Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 juli 2008
gepubliceerd op 15 juli 2008

Koninklijk besluit betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2008000626
pub.
15/07/2008
prom.
02/07/2008
ELI
eli/besluit/2008/07/02/2008000626/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 JULI 2008. - Koninklijk besluit betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's, inzonderheid op de artikelen 2, 1° tot 3°, 5, § 3, tweede lid, 6, § 2, tweede lid, en 7, § 2, tweede lid;

Overwegende dat de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens van toepassing is;

Gelet op het advies van de Adviesraad van de burgemeesters, gegeven op 6 februari 2008;

Gelet op het advies nr. 07/2008 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gegeven op 27 februari 2008;

Gelet op het advies nr. 44.417/2 van de Raad van State, gegeven op 19 mei 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vervangen bij de wet van 2 april 2003;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « de wet van 8 december 1992 » : de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;2° « de wet » : de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's;3° « de Commissie » : de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in de wet van 8 december 1992;4° « aangifte » : de mededeling door de verantwoordelijke voor de verwerking van het plaatsen en het gebruik van bewakingscamera's zoals voorgeschreven, al naar gelang het geval, door de artikelen 5, § 3, tweede lid, 6, § 2, tweede lid, en 7, § 2, tweede lid, van de wet;5° « E-loket » : het elektronisch systeem voor de registratie van aangiften van een verwerking van persoonsgegevens, beheerd door de Commissie en ter beschikking gesteld op haar website;6° « bewakingssysteem » : het systeem waarbij bewakingscamera's worden geplaatst en gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet met inbegrip van het bekijken en het verwerken van de beelden;7° « operationeel systeem » : het bewakingssysteem waarbij één of meerdere camera's in een gesloten circuit verbonden zijn met één of meerdere meldkamers;8° « meldkamer » : de plaats waar de beelden worden bekeken en waar ze, desgevallend, worden bewaard;9° « site » : de aanduiding van de oorsprong van de gegevens, door opgave van de gebiedsomschrijving waarover het bewakingssysteem zich uitstrekt;10° « locatie » : de identificatie op de site van de plaatsingspunten waar bewakingscamera's worden opgesteld.

Art. 2.De aangifte van de plaatsing en het gebruik van een bewakingssysteem gebeurt op elektronische wijze via het E-loket van de Commissie.

De Commissie stelt daartoe thematische aangifteformulieren « camerabewaking - bewaking en toezicht » genaamd, ter beschikking.

Door de aangifte via het E-loket wordt voldaan aan de meldingsplicht ten aanzien van de Commissie en, voor wat de besloten plaatsen betreft, aan de korpschef van de bevoegde politiezone. De Commissie waakt erover dat de mededeling wordt gedaan aan deze laatste.

Art. 3.Er wordt een thematisch aangifteformulier opgemaakt voor bewakingssystemen die betrekking hebben op « niet-besloten plaatsen ».

Er wordt een thematisch aangifteformulier opgemaakt voor bewakingssystemen die betrekking hebben op « besloten plaatsen ». In dit formulier wordt een onderscheid gemaakt al naar gelang de plaats voor het publiek toegankelijk is of niet.

Art. 4.§ 1. Voor de beoordeling van het besloten of niet-besloten karakter van een plaats moet de omsluiting minstens bestaan uit een op rechtmatige wijze aangebrachte visuele afbakening of aanduiding waardoor de plaatsen van elkaar kunnen worden onderscheiden. § 2. Wanneer het bewakingssysteem tegelijkertijd betrekking heeft op plaatsen van verschillend type en de verwerking van de gegevens geschiedt door middel van eenzelfde operationeel systeem, wordt de aangifte als volgt gedaan : 1° wanneer het operationeel systeem betrekking heeft op een of meerdere niet-besloten plaatsen en een of meerdere besloten plaatsen, via een aangifte voor een niet-besloten plaats;2° wanneer het operationeel systeem betrekking heeft op een of meerdere voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen en een of meerdere niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen, via een aangifte voor een voor het publiek toegankelijke besloten plaats. § 3. Voor de aangifte worden de voornaamste toegangsruimten tot een besloten plaats die al dan niet voor het publiek toegankelijk is, geacht hetzelfde statuut te hebben als de besloten plaats zelf.

Art. 5.De aangifte wordt gedaan per plaats waarop het operationeel systeem betrekking heeft.

Wanneer het bewakingssysteem betrekking heeft op een site die zich uitstrekt over een gebied dat besloten plaatsen betreft die onderbroken zijn door een niet-besloten plaats, dient voor iedere besloten plaats een afzonderlijke aangifte te worden gedaan, zelfs indien de verwerking van de gegevens geschiedt door middel van eenzelfde operationeel systeem.

Art. 6.§ 1. Iedere aangifte bevat de aanduiding van de site en de locatie waarover het operationeel systeem zich uitstrekt alsook de plaats waar de verwerking geschiedt.

De aanduiding van de site gebeurt door vermelding van de gemeente en, voor wat de besloten plaatsen betreft, het adres waar de plaats is gesitueerd.

De aanduiding van de locatie gebeurt door vermelding van : 1° voor de niet-besloten plaatsen, de opsomming van de straten en/of pleinen waarover het operationeel systeem zich uitstrekt;2° voor de besloten plaatsen, de vermelding of het operationeel systeem enkel betrekking heeft op het gebied binnen de site dan wel of het ook betrekking heeft op de uitwendige begrenzing van de site;3° indien het operationeel systeem vermeld onder 2° eveneens betrekking heeft op de begrenzing, de opsomming van de straten en/of pleinen waaraan de site grenst voor zover er daar een of meerdere camera's opgesteld staan. De aanduiding van de plaats waar de verwerking geschiedt gebeurt door de vermelding van het adres waar de meldkamer zich bevindt of van de verscheidene adressen wanneer er meerdere meldkamers zijn voor hetzelfde operationeel systeem. § 2. De aangifte bevat voorts : 1° de identiteit van de verantwoordelijke van de verwerking;2° de benaming van de verwerking met vermelding van het type van de plaats;3° het doeleinde van de verwerking, zijnde « bewaking en toezicht »;4° de categorie van de gegevens die worden verwerkt, zijnde « beeldopnamen »;5° de wettelijke of reglementaire basis, zijnde « de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's »;6° de wijze van informeren over de verwerking;7° de categorieën van ontvangers;8° de beveiligingsmaatregelen die zijn genomen in het kader van de mededeling van de gegevens aan derden;9° informatie over de uitoefening van het recht tot toegang;10° de bewaartermijn voor de gegevens;11° de veiligheidsmaatregelen die genomen zijn ter vrijwaring tegen de toegang door onbevoegden;12° de categorieën van gegevens en het land van bestemming;13° de identiteit van de contactpersoon en van de ondertekenaar. Wanneer de aangifte een niet-besloten plaats betreft, bevat ze eveneens de data van respectievelijk het positief advies van de bevoegde gemeenteraad en van de korpschef van de bevoegde politiezone.

Wanneer de aangifte een besloten plaats betreft, bevat ze eveneens de verklaring dat het bewakingssysteem in overeenstemming is met de in de wet van 8 december 1992 bepaalde beginselen, als bedoeld in de artikelen 6, § 2, tweede lid, en 7, § 2, tweede lid, van de wet.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt.

Art. 8.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 juli 2008.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

^