Koninklijk Besluit van 02 mei 2001
gepubliceerd op 19 september 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende reglementering van de handel in en van de keuring van pootaardappelen

bron
ministerie van middenstand en landbouw
numac
2001016219
pub.
19/09/2001
prom.
02/05/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

2 MEI 2001. - Koninklijk besluit houdende reglementering van de handel in en van de keuring van pootaardappelen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, laatst gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 houdende diverse bepalingen en betreffende de kwaliteit van de landbouwproducten;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, laatstelijk gewijzigd door het ministerieel besluit van 9 juli 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1994 houdende oprichting, organisatie en vastlegging van de personeelsformatie van het Ministerie van Middenstand en Landbouw;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 mei 2001 betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen;

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Europese Economische Gemeenschap van 25 maart 1957, bekrachtigd door de wet van 2 december 1957;

Gelet op de richtlijn 66/403/EEG van de Raad van 14 juni 1966, betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen;

Gelet op de richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 15 januari 1970, betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen;

Gelet op de richtlijn 98/95/EG van de Raad van 14 december 1998 houdende wijziging, in het kader van de consolidatie van de interne markt en ten aanzien van genetisch gemodificeerde plantenrassen en plantgenetische hulpbronnen, van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG, 70/457/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen en groentezaad, en betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen, inzonderheid artikel 4;

Gelet op de richtlijn 98/96/EG van de Raad van 14 december 1998 tot wijziging onder andere van de niet-officiële veldkeuringen op grond van de Richtlijnen 66/400/EG, 66/401/EEG, 66/402/EEG, 66/403/EEG, 69/208/EEG en 70/458/EEG betreffende het in de handel brengen van respectievelijk bietenzaad, zaaizaad van groenvoedergewassen, zaaigranen, pootaardappelen, zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en groentezaad en van de Richtlijn 70/457/EEG betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen, inzonderheid artikel 4;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de noodzaak om onverwijld maatregelen te nemen inzake de handel in en de keuring van pootaardappelen voortvloeit uit de verplichting zich binnen de voorgeschreven termijnen te schikken naar de bovengenoemde richtlijnen van de Europese Gemeenschap, waarvoor een met redenen omkleed advies werd uitgebracht;

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Middenstand, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. « De Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheid de landbouw behoort;2. « DG4 » : het Bestuur voor de Kwaliteit van de Grondstoffen en de Plantaardige sector van het Ministerie van Middenstand en Landbouw en in het bijzonder de Dienst Teeltmateriaal, certificeringsdienst, verantwoordelijk voor het nemen van officiële maatregelen.3. « Basispootgoed » : aardappelknollen : a) die zijn voortgebracht volgens de regels voor de stelselmatige instandhouding met betrekking tot het ras en de gezondheidstoestand;b) die vooral bestemd zijn voor voortbrenging van gecertificeerde pootaardappelen;c) die voldoen aan de in de bijlage I en II van dit besluit voor basispootgoed gestelde minimumvoorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld.4. « Gecertificeerd pootgoed » : aardappelknollen : a) die rechtstreeks afkomstig zijn van basispootgoed, van gecertificeerd pootgoed, of van pootgoed van een aan het basispootgoed voorafgaand stadium waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat het aan de voorwaarden voor basispootgoed voldoet;b) die vooral bestemd zijn voor de voortbrenging van andere aardappelen dan pootaardappelen;c) die voldoen aan de in bijlagen I en II van dit besluit voor gecertificeerd pootgoed gestelde minimumvoorwaarden, en d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld.5. « Officiële maatregelen » : maatregelen die uitgaan van of verricht worden : a) door de autoriteiten van een staat;b) door publiekrechtelijke of privaat rechtelijke rechtspersonen handelend onder de verantwoordelijkheid van een lidstaat;c) voor hulpwerkzaamheden, door beëdigde natuurlijke personen handelend onder het toezicht van een lidstaat, mits de personen genoemd onder b) en c), geen bijzonder voordeel ontlenen aan de resultaten van deze maatregelen.5. « In de handel brengen » : De verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van pootaardappelen aan derden met het oog op commercieel gebruik, tegen of zonder vergoeding. Onder « in de handel brengen » wordt niet verstaan de handel in pootaardappelen die niet is gericht op commercieel gebruik van het ras, zoals de volgende handelingen : - beschikbaarstellen van pootaardappelen aan officiële onderzoeks- en controle-instanties, - levering van pootaardappelen aan verleners van diensten voor verwerking of verpakking, voor zover de verlener van diensten geen rechten op de geleverde pootaardappelen verwerft.

