Koninklijk Besluit van 02 maart 2004
gepubliceerd op 27 april 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004200549
pub.
27/04/2004
prom.
02/03/2004
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

2 MAART 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003 Nationaal akkoord 2003-2004 (Overeenkomst geregistreerd op 20 juni 2003 onder het nummer 66575/CO/149.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Voor de toepassing van dit akkoord wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Voor de toepassing van dit akkoord wordt onder "Vormelek" verstaan : Vormelek/Formelec. HOOFDSTUK II. - Kader Voorwerp

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2003-2004 van 17 januari 2003.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie van de Dienst van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 november 1969 tot vaststelling van de neerleggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomsten.

De ondertekenende partijen vragen de algemeen bindend verklaring bij koninklijk besluit van deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen. HOOFDSTUK III. - Inkomenszekerheid Afdeling 1. - Indexering

Koopkracht

Art. 3.Conform artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake loonvorming van 10 juli 2001 zullen op 1 mei 2003 de minimumuurlonen en de effectieve uurlonen aangepast worden aan de reële index.

Op 1 januari 2004 zullen alle minimumuurlonen en de effectieve uurlonen aangepast worden aan de reële index, op basis van de formule "sociale idex" (= 4-maandelijks gemiddelde) december 2003/april 2003.

Vanaf 2005 zullen alle minimumuurlonen en de effectieve uurlonen jaarlijks op 1 januari aangepast worden aan de reële index volgens de formule "sociale index" (= 4-maandelijks gemiddelde) december van het voorgaande jaar tegenover december van het jaar daarvoor.

Artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake loonvorming van 10 juli 2001 zal in die zin worden aangepast voor onbepaalde duur. Afdeling 2. - Verhoging van de minimumuurlonen

- Op 1 januari 2004 worden alle minimumuurlonen (spanning 100) verhoogd met 1 pct.; - Op 1 augustus 2004 worden alle minimumuurlonen (spanning 100) verhoogd met 5,4 pct. verminderd met de som van : - de reële index op 1 mei 2003; - de loonsverhoging van 1 pct. op 1 januari 2004; - de reële index op 1 januari 2004.

Indien dit saldo negatief is, wordt er geen loonsverhoging toegepast. Afdeling 3. - Verhoging van de effectieve uurlonen, algemeen regime

Deze afdeling is van toepassing op alle ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, met uitzondering van de ondernemingen die cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen : - overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 2 van het huidig akkoord, uiterlijk vanaf 1 januari 2004 alle carenzdagen betalen ongeacht de duurtijd van de arbeidsongeschiktheid; - hieromtrent na 13 mei 2003 een collectieve arbeidsovereenkomst op vlak van de onderneming afsluiten; - op 1 januari 2004 worden alle effectieve uurlonen verhoogd met 1 pct.; - op 1 augustus 2004 worden alle effectieve uurlonen verhoogd met 5,4 pct. verminderd met de som van : - de reële index op 1 mei 2003; - de loonsverhoging van 1 pct. op 1 januari 2004; - de reële index op 1 januari 2004.

Indien dit saldo negatief is, wordt er geen loonsverhoging toegepast. Afdeling 4. - Verhoging van de effectieve uurlonen Ondernemingen die

alle carenzdagen uitbetalen Deze afdeling is van toepassing op de ondernemingen die overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 2 van onderhavig akkoord, uiterlijk vanaf 1 januari 2004 alle carenzdagen betalen ongeacht de duurtijd van de arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat zij hieromtrent na 13 mei 2003 een collectieve arbeidsovereenkomst op vlak van de onderneming afsluiten. - Op 1 januari 2004 worden alle effectieve uurlonen verhoogd met 0,7 pct. - Op 1 augustus 2004 worden alle effectieve uurlonen verhoogd met 5,1 pct. verminderd met de som van : - de reële index op 1 mei 2003; - de loonsverhoging van 0,7 pct. op 1 januari 2004; - de reële index op 1 januari 2004.

Indien dit saldo negatief is, wordt er geen loonsverhoging toegepast.

