Koninklijk Besluit van 02 oktober 2003
gepubliceerd op 02 februari 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Kas bij de openbare instellingen van sociale zeke

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2003022999
pub.
02/02/2004
prom.
02/10/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

2 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Kas bij de openbare instellingen van sociale zekerheid


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit waarvan wij de eer hebben aan uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft als hoofddoel een aantal bepalingen uit te voeren van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, voert in de sociale zekerheid het concept van bestuursovereenkomsten invoert.

Sinds de jaren '80 is de responsabilisering van de actoren van de sociale zekerheid een belangrijke politieke bekommernis. Het gaat om het bewaren van de verworvenheden van de sociale zekerheid, terwijl een duurzame financiering verzekerd blijft. Een nieuwe stap werd gezet in 2002 met de inwerkingtreding van de eerste bestuursovereenkomsten, gesloten tussen de Belgische Staat en de sociale parastatalen. De doelstelling is de sociale zekerheid uit te rusten met een nieuw werkkader, dat dankzij een responsabilisering van het administratief beheer zal toelaten de doeltreffendheid van de aangeboden diensten te verhogen.

Algemene beginselen van de bestuurovereenkomsten.

In het verslag aan de Koning van het voornoemde besluit van 3 april 1997 wordt een bestuursovereenkomst bepaald als zijnde « een contract tussen het orgaan dat delegeert (de Staat) en het orgaan dat de taak uitvoert (de instelling van sociale zekerheid : het beheerscomité en persoon belast met het dagelijks bestuur), waarbij deze laatste een bepaalde output (d.i. dienstverlening) moet leveren en daartoe over voldoende ruimte beschikt in de inrichting van de interne organisatie en in de aanwending van het hem toegemeten budget ». Er wordt ook gepreciseerd dat « de bestuursovereenkomsten met instellingen van sociale zekerheid enkel betrekking hebben op het beheer van de instellingen en niet op de inhoud van de sociale programma's. De algemene veranderingen t.o.v. de vroegere bestuurlijke situatie behelzen hierbij : - uitdrukkelijk omschrijven van producten en diensten (output); - daaraan gekoppeld toekennen van middelen (input); - toekennen van grotere bevoegdheden inzake het gebruik van middelen; - afspraken over bewaking van voortgang en verantwoording; - één en ander vastgelegd in expliciete contracten.

De belangrijkste voordelen van dit soort overeenkomst zijn : een efficiëntere bedrijfsvoering door de instelling, een grotere mate van kostenbewustheid, met als gevolg besparingen, een betere arbeidsvoldoening en snellere besluitvormingsprocedures ».

De politieke overheid blijft dus bevoegd voor het bepalen van het sociaal beleid, met eerbiediging van de overlegprocedures met de sociale partners en om opdrachten toe te kennen aan de parastatale instellingen. Zodra deze opdrachten bepaald, worden deze instellingen verantwoordelijk gehouden voor hun uitvoering en de graad van doeltreffendheid van deze uitvoering in het kader van de bestuursautonomie die hen zal worden toegekend. Het doel van de bestuursovereenkomsten is de openbare instellingen van sociale zekerheid te responsabiliseren inzake administratieve efficiëntie.

De relatie van toezicht die heden bestaat tussen een Minister en een instelling zal worden vervangen door een contractuele relatie die ieders verplichtingen bepaalt. Dit betekent concreet dat de bestuursovereenkomst de opdrachten van de instelling bepaalt, de doelstellingen inzake administratieve efficiëntie vaststelt, evenals een beheersbegroting die haar in staat moet stellen deze doelstellingen te bereiken. Bovendien zorgt een nieuw wettelijk en reglementair kader ervoor dat de instelling over een grotere autonomie beschikt inzake begroting en personeel.

De bestuursovereenkomst regelt de volgende aangelegenheden (artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997) : « 1° de taken die de instelling op zich neemt ter vervulling van de opdrachten die haar door of krachtens de wet, of bij Regeringsbeslissing zijn toevertrouwd; 2° de gekwantificeerde doelstellingen inzake efficiëntie en kwaliteit met betrekking tot deze taken;3° in de mate dat de instellingen rechtstreeks contact hebben met het publiek, de gedragsregels ten aanzien van het publiek;4° de methodes voor het meten en het opvolgen van de mate waarin de doelstellingen en gedragsregels worden nageleefd;5° de berekeningswijze en de vaststelling van de beheerskredieten die voor de uitvoering van deze taken ter beschikking worden gesteld;6° de berekeningswijze en de vaststelling van het maximaal bedrag aan personeelskredieten dat betrekking heeft op statutaire ambtenaren;7° binnen het kader bepaald door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit, de positieve sancties voor de instelling bij naleving van de verbintenissen uit de bestuursovereenkomst;8° binnen het kader bepaald door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit, de oplossende maatregelen of sancties bij niet-naleving door één der partijen van haar verbintenissen uit hoofde van de bestuursovereenkomst. § 2, 7° en 8° treden in werking op een door de Koning te bepalen datum. » De eerste bestuursovereenkomsten zullen voor een duur van drie jaar worden afgesloten.

De graad van verwezenlijking van de doelstellingen zal worden bepaald op basis van indicatoren die periodiek zullen gemeten worden en die opgenomen zullen worden in de boordtabellen. Hiernaast zullen de openbare instellingen van sociale zekerheid een bestuursplan opmaken waarin de wijze wordt uiteengezet waarop de toegekende taken zullen worden uitgevoerd met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen die zijn bepaald in de bestuursovereenkomst.

De begroting van de openbare instellingen van sociale zekerheid die een overeenkomst hebben afgesloten zal bestaan uit twee delen : - een opdrachtenbegroting, die de ontvangsten en de uitgaven bevat betreffende de wettelijke opdrachten van de instelling; - een beheersbegroting, die de ontvangsten en de uitgaven bevat betreffende het beheer van de instelling.

In de beheersbegroting wordt een onderscheid gemaakt tussen : - de personeelsuitgaven; - de werkingsuitgaven; - de investeringsuitgaven.

De beheersbegroting kan slechts limitatieve kredieten bevatten, met uitzondering van de kredieten betreffende belastingen, verschuldigde bijdragen krachtens fiscale bepalingen of uitgaven ingevolge gerechtelijke procedures of beslissingen. Het beheersorgaan kan echter beslissen kredieten in de beheersbegroting van eenzelfde boekjaar over te dragen mits het gunstig advies van de regeringscommissaris die de Minister van Begroting vertegenwoordigt.

De kredieten die voorzien zijn voor de investeringsuitgaven of voor de met het investeringprogramma verbonden werkingsuitgaven, die niet tijdens het begrotingsjaar zullen opgebruikt zijn, zullen opnieuw worden ingeschreven in de beheersbegroting van het volgende begrotingsjaar, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van het investeringsprogramma. De opdrachtenbegroting, daarentegen, zal niet-limitatieve kredieten mogen bevatten.

Inzake personeel zal het beheersorgaan zelfstandig het organieke kader mogen vaststellen. Hierin zal het geheel worden beschreven van de betrekkingen die bekleed worden of bekleed kunnen worden door het statutair of het contractueel personeel. Een verhouding zal worden vastgesteld tussen het organieke kader en het functionele organigram van de instelling, wat zodoende de basis vormt voor een echt beleid inzake personeel.

De controle zal zoals daarvoor worden uitgeoefend door middel van twee regeringscommissarissen : een die de toezichthoudende minister vertegenwoordigt en een ander die de Minister van Begroting vertegenwoordigt. De rol van deze commissarissen is echter belangrijker geworden : « Ze moeten voornamelijk gezien worden als de vertegenwoordigers van een andere partij in een contractuele relatie, waarbij beide partijen gezamenlijk streven naar het bereiken van de vooropgestelde doelstellingen op de meest efficiënte manier. Dit impliceert een grotere betrokkenheid van de regeringscommissarissen bij de werking van de instelling en het opnemen, door deze laatsten, van een aantal verantwoordelijkheden inzake het tijdig aangeven van risico's tot niet-naleving van de bestuursovereenkomst » (commentaar bij de artikelen van het koninklijk besluit van 3 april 1997).

Jaarlijks zal er een overleg moeten plaatsvinden tussen de regeringscommissarissen, het beheersorgaan en de administrateur-generaal van de instelling, ten einde de goede uitvoering van de bestuursovereenkomst te evalueren.

De bestuursovereenkomst van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen Een bilaterale vergadering werd met de H.Z.I.V. (Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering) gehouden op 28 november 2002 op het Kabinet van de Minister van Begroting.

De budgettaire benadering van deze tweede reeks bestuursovereenkomsten is qua methodologie volkomen identiek aan de benadering die werd gevolgd bij de instellingen waarvoor reeds een bestuursovereenkomst werd afgesloten.

In het kader van de met de H.Z.I.V. af te sluiten bestuursovereenkomst voor de periode 2003-2004, worden de beheerskredieten voor het dienstjaar 2003 vastgesteld op 18.853.536,20 euro. De aandacht wordt erop gevestigd dat 628.954,72 euro wordt voorzien voor de aanwerving van tien adjunct-adviseurs plus twee informatici, ten behoeve van de nieuwe werkzaamheden voor de maximumfactuur (MAF), de multifunctionele aangifte (DMFA), CARENET, de vernieuwing van de SIS-kaart en het Kenniscentrum.

I. ALGEMENE BEPALINGEN De H.Z.I.V. is een openbare instelling van sociale zekerheid waarvan de doelstelling op het vlak van dienstverlening erin bestaat ervoor te zorgen dat elk individu zijn recht op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering kan laten gelden, los van enige andere dan de wettelijke verplichtingen, met name van financiële, ideologische, medische en socio-economische aard.