Onder « in de handel brengen » wordt niet verstaan het leveren van pootgoed onder bepaalde voorwaarden aan verleners van diensten voor de productie van bepaalde landbouwgrondstoffen voor industriële doeleinden, of voor vermeerdering van pootgoed voor dat doel, voorzover de verlener van diensten geen rechten op het geleverde pootgoed verwerft.

De leverancier van het pootgoed verstrekt de certificeringsdienst een afschrift van de betrokken delen van het contract met de dienstverlener, en daarin wordt vermeld aan welke normen en voorwaarden het verstrekte pootgoed op dat moment voldoet. § 2. van deze bepalingen worden vastgesteld door de Minister overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie. De voorwaarden voor de uitvoering.

Art. 2.Dit besluit is niet van toepassing op pootgoed in doorvoer of bestemd voor uitvoer naar landen die geen lid zijn van de Europese Unie, voor zover de zendingen vergezeld zijn van bewijsstukken of, indien de producten zich in bereidingsplaatsen, magazijnen, opslagplaatsen en stapelhuizen bevinden, bij de producten een duidelijk zichtbaar bordje is geplaatst met de vermelding « waren bestemd voor de uitvoer naar andere landen dan deze van de E.U. », en de eigenaar of houder ervan door middel van afdoende stukken het bewijs van deze bestemming kan leveren.

Art. 3.Dit besluit doet geen afbreuk aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen en van zijn uitvoeringsbesluiten.

Art. 4.De pootaardappelen mogen enkel in de handel gebracht worden indien ze aan de volgende voorwaarden voldoen : 1. Officieel zijn goedgekeurd als « basispootgoed » of « gecertificeerd pootgoed » en voldoen aan de minimumvoorwaarden, gesteld in de bijlagen I en II van dit besluit. In de handel gebracht pootgoed dat niet meer voldoet aan de in bijlage II gestelde minimumvoorwaarden mag nochtans onder officieel toezicht gesorteerd worden. 2. Behoren tot een ras dat voorkomt op de rassenlijst vastgesteld door de Minister of op de Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouw- gewassen vastgesteld in toepassing van de richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970, betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen.3. Gekalibreerd zijn door middel van zeven met vierkante mazen overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van dit besluit.4. Een zodanige minimumdoorsnee hebben dat zij niet door een zeef met vierkante openingen van 25 mm kunnen.

Art. 5.Het maximumverschil in doorsnee tussen de knollen van een partij mag niet meer dan 25 mm bedragen. Voor de knollen van sorteringen die 35 mm overtreffen, worden de minimum- en maximumdoorsnee in veelvouden van vijf uitgedrukt.

Een partij mag niet meer dan 3 % in gewicht aan knollen met een kleinere doorsnee dan de minimumdoorsnee bevatten en ook niet meer dan 3 % in gewicht aan knollen met een grotere doorsnee dan de aangegeven maximumdoorsnee.

Art. 6.Bij het onderzoek van de knollen met het oog op de goedkeuring worden monsters officieel en volgens passende methoden genomen.

Art. 7.Het is verboden pootaardappelen in de handel te brengen indien zij zijn behandeld met kiemremmende middelen.

