Koninklijk Besluit van 02 juni 2010
gepubliceerd op 10 juni 2010

Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen

bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
numac
2010021068
pub.
10/06/2010
prom.
02/06/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, sluit het lange proces af van herziening van de loopbanen en de weddeschalen van het personeel van het federaal administratief openbaar ambt dat in 2002 is begonnen.

Op 25 februari 2008 heeft Uwe Majesteit een besluit ondertekend houdende volledige hervorming van het geldelijke statuut van het statutaire wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen (FWI's). De erin vastgelegde weddeschaalverhoging voor die personeelsleden werd met terugwerkende kracht toegekend vanaf 1 december 2006.

Zowel de algemeen directeurs van de instellingen als de vakorganisaties hebben mij dan gevraagd de maatregel uit te breiden naar het contractuele wetenschappelijk personeel. Hoewel ik de sociale juistheid van die maatregel graag erken, ben ik gestuit op het feit dat zij noch gepland, noch gebudgetteerd was in de interdepartementale enveloppe voor de algemene herziening van de weddeschalen.

Gelet op de financiële crisis en de gevolgen die zij heeft gehad en nog altijd heeft voor de rijksbegroting, was het moeilijk extra begrotingskredieten vrij te maken. Op de Ministerraad is men evenwel tot overeenstemming gekomen om alle betrokken personen te doen genieten van de hervorming vanaf 1 januari 2010. De middelen daartoe zijn beschikbaar in de algemene uitgavenbegroting voor 2010.

In zijn advies over het ontwerp vraagt de Raad van State de Regering of de hervorming niet met terugwerkende kracht vanaf 1 december 2006 (cf. supra) diende te worden doorgevoerd.

Naast de budgettaire onmogelijkheid om aan die aanvraag tegemoet te komen, kan de Regering het argument aanvoeren dat alle leden van het contractuele wetenschappelijk personeel, of zij nu ten laste komen van de Staat, de eigen middelen van de instellingen of de federale onderzoeksprogramma's, zullen kunnen profiteren van de hervorming.

Alle personeelsleden in dezelfde rechtstoestand worden dus op dezelfde manier behandeld.

De Raad van State heeft de Regering ook gevraagd het contractuele wetenschappelijk personeel te laten profiteren van de toegekende voordelen op het vlak van het geldelijk statuut aan het administratief personeel van niveau A, bij het koninklijk besluit van 19 november 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/2008 pub. 26/11/2008 numac 2008002135 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de loopbaan van het Rijkspersoneel sluiten houdende vereenvoudiging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de loopbaan van het Rijkspersoneel.

Die relevant lijkende aanvraag is evenwel voorbarig daar er nog niet is aan tegemoetgekomen voor het statutaire wetenschappelijk personeel : het ontwerp van hervorming is hangende bij de administratieve en budgettaire controle. Zodra die herziening voltooid is, kan bij de opstelling van de tekst van het ontwerp die aanvraag rechtstreeks op de betrokken contractuele personeelsleden worden toegepast.

Dat is het voorwerp van het ontwerp dat ik voorleg en dat voorzeker een stap vooruit is voor de leden van het contractuele wetenschappelijk personeel.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar.

De Minister van Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE

2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid van de Grondwet;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, inzonderheid op artikel 5, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 februari 2008;

Overwegende dat ten gevolge van de inwerkingtreding op 1 mei 2008 van het nieuwe geldelijke statuut van het federale wetenschappelijk personeel, de bezoldiging moet worden geregeld van het in eenzelfde stelsel in dienst genomen contractueel personeel, opdat ze niet zonder reglementaire basis komt te vallen;

Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 en 11 juli 2008 en 28 april 2009;

Overwegende op het advies van de Federale Interministeriële Commissie voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 2 september 2008;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 29 oktober 2009;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 29 oktober 2009;

Gelet op het protocol nr. 147/1 van 7 januari 2010 van het Sectorcomité I - Algemeen Bestuur;

Gelet op het advies 47812/4 van de Raad van State, gegeven op 9 maart 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Wetenschapsbeleid en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personen die bij arbeidsovereenkomst als wetenschappelijk personeel in dienst zijn genomen in de federale wetenschappelijke instellingen.

De federale wetenschappelijke instellingen als bedoeld in het eerste lid zijn die welke worden opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1996 tot aanwijzing van de federale wetenschappelijke instellingen.