In het kader van haar opdracht als openbare dienst en met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, oefent de H.Z.I.V. vier basisopdrachten uit. Zij biedt haar leden namelijk : - een tegemoetkoming in de kosten van medische verstrekkingen in België; - de garantie van verzekeringstegemoetkoming in de kosten van medische verstrekkingen in de lidstaten van de Europese Economische Ruimte of in een land waarmee België een bilateraal verdrag heeft gesloten; - een uitkering ter compensatie van loonverlies als gevolg van moederschap, ziekte of invaliditeit; - een uitkering voor begrafeniskosten aan de persoon die de begrafeniskosten heeft betaald.

Sedert 1 januari 1996 (koninklijk besluit van 28 maart 1995) staat de H.Z.I.V. bovendien in voor de verdediging van haar leden in bepaalde zaken bedoeld in artikel 39, § 1, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.

Al deze taken omvatten opdrachten : - van financiële aard : vergoeding van de verstrekkingen voor geneeskundige verzorging in België (aan de leden en aan de instellingen, verstrekkers in het kader van de regeling van de betalende derde), betaling van de tegemoetkoming van de verzekering in de kosten voor geneeskundige verzorging in het kader van de internationale verdragen, storting van uitkeringen, inning van persoonlijke bijdragen, terugvordering van de onverschuldigde bedragen; - van technische aard : vaststelling van de verzekerbaarheid en uitreiken van de SIS-kaarten, tarifering van de verstrekkingen inzake geneeskundige verzorging, vaststelling van de uitkeringen, erkenning van arbeidsongeschiktheid door de adviserend geneesheer, verlenen van de goedkeuring door de adviserend geneesheer voor de vergoeding van bepaalde verstrekkingen inzake geneeskundige verzorging; - van sociale aard : verdediging van haar verzekerden, begeleiding van haar leden in het kader van het Handvest van Sociaal Verzekerde en van de aanvragen om tegemoetkoming door het Bijzonder Solidariteitsfonds; - van informatieve aard : doorsturen van statistieken en diverse overzichtsstaten naar het R.I.Z.I.V., opmaken van een jaarverslag; - van medebestuur : vertegenwoordiging van de H.Z.I.V. in diverse organen van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (commissies en raden van het R.I.Z.I.V.).

Wat de verbintenissen van de H.Z.I.V. ten opzichte van de Staat betreft, wordt voorrang verleend aan twee krachtlijnen.

Tijdens het verloop van de bestuursovereenkomst zal de nadruk worden gelegd op de optimalisering van de dienstverlening aan de leden. De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om bij de uitvoering van haar taken en opdrachten, van de dienstverlening aan de leden een prioritaire strategische krachtlijn te maken. De artikels waarin gewag wordt gemaakt van na te leven termijnen, van een grotere disponibiliteit vanwege het personeel, van een meer geautomatiseerde verwerking van bepaalde gegevens, moeten worden gelezen met dit perspectief als achtergrond.

De tweede krachtlijn zal bestaan uit doelstellingen die voortvloeien uit de doelstellingen die het R.I.Z.I.V. in zijn bestuursovereenkomst heeft geformuleerd. Door haar statuut van verzekeringsinstelling vormt de H.Z.I.V. de verbinding tussen haar verzekerden en het R.I.Z.I.V. Om de verbintenissen van het R.I.Z.I.V. te kunnen verwezenlijken, is op verschillende niveaus de medewerking van de verzekeringsinstellingen vereist.

II. DOELSTELLINGEN VAN DE H.I.Z.I.V. Doelstellingen van financiële aard a) Betaling van de kosten van geneeskundige verzorging De H.Z.I.V. vergoedt de kosten van geneeskundige verzorging aan de leden, op voorlegging van getuigschriften van verstrekte hulp, hetzij aan het loket, op permanentie of per post. Volgens de gewestelijke diensten gebeuren deze vergoedingen contant of via een overschrijving op een bank- of postrekening.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe te zorgen voor een snelle en correcte betaling van de kosten van geneeskundige verzorging aan de verzekerden, d.w.z. binnen 5 werkdagen (in 2005), voor zover alle vereiste reglementaire bepalingen vervuld zijn. De procedure voor de verwerking van de getuigschriften zal worden verbeterd door de frequentie van de betalingen te verhogen en de verzending van de getuigschriften over de post te standaardiseren.

Bovendien verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe een instrument te ontwikkelen om de mogelijke oorzaken van een onjuiste betaling op te sporen en een complete analyse van de toestand te verschaffen. De permanenties zullen geleidelijk aan worden geïnformatiseerd en er zal worden gezorgd voor een permanente vorming van het personeel. b) Betaling van de uitkeringen wegens primaire ongeschiktheid De uitkering wegens primaire ongeschiktheid moet voor het eerst worden betaald binnen dertig dagen na het begin van de ongeschiktheid. Alvorens de verzekerde te kunnen vergoeden, moet de H.Z.I.V. kunnen beschikken over verschillende documenten.

De H.Z.I.V. wenst de huidige termijnen van betaling van de eerste uitkering wegens primaire arbeidsongeschiktheid geleidelijk aan te verminderen. Zo verbindt zij zich ertoe : - de werkprocedure in de verschillende gewestelijke diensten te standaardiseren; - de informatisering van de uitkeringen voort te zetten; - een actieve houding aan te nemen bij de samenstelling van een volledig dossier aan de hand waarvan de verzekerde kan worden vergoed; - de frequentie van de eerste betalingen wegens primaire arbeidsongeschiktheid te verhogen, om de termijn in te korten die verloopt tussen het ogenblik waarop de documenten die nodig zijn voor de betaling beschikbaar zijn en het ogenblik waarop de betaling wordt uitgevoerd. 2. Doelstellingen van technische aard a) Bijwerking van de SIS-kaart Wanneer de rechten van de sociaal verzekerde in verband met de verzekering voor geneeskundige verzorging een wijziging ondergaan, moet zijn SIS-kaart worden bijgewerkt.Binnen een termijn van 14 dagen moet de H.Z.I.V. de sociaal verzekerde erover inlichten dat hij zijn SIS-kaart moet laten bijwerken.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de SIS-kaart de toestand weerspiegelt waarin de verzekerde zich bevindt in verband met de verzekerbaarheid en met andere gegevens, zodat hij met name een hogere tegemoetkoming kan krijgen of gespaard kan blijven van de terugbetaling van ten onrechte geïnde bedragen. Dit zal gebeuren met respect voor de wettelijke termijn en procedure voor de bijwerking van de SIS-kaarten. b) Erkenning van de arbeidsongeschiktheid De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe dat de adviserend geneesheer de volledige medische getuigschriften erkent binnen de wettelijke termijnen. Maatregelen zullen worden genomen om te pogen het percentage van onvolledige medische getuigschriften dat zij ontvangt, te verminderen door sensibilisatie van de verzekerden. 3. Doelstellingen van sociale aard a) Gezondheidsbevordering Op voorstel van het Rekenhof (1996) verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe een cel « Gezondheidsbemiddeling » op te richten, bestaande uit een studie- en documentatiedienst « gezondheidsbevordering » en een cel « sociaal beleid ». b) Verdediging van de leden en ombudsdienst Terzake verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om de snelle opvolging van aanvragen om informatie en klachten te waarborgen en om een dienst te organiseren waar de ontevreden verzekerden terecht kunnen teneinde een bemiddeling te bekomen, met respect voor de bestaande wettelijke en reglementaire procedures. De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe de klachten zorgvuldig en binnen een redelijke termijn te behandelen. Het betreft zowel klachten van leden en zorgverleners tegen de H.Z.I.V. als klachten van leden tegen zorgverleners.

Indien een klacht tegen een zorgverlener niet binnen een bepaalde termijn kan worden opgelost door toedoen van de ombudsdienst, zal het dossier worden doorgestuurd naar de dienst « Geschillen », die een rechtsvordering tegen de zorgverlener kan overwegen, binnen de grenzen van de wettelijke mogelijkheden en voorwaarden.

III. DOELSTELLINGEN IN VERBAND MET DE VERBINTENISSEN VAN HET R.I.Z.I.V. 1. Levering van statistische gegevens a) Anonieme ziekenhuisverblijven In zijn bestuursovereenkomst verbindt het R.I.Z.I.V. zich ertoe de kwaliteit en de termijnen voor het ter beschikking stellen van de statistische gegevens per « Anoniem Ziekenhuisverblijf » te verbeteren en deze gegevens beter te benutten. Wat de verzekeringsinstellingen betreft, heeft het R.I.Z.I.V. talrijke problemen vastgesteld in verband met de leveringstermijnen van de magneetbanden en de kwaliteit van de geleverde bestanden.