Overeenkomstig alle voorgaande afdelingen zal de collectieve arbeidsovereenkomst inzake uurlonen van 10 juli 2001 in die zin worden aangepast voor onbepaalde duur, met uitzondering van de bepalingen inzake de saldoformules die van toepassing zijn voor de periode 2003-2004.

Vervoerskosten

Art. 4.Vanaf de 1ste dag van de maand nadat een wettelijke regeling het mogelijk maakt een hogere mobiliteitvergoeding toe te kennen, vrijgesteld van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid-bijdragen, zullen de bedragen in kolom C, van toepassing op datum van 1 februari van het jaar waarin de aanpassing verschijnt, verhoogd worden met 8,51 pct.

In afwachting van het verschijnen van het nieuwe bedrag bij koninklijk besluit blijft de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst inzake vervoerskosten van 10 juli 2001 en de afwijkende overgangsregeling van 9 juli 2002 onverminderd van toepassing.

Dit verhoogde bedrag zal conform artikel 13 van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst inzake vervoerskosten van 10 juli 2001 jaarlijks worden geïndexeerd. Evenwel kan dit verhoogde bedrag in geen enkel geval het geïndexeerde bedrag dat is vrijgesteld van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid-bijdragen overschrijden.

De bestaande collectieve arbeidsovereenkomst inzake vervoerskosten van 10 juli 2001 zal in die zin worden aangepast voor onbepaalde duur.

Eindejaarspremie

Art. 5.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2002 inzake eindejaarspremie - algemeen regime wordt als volgt aangepast : - Arbeiders die met pensioen gaan tijdens de referteperiode hebben recht op een volledige eindejaarspremie; - Rechthebbenden van een arbeider die tijdens de referteperiode overlijdt, hebben recht op een volledige eindejaarspremie. § 2. De collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 2001 inzake eindejaarspremie - F.E.E/R.T.D wordt als volgt aangepast : - Arbeiders die met brugpensioen gaan tijdens de referteperiode hebben recht op een volledige eindejaarspremie mits 5 jaar anciënniteit in de onderneming.

Fonds voor bestaanszekerheid

Art. 6.§ 1. Vanaf 1 januari 2004 (voor onbepaalde duur) worden alle aanvullende vergoedingen als volgt bepaald : Aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid : - 6,00 EUR per werkloosheidsuitkering; - 3,00 EUR per halve werkloosheidsuitkering.

Aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid, voor oudere werklozen en oudere zieken : - 5,00 EUR per werkloosheids- of ziekteuitkering; - 2,50 EUR per halve werkloosheids- of ziekteuitkering.

Aanvullende vergoedingen bij ziekte : - 1,40 EUR per ziekteuitkering; - 0,70 EUR per halve ziekteuitkering.

Aanvullende vergoeding bij halftijdse loopbaanonderbreking : 62,00 EUR. Aanvullende vergoeding bij sluiting : - 248 EUR + 12,50 EUR/jaar met een maximum van 818,00 EUR. § 2. Vanaf 1 juni 2003 (voor onbepaalde duur) wordt een aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid ingevoerd omwille van overmacht (artikel 26, eerste lid van de wet op de arbeidsovereenkomsten) en technische stoornis (artikel 49 van de wet op de arbeidsovereenkomsten). § 3. Conform de werkloosheids- en ziekteuitkeringen, die worden uitbetaald in de 6-dagenweek, dienen vanaf 1 juni 2003 alle aanvullende vergoedingen, die worden uitbetaald door het fonds voor bestaanszekerheid, te worden vergoed in de 6-dagenweek.

Hierdoor dienen gemiddeld 26 uitkeringen per maand te worden betaald.

De collectieve arbeidsovereenkomst inzake statuten fonds voor bestaanszekerheid van 10 juli 2001 zal in die zin worden aangepast voor onbepaalde duur.

Veiligheid op de werkplaats

Art. 7.De sociale partners verklaren zich akkoord om voor 30 september 2003 een collectieve arbeidsovereenkomst uit te werken inzake veiligheid op de werkplaats.