Art. 2.§ 1. De personen als bedoeld in artikel 1, ontvangen : 1° een in een van de in bijlage 1 opgenomen weddeschalen berekende bezoldiging, naargelang het diploma, de kwalificaties en de nuttige ervaring waarvan de betrokken persoon houder is;2° de normale bezoldiging voor de carenzdag, als bedoeld in artikel 71 van voornoemde wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten;3° de tussentijdse verhogingen vastgelegd in bovengenoemde weddeschaal, voor zover zij geen voordeel trekken van een van de afwezigheden als bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid;4° een vakantiegeld en een eindejaarstoelage onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de statutaire wetenschappelijke personeelsleden zijn vastgesteld;5° de toelagen, vergoedingen en premies die onder dezelfde voorwaarden als voor de statutaire wetenschappelijke personeelsleden worden toegekend voor de uitoefening van dezelfde functie. Te dien einde zijn artikelen 2, 4, 5, 11, 12 en 15 van het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen op hen van toepassing. § 2. De bij deeltijdse of met onvolledige prestaties in dienst genomen contractuele personeelsleden worden bezoldigd naar rata van de werkelijk verrichte prestaties. § 3. In afwijking van paragraaf 1, 1° kunnen deskundigen met een bijzondere kwalificatie waarvan de medewerking onontbeerlijk is voor de uitvoering van sommige duidelijk omschreven wetenschappelijke taken in dienst worden genomen en worden bezoldigd in een van de in bijlage 2 vermelde weddeschalen, op voorwaarde dat de Minister tot wiens bevoegdheid de Wetenschappelijke Instelling behoort daarmee akkoord gaat. Bij de aanvraag tot afwijking worden de verantwoording van de indienstneming en het gunstige advies van de Inspecteur van Financiën gevoegd. De beslissing van de bevoegde Minister wordt aan de betrokken overheid meegedeeld binnen twee weken na ontvangst van het dossier.

Als die termijn verstreken is, geldt het stilzwijgen van de Minister als instemming.

Art. 3.§ 1. Bij de indienstneming in een wetenschappelijke instelling wordt de wedde vastgesteld door de verrichte aanneembare diensten, in welke hoedanigheid dan ook, in een van de diensten als bedoeld in de artikelen 6, 7, 9 en 10 van voornoemd besluit van 25 februari 2008 in aanmerking te nemen en onder de voorwaarden die bij die artikelen alsook bij artikel 3 van hetzelfde besluit zijn vastgesteld. § 2. De diensten - met inbegrip van de periodes die krachtens het statuut overeenstemmen met een situatie waarbij een statutair personeelslid zijn aanspraak op een verhoging in zijn weddeschaal behoudt - die het contractueel personeelslid heeft verricht als tewerkgestelde werkloze in de overheidssector, worden tot maximum zes jaar meegerekend bij het toekennen van tussentijdse verhogingen.

De in aanmerking genomen verrichte diensten overeenkomstig het voorafgaande lid worden berekend per kalendermaand; die welke geen volle maand bestrijken worden niet meegeteld. § 3. De contractuele personeelsleden die hun ambt met onvolledige prestaties uitoefenen verkrijgen de tussentijdse verhogingen in de weddeschalen.

Art. 4.§ 1. De personen als bedoeld in artikel 1 die in dienst zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, krijgen de weddeschaal die overeenstemt met hun persoonlijke situatie overeenkomstig de als bijlage 3 opgenomen conversietabel; zij behouden evenwel het voordeel van de weddeschaal die zij hadden op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit als die gunstiger is.

De door die personen verworven geldelijke anciënniteit bij de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt geacht te zijn verworven in de nieuwe weddeschaal. § 2. De lopende indienstnemingsprocedures op de datum van de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet; de geselecteerde personen worden in dienst genomen in een weddeschaal overeenstemmend met het functieprofiel overeenkomstig de voorwaarden als bedoeld in § 1, eerste lid.

Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.

Art. 6.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, 2 juni 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE

BIJLAGE 1

Schaal SW10/Echelle SW10

Die schaal is van toepassing als de betrokken persoon bij zijn indienstneming geen nuttige ervaring van minstens 2 jaar kan verantwoorden. Hij verkrijgt schaal SW11 zodra hij die ervaring van minstens 2 jaar opdoet ten gevolge van binnen de wetenschappelijke instelling verrichte prestaties.

Cette échelle s'applique si la personne concernée ne peut justifier lors de son engagement d'une expérience utile d'au moins 2 ans. Elle obtient l'échelle SW11 dès qu'elle acquiert cette expérience d'au moins 2 ans à la suite des prestations effectuées au sein de l'établissement scientifique.

0.21.880,00 1.22.325,00 2.22.770,00 3.23.215,00 4.23.660,00 5.24.105,00 6.24.550,00 7.24.995,00 8.25.440,00 9.25.885,00 10.26.330,00 11.26.775,00 12.27.220,00 13.27.665,00 14.28.110,00 15.28.555,00 16.29.000,00 17.29.445,00 18.29.890,00 19.30.335,00 20.30.780,00 21.31.225,00 22.31.670,00 23.32.115,00 24.32.560,00 25.33.005,00 26.33.450,00 27.33.895,00


Schaal SW11/Echelle SW11

De toepassing van die schaal vereist dat de betrokken persoon bij zijn indienstneming een nuttige ervaring van minstens 2 jaar kan doen gelden.