Van haar kant verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om : - de door het R.I.Z.I.V. vastgestelde termijnen voor het leveren van haar gegevens in acht te nemen; - oplossingen te vinden voor de problemen van volledigheid en kwaliteit van de gegevens, waarop wordt gewezen in de rapporten van het R.I.Z.I.V. over de geleverde gegevens; rekening te houden met de mogelijkheid om snel en automatisch gegevens op te vragen bij de invoering van nieuwe procedures. - rekening te houden met de mogelijkheid om snel en automatisch gegevens op te vragen bij de invoering van nieuwe procedures. b) Farmanet In zijn bestuursovereenkomst verbindt het R.I.Z.I.V. zich ertoe de gegevens van Farmanet beter te benutten en te verspreiden. Om de termijnen voor overdracht van de gegevens te verkorten en de kwaliteit ervan te verbeteren, zal het Instituut tussenkomen bij de verzekeringsinstellingen en de tariferingsdiensten.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : - de termijnen voor de overdracht van de gegevens inzake Farmanet naar het R.I.Z.I.V. te verkorten; - de kwaliteit van de geleverde gegevens inzake Farmanet te verbeteren; - de optimale termijnen vast te leggen en de procedure die moet worden ingevoerd op grond van de desiderata die door het R.I.Z.I.V. en het N.I.C. worden geformuleerd. c) Gegevens betreffende de verzekerbaarheid De verzekeringsinstellingen zijn verplicht om twee maal per jaar de gegevens betreffende het ledenbestand elektronisch door te sturen naar de Dienst voor administratieve controle van het R.I.Z.I.V. Wat deze instellingen betreft, verbindt het Instituut zich ertoe een rapport op te maken met een beschrijving van de verrichte studies, de vastgestelde anomalieën en de kritieke toestanden die gerichte controles in de ziekenfondsen vereisen.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : - de termijnen voor levering van de gegevens in acht te nemen; - de kwaliteit van de opgestuurde staten te verbeteren; - de inspecteurs van het R.I.Z.I.V. de toegankelijkheid te garanderen van de databank betreffende de verzekerbaarheid die bij de H.Z.I.V. bestaat. d) Statistische en boekhoudkundige gegevens In de loop van zijn bestuursovereenkomst wenst het R.I.Z.I.V. de potentiële mogelijkheden van het statistisch en boekhoudkundig apparaat te versterken, vooral wat betreft de opvolging van de uitgaven. In zijn analyse van de huidige situatie heeft het R.I.Z.I.V. vastgesteld dat de kwaliteit van deze gegevens en de termijnen voor de levering ervan door de verzekeringsinstellingen, aan een kritische analyse moesten worden onderworpen.

Omwille van deze vaststelling verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe : - maatregelen te treffen tot verbetering van de kwaliteit en de termijnen voor het ter beschikking stellen van de geleverde gegevens; - een nieuwe interne procedure vast te leggen voor de werkwijze in verband met de derdebetalersregeling; - de door het R.I.Z.I.V. vastgestelde problemen te verhelpen met het oog op de verbetering van de snelheid en de regelmaat van verwerking van de magneetbanden inzake facturering en van de boeking van de vergoede bedragen; - nieuwe regels te volgen inzake boeking. c) Deeltijdse werkhervattingen Het R.I.Z.I.V. heeft zich ertoe verbonden om meer gegevens te verzamelen in verband met de activering of de deeltijdse hervatting van activiteiten, in samenwerking met de verzekeringsinstellingen en via een overdracht op elektronische drager.

Van haar kant verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om het computerprogramma betreffende de gegevens voor activering of deeltijdse werkhervatting op basis van de aanvraag van het R.I.Z.I.V. te herschrijven. 2. Bijzonder Solidariteitsfonds Het R.I.Z.I.V. heeft er zich in zijn bestuursovereenkomst toe verbonden de maximum termijnen voor administratieve behandeling van de individuele dossiers die onder de bevoegdheid vallen van het Bijzonder Solidariteitsfonds, te verbeteren en de procedure te verruimen met een fase van informatie aan de patiënt. Door een aantal maatregelen te nemen, wenst het R.I.Z.I.V. te komen tot : een verbetering van de termijnen binnen dewelke de verzekeringsinstellingen de dossiers bij het R.I.Z.I.V. indienen en een vermindering van het percentage van onvolledige dossiers die door deze instellingen bij het R.I.Z.I.V. worden ingediend.

Terzake verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe : - een termijn van 15 werkdagen in acht te nemen voor het indienen van volledige dossiers bij het R.I.Z.I.V.; - de samenstelling van een volledig dossier voor verzending naar het R.I.Z.I.V. te bespoedigen door aangepaste maatregelen; - de informatie van de leden in verband met het Bijzonder Solidariteitsfonds te bevorderen. 3. Deelname aan de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen Het R.I.Z.I.V. streeft ernaar de procedure voor vaststelling en wijziging van de modaliteiten voor vergoeding van de farmaceutische specialiteiten te optimaliseren.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe op actieve en gestructureerde wijze aan het besluitvormingsproces mee te werken door haar deelname aan de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen, alsook de in deze Commissie behandelde dossiers voor te bereiden. 4. Deelname aan het proces inzake medische controle van de Gewestelijke Commissies en de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit Het R.I.Z.I.V. heeft zich ertoe verbonden een monitoring uit te voeren van de geneeskundige procedure van controle op de toekenning van invaliditeitsuitkeringen in de Gewestelijke Commissies en de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit. Meer bepaald zal het R.I.Z.I.V. jaarlijks een verslag opmaken over de evolutie van de werking van deze Commissies en Raad, met een omschrijving van de analyse van de kwaliteit van de dossiers van de adviserend geneesheren en de beslissingen van de G.R.I. De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om op basis van de jaarverslagen van het R.I.Z.I.V. maatregelen te treffen rekening houdend met de gevraagde aanpassingen.

IV. GEDRAGSREGELS TEN AANZIEN VAN HET PUBLIEK Het begrip « publiek » verwijst hoofdzakelijk naar de verzekerden van de H.Z.I.V. Er valt op te merken dat het, in vergelijking met de andere ziekenfondsen, om een meer specifiek publiek gaat. In 2001 verzekerde de H.Z.I.V. ongeveer 45 % personen van vreemde nationaliteit en iets meer dan 14 % « verblijvenden in België » (bv. leefloontrekkers, kandidaat-vluchtelingen), wat méér is dan het nationaal gemiddelde. Bijgevolg moet een aangepast en doelgericht beleid worden gevoerd wat betreft het gedrag ten aanzien van het publiek.

De verbintenissen in deze bestuursovereenkomst doen geen afbreuk aan de verplichting van de instelling van sociale zekerheid om de diverse wettelijke en reglementaire teksten na te leven in de relaties met de sociaal verzekerden, namelijk : de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, het handvest van de gebruiker van de openbare diensten van 4 december 1992, de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde. 1. Informatiebeleid In zijn verslag van 1996 had het Rekenhof de H.Z.I.V. aanbevolen om inspanningen te leveren om, binnen de grenzen eigen aan de sector, beter bekend te geraken bij het publiek.

In haar bestuursovereenkomst verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om een cel « informatie/communicatie » op te richten, die een dubbele opdracht heeft : de informatie aan de verzekerden (bv. aanplakborden, ledenenquête, informatieblad, contactbrochure) en de informatie naar buiten toe (bv. jaarverslag, internetsite, huisstijl). 2. Toepassing van het handvest van de sociaal verzekerde De wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde bevat een aantal rechten en verplichtingen, zowel voor de openbare instellingen van sociale zekerheid als voor de sociaal verzekerden.In haar actieplan voor een meer toegankelijke en meer gebruiksvriendelijke sociale bescherming, heeft de Regeringscommissaris zich toegespitst op twee acties : - de automatische toekenning van sociale rechten en uitkeringen door een vereenvoudiging van de procedures; - correcte, gebruiksvriendelijke en snelle informatie aan de verzekerde door een vereenvoudiging van de formulieren.

In het kader van deze wet verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om de toepassing van de wetgeving eenvormig te maken, en om het gebruik van informaticanetwerken te optimaliseren, met de bedoeling de verzekerde slechts te raadplegen indien de gegevens niet beschikbaar zijn.

Bovendien verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om elke weigering van recht of van prestatie te motiveren, en de informatie te verlenen betreffende de elementen die een vermindering van de prestatie of een gedeeltelijke toekenning van het recht motiveren.

V. MEETINSTRUMENTEN De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om ervoor te zorgen dat de follow-up van de genoemde doelstellingen wordt gemeten aan de hand van pertinente indicatoren die men terugvindt in de boordtabellen, of met andere meetinstrumenten.

De kwantificeerbare doelstellingen zullen periodiek worden gemeten en worden geëvalueerd aan de hand van boordtabellen die indicatoren bevatten zoals aantallen, termijnen en percentages.

De kwalitatieve doelstellingen zullen worden gemeten en geëvalueerd aan de hand van aangepaste methodes zoals inventaris, enquêtes en verslagen.

Voor elke verbintenis die in deze overeenkomst is opgenomen, werd een boordtabel opgemaakt, waarin het volgende wordt vermeld : de acties, middelen of oplossingen, de resultaten, de knelpunten en de verwachte effecten.

De verbintenissen van de Staat, gemeenschappelijk aan alle bestuursovereenkomsten, houden in : - Het overleg van de Staat met de instellingen van sociale zekerheid naar aanleiding van wijzigingen van de wetgeving; - Het eerbiedigen van een thesaurieplan voor de storting van de subsidies en van de alternatieve financiering; - Het in rekening brengen, tijdens de evaluatie van de overeenkomst, van gebeurtenissen van overmacht of van politieke beslissingen die gevolgen zouden kunnen hebben op de verwezenlijking van de overeenkomst; - De verzekering van een doeltreffende samenwerking van de federale overheidsdiensten in de opdrachten waar een samenwerking met een instelling noodzakelijk is.

In het hoofdstuk dat handelt over de beheerskredieten, wordt er voor alle instellingen eenzelfde bedrag voorzien waarboven elke beslissing om een onroerend goed te verwerven, te bouwen, te renoveren of te vervreemden onderworpen wordt aan een voorafgaande machtiging. Er wordt eveneens een voorafgaande machtiging voorzien van de voogdijminister en van de minister van begroting voor de affectatie van de opbrengst van de verkoop van roerende of onroerende goederen.

