopig is vastgesteld in het betrokken koninklijk besluit. Nu de aanvaardbare meerkost vastgelegd werd, na de hiertoe noodzakelijke informatie-inwinning, kan voor elke zone de definitieve federale basistoelage voor het jaar 2002 worden vastgesteld en kan het saldo berekend worden.

De bedragen van de definitieve federale basistoelage worden in bijlage I van huidig besluit weergegeven. Deze bijlage bestaat uit twee kolommen. De eerste kolom vermeldt voor elke politiezone de theoretische federale basistoelage, in functie van een werkingsjaar van 12 volledige maanden inzake wedden, toelagen, vergoedingen, werkings- en investeringskosten, met inachtneming van de reële aanvaardbare meerkost.

De tweede kolom vermeldt per politiezone de definitieve federale basistoelage, in functie van de voormelde budgettering van 11 maanden.

Bij de berekening van het aan elke zone uit te betalen saldo, dienen de politiezones onder meer met volgende bepalingen en voorafhoudingen rekening te houden : - de aan de politiezone reeds toegekende en betaalde voorschotten op de federale basistoelage 2002, in uitvoering van artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 december 2001, supra reeds vermeld; - de uitgaven welke door de federale politie werden gedaan voor rekening van de politiezone in toepassing van : ** artikel 248quinquies , tweede lid, WGP, met betrekking tot de mandaattoelage van de korpschef van de lokale politie; ** artikel 248septies WGP, met betrekking tot de wedden, toelagen en vergoedingen aan de personeelsleden van de territoriale brigades van de federale politie, zoals bedoeld in artikel 235 WGP, met betrekking tot het financiële, sociale en fiscale dienstjaar 2002; ** artikel 248nonies WGP, met betrekking tot de personeels- en werkingskosten welke rechtstreeks of onrechtstreeks nodig waren voor het verder functioneren van de territoriale brigades van de federale politie in het jaar 2002, zoals vastgelegd door de Minister van Binnenlandse Zaken.

Om de bijzondere rekenplichtige van de politiezones toe te laten de nodige boekingen te doen in de boekhouding van de politiezone zal een gedetailleerde fiche aan de politiezone worden overgemaakt.

Tenslotte dienden een aantal bepalingen die het mechanisme van de vaststelling van de federale basistoelage die voorkomen in bijlage I van het koninklijk besluit van 24 december 2001 aangepast te worden, rekening houdend met de verfijning van het mechanisme naar aanleiding van de verificatie van de werkelijk aanneembare meerkost. Zo beloopt de globale enveloppe die dient om de initiale basistoelage per zone te bepalen 466.071.367 euro (18 801 272 341 BEF). Deze initiale federale basistoelage is voortaan gelijk aan de KUL-norm van de zone, vermenigvuldigd met 17.058,4645 euro (688 137 BEF). De werkelijke kost van de voormalige leden van de federale politie die overgegaan zijn en de statutaire meerkost van de voormalige gemeentelijke politiemensen konden worden aangetoond. Deze cijfers verschillen van de forfaitaire bedragen die voorkomen in bijlage I van het besluit van 24 december 2001 en verschillen naar gelang de zone in functie van de eigen morfologie van het politiekorps. Tenslotte, wordt de afhouding toegepast op de bonus van de zones van categorie 1 en 3, beperkt tot 41, 74 % van deze bonus en voedt zij de solidariteit waarvan de zones van de categorieën 2 en 6 genieten. Opdat er geen nadeel zou zijn voor de zones, waarborgt de federale Regering hen dat hun federale basis dotatie niet lager zal zijn dan zij was gelet op de bedragen die voorkomen in bijlage II bij het koninklijk besluit van 24 december 2001. Het geheel van deze aanpassing vereist een bijkomende inspanning van de federale regering ten belopen van 33.291.977,7936 euro (1 342 995 465 BEF). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de globale enveloppe van 466.071.367 euro. Het algemeen totaal van de federale tussenkomst bedraagt dus 499.363.355 euro (20 144 267 806 BEF).

In vergelijking met wat voorzien was in december 2001, is de globale tussenkomst van de federale Staat aldus toegenomen met ongeveer 28,6 miljoen euro.

Zowel het verdelingsmechanisme van de federale toelage als de evaluatie van de reële aanvaardbare meerkost hebben rekening gehouden met de eigenheden van iedere zone. Het is echter niet uitgesloten dat sommige zones geconfronteerd blijven met een objectieve probleemsituatie. Artikel 7 van dit ontwerp laat hen toe dit kenbaar te maken bij de Minister van Binnenlandse Zaken door middel van een gemotiveerd dossier. Dit dossier zal nadien onderzocht worden door de Regering die een oplossing zal bieden voor het probleem. Die oplossing zal betrekking hebben op de werking van de politiezone. Bij gebrek hieraan zal zij van financiële aard zijn.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uw Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

2 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit houdende de toekenning van de definitieve federale basistoelage, een toelage voor uitrusting handhaving openbare orde en een toelage veiligheids- en samenlevingscontracten, aan sommige politiezones en aan sommige gemeenten voor het jaar 2002, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid op artikel 41;

Gelet op de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op de artikelen 55 tot 58;

