Koninklijk Besluit van 02 december 2011
gepubliceerd op 20 december 2011
Justitie digitaliseren: Call to Contribution

Koninklijk besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, voor wat bepaalde categorieën van ontvangsten betreft

bron
federale overheidsdienst budget en beheerscontrole
numac
2011003422
pub.
20/12/2011
prom.
02/12/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

2 DECEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, voor wat bepaalde categorieën van ontvangsten betreft


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Artikel 7 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat stelt de regel vast volgens welke een verrichting is gehecht aan een boekjaar of een begrotingsjaar op basis van de bij de transacties vastgestelde rechten.

Artikel 8 van de zelfde wet omschrijft het begrip « vastgestelde rechten », onder meer de noodzakelijke voorwaarden voor het vaststellen van een recht.

Overeenkomstig artikel 134 van de zelfde wet, ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008 en vervangen door de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (artikel 167), treden de bepalingen van Titel II, van Hoofdstuk I van Titel III, en van de Titels IV, V en VI in werking op 1 januari 2011 voor wat onder meer de FOD Financiën betreft.

Artikel 167 van voornoemde wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen heeft aan artikel 134 van de wet van 22 mei 2003 een vijfde lid toegevoegd dat de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van voornoemde wet van 22 mei 2003 uitstelt tot 1 januari 2015 voor wat betreft de verwerking van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Een koninklijk besluit kan evenwel de inwerkingtreding op een vroegere datum vaststellen voor sommige nader te bepalen categorieën fiscale en niet-fiscale ontvangsten.

Het geheel van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten, waarvoor het uitstel is gevraagd, zullen niet rechtstreeks in FEDCOM worden verwerkt, maar in de nieuw te ontwikkelen applicatie Stimer.

Daar deze applicatie in de periode tussen 2011 en 2014 modulair operationeel zal worden, kan de FOD Financiën de betrokken inkomsten slechts op transactiebasis in FEDCOM meenemen volgens het implementatietraject van deze moederapplicatie.

Het betrokken koninklijk besluit zal op jaarbasis worden uitgebreid met opgave van de fiscale en niet-fiscale inkomsten die in het voorafgaande werkjaar in Stimer voor de eerste maal (op transactiebasis) zijn verwerkt en via interface in Fedcom opgenomen.

In afwachting van de verwerking van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten via interface met de moederapplicatie, worden de betrokken ontvangsten via de actuele procesflow, op kasbasis, verwerkt en in Fedcom als diverse boeking opgenomen.

Verduidelijking van de niet-fiscale ontvangsten die niet onder de uitzonderingsbepaling vallen : Het betreft hier de niet-fiscale ontvangsten die in 2011 rechtstreeks via FEDCOM, of via de interface FEDCOM B Tradix (= moederapplicatie van het agentschap van de schuld) worden verwerkt.

Daar de activiteiten van het team verkoop roerende goederen « Finshop Brussels » en de aankoopcomités van Brussel I en II; het voorwerp vormen van een pilootproject van de patrimoniumdiensten, waarbij de betrokken ontvangsten en uitgaven vanaf 2011 rechtstreeks in FEDCOM worden verwerkt, werd de uitzonderingsbepaling hierop niet van toepassing gemaakt.

Het ontwerp van besluit dat wij de eer hebben U ter ondertekening voor te leggen strekt er dus toe de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat vast te stellen op 1 januari 2011 voor deze categorieën niet-fiscale ontvangsten.

Artikelsgewijze bespreking : Artikel 1 Dit artikel bepaalt de categorieën van ontvangsten waarvoor de artikelen 7 en 8 van voornoemde wet van 22 mei 2003 op 1 januari 2011 in werking treden.

Artikel 2 Dit artikel legt de datum vast waarop dit besluit in werking treedt.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting, G. VANHENGEL De Staatssecretaris voor Begroting, M. WATHELET

ADVIES 50.050121/V VAN 17 AUGUSTUS 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede vakantiekamer op 19 juli 2011 door de Staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de Minister van Begroting verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, voor wat bepaalde categorieën van ontvangsten betreft », heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördieneerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1. Het ontworpen besluit vindt zijn rechtsgrond in artikel 134, vijfde lid, van de wet van 22 mei 2003 'houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat'. Het eerste en het derde lid van de aanhef moeten derhalve worden weggelaten.

In het tweede lid van de aanhef dienen daarenboven de woorden « hierna genoemd de Wet, artikel 134 » te worden vervangen door de woorden « artikel 134, vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 29 december 2010 ». 2. Het ontwerp van besluit behoort tot de ontwerpen die krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole voor akkoordbevinding moeten worden voorgelegd aan de Minister van Begroting. Derhalve dient in de aanhef te worden vermeld dat aan dit vormvereiste werd voldaan. 3. Het vijfde lid van de aanhef dient te worden geformuleerd als volgt : « Gelet op advies nr.50.050/2/V van de Raad van State, gegeven op 17 augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; » (1). 4. Artikel 1 kan als volgt eenvoudiger geformuleerd worden : « Artikel 1.De artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat treden in werking op 1 januari 2011 wat de volgende categorieën van fiscale en niet-fiscale ontvangsten betreft : (voorts zoals in het ontwerp) ».

De kamer was samengesteld uit : de heren : R. Andersen, eerste voorzitter van de Raad van State.

P. Lewalle, P. Vandernoot, staatsraden.

Mevr. C. Gigot, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer R. Wimmer, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Vandernoot.

De griffier, C. GIGOT De eerste voorzitter, R. ANDERSEN _______ Nota (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tabblad « Wetgevingstechniek », aanbeveling 36.1 en formule F 3-5-2.

2 DECEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, voor wat bepaalde categorieën van ontvangsten betreft ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, artikel 134, vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 29 december 2010;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 11 januari 2011;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 1 april 2011;

Gelet op het advies nr 50.050/2/V van de Raad van State, gegeven op 17 augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1/, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister van Begroting en van Onze Staatssecretaris voor Begroting, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De artikelen 7 en 8 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat treden in werking op 1 januari 2011 wat de volgende categorieën van fiscale en niet-fiscale ontvangsten betreft : 1° De ontvangsten vermeld in de middelenbegroting onder Titel I - Lopende ontvangsten, Sectie 2 - Niet-fiscale ontvangsten, Hoofdstuk 18 - FOD Financiën : § 1.Administratie van de Thesaurie; § 6. Diverse administraties; § 7. Rijksschuld. 2° De ontvangsten vermeld in de middelenbegroting onder Titel II - Kapitaalontvangsten, Sectie II - Niet-fiscale ontvangsten, Hoofdstuk 18 - FOD Financiën : § 1.Administratie van de Thesaurie; § 2. Administratie van de btw, Registratie en Domeinen, enkel voor wat de ontvangsten betreft voortvloeiend uit de activiteiten van het team verkoop roerende goederen « Finshop Brussels » en de aankoopcomités van Brussel I en II; § 7. Rijksschuld.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.

Art. 3.De Minister bevoegd voor Financiën en de Minister bevoegd voor Begroting zijn belast, ieder voor wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 december 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting, G. VANHENGEL De Staatssecretaris voor Begroting, M. WATHELET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^