Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 februari 2007
gepubliceerd op 02 maart 2007

Koninklijk besluit tot bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebied ervan

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2007022199
pub.
02/03/2007
prom.
02/02/2007
ELI
eli/besluit/2007/02/02/2007022199/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 FEBRUARI 2007. - Koninklijk besluit tot bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebied ervan


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, inzonderheid op artikel 1, derde lid, vervangen bij de wet van 22 februari 1998;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 37bis, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 maart 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 29 augustus 2006;

Gelet op het advies nr. 41.438/3 van de Raad van State, gegeven op 17 oktober 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° De Minister : de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;2° Het Medisch Interventieplan (MIP) : elke maatregel genomen in uitvoering van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, om, tijdens collectieve medische noodsituaties, - hulp en zorg aangepast aan de slachtoffers te organiseren en te verlenen; - de psychosociale opvang van de betrokkenen te organiseren en te verzekeren; - de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om de gezondheidstoestand van de blootgestelde of mogelijk blootgestelde bevolking te waarborgen of te beschermen; 3° Directeur Medische Hulpverlening, hierna genoemd « Dir-Med » : de arts, bedoeld in artikel 11, § 3, van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen, die beantwoordt aan het competentieprofiel bedoeld in artikel 6 en die de taken vermeld in artikel 2 verricht;4° Betrokkene : niet overleden, noch gewonde persoon die materieel en/of gevoelsmatig getroffen is door de gebeurtenis;5° Collectieve medische noodsituatie : toestand waarin een groot aantal personen zich bevindt die voortvloeit uit een plotse en/of ongewone schadelijke gebeurtenis tijdens dewelke de routinecapaciteit van de dringende geneeskundige hulpverlening tijdelijk overschreden wordt;6° Vooruitgeschoven Medische Post, hierna genoemd « VMP » : overgangsstructuur vóór opname in het ziekenhuis die het mogelijk maakt in te staan voor de triage en stabilisering van de slachtoffers, hun conditionering, de registratie en de identificatie van de slachtoffers, evenals de gereguleerde evacuatie naar de ziekenhuizen;7° Preventieve medische voorzieningen : geheel van medisch-sanitaire maatregelen die vóór geplande evenementen die mogelijke risico's inhouden voor de deelnemers en/of het publiek, in overleg met de organisatoren en de bevoegde overheid zijn vastgelegd;8° Wachtrol : permanentiedienst afwisselend verzekerd door de deelnemende artsen;9° Gezondheidsinspecteur : de persoon bedoeld in artikel 10bis van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening;10° Cel Medische Bewaking : de cel bedoeld in artikel 37bis van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen; 11° Medische hulpverleningsketen : de middelen en het personeel die gevorderd kunnen worden op grond van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.

Art. 2.§ 1. De Dir-Med : 1° voert bij de inwerkingtreding van het Medisch Interventieplan of op bevel van een Gezondheidsinspecteur of een arts van de Cel Medische Bewaking het operationele gezag over alle medische en sanitaire hulpverlening aangewend voor de medische hulpverleningsketen ongeacht de diensten waarvan ze afkomstig is. In dat opzicht, en zonder dat de opsomming limitatief is : a) valideert de Dir-Med de locatie van de vooruitgeschoven medische post of van een andere gelijkaardigde voorziening waardoor de massale toevloed van gewonden in één enkel ziekenhuis of in een ziekenhuis dat minder aangepast is aan de specifieke pathologieën van de slachtoffers vermeden wordt;b) organiseert en coördineert hij de medische invulling van de operaties : het op brancard leggen, de triage, verzorging, voorbereiding tot vervoer en evacuatie van de slachtoffers;zorgt hij voor de inzet van de artsen en het gezondheidspersoneel; c) laat hij de lijst met slachtoffers bijhouden en garandeert hij de vertrouwelijkheid ervan;d) laat hij een opvangstructuur voor de betrokkenen opzetten en een mortuarium voor de overledenen, in overeenkomst met de gerechtelijke autoriteiten;e) staat hij in voor een adequate bevoorrading met farmaceutische producten, zuurstof en medische apparatuur;f) regelt hij de evacuatie van de slachtoffers van de plaats(en) van de gebeurtenis naar de VMP of elke andere tijdelijk opgezette structuur en naar de ziekenhuizen;g) organiseert hij bij langdurige interventies de aflossing van de ingezette artsen en het gezondheidspersoneel;h) staat hij in opdracht van de Gezondheidsinspecteur de autoriteiten bij als medisch gesprekspartner, wanneer de medische toestand dit mogelijk maakt;i) beslist hij over de opheffing van de VMP of van elke andere tijdelijk opgezette structuur in akkoord met de Gezondheidsinspecteur;j) brengt hij regelmatig verslag uit aan de Gezondheidsinspecteur over zijn optreden en doet hij een beroep op hem voor bijzondere aanvragen;k) neemt hij deel aan de rapporterings- en feedbackvergaderingen;2° neemt op verzoek van de Gezondheidsinspecteur en als expert ten dienste van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening, deel aan de vergaderingen rond de coördinatie en de uitwerking van de medische interventieplannen, met inbegrip van de voorgestelde preventieve voorzieningen en de organisatie van de oefeningen van noodplanning. § 2. De Dir-Med werkt onder het administratieve gezag van de Gezondheidsinspecteur.