Het besluit werd aangepast aan de bemerkingen geformuleerd door de Raad van State in zijn advies nr. 34.679/1 van 30 janvier 2003.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Ambtenarenzaken, Mevr. M. ARENA

2 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Kas bij de openbare instellingen van sociale zekerheid ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 1, littera D, zoals gewijzigd tot op heden;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de wetten van 13 februari 1998, 22 februari 1998, 22 maart 1999, 12 augustus 2000, 2 januari 2001, 19 juli 2001, 30 december 2001 en 24 december 2002, en de koninklijke besluiten van 8 april 2002, 23 april 2002, 29 april 2002 en 10 december 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 1, § 1, I, 1of 1°;

Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op de eerste bestuursovereenkomst afgesloten tussen enerzijds de Staat en anderzijds het de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 december 2002;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 19 december 2002;

Gelet op het besluit van de Ministerraad, over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;

Gelet op advies nr. 34.679/1 van de Raad van State, gegeven op 30 januari 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Begroting, van Onze Minister van Sociale Zaken en van Onze Minister van Ambtenarenzaken en modernisering van de openbare besturen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De bij dit besluit gevoegde bestuursovereenkomst wordt goedgekeurd.

Art. 2.Artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 april 2002, 23 april 2002, 29 april 2002 en 10 december 2002, wordt aangevuld als volgt : « Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering ».

Art. 3.In artikel 1, littera D, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, zoals gewijzigd tot op heden, vervallen de woorden « Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering ».

Art. 4.In artikel 1, § 1, I, 1° of 9°, van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut vervallen de woorden « Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering ».

Art. 5.Dit besluit en de bijgevoegde bestuursovereenkomst hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003.

Art. 6.Onze Minister van Begroting, Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Ambtenarenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Ambtenarenzaken, Mevr. M. ARENA

Bijlage bij het koninklijk besluit van 2 oktober 2003 Ontwerp van Bestuursovereenkomst tussen de Belgische Staat en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering Openbare instelling van sociale zekerheid De Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering is een openbare instelling van sociale zekerheid waarvan de doestelling op het vlak van dienstverlening erin bestaat ervoor te zorgen dat elk individu zijn recht op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering kan laten gelden, los van enige andere dan de wettelijke verplichtingen, met name van financiële, ideologische, medische en socio-economische aard.

Inhoudstafel TITEL I. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1. - Voorwerp van de overeenkomst Hoofdstuk 2. - Uiteenzetting van de opdrachten van de H.Z.I.V. Hoofdstuk 3. - Prioritaire opdrachten van de H.Z.I.V. Hoofdstuk 4. - Definities TITEL II. - Opdrachten en doelstellingen van de HZIV Hoofdstuk 1. - Taken en doelstellingen die verband houden met de financiële opdracht Sectie 1. - Betaling van de geneeskundige verzorging aan de leden Artikels 1 tot 5 Sectie 2. - Betaling van de uitkeringen wegens primaire ongeschiktheid Artikels 6 tot 8 Hoofdstuk 2. - Taken en doelstellingen die verband houden met de technische opdracht Sectie 1. - Bijwerking van de SIS-kaart Artikels 9 tot 13 Sectie 2. - Erkenning van de arbeidsongeschiktheid Artikels 14 tot 16 Hoofdstuk 3. - Sociale opdrachten Sectie 1. - Gezondheidsbevordering Artikels 17 tot 21 Sectie 2. - Verdediging van de leden en ombudsdienst Artikels 22 tot 29 TITEL III. - Opdrachten en doelstellingen in verband met de bestuursovereenkomst van het R.I.Z.I.V;

Hoofdstuk 1. - Levering van statistische gegevens Sectie 1. - Anomieme ziekenhuisverblijven Artikels 30 tot 32 Sectie 2. - Farmanet Artikels 33 tot 35 Sectie 3. - Gegevens betreffende de verzekerbaarheid Artikels 36 tot 38 Sectie 4. - Statistische en boekhoudkundige gegevens Artikels 39 tot 41 Sectie 5. - Deeltijdse werkhervattingen Artikels 42 tot 44 Hoofdstuk 2. - Dossiers Bijzonder Solidariteitsfonds Artikels 45 tot 47 Hoofdstuk 3. - Deelname aan de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen Artikels 48 tot 50 Hoofdstuk 4. - Deelname aan het proces inzake medische controle van de Gewestelijke Commissies en de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit Artikels 51 tot 53 TITEL IV. - Gedragsregels ten aanzien van het publiek Artikels 54 tot 58 Hoofdstuk 1. - Informatiebeleid Artikels 59 tot 63 Hoofdstuk 2. - Toepassing van het handvest van de sociaal verzekerde Artikels 64 tot 69 TITEL V. - Methodes om de mate waarin de doelstellingen en de gedragsregels werden verwezenlijkt, te meten en te volgen TITEL VI. - De verbintenissen van de Staat en de bescherming van de staatsbelangen Artikels 70 tot 73 TITEL VII. - Zogenaamde positieve en negatieve sancties TITEL VIII. - Nodige middelen voor de verwezenlijking van de opdrachten, taken, doelstellingen en gedragsregels Hoofdstuk 1. - Beheerskredieten Artikels 74 tot 76 Hoofdstuk 2. - Boekhoudplan Artikel 77 TITEL IX. - Slotbepalingen Artikels 78 tot 82 BIJLAGE 1. - Boordtabellen BIJLAGE 2. - Beheersbegroting TITEL I. - Algemene bepalingen Overwegende : dat de bestuursovereenkomst noch betrekking heeft op de inhoud van de sociale zekerheid, noch op de vastlegging van het bedrag van de inkomsten of de uitgaven, maar ernaar streeft de dagelijkse werking en het beheer van de instellingen te optimaliseren en daartoe een ruimere marge inzake personeelsbeleid en financieel beheer erkent; dat de politieke keuze van het juridisch kader van een overeenkomst tot gevolg heeft dat de klassieke gezagsverhouding wordt vervangen door een meer contractuele relatie. Bijgevolg verbinden beide partijen zich ertoe om als gelijkwaardige partners structureel overleg te plegen en wederzijdse akkoorden te sluiten; dat deze overeenkomst in geen geval de bevoegdheden, opdrachten en verantwoordelijkheden van andere partijen die betrokken zijn bij de toepassing van het stelsel voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, op losse schroeven mag zetten; dat deze overeenkomst de partijen slechts bindt in het kader van de verdeling van de bevoegdheden tussen de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, de andere instellingen van sociale zekerheid en de openbare instellingen van sociale zekerheid; dat de andere instellingen van sociale zekerheid en de andere openbare instellingen van sociale zekerheid bevoegd blijven voor de opdrachten die hun krachtens de wetgeving inzake sociale zekerheid toekomen; dat beide contractsluitende partijen zich ertoe verbinden de bepalingen in acht te nemen inzake paritair beheer, dat wordt versterkt, gelet op de grotere verantwoordelijkheid en autonomie die de Hulpkas krijgt in het kader van de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid; dat, behalve indien anders wordt bepaald, de verbintenissen gelden bij een ongewijzigde politiek en dat ze dus zullen worden geëvalueerd rekening houdend met de politieke beslissingen die werden getroffen na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst en die een invloed hebben gehad op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst; wordt, in uitvoering van het Koninklijk Besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, tussen • de Belgische Staat en • de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, overeengekomen wat volgt : HOOFDSTUK 1. - Voorwerp van de overeenkomst Deze overeenkomst wordt gesloten in het kader van de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 betreffende de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid en heeft tot doel de respectieve verbintenissen van de Staat en van de H.Z.I.V. vast te leggen. Met het oog op het optimaliseren van de werking van de H.Z.I.V., bepalen deze verbintenissen de vereiste voorwaarden voor deze instelling om de opdrachten inzake openbare dienstverlening die haar door de wet of krachtens de wet inzake sociale zekerheid worden toevertrouwd, te kunnen vervullen; de verbintenissen zullen geleidelijk aan worden uitgevoerd en verfijnd, evenals de instrumenten voor hun opvolging. HOOFDSTUK 2. - Uiteenzetting van de opdrachten van de H.Z.I.V. In het kader van haar opdracht als openbare dienst en met toepassing van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, oefent de H.Z.I.V. 4 basisopdrachten uit; zij biedt haar leden namelijk : • een tegemoetkoming in de kosten van medische verstrekkingen in België; • de garantie van verzekeringstegemoetkoming in de kosten van medische verstrekkingen in de lidstaten van de Europese Economische Ruimte of in een land waarmee België een bilateraal verdrag heeft gesloten; voor geneeskundige verzorging in een ander land kan, in uitzonderlijke gevallen, een tegemoetkoming van de verzekering worden verkregen in België; • een uitkering ter compensatie van loonverlies als gevolg van moederschap, ziekte of invaliditeit; • een uitkering voor begrafeniskosten aan de persoon die de begrafeniskosten heeft betaald.

Sedert 1 januari 1996 (koninklijk besluit van 28 maart 1995) staat de H.Z.I.V. bovendien in voor de verdediging van haar leden in bepaalde zaken bedoeld in artikel 39, § 1, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.