Gelet op de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 474 van 28 oktober 1986 en 502 van 31 december 1986 en bij de wetten van 7 november 1987, 22 december 1989, 20 juli 1991, 30 maart 1994 en 21 december 1994;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten, inzonderheid artikel 2;

Gelet op het advies van de Adviesraad van Burgemeesters, gegeven op 18 juli 2002;

Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven op 17 juli 2002;

Gelet op het akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 19 juli 2002;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de voor dit koninklijk besluit, met het oog op de vaststelling van de aanvaardbare meerkost noodzakelijke informatie-inwinning bij de politiezones pas op 23 mei 2002 kon afgesloten worden; dat de analyse van de ingezamelde gegevens slechts op 3 juni 2002 kon afgesloten worden; dat op 11 juni 2002 een overlegvergadering heeft plaatsgehad tussen de federale Regering en de Verenigingen voor Steden en Gemeenten; dat die vergadering resulteerde in het bijsturen van een aantal berekeningen en parameters; dat de bijgestuurde berekeningen op 13 juni 2002 naar de politiezones werden teruggestuurd; dat de politiezones over een termijn beschikten van 10 dagen na ontvangst van de bijgestuurde berekeningen om hun opmerkingen te formuleren en over te maken; dat pas begin juli 2002 kon gestart worden met een analyse van de opmerkingen van de zones, een analyse die opnieuw correcties aan de berekeningen noodzaakt; dat de Ministerraad pas na deze correcties het dossier kon bestuderen en inzake een beslissing kon treffen, wat gebeurde op 19 juli 2002;

Overwegende dat het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten in zijn artikel 2 de overheid opdraagt het saldo van de federale basistoelage in de maand juli 2002 te betalen aan de zones;

Overwegende dat een uitbetaling van het saldo na juli 2002 bepaalde politiezones in financiële moeilijkheden zou kunnen brengen, waardoor hun werking en continuïteit in het gedrang zou kunnen komen;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « de theoretische federale basistoelage » : de bedragen zoals weergegeven in de eerste kolom van bijlage I bij dit besluit;2° « de federale basistoelage 2002 » : de bedragen zoals weergegeven in de tweede kolom van bijlage I bij dit besluit;3° « de toelage uitrusting handhaving openbare orde » : de bedragen ter aanvulling van het tekort aan overgedragen individuele uitrusting openbare ordehandhaving, zoals weergegeven in de bijlage III bij dit besluit. HOOFDSTUK II. - De federale basistoelage

Art. 2.Voor het jaar 2002 wordt aan de politiezones de federale basistoelage bedoeld in de tweede kolom van bijlage I bij dit besluit toegekend.

Art. 3.De theoretische federale basistoelage is, voor elke zone, minstens even groot als het bedrag dat in de bijlage II bij het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten is bepaald.

Art. 4.De federale basistoelage 2002 zal worden aangepast aan de reële evolutie van de gezondheidsindex. HOOFDSTUK III. - De toelage aan sommige gemeenten die een veiligheids- en samenlevingscontract hadden gesloten

Art. 5.Bijlage III bij het koninklijk besluit van 24 december 2001 houdende de toekenning van een voorschot op de federale basistoelage voor het jaar 2002 aan de politiezones en van een toelage aan sommige gemeenten wordt vervangen door de bijlage II bij dit besluit. De bedragen van toelagen bedoeld in deze bijlage II worden gestort aan de betrokken gemeenten in de loop van de maand juli 2002 in de mate waarin die nog niet gestort werden in uitvoering van artikel 3 van voornoemd koninklijk besluit van 24 december 2001. HOOFDSTUK IV. - De toelage voor uitrusting handhaving openbare orde

Art. 6.Aan de politiezones, vermeld in bijlage III bij dit besluit, wordt een « toelage uitrusting handhaving openbare orde » toegekend.

Deze toelage wordt uitbetaald in de maand juli 2002. HOOFDSTUK V. - Verscheidene bepaling

Art. 7.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing, onverminderd de mogelijkheid voor de zones die menen een objectieve probleemsituatie te hebben, om een geïndividualiseerd en gemotiveerd dossier in te dienen bij de Minister van Binnenlandse Zaken.

De Regering onderzoekt de dossiers en neemt na een contradictoir debat met de betrokken zone een beslissing die van operationele aard, en bij gebrek daaraan, van financiële aard zal zijn.

De dossiers moeten ingediend worden tegen uiterlijk 15 september 2002.

De eindbeslissing zal genomen worden vóór 31 oktober 2002. Indien deze beslissing een wijziging aan de bijlage I bij dit besluit vereist, zal deze het voorwerp uitmaken van een wijzigend besluit dat uiterlijk op 15 november 2002 in voege zal treden. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepaling

Art. 8.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 2001 worden de woorden « met inbegrip van de evolutie van de gezondheidsindex » vervangen door de woorden « berekend aan de indexatie-liquidatiecoëfficiënt van december 2001, zijnde 1,2682 ». HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 10.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Punat, 2 augustus 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 augustus 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 Toelage aan sommige gemeenten met een veiligheids- en samenlevingscontract Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 augustus 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

Bijlage 31 bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 Toelage uitrusting handhaving openbare orde Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 augustus 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

^