In afwachting hiervan blijft de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst inzake premie voor ongezond en gevaarlijk werk van 1 juni 1993 onverminderd van toepassing. HOOFDSTUK IV. - Werkzekerheid Werkzekerheidsclausule

Art. 8.Artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake werkzekerheid van 10 juli 2001 dient te worden aangepast vanaf 1 juli 2003 voor onbepaalde duur.

Als "meervoudig ontslag" wordt beschouwd een ontslag van ten minste : - 3 arbeiders in ondernemingen met 23 arbeiders en minder; - 5 arbeiders in ondernemingen van 24 tot 47 arbeiders; - 6 arbeiders in ondernemingen met 48 tot 79 arbeiders; - 8 pct. van de arbeiders in ondernemingen met 80 arbeiders en meer; dit alles in de loop van een periode van 60 kalenderdagen.

De telling dient te gebeuren op het totaal aantal arbeiders behorende tot Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie in de onderneming.

Sectorale tewerkstellingscel

Art. 9.De doelstellingen van de sectorale tewerkstellingscel, opgenomen in artikel 3, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 10 juli 2001, blijven onverminderd van toepassing.

Deze sectorale tewerkstellingscel die in uitvoering van het nationaal akkoord 2001-2002 in de schoot van Vormelek werd ingevoerd, zal in die zin verder worden uitgewerkt. Hierbij zal er over gewaakt worden om misbruiken te voorkomen en overlapping met de overheidsdiensten (VDAB, Forem, BGDA) te vermijden.

Bestrijding zwartwerk

Art. 10.De sociale partners engageren zich om tijdens de duurtijd van dit akkoord maatregelen uit te werken om het zwartwerk in de sector te bestrijden.

De sociale partners engageren zich de nodige stappen te zetten om de gegevens waarover de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid beschikt in het kader van de DIMONA-aangifte in dit kader te kunnen aanwenden.

Carenzdag

Art. 11.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst inzake betaling van de carenzdagen van 18 oktober 1999 blijft onverminderd van toepassing, met name dat de werkgever gehouden is tot de betaling van de eerste carenzdag, ongeacht de duurtijd van de arbeidsongeschiktheid. § 2. Ondernemingen kunnen op vrijwillige basis beslissen om alle carenzdagen te betalen ongeacht de duurtijd van de arbeidsongeschiktheid.

De collectieve arbeidsovereenkomst inzake betaling van de carenzdagen van 18 oktober 1999 wordt vanaf 1 januari 2004 voor onbepaalde duur in die zin aangepast. HOOFDSTUK V. - Vorming en opleiding De ondersteuning betreffende vorming en opleiding, evenals betreffende technologische dienst- en adviesverlening aan de bedrijven behorende tot Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie zal gebeuren vanuit de afdeling vorming van het fonds voor bestaanszekerheid door middel van dotaties aan de V.Z.W.'s Vormelek en Technolec.

De ondertekenende partijen verklaren zich akkoord om, rekening houdend met de huidige principes, in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende vorming en opleiding af te sluiten tot en met 31 december 200 5.

Risicogroepen

Art. 12.Bevestiging van de bijdrage van 0,15 pct. voor onbepaalde duur, bestemd voor de risicogroepen zoals bepaald in hoofdstuk II van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 10 juli 2001. - Gezien deze inspanning vragen de partijen dat de Minister van Tewerkstelling en Arbeid de sector zou vrijstellen van de stortingen van 0,10 pct. in 2003 en 2004 bestemd voor het "Tewerkstellingsfonds". - Voortzetten van de werkzaamheden inzake het optimaliseren van de stelsels alternerend leren werken. - Verlenging van de bepalingen met betrekking tot instroom van risicogroepen. - Verlenging van de vrijstelling tot verplichte aanwerving van arbeiders met een startbaanovereenkomst, en dit voor de duurtijd van dit akkoord.

Stimulering van de permanente vorming en invoering van een premiekrediet voor vorming.

Art. 13.§ 1. De inspanningen op het gebied van de voortdurende vorming van werknemers en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van een bijdrage van 0,60 pct. voor onbepaalde duur. § 2. De collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 10 juli 2001, die geldig is tot en met 30 september 2003 wordt verlengd tot en met 31 december 2003. Vanaf 1 januari 2004 wordt er definitief een einde gesteld aan de bepalingen inzake de regeling vormingskrediet. Het vormingskrediet is niet overdraagbaar naar het jaar 2004. Ook het systeem van de registratie van opleidingen neemt een einde op deze datum. § 3. Vanaf 1 januari 2004 dienen de ondernemingen een collectief vormingsrecht toe te staan à rato van één dag per arbeider per jaar.