Deze taken omvatten opdrachten : - van financiële aard : vergoeding van de verstrekkingen voor geneeskundige verzorging in België (aan de leden en aan de instellingen, verstrekkers in het kader van de regeling van de betalende derde), betaling van de tegemoetkoming van de verzekering in de kosten voor geneeskundige verzorging in het kader van de internationale verdragen, storting van uitkeringen, inning van persoonlijke bijdragen, terugvordering van de onverschuldigde bedragen,... - van technische aard : vaststelling van de verzekerbaarheid en uitreiken van de SIS-kaarten, tarifering van de verstrekkingen inzake geneeskundige verzorging, vaststelling van de uitkeringen, erkenning van arbeidsongeschiktheid door de adviserend geneesheer, verlenen van de goedkeuring door de adviserend geneesheer voor de vergoeding van bepaalde verstrekkingen inzake geneeskundige verzorging,... - van sociale aard : verdediging van haar verzekerden, begeleiding van haar leden in het kader van het Handvest van Sociaal Verzekerde en van de aanvragen om tegemoetkoming door het Bijzonder Solidariteitsfonds. - van informatieve aard : doorsturen van statistieken en diverse overzichtsstaten naar het R.I.Z.I.V., opmaken van een jaarverslag. - van medebestuur : vertegenwoordiging van de H.Z.I.V. in diverse organen van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (commissies en raden van het R.I.Z.I.V.). HOOFDSTUK 3. - Prioritaire opdrachten van de HZIV Wat de verbintenissen van de H.Z.I.V. ten opzichte van de Staat betreft, wordt voorrang verleend aan twee krachtlijnen.

Tijdens het verloop van de bestuursovereenkomst zal de nadruk worden gelegd op de optimalisering van de dienstverlening aan de leden. De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om bij de uitvoering van haar taken en opdrachten, van de dienstverlening aan de leden een prioritaire strategische krachtlijn te maken. De artikels waarin gewag wordt gemaakt van na te leven termijnen, van een grotere disponibiliteit vanwege het personeel, van een meer geautomatiseerde verwerking van bepaalde gegevens, moeten worden gelezen met dit perspectief als achtergrond.

De tweede krachtlijn zal bestaan uit doelstellingen die voortvloeien uit de doelstellingen die het R.I.Z.I.V. in zijn bestuursovereenkomst heeft geformuleerd. Door haar statuut van verzekeringsinstelling vormt de H.Z.I.V. de verbinding tussen haar verzekerden en het Instituut. Om de verbintenissen van het Instituut te kunnen verwezenlijken, is op verschillende niveaus de medewerking van de verzekeringsinstellingen vereist. HOOFDSTUK 4. - Definities Voor de toepassing van deze overeenkomst moet men verstaan onder : 1. « Staat » : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, de heer Frank VANDENBROUCKE, de Minister van Begroting, Sociale Integratie en Sociale Economie, de heer Johan VANDE LANOTTE, en de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de Administratie, de heer Luc VAN DEN BOSSCHE; 2. « Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering » (H.Z.I.V.) : de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, zoals bedoeld in de wet van 14 juli 1955 tot wijziging van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid van de werknemers, vertegenwoordigd door de Administrateur-generaal, de heer Joël LIVYNS, en de Adjunct-administrateur-generaal, de heer August ADRIAENSEN. 3. « Beheerscomité » : het Beheerscomité van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bedoeld in artikel 1, 5°, van de wet van 25 april 1963 over het beheer van de instellingen van openbaar nut van sociale zekerheid en sociale voorzorg;4. « Boordtabellen » : de boordtabellen zoals bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;5. « Bestuursplan » : het bestuursplan bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;6. « Verzekeringsinstelling » : de landsbonden, bedoeld in artikel 6 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, bedoeld in artikel 5 van voormelde gecoördineerde wet, en de Kas voor Geneeskundige Verzorging van de Nationale Maatschappij van de Belgische Spoorwegen, bedoeld in artikel 6 van voormelde gecoördineerde wet. TITEL II. - Opdrachten en doelstellingen van de HZIV HOOFDSTUK 1. - Taken en doelstellingen die verband houden met de financiële opdracht Sectie 1. - Betaling van de geneeskundige verzorging aan de leden

Artikel 1.- Context en huidige situatie De HZIV vergoedt de getuigschriften van verstrekte hulp die door de leden aan het loket en tijdens permanenties worden ingediend of met de post worden toegestuurd. Volgens de gewestelijke diensten gebeuren deze vergoedingen contant (1) of via een overschrijving op een bank- of postrekening.

In 2001 heeft de H.Z.I.V. 495 252 getuigschriften vergoed (2) tegenover 505 166 in 2000. In 2000 en 2001 hebben circa 96 % van de vergoede getuigschriften betrekking op in België verleende verzorging; de andere getuigschriften werden vergoed in het kader van de internationale verdragen.

Wat de vergoeding van in België verleende verzorging betreft, werd in het jaar 2001 (3) circa 43 % van de door de verzekerden ingediende getuigschriften (opgestuurd met de post, afgegeven aan het loket of tijdens de permanenties) vergoed via een bankrekening of per postoverschrijving. In 2001 werd iets minder dan 17 % (4) van de contant terugbetaalde getuigschriften ingediend tijdens permanenties; de andere werden aan het loket afgegeven.

Het aantal vergoede getuigschriften alleen geeft geen beeld van de werklast die deze opdracht inhoudt; men moet ook rekening houden met : • het aantal vergoede verstrekkingen per getuigschrift, • het aantal opgemaakte kwijtingen, • het aantal getuigschriften vergoed tijdens permanenties, • de aanvragen om tegemoetkoming waarvoor de goedkeuring van de adviserend geneesheer is vereist.

Artikel 2.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe te zorgen voor een snelle en correcte betaling van de geneeskundige verzorging aan de verzekerden.

Artikel 3.- Snelle betaling Uit een steekproef blijkt dat de termijn voor vergoeding van deze getuigschriften in 2001 varieert tussen 3 en 12 dagen.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • voorzover alle vereiste reglementaire bepalingen vervuld zijn, de getuigschriften te vergoeden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld • de procedure voor de verwerking van de getuigschriften te verbeteren, door de frequentie van de betalingen te verhogen, de verzending van de getuigschriften over de post te standaardiseren in de gewestelijke diensten,....

Artikel 4.- Correcte betaling De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • een instrument te ontwikkelen om de mogelijke oorzaken van een onjuiste betaling op te sporen (enquête op basis van een statistische steekproef) en na verloop van de overeenkomst een complete analyse van de toestand te verschaffen; • de permanenties in drie « piloot »-gewestelijke diensten geleidelijk aan te informatiseren; • te zorgen voor een permanente vorming van het personeel dat is belast met de uitbetaling van de leden; • alle nodige maatregelen te nemen om onverschuldigde betalingen te vermijden of, wanneer het geval zich voordoet, te vermijden dat de onverschuldigde bedragen te hoog oplopen.

Artikel 5.- Knelpunten De betalingstermijn hangt voor een stuk af van de bankdiensten.

Sectie 2. - Betaling van de uitkeringen wegens primaire ongeschiktheid

Artikel 6.- Context en huidige situatie De uitkering wegens primaire ongeschiktheid moet voor het eerst worden betaald binnen 30 dagen na het begin van de ongeschiktheid (artikel 20 van de verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5° van de wet inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994).

Om de verzekerde te kunnen vergoeden, moet de H.Z.I.V. kunnen beschikken over verscheidene documenten (medisch attest, behoorlijk ingevuld inlichtingsblad, ...). Momenteel varieert de frequentie van uitbetaling van deze uitkeringen naargelang van de gewestelijke diensten. Toch worden elke maand minimum twee betalingen verricht (5).

Naargelang van de sociale situatie van de verzekerde of wanneer de nodige documenten voor de vergoeding laattijdig werden ontvangen, wordt in sommige gewestelijke diensten een tussentijdse betaling verricht.

In de loop van het jaar 2001 werden 2 436 eerste betalingen wegens primaire ongeschiktheid verricht.

Uit een steekproef uitgevoerd op 529 dossiers blijkt dat in het jaar 2000 de eerste betaling wegens primaire ongeschiktheid gemiddeld plaatshad binnen 48 dagen na het begin van de ongeschiktheid. In die dossiers zijn de werknemers begrepen, die 30 dagen gewaarborgd loon genieten.

Uit een grondigere analyse van de dossiers waarvoor het statuut van de verzekerde bepaald was, is gebleken dat zich bij de samenstelling van een dossier twee problemen voordoen : • de H.Z.I.V. ontvangt de medische getuigschriften van de verzekerden buiten de termijnen waarbinnen zij moeten worden ingediend (17% van de getuigschriften) (6). • zowat de helft (48%) van de inlichtingsbladen wordt ontvangen na 15 dagen.

Artikel 7.- Doelstellingen De H.Z.I.V. wenst de huidige termijnen van betaling van de eerste uitkering wegens primaire arbeidsongeschiktheid geleidelijk aan te verminderen, vanuit het standpunt van de reglementering, rekening houdend met de statuut van haar verzekerden.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • de werkprocedure in de verschillende gewestelijke diensten te standaardiseren. • de informatisering van de uitkeringen voort te zetten. • een actieve houding aan te nemen bij de samenstelling van een volledig dossier aan de hand waarvan de verzekerde kan worden vergoed, door - de verzekerden te sensibiliseren via een aangepaste informatie, ten einde de termijn tussen het begin van de ziekte en de ontvangst van het medisch getuigschrift te verkorten, het aantal laattijdige getuigschriften te verminderen en sancties te vermijden. - bij elk inlichtingsblad een begeleidende brief te voegen waarbij de verzekerde wordt ingelicht over de voordelen van een spoedige terugzending. - ervoor te zorgen dat de verzekerden die hun inlichtingsblad niet hebben ingediend, automatisch een herinneringsbrief ontvangen binnen 15 kalenderdagen. • de frequentie van de eerste betalingen (7) wegens primaire arbeidsongeschiktheid te verhogen, om de termijn in te korten die verloopt tussen het ogenblik waarop de documenten die nodig zijn voor de betaling, beschikbaar zijn (8) en het ogenblik waarop de betaling daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De betalingen zullen vier keer per maand worden verricht, met een minimum van één per week.

