Koninklijk Besluit van 02 augustus 2007
gepubliceerd op 14 augustus 2007
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten

bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
numac
2007002147
pub.
14/08/2007
prom.
02/08/2007
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

2 AUGUSTUS 2007. - Koninklijk besluit tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 oktober 1999 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 december 2006.;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 1 februari 2007;

Gelet op het protocol nr. 581 van 7 februari 2007 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;

Gelet op het advies 42.996/3 van de Raad van State, gegeven op 23 mei 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Overwegende dat het systeem van werken in projectgroepen een performante manier van werken wordt binnen de federale overheid en dat in die context het behalen van welbepaalde resultaten in het kader van concrete projecten in sommige gevallen extra inzet en motivatie vergt van de personeelsleden die in dergelijke projectgroepen zijn ingeschakeld;

Overwegende dat de bijkomende arbeidslast waarmee de realisatie van deze projecten gepaard gaat, een specifiek geldelijk kader vergt;

Overwegende dat in deze aangelegenheid een verhoogde responsabilisering van de leidende ambtenaren van de betrokken diensten aangewezen is;

Op de voordracht van Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt zoals bepaald in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, zoals gewijzigd door artikel 440 van de programmawet van 22 december 2002; alsook op ieder ander personeelslid van de federale overheid dat deelneemt aan een project bedoeld bij dit besluit. Het is insgelijks van toepassing op het Ministerie van Landsverdediging wat betreft zijn burgerpersoneel.

Art. 2.Er kan een toelage worden toegekend aan de leden van het statutair en het contractueel personeel van de niveaus A, B, C en D die belast zijn met de realisatie van een project dat een in artikel 1 bedoelde overheidsdienst betreft. Cumul van projecttoelagen is uitgesloten.

Van het voordeel van deze specifieke projecttoelage zijn uitgesloten de leden van een beleidscel, een cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid of een ministerieel secretariaat, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 19 juli 2003. Zijn eveneens uitgesloten van deze specifieke projecttoelage, de titularissen van een managementfunctie en de titularissen van een staffunctie.

Art. 3.De in artikel 2 vastgestelde toelage wordt maandelijks uitbetaald door de organisatie waar het project wordt uitgevoerd en wordt voor de eerste maal vereffend op de laatste dag van de maand gedurende dewelke het project is gestart. Zij valt volledig ten laste van de personeelsenveloppe van de overheidsdienst, die verantwoordelijk is voor het project.

Art. 4.Het dossier houdende aanvraag van een in artikel 2 bedoelde toelage wordt door de Voorzitter van het Directiecomité van de betrokken federale overheidsdienst of van de Directieraad van het Ministerie van Landsverdediging voor advies voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën bevoegd voor deze dienst. In geval van gunstig advies van de Inspecteur van Financiën legt voornoemde Voorzitter het dossier voor aan het Directiecomité of aan de Directieraad van het Ministerie van Landsverdediging, die de beslissing neemt om de toelage al of niet toe te kennen.

Wanneer het dossier houdende aanvraag van een in artikel 2 bedoelde toelage betrekking heeft op een instelling van openbaar nut wordt het dossier voor advies voorgelegd door de leidend ambtenaar aan de Regeringscommissaris of aan elk ander gelijkwaardig toezichtorgaan. In geval van gunstig advies van de Regeringscommissaris of van het andere gelijkwaardig toezichtorgaan legt de leidend ambtenaar het dossier voor aan het Directiecomité of elk ander gelijkwaardig beleidsorgaan, dat de beslissing neemt om de toelage al of niet toe te kennen.

Wanneer de Inspecteur van Financiën of elk ander gelijkwaardig toezichtorgaan vaststelt dat de projecttoelagen uit een projectaanvraag dubbel gebruik uitmaken met andere soortgelijke toelagen, die van toepassing zijn in de betrokken overheidsdienst, geeft hij negatief advies.