Teneinde de ondernemingen te stimuleren om effectief beroep te doen op de door de sector, via Vormelek, aangeboden mogelijkheden betreffende erkende opleidingen wordt er een systeem van premiekrediet ingevoerd.

Het premiekrediet wordt berekend op basis van het aantal arbeiders (contract onbepaalde of bepaalde duur) tewerkgesteld op 30 juni van het kalenderjaar waarvan de meest recente gegevens beschikbaar zijn, vermenigvuldigd met 124 EUR. De raad van bestuur van Vormelek kan beslissen de berekeningsbasis van het premiekrediet te wijzigen indien dit om praktische redenen zou aangewezen zijn. Het premiekrediet waarop een firma recht heeft wordt door Vormelek aan de onderneming medegedeeld in de loop van het 4de kwartaal van het voorgaande kalenderjaar.

Wanneer een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie deelgenomen heeft aan een door Vormelek erkende opleiding zal zijn werkgever, mits het correct invullen en indienen van een uniek document, recht hebben op het ontvangen van een premie van 124 EUR per opleidingsdag en 62 EUR per halve opleidingsdag, vanuit het opgebouwde premiekrediet.

Het premiekrediet wordt dus verminderd à rato van het aantal door de arbeider(s) gevolgde opleidingsdagen of halve dagen.

Een bedrijf dat meer dagen aan opleiding voorziet dan diegene gedekt door het premiekrediet van het jaar zelf (refertejaar), kan voor deze bijkomende dagen of halve dagen opleiding eveneens premies ontvangen door voorafname van het toekomstige premiekrediet. Indien zou blijken dat de voorafname op het premiekrediet hoger is dan het premiekrediet waarop het bedrijf, overeenkomstig de gegevens waarover Vormelek beschikt, in de loop van de volgende jaren recht zal hebben, kan Vormelek de voorafname terugvorderen van het betrokken bedrijf.

Het recht op opname van het premiekrediet is beperkt in de tijd. Het premiekrediet wordt per kalenderjaar vastgesteld. Het toegestane premiekrediet dient opgenomen te worden binnen een periode van 3 jaar, met name tijdens het refertejaar zelf en/of tijdens de 2 daaropvolgende jaren. Na deze periode vervalt het nog openstaande krediet van het refertejaar en wordt het toegevoegd aan de globale sectorale begroting ter financiering van de voortzetting van het premiekredietstelsel. § 4. Behoudens de hiervoor aangehaalde wijzigingen blijven de opdrachten van Vormelek, zoals opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 10 juli 2001, van toepassing. § 5. Telkens een arbeider uit een onderneming behorende tot het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie heeft deelgenomen aan een door Vormelek erkende opleiding krijgt deze ten persoonlijke titel een certificaat toegestuurd dat in het persoonlijk opleidingspaspoort dient te worden gekleefd. Dit opleidingspaspoort geeft de arbeider een overzicht van de Vormelek-erkende opleidingen die deze heeft gevolgd.

Bedrijfsopleidingsplannen

Art. 14.§ 1. In bedrijven met een vakbondsafvaardiging dient het opstellen en het wijzigen van een bedrijfsopleidingsplan in de onderneming paritair te worden goedgekeurd. Indien de partners er niet in slagen een paritair goedgekeurd opleidingsplan op te stellen, kunnen de betrokken partijen binnen deze bedrijven voor het opstellen van hun opleidingsplan beroep doen op de begeleiding van Vormelek.