Artikel 8.- Knelpunten De actieve medewerking van de verschillende tussenkomende partijen is vereist om de verzekerde snel te kunnen vergoeden. Naargelang van het geval gaat het om de verzekerde, de wetverzekeraar, de instellingen die de werkloosheidsuitkeringen betalen en de werkgever. In ruimere zin kunnen de modaliteiten en de termijnen die werden vastgelegd voor de invoering van de multifunctionele aangifte en van de aangifte van sociaal risico in het bijzonder, een knelpunt vormen. HOOFDSTUK 2. - Taken en doelstellingen die verband houden met de technische opdracht Sectie 1. - Bijwerking van de SIS-kaart

Artikel 9.- Context en huidige situatie Wanneer de rechten van de sociaal verzekerde in verband met verzekering voor geneeskundige verzorging een wijziging ondergaan, moet zijn SIS-kaart worden bijgewerkt. De procedure voor bijwerking van de kaart is vastgelegd bij Ministerieel Besluit van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 20/12/1999 pub. 29/12/1999 numac 1999024133 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 253 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en van artikel 30 v type ministerieel besluit prom. 20/12/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010237 bron ministerie van justitie Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, het tarief en de wijze van uitbetaling van de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 508/19, 508/20, 508/22 en sluiten.

Telkens wanneer de gegevens inzake verzekerbaarheid moeten worden gewijzigd, moet de H.Z.I.V. de sociaal verzekerde erover inlichten dat hij zijn kaart moet laten bijwerken binnen een termijn van 14 dagen (9) na de datum waarop zij op de hoogte werd gebracht van de wijziging.De sociaal verzekerden moeten hun SIS-kaart voor bijwerking voorleggen binnen 14 dagen na de verzending van deze informatie.

Indien de sociaal verzekerde zijn sociale identiteitskaart niet aan zijn verzekeringsinstelling heeft voorgelegd binnen de gestelde termijn, moet deze laatste hem een herinneringsbrief toesturen. Deze rappel moeten worden verstuurd binnen 14 dagen na afloop van de hierboven vermelde termijn.

Artikel 10.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de SIS-kaart de toestand weerspiegelt waarin de verzekerde zich bevindt in verband met de verzekerbaarheid en met andere gegevens, zodat hij met name een hogere tegemoetkoming kan krijgen (recht op verhoogde tegemoetkoming) of gespaard kan blijven van een onaangename verrassing indien hij, in geval van een beperking van de rechten, ten onrechte geïnde bedragen moet terugbetalen.

Artikel 11.- Inachtneming van de termijn voor bijwerking van de SIS-kaarten De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • de SIS-kaart binnen de wettelijke termijn bij te werken. • de SIS-kaarten systematisch aan het loket te controleren. • de termijn tussen de wijziging van de verzekerbaarheid en het ogenblik waarop de SIS-kaart kan worden aangepast, geleidelijk aan te verminderen. Na afloop van de overeenkomst zal deze termijn opgeheven zijn.

Artikel 12.- Inachtneming van de procedure De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • de verzekerde een gepersonaliseerde en automatische brief te versturen. • te zorgen voor de opvolging van de oproepingsbrieven, rappels en aangetekende brieven. • een procedure van systematische rappel in te voeren om het percentage opgeroepen verzekerden die hun kaart niet komen laten bijwerken, te verminderen.

Artikel 13.- Knelpunten De actieve medewerking van de verzekerde is absoluut noodzakelijk. Het gebeurt immers vaak dat de verzekerde, ook al werd hij schriftelijk opgeroepen, zich niet bij de gewestelijke dienst aanmeldt om zijn kaart te laten aanpassen.

Om deze doelstelling te bereiken is de deelname van de MvM van fundamenteel belang, wat betreft de beperking van de termijn die verloopt tussen de wijziging van de verzekerbaarheid en het ogenblik waarop de SIS-kaart kan worden aangepast.

Bovendien moet men rekening houden met de besprekingen die momenteel worden gevoerd over de toekomst van de SIS-kaart en een mogelijke vernieuwing van de kaart.

Sectie 2. - Erkenning van de arbeidsongeschiktheid

Artikel 14.- Context en huidige situatie Onverminderd de bepalingen van artikels 177 en 190 van het koninklijk besluit van 03/07/1996, deelt de adviserend geneesheer zijn beslissing ten laatste de derde kalenderdag na de ontvangst van het medisch getuigschrift aan de gerechtigde mee.

Deze termijn wordt evenwel op 5 kalenderdagen gebracht, hetzij in geval van laattijdige aangifte van de ongeschiktheid, hetzij in geval van tussenkomst van de geneesheer-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige controle, op verzoek van de adviserend geneesheer (ZIV/uitkeringen, Verord. van 16.04.1997, art. 11).

Op grond van een steekproef van 996 dossiers (10) heeft de adviserend geneesheer in 77 % van de gevallen een beslissing genomen (11) binnen drie kalenderdagen na ontvangst van het medisch getuigschrift op het medisch kabinet.

Voor 23 % van de dossiers werd deze beslissing genomen buiten deze termijn, wat kan worden verklaard door het feit dat deze steekproef : • dossiers bevatte waarvoor de aangifte van de arbeidsongeschiktheid laattijdig was of waarvoor de geneesheer-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige controle is tussengekomen. De adviserend geneesheer moet zich dan uitspreken binnen een termijn van 5 dagen. • dossiers bevatte waarvoor de H.Z.I.V. een onvolledig getuigschrift heeft ontvangen. Voor deze getuigschriften is het de datum van ontvangst van het eerste onvolledige getuigschrift dat in aanmerking wordt genomen als datum van ontvangst van het getuigschrift op het medisch kabinet. Bijgevolg wordt de termijn aanzienlijk verlengd, aangezien de beslissing slechts wordt genomen op het ogenblik dat de H.Z.I.V. het volledige getuigschrift ontvangt.

Artikel 15.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • dat de adviserend geneesheer de volledige medische getuigschriften erkent binnen de in de wetsbepalingen vastgestelde termijnen. • te pogen het percentage onvolledige medische getuigschriften dat zij ontvangt, te verminderen via informatie die erop gericht is de verzekerde te sensibiliseren. • de wettelijke bepalingen op uniforme wijze toe te passen en een uniforme dienst te verlenen aan de verzekerden, over het geheel van de gedecentraliseerde structuren.

Artikel 16.- Knelpunten Er zijn geen knelpunten die de verwezenlijking van deze doelstelling in de weg staan. HOOFDSTUK 3. - Sociale opdrachten Sectie 1. - Gezondheidsbevordering

Artikel 17.- Context en huidige situatie In zijn verslag van 1996 (blz. 5-6) onderstreepte het Rekenhof dat de doelstellingen (zoals geformuleerd in de organieke wet) relatief vaag waren. Naar aanleiding van het sluiten van een bestuursovereenkomst suggereerde het Hof dat bepaalde opdrachten van de H.Z.I.V. zouden worden verduidelijkt, met name de inspanningen om de gezondheidsopvoeding te bevorderen en het gebruik van minder kostelijke gezondheidsformules aan te moedigen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de verleende verzorging.

Artikel 18.- Doelstellingen De H.Z.I.V/ verbindt zich ertoe een cel « Gezondheidsbemiddeling » op te richten, bestaande uit een studie- en documentatiedienst « gezondheidsbevordering », en een cel « sociaal beleid ».

Artikel 19.- Studie en documentatiedienst « Gezondheidsbevordering De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • een socio-demografische databank aan te maken op basis waarvan een analyse kan worden gemaakt van het profiel van de leden en van hun behoeften. Bovendien zal een samenwerking worden aangegaan met de personeelsdienst om een nieuwe activiteitsindex op te maken, aangepast aan de nieuwe opdrachten; • projecten inzake « gezondheidsbevordering » te beheren, volgens de prioriteiten B behoeften vastgesteld bij de leden, met de medewerking van de verschillende diensten (informatie, ontwikkeling van een sociaal beleid, adviserend geneesheer...) afgestemd op de analyse van het profiel van de leden door de studiedienst; • contacten te leggen met de gezondheidsobservatoria en de diverse instellingen die werken aan de gezondheidsbevordering (lokale centra voor gezondheidsbevordering, centra voor gezinsvorming (zogenaamde medische huizen), experimenten Stad-Gezondheid / experimenten School-Gezondheid /enz.) in het kader van deze projecten rond « gezondheidsbevordering ». • werkinstrumenten ter beschikking te stellen van de maatschappelijk assistenten, van de dienst informatie/communicatie van de Hulpkas in het bijzonder en van de andere diensten; • actief informatie over « gezondheid » te verzamelen via verschillende bronnen : Internet, gespecialiseerde literatuur, pers, conferenties, colloquia, enz., ze volgens thema in een archief te bewaren en ze bij te werken.

Artikel 20.- Cel « ontwikkeling van een sociaal beleid » De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om, via de maatschappelijk assistenten, • een actief sociaal interventiebeleid te ontwikkelen om te vermijden dat de verzekerden die te kampen hebben met sociale problemen, hun toevlucht nemen tot de medische sector (vermijden dat automatisch een beroep wordt gedaan op verzorgingsinstellingen : spoeddiensten, ziekenhuizen,..., en komen tot een oplossing van de sociale problemen die zich « intern » voordoen).

Dit beleid zal de dienst voor sociale begeleiding afstemmen op sociale bijstand van de eerste lijn. Van de verschillende maatschappelijke kwesties die ter harte worden genomen, zal de cel voorrang verlenen aan de problemen van de verzekerden die verband houden met een verkeerd of onvolledig begrip van de rol van een ziekenfonds, van de wetgeving inzake geneeskundige verzorging (toekenning van bepaalde rechten, ...) en van de wijzigingen die de wetgeving ondergaat (informatie - mogelijk beroep (12); hulp bij het invullen van de formulieren,...).