Art. 8.In afwijking van artikel 4, punt 1, zijn het basispootgoed en het gecertificeerd pootgoed, afkomstig uit de Lidstaten, onder voorbehoud van de overige bepalingen van artikel 4 en van deze van artikel 7 aan geen enkele beperking van het in de handel brengen onderworpen voor zover zij in het producerend land officieel werden goedgekeurd en voor zover de verpakking of de bak officieel of onder officieel toezicht van een aanduiding werd voorzien en gesloten, overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn 66/403/EEG van de Raad van 14 juni 1966, betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen.

Art. 9.Het is verboden aardappelpootgoed, dat geoogst werd in een land dat geen lid is van de Europese Unie, in de handel te brengen indien het niet dezelfde waarborgen biedt ten aanzien van de eigenschappen daarvan, alsmede ten aanzien van de toepassing van de maatregelen betreffende het onderzoek, de identiteit, de aanduiding en de controle, en indien het in dit opzicht niet gelijkwaardig is aan basispootgoed of gecertificeerd pootgoed dat in de Europese Unie is geoogst.

Dit verbod is eveneens van toepassing op iedere nieuwe lidstaat van de Europese Unie gedurende de periode vanaf zijn toetreding tot het tijdstip waarop hij de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moet doen treden, ten einde te voldoen aan de bepalingen van de richtlijn 66/403/EEG.

Art. 10.De Minister kan, na hiertoe gemachtigd te zijn door de instellingen van de Europese Unie, voor het in de handel brengen van pootaardappelen in het gehele Belgische grondgebied of in gedeelten ervan, strengere maatregelen treffen dan dewelke zijn vastgesteld in de bijlagen I en II, tegen schadelijke organismen die in de betrokken gebieden niet voorkomen of die voor de teelt in deze gebieden bijzonder nadelig kunnen zijn.

Bij onmiddellijk gevaar van binnendringen of uitbreiding van dergelijke schadelijke organismen kan hij vanaf het ogenblik waarop het verzoek werd gedaan tot het ogenblik waarop de Commissie hieromtrent definitief haar standpunt bepaalt, maatregelen treffen.

Art. 11.Basispootgoed en gecertificeerd pootgoed mogen slechts in de handel worden gebracht in voldoende homogene partijen en in verpakkingen of bakken die zijn gesloten en overeenkomstig de artikelen 12 en 13 voorzien van een sluitingssysteem en een aanduiding. De verpakkingen moeten nieuw zijn, de bakken moeten schoon zijn.

De Minister mag afwijkingen van lid 1 voorzien voor het in de handel brengen van kleine hoeveelheden ten behoeve van de laatste gebruiker voor wat betreft verpakking, sluitingssysteem en aanduiding.

Art. 12.§ 1. De verpakkingen en bakken van basispootgoed en gecertificeerd pootgoed zijn officieel of onder officieel toezicht zodanig gesloten dat zij niet kunnen worden geopend zonder dat het sluitingssysteem wordt beschadigd of het in artikel 13, § 1, bedoelde officiële etiket, de verpakking of de bak sporen van manipulatie vertoont.

Voor een goede sluiting moet ten minste het voormelde etiket in het sluitingssysteem zijn verwerkt ofwel moet op de sluiting een officieel zegel zijn aangebracht.

Deze maatregelen zijn echter niet noodzakelijk voor een sluitingssysteem dat niet opnieuw kan worden gebruikt en dat door de Minister als dusdanig is aanvaard. § 2. Een, eventueel herhaalde, nieuwe sluiting mag slechts officieel of onder officieel toezicht geschieden. In dat geval wordt op het in artikel 13, § 1, voorgeschreven etiket ook melding gemaakt van de laatste sluiting, van de datum daarvan en van de dienst die haar heeft verricht. § 3. De Minister kan afwijkingen van § 1 voorzien voor op het Belgische grondgebied gesloten kleine verpakkingen van gecertificeerd pootgoed overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie.