Tenslotte kan bij niet akkoord op vlak van de onderneming het ontwerp van opleidingsplan, opgesteld door de werkgever samen met de bedenkingen van de vakbondsafgevaardigden overgemaakt worden aan Vormelek. § 2. Indien in ondernemingen zonder een vakbondsafvaardiging een bereidheid bestaat een opleidingsplan uit te werken, kunnen zij hiervoor beroep doen op begeleiding van Vormelek. § 3. Teneinde het vormingsaanbod van Vormelek beter op de sector af te stemmen : - dienen de bedrijfsopleidingsplannen aan Vormelek te worden overgemaakt; - zal een globale analyse gebeuren van de ingediende opleidingsplannen; - dienen door Vormelek bedrijfsbezoeken te worden uitgebouwd.

Technologische dienst- en adviesverlening

Art. 15.§ 1. De sociale partners engageren zich om de inspanningen inzake technologisch onderzoek in de sector, met het oog op het bevorderen, het opvolgen en het organiseren van alle vormen van technologische dienst- en adviesverlening te ondersteunen, meer bepaald inzake de volgende terreinen : technology assesment (onderzoek van de weerslag van nieuwe technologieën voor de werkgevers en arbeiders van de sector), milieu-technologie en de impact ervan op de sector en sectorlabelling en bedrijfscertificering op technologisch vlak. § 2. Bovendien dient de paritaire stuurgroep technologie dienst- en adviesverlening te worden geactiveerd. Deze stuurgroep dient de opdrachten te definiëren, te evalueren en verslag uit te brengen aan de raad van bestuur. De opdrachten zullen als dusdanig toegekend worden dat er een evenwichtige spreiding is over de regio's van het land. § 3. Via een aparte collectieve arbeidsovereenkomst inzake bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid wordt vanaf 1 januari 2004 een bijdrage van 0,05 pct. voor onbepaalde duur geïnd teneinde de financiering van de voorziene initiatieven inzake technologische dienst- en adviesverlening te verzekeren. HOOFDSTUK VI. - Arbeidstijd en flexibiliteit Modalisering

Art. 16.De ondernemingen kunnen in het geval van herstructurering of indien de arbeidsorganisatie kan versoepeld worden, via een collectieve arbeidsovereenkomst de tewerkstelling bevorderen door onder meer collectieve arbeidsduurvermindering toe te passen.

Ze kunnen hiervoor gebruik maken van de bestaande wettelijke en decretale aanmoedigingspremies en de omzetting van de loonsverhogingen.

Flexibiliteit

Art. 17.De collectieve arbeidsovereenkomst inzake de flexibiliteit van 10 juli 2001 wordt verlengd met ingang vanaf 1 januari 2003 tot 31 december 2004 en zal in die zin worden aangepast.

Zaterdagwerk

Art. 18.In toepassing van artikel 4 van de wet van 6 april 1960 betreffende de uitvoering van bouwwerken, wordt de zaterdag als werkdag beschouwd en gelden als grenzen voor het begin en het einde van de arbeidsdag 6 uur 's morgens en 20 uur 's avonds.

Deze regeling mag niet tot gevolg hebben dat de bestaande loon- en arbeidsvoorwaarden in de onderneming inzake zaterdagwerk wordt gewijzigd. HOOFDSTUK VII. - Loopbaanplanning Eindeloopbaan

Art. 19.§ 1. Het brugpensioen in de sector wordt onder dezelfde voorwaarden en binnen de wettelijke mogelijkheden verlengd vanaf 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2005.

In die zin zullen de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten inzake brugpensioen worden verlengd, met name de collectieve arbeidsovereenkomst inzake brugpensioen vanaf 58 jaar van 18 oktober 1999, de collectieve arbeidsovereenkomst inzake brugpensioen mannen van 18 oktober 1999 en de collectieve arbeidsovereenkomst inzake brugpensioen vrouwen van 18 oktober 1999. § 2. In toepassing van het interprofessioneel akkoord van 17 januari 2003 zal voor de duur van het akkoord 2003-2004 de bestaande brugpensioenregeling, die een brugpensioenleeftijd vastlegt op 56 jaar mits 33 jaar beroepsloopbaan en in functie van 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties, zoals bedoeld in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 van de Nationale Arbeidsraad, worden verlengd.