Deze cel zal een functie vervullen van sociale synthese via coördinatiewerkzaamheden met externe tussenkomende partijen, in het kader van de kwesties die worden behandeld met diensten van de tweede lijn (O.C.M.W., gezinsplanning, medische huizen, centra voor mentale gezondheid, diensten voor behandeling van ernstige ziekten, diensten voor juridische bijstand, diensten voor schuldbemiddeling, v.z.w.'s gespecialiseerd op diverse sociale domeinen...).

Concreet, verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe de volgende maatregelen te treffen : • het sociale luik van de dossiers « Solidariteitsfonds » (R.I.Z.I.V.) verzorgen. • zorgen voor een aangepast onthaal en een passende luisterbereidheid door een geschikte omgeving te creëren en de maatschappelijk assistenten een permanente vorming te verschaffen. • een sociaal dossier aanleggen dat een identiek werkinstrument zal vormen voor elke maatschappelijk assistent, aan de hand waarvan een sociale diagnose kan worden gesteld; het gebruik van dit dossier veralgemenen. • een sociaal gerichte databank creëren (statuut, huisvesting, ziekten met sociale weerslag). • invoeren van een sociale dienst in de buurt van de verzekerden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld • een tabel opmaken betreffende het sociaal netwerk, die elke maatschappelijk assistent zal invullen in functie van zijn werkterrein (identificatie van de geprivilegieerde contacten in de schoot van de instellingen, van de verschillende opgespoorde verenigingsnetwerken) en uitbreiding van de contacten naar buiten toe.

Artikel 21.- Knelpunten Er zijn geen knelpunten die de verwezenlijking van deze doelstelling in de weg staan.

Sectie 2. - Verdediging van de leden en ombudsdienst

Artikel 22.- Context en huidige situatie Op grond van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van de ziekenfondsen en van het uitvoeringsbesluit van 24 juni 1993 (13), moet de H.Z.I.V. instaan voor de verdediging van haar leden.

De verdediging van de leden verwijst naar de behandeling voor de rechtbank van de klachten van verzekerden tegen zorgverleners, binnen de perken van de mogelijkheden en van de wettelijke verplichtingen van artikel 39 van voormelde wet van 6 augustus 1990 en in de mate waarin dit artikel toepasselijk is op de H.Z.I.V.. De ombudsdienst daarentegen behandelt schriftelijke en telefonische aanvragen om inlichtingen, klachten van leden en zorgverleners tegen de H.Z.I.V..

In 2001 heeft de ombudsdienst 46 dossiers behandeld waarvoor aanvullende opzoeking van informatie is gebeurd, waaronder : - 21 dossiers i.v.m. bemiddeling : klachten van leden of zorgverleners tegen de H.Z.I.V. (17) en klachten van de leden tegen zorgverleners (4). - 25 aanvragen om inlichtingen.

Tot nu toe werd geen enkele zaak voor de rechtbank aanhangig gemaakt, omdat men de problemen steeds via bemiddeling heeft kunnen oplossen.

De talrijke telefonische contacten met de leden of met de personeelsleden van de gewestelijke diensten zijn op dit ogenblik niet in rekening genomen.

Artikel 23.- Doelstellingen De H.Z.I.V; verbindt zich ertoe om de snelle opvolging van aanvragen om informatie en klachten te waarborgen, en om een dienst te organiseren waar de ontevreden verzekerden terecht kunnen teneinde een bemiddeling te bekomen (met respect voor de bestaande wettelijke en reglementaire procedures).

Artikel 24.- Antwoorden op aanvragen om inlichtingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • een volledig antwoord te verschaffen op aanvragen om inlichtingen binnen een termijn van 22 werkdagen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld • een antwoord te formuleren in een begrijpelijke taal.

Artikel 25.- Bemiddeling in klachtendossiers tegen de H.Z.I.V. De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • de klachten van leden en zorgverleners tegen de H.Z.I.V. zorgvuldig en binnen een redelijke termijn te behandelen, d.w.z. het probleem dat aan de oorzaak ligt van de klacht, via bemiddeling en met medewerking van de betrokken diensten proberen op te lossen. • in geval van schriftelijke klacht, een ontvangstbewijs (met vermelding van de contactpersoon) naar het lid of de zorgverlener op te sturen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Artikel 26.- Bemiddeling in klachtendossiers tegen zorgverleners De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • de klachten van leden tegen zorgverleners zorgvuldig en binnen een redelijke termijn te behandelen, d.w.z. het probleem dat aan de oorzaak ligt van de klacht, via bemiddeling en met medewerking van de betrokken diensten en zorgverleners proberen op te lossen. • in geval van schriftelijke klacht, een ontvangstbewijs (met vermelding van de contactpersoon) naar het lid op te sturen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Artikel 27.- Rechtsvorderingen tegen zorgverleners De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • een rechtsvordering te overwegen, binnen de grenzen van de mogelijkheden en van de wettelijke voorwaarden, telkens wanneer klachten van verzekerden tegen zorgverleners niet binnen de hierboven vermelde termijnen door bemiddeling kunnen worden opgelost; • in overleg met de verzekerde en voorzover de H.Z.I.V. beslist om voor het gerecht te gaan, deze gerechtelijke procedure in te stellen binnen een termijn van 180 kalenderdagen na ontvangst door de dienst « geschillen » van het volledig dossier met een medisch advies. • de verzekerde regelmatig over het verloop van de procedure te informeren, d.w.z. ten minste twee keer per jaar; • de verzekerde binnen 14 kalenderdagen op de hoogte te brengen van het vonnis; • in overleg met de verzekerde te overwegen om in beroep te gaan; • onze advocaatkosten (14) en zo nodig, naargelang van het geval, ook de gerechtskosten, ten laste te nemen.

Artikel 28.- Opvolging van de aanvragen om inlichtingen en van de klachten De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • vanaf 2003 een inventaris op te maken van de communicatiestoornissen die werden vastgesteld en van de problemen die aanleiding tot klachten hebben gegeven; • de graad van tevredenheid van de leden te evalueren na definitieve behandeling van de aanvraag of de klacht, via het al dan niet verlengen van hun lidmaatschap (in 2004) en door middel van individuele enquêtes (vanaf 2005); • documentatie en algemene instructies (omzendbrieven) op te stellen en te verspreiden met het oog de verbetering van de werking van de H.Z.I.V. en de dienstverlening aan de leden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Artikel 29.- Knelpunten De actieve medewerking van de verzekerde, van de zorgverlener en van de andere organisaties (het R.I.Z.I.V., de RVA, het FOA, andere VI,...) aan dewelke aanvullende inlichtingen werden gevraagd, is absoluut noodzakelijk voor een snelle behandeling van de dossiers.

TITEL III. - Opdrachten en doelstellingen in verband met de bestuursovereenkomst van het RIZIV HOOFDSTUK 1. - Levering van statistische gegevens Sectie 1. - Anomieme ziekenhuisverblijven

Artikel 30.- Context en huidige situatie Sedert enkele jaren zijn de VI verplicht om het R.I.Z.I.V. gegevens te verstrekken betreffende ziekenhuisverblijven die anoniem worden gehouden, de zogenaamde AZV-gegevens. Deze gegevens hebben betrekking op de verblijven in algemene ziekenhuizen (15), beëindigd in de loop van een kalenderjaar, en zijn afkomstig uit zes boekhoudkundige kwartalen.

De VI moeten deze gegevens verstrekken binnen een termijn van 6 maanden na het verstrijken van de gedekte boekingsperiode (16).

In zijn bestuursovereenkomst verbindt het R.I.Z.I.V. zich ertoe de kwaliteit et de termijnen voor het ter beschikking stellen van de statistische gegevens per « Anoniem Ziekenhuisverblijf » te verbeteren en deze gegevens beter te benutten. Wat de VI betreft, heeft het R.I.Z.I.V. talrijke problemen vastgesteld in verband met de leveringstermijnen van de magneetbanden en de kwaliteit van de geleverde bestanden.

Meer bepaald heeft het R.I.Z.I.V. zich ertoe verbonden om in de loop van 2002 de verschillende versies van de AZV-bestanden 1998, 1999 en 2000, die aan het Instituut zullen worden bezorgd, grondiger te analyseren en systematisch een uitvoerig rapport op te maken ter attentie van elke VI (17) betreffende de volledigheid en de kwaliteit van de gegevens en eventueel vergaderingen te organiseren met elke VI of met alle VI samen, om de vastgestelde problemen te verhelpen.

De H.Z.I.V. heeft de bestanden betreffende de in 1998 beëindigde verblijven geleverd (18) in oktober 2000. Als gevolg van de door het R.I.Z.I.V. gevraagde correcties, werd een definitieve versie verstuurd in december 2001.

Wat de verblijven 1999 betreft (19), werden 3 versies van hetzelfde bestand verstuurd, respectievelijk in maart, mei en november 2001.

De gegevens betreffende de verblijven 2000 (20) konden slechts aan het R.I.Z.I.V. worden meegedeeld na diens goedkeuring met betrekking tot de kwaliteitscontrole van de geleverde bestanden voor de verblijven 1998 en 1999. De eerste versie werd hun toegestuurd in de loop van de maand februari 2002.