Art. 13.§ 1. De verpakkingen en bakken van basispootgoed en gecertificeerd pootgoed : 1. zijn aan de buitenkant voorzien van een nog niet gebruikt officieel etiket dat beantwoordt aan de vereisten van bijlage III en waarvan de gegevens opgesteld zijn in een van de officiële talen van de Europese Unie. De kleur van het etiket is wit voor basispootgoed en blauw voor gecertificeerd pootgoed. Indien het etiket van een oogje is voorzien, wordt voor de bevestiging van dat etiket steeds een officieel zegel gebruikt. Het gebruik van officiële gometiketten is toegestaan. 2. bevatten een officieel certificaat in de kleur van het etiket en met ten minste de in bijlage III, deel A, punten 3, 5 en 7, voor het etiket voorgeschreven gegevens.Het certificaat moet een zodanige vorm hebben dat het niet kan worden verward met een officieel etiket als bedoeld onder 1. Het certificaat is niet vereist wanneer de gegevens onuitwisbaar op de verpakking zijn aangebracht of wanneer overeenkomstig het bepaalde sub 1. een gometiket of een etiket van scheurvrij materiaal wordt gebruikt. § 2. De Minister kan afwijkingen van § 1 voorzien voor op het Belgische grondgebied gesloten kleine verpakkingen van gecertificeerd pootgoed overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie.

Art. 14.In geval van een chemische behandeling van het basispootgoed of van het gecertificeerd pootgoed, moet hiervan op het officiële etiket dan wel op een etiket van de leverancier alsmede op of in de verpakking melding zijn gemaakt.

Bovendien dient de naam van elke werkzame stof van het of de gebruikte product(en) vermeld te worden op een door de leverancier aangebracht aanvullend etiket.

Het is verboden pootgoed in de handel te brengen dat scheikundig werd behandeld met een product dat hiertoe niet werd erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 februari 1994. Voor pootgoed dat reeds scheikundig behandeld wordt ingevoerd, volstaat evenwel dat de werkzame stoffen werden toegelaten overeenkomstig de voormelde reglementering.

Art. 15.Voor pootaardappelen van een ras dat genetisch is gemodificeerd, moet op elk officieel dan wel ander etiket of document dat krachtens het bepaalde in dit besluit op de partij aardappelen is aangebracht of deze partij vergezelt, duidelijk zijn vermeld dat het ras genetisch is gemodificeerd.

Art. 16.§ 1. De Minister kan de categorieën pootaardappelen, genoemd in artikel 1 van dit besluit, indelen in klassen, waarvoor verschillende eisen gelden. § 2. De Minister kan om gegronde economische redenen, wat de inlandse productie betreft, voor de goedkeuring van basispootgoed en gecertificeerd pootgoed aanvullende of strengere voorwaarden stellen dan die opgenomen in de bijlagen I en II.

Art. 17.§ 1. De Minister kan voorschrijven dat pootaardappelen en andere aardappelen om fytosanitaire redenen in alle productiestadia gescheiden moeten worden gehouden. § 2. De in § 1 bedoelde eis kan maatregelen omvatten om : - de teelt van pootaardappelen en die van andere aardappelen gescheiden te houden, - pootaardappelen en andere aardappelen apart te sorteren, op te slaan, te vervoeren, en te behandelen.

Art. 18.§ 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4, § 1, kan de Minister toestemming verlenen voor het in de handel brengen van : a) kleine hoeveelheden pootaardappelen voor wetenschappelijke of kweekdoeleinden;b) passende hoeveelheden pootaardappelen voor onderzoeks- of beproevingsdoeleinden, voor zover het gaat om pootaardappelen van een ras waarvoor een aanvraag tot opneming op de gemeenschappelijke rassenlijst in België is ingediend. In het geval van genetisch gemodificeerd materiaal mag daarvoor alleen toestemming worden verleend als alle passende maatregelen zijn genomen ter voorkoming van negatieve effecten voor de volksgezondheid en het milieu. Voor de milieurisicobeoordeling die in dit verband uitgevoerd moet worden, is artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 20 mei 2001 betreffende de nationale rassencatalogus voor landbouwgewassen van overeenkomstige toepassing.

