Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 december 2011
gepubliceerd op 17 januari 2012

Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage aan bepaalde wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde teneinde de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsgeneeskunde te bevorderen gedurende de periode van 1 april 2011 tot 31 december 2011

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2012024002
pub.
17/01/2012
prom.
02/12/2011
ELI
eli/besluit/2011/12/02/2012024002/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 DECEMBER 2011. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage aan bepaalde wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde teneinde de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsgeneeskunde te bevorderen gedurende de periode van 1 april 2011 tot 31 december 2011


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, artikelen 121 tot 124;

Gelet op de wet van 30 mei 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/05/2011 pub. 15/06/2011 numac 2011003204 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2011 sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2011;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole;

Gelet op het gunstig advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 16 november 2011, ref. FV/VVVL/11R675/25.52.11.33.00.02;

Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Een toelage van vijfhonderdduizend euro (€ 500.000), aan te rekenen ten laste van artikel 52/11.3300.02, afdeling 52, van de begroting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, begrotingsjaar 2011, wordt toegekend als tussenkomst van de Staat in de werking- en personeelskosten van twee wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde.

Art. 2.Deze toelage zal op volgende wijze verdeeld worden: 1° DOMUS MEDICA, Sint-Hubertusstraat 58, 2600 Berchem (B.R. : 220-0786595-58) : 300.000 euro; 2° Société scientifique de Médecine générale d'Expression française, Zwitserlandstraat 8, 1060 Brussel (B.R. : 001-3142233-91): 200.000 euro.

Art. 3.Deze toelage is bedoeld om de realisatie van de volgende opdrachten van algemeen belang toevertrouwd aan de verenigingen bedoeld in artikel 2 van 1 april 2011 tot 31 maart 2011 te ondersteunen : 1° de huisartsgeneeskunde wetenschappelijk ondersteunen door aanbevelingen voor goedpraktijkvoering ter beschikking te stellen (ontwikkeling en/of aanpassen en vertalen). In dit kader zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 erop toezien : - dat er door actief overleg een gemeenschappelijke benadering, uitvoering en voorstelling van deze aanbevelingen wordt aangenomen. - dat de "Evidence-based Medicine"-validering van voornoemde aanbevelingen gemaximaliseerd wordt zodat hun wetenschappelijk karakter wordt geoptimaliseerd.

Meer in het bijzonder wordt aan de twee verenigingen voor de periode van deze subsidie gevraagd om : a) de lopende aanbevelingen te finaliseren en erover te waken dat alle reeds ontwikkelde aanbevelingen worden vertaald en gevalideerd in de twee landstalen.b) samen met CEBAM een noodzakelijke consensusprocedure te ontwikkelen voor de aanbevelingen waarvoor er onvoldoende evidentie bestaat.c) een advies uit te brengen betreffende de behoeften, niet enkel van de Duitstalige huisartsen maar ook van de Duitstalige bevolking, om te beschikken over medische informatie in de Duitse taal, en betreffende de beste strategie om deze aan de laagste kostprijs ter beschikking te stellen.2° deelnemen aan de invoering van een uniek oproepnummer voor de huisartsgeneeskunde en de dispatching van deze op basis van protocollen (poject 1733). In dit kader zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 : 1) actief deelnemen aan de reflectie in verband met de gevolgen van de regulering (dispatching) van het wachtoproepen.De reflectie zal onder andere gaan over de volgende elementen : a) de voorwaarden voor het niet sturen van een huisarts;b) de voorwaarden voor overdracht aan de Dringende Geneeskundige Hulpverlening;c) de voorwaarden voor het integreren van de wachtposten en de mobiele artsen in een gedispatchte wachtdienst;d) de protocollering van de regulatie;e) de registratie en de analyse van de performantie van de regulatie in de huisartsgeneeskunde.2) Actief deelnemen aan de wetenschappelijke validering van de regulatieprotocollen.3° de huisartsenpraktijken logistiek ondersteunen op het niveau van de samenwerking a) tussen huisartsen, b) tussen huisartsen en geneesherenspecialisten c) tussen alle zorgverleners uit de eerstelijnszorg d) tussen de huisartsen en het ziekenhuis. Deze ondersteuning omvat onder meer : a) hulp bij het rationele gebruik van het Globaal Medisch Dossier (GMD) en het Elektronisch Medisch Dossier (EMD);b) ondersteuning van de huisartsen bij het nemen van beslissingen jegens patiënten aan de hand van het EMD;c) de ontwikkeling van instrumenten om de coördinatie tussen de zorgverleners uit de eerstelijnszorg en tussen de ziekenhuisstructuren en de zorgverleners uit de eerstelijnszorg te verbeteren;d) dee ontwikkeling van instrumenten om de logistieke structuur van de huisartsenpraktijken te verbeteren.4° de huisartsenpraktijken zullen onder meer wetenschappelijk ondersteund worden door a) het inzetten van een wetenschappelijk team om de opleidingen, colloquia en onderzoeksactiviteiten op het vlak van huisartsgeneeskunde te omkaderen;b) de ontwikkeling van instrumenten voor een constructieve evaluatie van de huisartsenpraktijken;5° proactieve wetenschappelijke ondersteuning bieden aan de vertegenwoordigers van de huisartsen in de overlegstructuren bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Art. 4.In het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3 zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 minstens 50 % van de bedragen die hun zijn toegekend besteden aan de opdrachten bedoeld in artikel 3, 1° en 2°.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 zullen een werkplan opstellen en opvolgen waarin een gedetailleerde beschrijving wordt gegeven van de activiteiten voorzien in het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3. Dit werkplan zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Begeleidingscomité overeenkomstig artikel 6, derde lid.