Art. 3.§ 1. De Minister ziet erop toe dat er 24 uur op 24 op het Belgische grondgebied een Dir-Med-wachtrol wordt georganiseerd. Die wachtrol is onverenigbaar met een gelijktijdige deelname aan een andere wachtrol. § 2. Er moet onmiddellijk een Dir-Med beschikbaar zijn bij een oproep van : 1° de Gezondheidsinspecteur;2° een arts van de Cel Medische Bewaking.De Gezondheidsinspecteur maakt voor een gedeelte van zijn taken deel uit van de Cel Medische Bewaking. § 3. De inwerkingtreding van het Medisch Interventieplan impliceert dat er een beroep op de Dir-Med wordt gedaan. De Gezondheidsinspecteur of de Cel Medische Bewaking zorgt voor de inwerkingtreding van het Medisch Interventieplan. § 4. De taken bedoeld in § 2 en § 3 kunnen worden gedelegeerd naar het centrum van het eenvormig oproepstelsel door de Gezondheidsinspecteur of door de Cel Medische Bewaking.

Art. 4.De Minister ziet erop toe dat de permanentie zo wordt verzekerd dat de Dir-Med waarop een beroep wordt gedaan zijn taken zoals bedoeld in artikel 2 doorgaans binnen de 30 minuten na de oproep kan uitoefenen. Totdat de Dir-Med aangekomen is, worden zijn taken waargenomen door de arts van de functie « mobiele urgentiegroep » die als eerste ter plaatse is aangekomen of, na overleg met laatstgenoemde, door een arts van één van de functies « mobiele urgentiegroep » die als versterking zijn gestuurd en de taak aanvaardt via melding aan de Gezondheidsinspecteur of aan het centrum van het eenvormig oproepstelsel.

Art. 5.De Minister wijst de artsen aan die ingeschreven zijn in de Dir-Med-wachtrol.

De Minister bepaalt de regels voor de kandidaatstelling en de aanwijzing als Dir-Med.

Art. 6.§ 1. De Dir-Med moet minstens aan het volgende competentieprofiel beantwoorden : 1° arts die houder is van een bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, of die houder is van een bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991;2° die in het kader van de aanpak van collectieve medische noodstituaties een door Ons gevalideerde specifieke opleiding heeft gevolgd;3° die zijn beroep minstens deeltijds in een functie « mobiele urgentiegroep » van een ziekenhuis uitoefent of dit in de loop van de 10 jaar voorafgaand aan de datum van aanwijzing heeft gedaan. § 2. Op operationeel gebied kan de Dir-Med zich door één of meerdere adjuncten laten bijstaan die minstens aan het volgende competentieprofiel moet(en) beantwoorden : 1° ofwel een persoon die overeenkomstig artikel 5 ook als Dir-Med door de Minister is aangewezen, 2° ofwel een verpleegkundige die houder is van het diploma van gegradueerde verpleegkundige en de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleegkundige in de intensieve en spoedgevallenzorg, die aan specifieke opleiding zoals bepaald in § 1, 2°, heeft gevolgd, en aan wie hij specifieke taken toevertrouwt.

Art. 7.De aanwijzing als Dir-Med kan door de Minister worden ingetrokken : 1° bij negatief advies van de bevoegde Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening;2° indien een Dir-Med tijdens het afgelopen jaar niet minstens 14 dagen effectief aan de Dir-Med-wachtrol heeft deelgenomen;3° op verzoek van de Dir-Med, mits een opzegtermijn van 3 maanden wordt gerespecteerd voor de organisatie van zijn vervanging.

Art. 8.De Minister bepaalt de uitkeringen voor wachtrol van de Dir-Medfunctie alsmede de regeling voor de tenlasteneming van de kosten voor de organisatie en de interventie van de Dir-medfunctie door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Art. 9.De Dir-Med beschikt over persoonlijke identificatiemiddelen die door de Minister worden vastgelegd.

De Dir-Med beschikt over een verzekeringspolis die zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid dekt en over een verzekeringspolis die arbeidsongevallen dekt, ten laste van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Art. 10.De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu maakt uiterlijk in de maand van de publicatie van dit besluit een lijst op van de Dir-Med's die tijdens het afgelopen jaar minstens 14 dagen effectief aan een Dir-Med-wachtrol hebben deelgenomen. Die artsen worden tijdelijk als Dir-Med aangewezen en dit, in afwijking van artikel 6, § 1, tot uiterlijk 31 december 2008.

Art. 11.Artikel 6, § 1, 2°, en de voorwaarde met betrekking tot de specifieke opleiding bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, treden in werking op een door Ons te bepalen datum.

Art. 12.Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 februari 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^