De collectieve arbeidsovereenkomst inzake brugpensioen ploegenarbeid van 3 oktober 2001 wordt verlengd vanaf 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 en zal in die zin worden aangepast. § 3. In toepassing van het interprofessioneel akkoord van 17 januari 2003 wordt het recht op halftijds brugpensioen vanaf 56 jaar, opgenomen in het nationaal akkoord 2001-2002 van 28 mei 2001, verlengd.

De collectieve arbeidsovereenkomst inzake halftijds brugpensioen van 3 oktober 2001 wordt verlengd vanaf 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 en zal in die zin worden aangepast. § 4. Voor de duur van het akkoord 2003-2004 worden de aanbevelingen brugpensioen - procedure voorzien in artikel 20, § 3 van het nationaal akkoord 2001-2002 verlengd : Op vlak van brugpensioen bevelen de partijen in het kader van de arbeidsherverdelende maatregelen op ondernemingsvlak volgende procedure aan : ten laatste twee maand voor het bereiken van de brugpensioenleeftijd nodigt de werkgever de betrokken arbeider uit tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Bij dit onderhoud kan de arbeider zich laten bijstaan door zijn vakbondsafgevaardigde. Bij dit onderhoud zullen zowel naar timing van het brugpensioen als naar opleiding van de vervanger van de bruggepensioneerde sluitende afspraken gemaakt worden. HOOFDSTUK VIII. - Sectoraal project 2003-2004 Gemengd paritair comité

Art. 20.Voor 31 december 2003 dient een werkgroep inzake een gemengd paritair comité te worden opgericht teneinde de mogelijkheden hieromtrent te onderzoeken. HOOFDSTUK IX. - Sociale vrede en duurtijd akkoord Sociale vrede

Art. 21.Onderhavig akkoord verzekert de sociale vrede in de sector tijdens heel de duur van het akkoord. Bijgevolg zal geen enkele eis van algemene of collectieve aard voorgelegd worden, noch op nationaal, noch op regionaal, noch op vlak van de individuele onderneming.

Duur

Art. 22.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde duur, gaande van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004, tenzij anders bepaald.

De artikels die van toepassing zijn voor onbepaalde duur kunnen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie en aan de ondertekenende organisaties.

De artikels die van toepassing zijn op het fonds voor bestaanszekerheid voor onbepaalde duur kunnen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van zes maanden, betekend per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie en aan de ondertekenende organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 Premies Vlaamse Gewest De ondertekenende partijen verklaren dat de arbeiders ressorterend onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie en die inzake domicilie en tewerkstelling voldoen aan de omschrijving van het Vlaamse Gewest gebruik kunnen maken van de aanmoedigingspremies van kracht in het Vlaamse Gewest namelijk : - zorgkrediet; - opleidingskrediet; - ondernemingen in moeilijkheden of herstructureringen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 Saldomechanismeloonverhoging 1 augustus 2004 De saldoberekening in functie van de loonsverhoging van 1 januari 2004, de reële index van 1 mei 2003 en de reële index van 1 januari 2004, zoals voorzien in artikel 3 van dit akkoord is gerelateerd aan de objectieve sociaal-economische toestand, zijnde enerzijds de moeilijke economische situatie en anderzijds de onzekerheid omtrent het inflatiepeil tijdens de periode van dit akkoord. Het principe van dergelijke saldoberekening zal niet automatisch toegepast worden in de toekomstige akkoorden in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage 3 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 Statuut van de vakbondsafvaardiging In artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst, inzake statuut van de vakbondsafvaardiging van 18 oktober 1999 (registratienummer 54451/CO/149.01), dient onder het begrip vakbondsafgevaardigde te worden begrepen zowel de effectieve als plaatsvervangende vakbondsafgevaardigde.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage 4 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 Ploegenpremie Artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst "Ploegenpremie" van 10 juli 2001 wordt als volgt verduidelijkt : er zijn minstens twee ploegen vereist, die ongeveer identiek samengesteld moeten zijn en die elkaar opvolgen in de loop van een dag, op dezelfde arbeidsplaats. De ploegen moeten elkaar zonder onderbreking opvolgen : ze mogen elkaar echter gedeeltelijk overlappen, maar in dat geval mag de overlapping niet langer duren dan de helft van de normale duur van een werkdag.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^