Art. 5.Zodra het werkplan bedoeld in artikel 4, tweede lid, is goedgekeurd, zal 70 % van de bedragen bedoeld in artikel 2 gestort worden aan de verenigingen bedoeld in hetzelfde artikel na het indienen van een schuldvordering.

Het saldo van de toegekende toelage zal voor elke vereniging bedoeld in artikel 2 slechts uitbetaald worden nadat uiterlijk tegen 1 februari 2012 het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer (dienst Strategische coördinatie van de gezondheidsberoepen) van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu in het bezit is gesteld van : - het activiteitenverslag conform artikel 6, goedgekeurd door het begeleidingscomité; - de rekening van inkomsten en uitgaven van de betrokken wetenschappelijke organisatie, - een schuldvordering en de bewijsstukken die betrekking hebben op het geheel van de toelage.

Het eindrapport moet een samenvattende tabel omvatten met: - de jaardoelstellingen zoals vermeld in het werkplan, - de daadwerkelijk geconcretiseerde verwezenlijkingen, - de spreiding van de gebruikte tijd en toelagen voor de verwezenlijking van de uitgevoerde opdrachten. - de in het werkplan voorziene opdrachten die niet werden uitgevoerd; de niet-verwezenlijking daarvan moet worden verantwoord.

Wanneer de bewijsstukken het toegekende voorschot niet dekken, wordt het verschil zonder verwijl aan de Staat terugbetaald.

Art. 6.Er wordt een begeleidingscomité opgericht bij het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu teneinde de werkzaamheden van de verenigingen bedoeld in artikel 2 en de uitvoering door deze laatsten van de opdrachten bedoeld in artikel 3 te evalueren.

Dat comité bestaat uit minstens één vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, twee vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en één vertegenwoordiger van het RIZIV. Het begeleidingscomité is belast met de evaluatie en de goedkeuring, voor elke vereniging bedoeld in artikel 2, van het werkplan en het werkverslag dat de voortgang van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3 aantoont.

Art. 7.Enkel de personeels- en werkingskosten, onder meer de vergoedingen, lonen, wedden, sociale lasten, kleine bureaukosten en de kosten van dienstverlening, komen in aanmerking.

In het geval de werktijd van bepaalde personeelsleden zou worden verdeeld tussen verschillende beroepsbezigheden, zoals onder andere het onderwijs, onderzoek en de geneeskundepraktijk, zal slechts dat gedeelte (in tienden berekend) van hun wedden in aanmerking worden genomen dat overeenkomt met de tijd besteed aan de werkzaamheid die gesubsidieerd wordt krachtens dit besluit. De overlegging van een op erewoord ondertekend prestatieformulier waarvan het model door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt bezorgd, dient als verantwoording.

Voor elk tewerkgesteld personeelslid wordt een loonfiche voorgelegd.

De kosten van dienstverlening moeten worden aangetoond door middel van een factuur en de voorlegging van een kostenbegroting, een offerte, een bestelbon of een voorafgaand contract.

De investeringskosten worden niet terugbetaald.

De onkosten voor de terugbetaling van een lening komen niet in aanmerking.

Art. 8.Alle voor te leggen documenten worden aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu bezorgd in elektronisch formaat (cd-rom) vergezeld van een gedrukte versie.

Art. 9.Alle documenten en resultaten die door de verenigingen bedoeld in artikel 2 in het kader van deze toelage worden overgelegd, zijn eigendom van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 zullen erop toezien dat elk verslag, elke aanbeveling of elk document dat wordt opgesteld door geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van deze toelagen, duidelijke aanwijzingen bevat die aantonen dat de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu eigenaar of partner in het kader van deze werkzaamheden is.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 kunnen gebruik maken van de documenten en de resultaten die ze in het kader van deze toelage hebben overgelegd voor zover dit gebruik geen winstoogmerk beoogt.

Dit gebruiksrecht kan op ieder ogenblik door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu worden ingetrokken.

De organisaties bedoeld in artikel 2 voorzien de systematische uitnodiging van minstens twee personen van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op alle manifestaties die ze organiseren.

Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2011.

Art. 11.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 december 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

^