De doeleinden waarvoor de bedoelde toestemming wordt verleend, de voorschriften voor de etikettering van de verpakkingen alsmede de hoeveelheden waarvoor en de voorwaarden waaronder deze toestemming wordt verleend, worden vastgesteld door de Minister overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie.

Art. 19.In afwijking van de bepalingen van artikel 4, § 1, mag teeltmateriaal van generaties die aan het basispootgoed voorafgaan, in de handel worden gebracht : 1. indien het materiaal geteeld is in overeenstemming met de aanvaarde praktijken voor het behoud van het ras en van de gezondheid;2. indien het materiaal hoofdzakelijk bestemd is voor de teelt van basispootgoed;3. indien het materiaal voldoet aan de door de Minister, mits hiertoe gemachtigd door de Commissie, vastgestelde minimumvoowaarden;4. indien het materiaal blijkens een officieel onderzoek aan de onder punt 3 bedoelde minimumvoorwaarden voldoet;5. indien het wordt aangeboden in verpakkingen of bakken die overeenstemmen met de bepalingen van dit besluit, en 6.indien deze verpakkingen of bakken zijn voorzien van een officieel etiket, waarop ten minste de volgende gegevens voorkomen : - keuringsdienst en lidstaat of hun desbetreffend kenteken; - telernummer of partijnummer; - maand en jaar van de sluiting; - de soort, aangegeven met ten minste, in Latijns schrift, de botanische benaming, eventueel in verkorte vorm en zonder de namen van de auteurs, dan wel de gewone benaming, of beide, - ras, ten minste vermeld in Latijns schrift; - aanduiding « prebasispootgoed ».

Het etiket is wit van kleur en heeft een diagonaal lopende paarse streep.

Art. 20.DG4 is belast met de uitvoering van de controle op de productie van het inlands pootgoed. Deze controle omvat : - het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de aanvragen tot keuring van teelten bestemd voor de productie van pootgoed; - de keuring van het gewas op het veld; - het toezicht op de geoogste producten bij het vervoer, de inontvangstname, het opslaan, het bereiden en het conditioneren; - het onderzoek in laboratoria; - het toezicht op het verrichten van de officiële sluitingen en het aanbrengen van officiële etiketten en certificaten overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 11, 12, 13, 14, 15 en 19.

De keuring schept voor de DG4 geen enkele specifieke verantwoordelijkheid waarop een eis tot schadevergoeding zou kunnen gegrond worden.

Art. 21.In het keuringsreglement bedoeld in artikel 22 zijn opgenomen : - De modaliteiten en bepalingen met betrekking tot de controle bedoeld in artikel 20; - de voorwaarden waaraan de natuurlijke of rechtspersonen moeten voldoen om gerechtigd te zijn, een aanvraag tot keuring in te dienen voor teelten bestemd voor de productie van pootgoed en de geoogste producten te onderwerpen aan de controles bedoeld in artikel 20.

Deze personen worden door DG4 erkend wanneer uit een onderzoek blijkt dat deze voorwaarden zijn vervuld.

Art. 22.Op voorstel van « DG4 » stelt de Minister een keuringsreglement voor de productie van pootaardappelen vast.

Art. 23.Ten einde tijdelijke moeilijkheden op te heffen die zich voordoen bij de algemene voorziening met basispootgoed of gecertificeerd pootgoed, en die niet op een andere manier kunnen worden overwonnen, kan de Minister, mits hiertoe gemachtigd te zijn door de Europese Commissie, voor een vastgestelde periode de voor het oplossen van de voorzieningsmoeilijkheden nodige hoeveelheden pootgoed van een categorie waaraan minder strenge eisen zijn gesteld, of pootgoed van rassen die noch in de « Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen » noch in de nationale rassencatalogus voorkomen, tot de handel toelaten.