L'application de cette échelle requiert que la personne concernée, lors de son engagement, puisse faire valoir une expérience utile de 2 ans minimum.

0.25.880,00 1.26.453,00 2.27.026,00 3.27.599,00 4.28.172,00 5.28.745,00 6.29.318,00 7.29.891,00 8.30.464,00 9.31.037,00 10.31.610,00 11.32.183,00 12.32.756,00 13.33.329,00 14.33.902,00 15.34.475,00 16.35.048,00 17.35.621,00 18.36.194,00 19.36.797,00 20.37.340,00 21.37.913,00 22.38.486,00 23.39.059,00 24.39.632,00 25.40.205,00 26.40.778,00 27.41.351,00


Schaal SW21/Echelle SW21

De toepassing van die schaal vereist dat de betrokken persoon bij zijn indienstneming een nuttige ervaring van minstens 4 jaar kan doen gelden, houder is van een diploma van doctor behaald na verdediging in het openbaar van een verhandeling of, bij ontstentenis van dergelijk diploma, de uitvoering van gelijkwaardig geachte wetenschappelijke realisaties kan verantwoorden.

L'application de cette échelle requiert que la personne concernée, lors de son engagement, puisse faire valoir une expérience utile de 4 ans minimum, et soit titulaire d'un diplôme de docteur obtenu à la suite de la défense publique d'une dissertation ou, à défaut d'un tel diplôme, puisse justifier de l'accomplissement de réalisations scientifiques jugées équivalentes.

0.31.880,00 1.32.490,00 2.33.100,00 3.33.710,00 4.34.320,00 5.34.930,00 6.35.540,00 7.36.150,00 8.36.760,00 9.37.370,00 10.37.980,00 11.38.590,00 12.39.200,00 13.39.810,00 14.40.420,00 15.41.030,00 16.41.640,00 17.42.250,00 18.42.860,00 19.43.470,00 20.44.080,00 21.44.690,00 22.45.300,00 23.45.910,00 24.46.520,00 25.47.130,00 26.47.740,00 27.48.350,00


Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 juni 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE

BIJLAGE 2

Schaal SW31/Echelle /SW31

De toepassing van die schaal vereist dat de betrokken persoon bij zijn indienstneming een nuttige ervaring van minstens 8 jaar kan doen gelden en de uitvoering van wetenschappelijke realisaties van hoge kwaliteit kan verantwoorden.

L'application de cette échelle requiert que la personne concernée, lors de son engagement, puisse faire valoir une expérience utile de 8 ans minimum, et puisse justifier de l'accomplissement de réalisations scientifiques de haute qualité.

0.39.570,00 1.40.316,36 2.41.062,72 3.41.809,08 4.42.555,44 5.43.301,80 6.44.048,16 7.44.794,52 8.45.540,88 9.46.287,24 10.47.033,60 11.47.779,96 12.48.526,32 13.49.272,68 14.50.019,04 15.50.765,40 16.51.511,76 17.52.258,12 18.53.004,48 19.53.750,84 20.54.497,20 21.55.243,56 22.55.989,92


Schaal SW41/Echelle SW 41

De toepassing van die schaal vereist dat de betrokken persoon bij zijn indienstneming een nuttige ervaring van minstens 12 jaar kan doen gelden, de uitvoering van uitzonderlijke wetenschappelijke realisaties kan verantwoorden en zo faam hebben verworven.

L'application de cette échelle requiert que la personne concernée, lors de son engagement, puisse faire valoir une expérience utile de 12 ans minimum, et puisse justifier de l'accomplissement de réalisations scientifiques exceptionnelles et avoir ainsi acquis une notoriété.

0.47.600,00 1.47.970,00 2.48.580,00 3.49.190,00 4.49.800,00 5.50.410,00 6.51.020,00 7.51.630,00 8.52.240,00 9.52.850,00 10.53.460,00 11.54.070,00 12.54.680,00 13.55.290,00 14.55.900,00 15.56.510,00 16.57.120,00 17.57.730,00 1858.340,00 19.58.950,00 20.59.560,00 21.60.170,00 22.60.780,00


Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 juni 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE

BIJLAGE 3

Conversietabel/Tableau de conversion Weddeschaal/Echelle de traitement

1921 1923 (nuttige ervaring < jaar)/(expérience utile < ans)

SW10 *

1921 1923

SW11 *

1924

SW21 *

1913

SW21 *

1914

SW31 *

1916

SW31 *

1917

SW41 *


* Weddeschaal zoals vermeld in bijlagen 1 of 2.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 juni 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^