Op het einde van elk jaar wordt ter info door de betrokken overheidsdiensten een overzichtslijst overgemaakt aan de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD P&O van de projecten, die in deze diensten lopende zijn. Samen met die overzichtslijst worden per lopend project een afschrift van het advies van de Inspecteur van Financiën of van de Regeringscommissaris en van de goedkeuringsbeslissing van het Directiecomité toegevoegd.

Art. 5.De maximale duurtijd van een project is 18 maanden. Na afloop van deze periode dient door de projectverantwoordelijke een eindrapport te worden opgesteld, waaruit blijkt dat de in de aanvraag beoogde resultaten al dan niet werden behaald. Een beschrijving van de behaalde resultaten wordt bij het eindrapport gevoegd. Dit eindrapport wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Directiecomité door de Voorzitter of door de leidend ambtenaar in het geval van een instelling van openbaar nut.

Op het einde van elk jaar worden door de betrokken overheidsdiensten de afschriften van de eindrapporten van de afgelopen projecten ter info overgemaakt aan de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD P&O.

Art. 6.Het dossier dient samengesteld te worden aan de hand van een projectfiche en een individuele fiche per projectmedewerker, die minstens de volgende gegevens bevatten : - de beschrijving van het project; - de nagestreefde doelstellingen; - de beoogde resultaten; - de verdeling, per statuut, niveau en graad, van de personeelsleden die voor het project worden ingezet, de gemiddelde duur van de tijd die ze aan het genoemde project besteden, alsook de inschatting van de bijkomende prestaties; - de persoon die als projectverantwoordelijke wordt aangewezen; - de budgettaire en boekhoudkundige gegevens die nodig zijn voor de bepaling van de budgettaire impact van het project.

De standaardmodellen, die voor beide fiches moeten gebruikt worden, zullen bepaald worden door de Minister van Ambtenarenzaken en kenbaar gemaakt worden via omzendbrief.

Art. 7.Om goedgekeurd te kunnen worden door het Directiecomité of elk ander gelijkwaardig beleidorgaan moet het project aan de volgende criteria voldoen : - er moet een volledig projectdossier opgemaakt worden volgens de standaardmodellen waarvan sprake in artikel 6 van dit besluit; - het strategisch belang van het project in de context van de modernisering van de overheidsdiensten moet aangetoond worden; - wordt het project opgestart om een oplossing te vinden voor een welbepaalde problematiek, dan dient er een analyse bijgevoegd te worden waaruit de externe oorzaken van het probleem kunnen worden afgeleid; - het project moet kaderen in een transversale aanpak, met andere woorden, de projectresultaten moeten kunnen aangewend worden in andere overheidsdiensten; - het specifiek en tijdelijk karakter van het project moet aangetoond worden zodat hieruit blijkt dat het objectief gerealiseerd kan worden binnen een vooraf bepaalde termijn, zonder hiervoor een permanente structuur op te zetten. Het project dient beperkt te blijven tot een duurtijd van maximaal 18 maanden, - het project moet een extra werkbelasting meebrengen voor de betrokken personeelsleden.

Art. 8.§ 1. Het personeelslid bekomt een toelage waarvan het jaarlijks bedrag als volgt is vastgesteld : verantwoordelijke voor het project :5785 euro ; niveau A : 3403 euro ; niveau B, C, D : 2382 euro . § 2. De toelage wordt maandelijks en na vervallen termijn betaald tot op het einde van het project. Ze is gelijk aan 1/12 van het in § 1 bedoeld bedrag en wordt betaald door de organisatie waar het project wordt uitgevoerd. § 3. In geval van onderbreking van de ambtsuitoefening, met uitzondering van het verplicht moederschapsverlof, het adoptieverlof en het verlof voor palliatieve zorgen, is de toelage niet verschuldigd gedurende de periode van afwezigheid van zodra het personeelslid tijdens de projectperiode één maand afwezig is. § 4. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van het federaal administratief openbaar ambt is van toepassing op de toelage. § 5. Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

Art. 9.Het koninklijk besluit van 19 oktober 1999 tot toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten wordt opgeheven.

Art. 10.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 11.Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Ambtenarenzaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 augustus 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Ambtenarenzaken, C. DUPONT

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^