Wanneer het een categorie pootgoed van een bepaald ras betreft, is het officiële etiket het etiket dat voor de overeenkomstige categorie is vastgesteld, in het geval van pootgoed van rassen die niet op bovengenoemde lijsten voor komen, is het officiële etiket bruin van kleur. In elk geval wordt op het etiket vermeld dat het pootgoed betreft dat tot een categorie behoort waaraan minder strenge eisen zijn gesteld.

Art. 24.§ 1. De Minister ziet erop toe dat bij het in de handel brengen van pootgoed ten minste steekproefsgewijs officiële controles worden verricht om na te gaan of het voldoet aan de eisen en voorwaarden van dit besluit. § 2. Onverminderd het vrije verkeer van pootgoed binnen de Gemeenschap neemt de Minister de nodige maatregelen opdat hij bij het in de handel brengen van uit derde landen ingevoerde hoeveelheden pootgoed van meer dan 2 kg van de volgende gegevens in kennis wordt gesteld : 1) soort, 2) ras, 3) categorie, 4) producerend land en officiële keuringsdienst, 5) land van verzending, 6) importeur, 7) hoeveelheid pootgoed.

Art. 25.§ 1. Om rekening te houden met de ontwikkelingen op de volgende gebieden, en volgens de beslissingen van de instellingen van de Europese Unie, kan de Minister specifieke voorwaarden vaststellen : a) waaronder chemisch behandeld pootgoed in de handel mag worden gebracht;b) waaronder pootgoed in de handel mag worden gebracht in verband met de instandhouding in situ en het duurzaam gebruik van plantaardige genetische hulpbronnen die worden geassocieerd met specifieke natuurlijke en semi-natuurlijke habitats en bedreigd worden door genetische erosie;c) waaronder voor de biologische teelt geschikt pootgoed in de handel mag worden gebracht. § 2. De in § 1 bedoelde specifieke voorwaarden omvatten met name de volgende punten : i) in het onder b) bedoelde geval is het pootgoed van deze soorten van een bekende herkomst die is erkend door de Minister; ii) in het onder b) bedoelde geval passende kwantitatieve beperkingen.

Art. 26.Indien de Europese Unie besluit onder nader bepaalde voorwaarden tijdelijke experimenten op communautair niveau te organiseren om betere alternatieven te vinden voor sommige bepalingen van dit besluit, met uitzondering van beginselen die betrekking hebben op fytosanitaire aangelegenheden, kan de Minister, in het kader van dit experiment, vrijstellingen geven van bepaalde verplichtingen die in dit besluit zijn vastgesteld. In deze vrijstelling wordt aangegeven op welke bepalingen zij betrekking heeft. De duur van een experiment mag niet meer bedragen dan zeven jaar.

Art. 27.De facturen, contracten, catalogi, omzendbrieven, prospectussen, prijslijsten, offerten voor verkoop en andere gelijkaardige documenten moeten de vermeldingen dragen welke zijn voorgeschreven in bijlage III, deel A, punten 2, 5, 6, 7 en 8.

Echter, in afwijking van het vorig lid, is de aanduiding op de facturen, van de keuringsdienst en de lidstaat van de E.U., niet verplicht.

Art. 28.De bereiders, invoerders en verkopers moeten de aankoopfactuur, een afschrift van de verkoopfactuur en de vervoersdocumenten ge- durende drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat op hun datum volgt, bewaren ten einde ze zonder verplaatsing aan de beambten, belast met het toezicht over de toepassing van dit besluit, op hun verzoek voor te leggen.

Art. 29.Overtreding van de bepalingen van dit besluit wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt.

Art. 30.Op pootaardappelen vinden niet langer toepassing : - het koninklijk besluit van 23 augustus 1935 houdende reglementering van de handel in zaaizaden, allerhande pootgoed, meststoffen en veevoeder; - het ministerieel besluit van 23 augustus 1935 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 23 augustus 1935 houdende reglementering van de handel in zaaizaden, allerhande pootgoed, meststoffen en veevoeder; - het koninklijk besluit van 25 maart 1952 tot inrichting van de keuring van zaaizaad en pootgoed voor land- en tuinbouw.

Art. 31.Het koninklijk besluit van 16 juli 1981 houdende reglementering van de handel in pootaardappelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 oktober 1990 en 4 maart 1998, wordt opgeheven.

Art. 32.Dit besluit treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgische Staatsblad.

Art. 33.Onze Minister van Landbouw en Middenstand wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 mei 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

Bijlage I Minimumvoorwaarden waaraan pootaardappelen moeten voldoen 1. Basispootgoed moet aan de volgende voorwaarden voldoen : a) Het aantal planten dat door zwartbenigheid is aangetast, mag bij een officiële veldkeuring niet meer bedragen dan 2 %;b) In de directe nateelt mag het aantal niet rasechte planten niet meer dan 0,25 % bedragen, niet meer dan 0,l % daarvan mag van andere rassen zijn;c) In de directe nateelt mag het aantal planten met symptomen van zware of lichte virusziekten niet meer bedragen dan 4 %.2. Gecertificeerd pootgoed moet aan de volgende voorwaarden voldoen : a) Het aantal planten dat door zwartbenigheid is aangetast, mag bij een officiële veldkeuring niet meer bedragen dan 4 %;b) In de directe nateelt mag het aantal niet rasechte planten niet meer bedragen dan 0,5 %, niet meer dan 0,2 % daarvan mag van andere rassen zijn;c) In de directe nateelt mag het aantal planten met symptomen van zware virusziekten niet meer bedragen dan 10 %.Buiten beschouwing blijft lichte mozaïek, dat wil zeggen als slechts lichte verkleuringen zonder misvormingen van de bladeren te constateren zijn. 3. Bij de beoordeling van de nateelt van een ras dat chronisch door een virusziekte is aangetast, worden de door dit virus veroorzaakte lichte symptomen niet in aanmerking genomen.4. De onder 1, sub c, 2, sub c, en 3 omschreven toleranties gelden slechts voor virusziekten die door virussen worden veroorzaakt die in Europa zijn verbreid.5. Het vermeerderingsperceel is vrij van alle schadelijke organismen vermeld in het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen en in zijn uitvoeringsbesluiten. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen.

ALBERT Van Koningswege : De Minster van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

Bijlage II Minimumvoorwaarden inzake de kwaliteit van partijen pootaardappelen A. Toleranties voor de volgende onzuiverheden, gebreken en ziekten van pootaardappelen : 1. Aanklevende grond en andere vreemde bestanddelen : 2 % van het gewicht.2. Droog en nat rot, voor zover niet veroorzaakt door synchytrium endobioticum, corynebacterium sepedonicum of ralstonia solanacearum : 1 % van het gewicht.3. Uitwendige gebreken (bv.misvormde of beschadigde knollen) : 3 % van het gewicht. 4. Aardappelschurft : knollen waarvan de opper-vlakte voor meer dan één derde aangetast is : 5 % van het gewicht. Totale tolerantie voor 2 tot en met 4 : 6 % van het gewicht.

B. Het pootgoed moet vrij zijn van alle schadelijke organismen vermeld in het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen en in zijn uitvoeringsbesluiten.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

Bijlage III Etiket A. Te vermelden gegevens : 1. « E.U.- systeem ». 2. Keuringsdienst en lidstaat of desbetreffend kenteken.3. Telernummer of partijnummer.4. Maand en jaar van de sluiting.5. Ras, ten minste vermeld in Latijns schrift.6. Teeltland.7. Categorie en eventueel klasse.8. Sortering.9. Opgegeven nettogewicht. B. Minimumafmetingen : 110 mm x 67 mm.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 2 mei 2001 houdende reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^