Voor de AZV-gegevens 1997 is alleen precieze informatie beschikbaar over de kwaliteit (21) : • de gegevens van de H.Z.I.V. werden in 4 verschillende versies geleverd, tegenover gemiddelde 2 à 3 voor alle VI. • het R.I.Z.I.V. heeft voor de H.Z.I.V. 3.3 % verblijven met verwerpingen vastgesteld, tegenover gemiddeld 11.5 % voor alle VI. • de graad van volledigheid van de gegevens met betrekking tot het aantal dagen, werd geschat op 99.6 % (vergelijking met model H B in %), tegenover gemiddeld 100.2 % voor alle VI. De graad van volledigheid van de gegevens met betrekking tot de bedragen buiten de dagen, werd geschat op 93,2 % (vergelijking met model P B in %), tegenover gemiddeld 98,3 % voor alle VI.

Artikel 31.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om bij afloop van haar bestuursovereenkomst : • de door het R.I.Z.I.V. vastgestelde termijnen voor het leveren van haar gegevens in acht te nemen; • oplossingen te vinden voor de problemen van volledigheid en kwaliteit van de gegevens, waarop wordt gewezen in de rapporten van het R.I.Z.I.V. over de geleverde gegevens. • dat er bij de invoering van nieuwe procedures, rekening wordt gehouden met een mogelijkheid om snel en automatisch gegevens op te vragen.

Artikel 32.- Knelpunten De verwezenlijking van deze doelstelling hangt af van : • het R.I.Z.I.V., zowel voor de vastgestelde termijnen als voor de kwaliteit van de verwachte gegevens. • de MvM, wat de kwaliteit en de leveringstermijn van de gegevens betreft.

Sectie 2. - Farmanet

Artikel 33.- Context en huidige situatie Sedert 1996 sturen de tariferingsdiensten via de VI's statistische gegevens betreffende de geneesmiddelen door naar het R.I.Z.I.V. Deze overdracht van gegevens wordt aangeduid met de term « Farmanet » en heeft uitsluitend betrekking op het voorschrijven van vergoedbare geneesmiddelen in het kader van de ambulante geneeskunde.

In zijn bestuursovereenkomst verbindt het R.I.Z.I.V. zich ertoe de gegevens van Farmanet beter te benutten en te verspreiden. Om de termijnen voor overdracht van de gegevens te verkorten en de kwaliteit ervan te verbeteren, zal het Instituut bij de VI en de tariferingsdiensten bemiddelend optreden door hun op het einde van elk jaar een jaarverslag toe te sturen met de vaststellingen en eventuele richtlijnen (22).

De H.Z.I.V. stuurt deze gegevens tweemaal per jaar door naar het R.I.Z.I.V. Ze moet ze ten laatste binnen 3 maanden na afloop van het semester in kwestie doorsturen. Soms moeten de gegevens worden verbeterd ten gevolge van opmerkingen van het R.I.Z.I.V. en opnieuw naar het Instituut worden verstuurd.

De gegevens betreffende het 2de semester 2000 werden opgestuurd in de loop van de maand mei 2001. Naar aanleiding van de opmerkingen van het R.I.Z.I.V. werd hun op 1 juni 2001 een nieuwe versie bezorgd. De gegevens betreffende het 1ste semester 2001 werden begin oktober 2001 verstuurd.

Het R.I.Z.I.V. heeft 7.80 % (23) foutieve records (24) vastgesteld in de gegevens die de H.Z.I.V. in het jaar 2000 heeft geleverd.

Artikel 34.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • de termijnen voor de overdracht van de gegevens inzake Farmanet naar het R.I.Z.I.V., te verkorten • de kwaliteit van de geleverde gegevens inzake Farmanet te verbeteren. • vervolgens de optimale termijnen vast te leggen en de procedure die moet worden ingevoerd op grond van de desiderata die in de jaarverslagen van het R.I.Z.I.V. worden geformuleerd en van de overlegvergaderingen met de andere VI (NIC).

Artikel 35.- Knelpunten Het R.I.Z.I.V. vormt een knelpunt, in die mate dat het Instituut aan de H.Z.I.V. correcte bestanden moet leveren betreffende de farmaceutische producten en de apothekers. De opgelegde termijnen om correcte gegevens te leveren zouden eveneens een knelpunt kunnen vormen, evenals de snelheid van mededeling van de aan te brengen aanpassingen.

De verwezenlijking van deze doelstelling hangt af van de MvM, wat de leveringstermijn van de gegevens en de kwaliteit ervan betreft.

De verwezenlijking van deze doelstelling zal worden overwogen in de algemene context van de online gegevensoverdracht in het kader van het uitbreiding van het project CARENET. Sectie 3. - Gegevens betreffende de verzekerbaarheid

Artikel 36.- Context en huidige situatie Sedert 2001 zijn de VI verplicht om tweemaal per jaar (toestand op 30.06 en 31.12) de gegevens betreffende het ledenbestand elektronisch door te sturen naar de dienst voor administratieve controle van het R.I.Z.I.V..

De elektronische dragers moeten worden afgegeven binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben.

Bij de verwezenlijking van zijn bestuursovereenkomst, zal het R.I.Z.I.V. deze gegevens gebruiken in het kader van 2 doelstellingen : 1) om financiële verrichtingen uit te voeren door het verband te leggen tussen de uitgaven en de leden per stelsel en per categorie van rechthebbenden.2) om gerichte controles te organiseren van de verzekerbaarheid van de rechthebbenden die niet in orde zijn qua verzekerbaarheid (ontbreken van documenten van het type bijdragebons, niet-betaling van de verschuldigde persoonlijke bijdragen). Wat de VI betreft, verbindt het instituut zich ertoe een rapport op te maken met een beschrijving van de verrichte studies, de vastgestelde anomalieën en de kritieke toestanden die gerichte controles in de ziekenfondsen vereisen (25).

De H.Z.I.V. heeft de gegevens betreffende de toestand op 30 juni en op 31 december 2001 op drager doorgestuurd binnen de opgelegde termijnen (26).

Artikel 37.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • De termijnen voor levering van de gegevens in acht nemen • De kwaliteit van de opgestuurde staten te verbeteren door : a) de verbetering van de eventuele anomalieën meegedeeld door de Dienst voor administratieve controle, naar aanleiding van de ontwikkeling van een programma (27) voor het opsporen van de anomalieën door vergelijking van de toestanden, en naar aanleiding van het rapport waarin wordt gewezen op de vastgestelde anomalieën en kritieke toestanden. b) een versterking van de steun aan de personeelsleden voor het begrijpen van de reglementering betreffende de verzekerbaarheid (vormingen, omzendbrieven, antwoorden op vragen, vragen om inlichtingen van de personeelsleden...). c) een herziening van het interne programma voor de controle van de verzekerbaarheid, dat een essentieel instrument is om de verzekerden op te sporen die niet in orde zijn en waaraan het R.I.Z.I.V. bijzondere aandacht zal schenken. d) een hervorming van de hoedanigheidscodes. • De inspecteurs van het R.I.Z.I.V. de toegankelijkheid te garanderen van de databank betreffende de verzekerbaarheid die bij de H.Z.I.V. bestaat.

Artikel 38.- Knelpunten De verbintenis betreffende de verbetering van de kwaliteit van de geleverde gegevens is onderworpen aan een extern knelpunt, het R.I.Z.I.V., naargelang van het aantal en het type van anomalieën die door het Instituut werden vastgesteld.

Zo ook vormt de MvM een knelpunt wat de termijn betreft voor de levering van de elektronische drager.

Sectie 4. - Statistische en boekhoudkundige gegevens

Artikel 39.- Context en huidige situatie In het kader van het beheer van de verzekering voor geneeskundige verzorging, moet het R.I.Z.I.V. beschikken over een groot aantal cijfergegevens, die fundamenteel zijn voor de beheersing van het budget. Deze gegevens, d.w.z. de boekhoudkundige en statistische basisgegevens, worden door de VI geleverd.

In de loop van zijn bestuursovereenkomst wenst het R.I.Z.I.V. de potentiële mogelijkheden van het statistisch en boekhoudkundig apparaat te versterken, vooral wat betreft de opvolging van de uitgaven, op grond van een analyse van de verschillende factoren die een invloed kunnen hebben op de kwaliteit en de rijkdom van de gegevens en op de termijnen voor aanmaking ervan.

In zijn analyse van de huidige situatie heeft het R.I.Z.I.V. vastgesteld dat de kwaliteit van deze gegevens en de termijnen voor levering ervan door de VI, aan een kritische analyse moesten worden onderworpen.

Bovendien kennen de door de VI geboekte en maandelijks doorgestuurde gegevens een onregelmatig verloop, dat onmogelijk het gevolg kan zijn van de evolutie van de morbiditeit en de medische consumptie.

Het R.I.Z.I.V. wijst twee mogelijke oorzaken aan : 1) een permanente wijziging van de snelheid en de regelmaat waarmee de ziekenhuizen de factureringsgegevens indienen 2) het gebrek aan regelmaat waarmee sommige VI de aanvaarde uitgaven opnemen in de boekhoudkundige documenten die zij naar het R.I.Z.I.V. moeten sturen.

In het jaar 2000 werden 4.070.095 verstrekkingen getarifeerd in het kader van de derdebetalersregeling, waarvan 94.7 % op magneetband, 4.8 % op papieren drager en 0.5 % gebonden aan de tariferingsdiensten.

Voor de periode van begin februari tot eind november 2001, werd ongeveer 32.4 % van de in het begin van de maand te factureren bedragen geboekt op het einde van de maand met een minimum van 21 % in februari en een maximum van 40 % in augustus en september.

In de loop van zijn overeenkomst, heeft het R.I.Z.I.V. zich ertoe verbonden om : - tegen eind 2003 een inventaris op te maken van de maatregelen die worden overwogen, zowel in de schoot van het Instituut dan binnen de VI, om de kwaliteit en de termijnen voor terbeschikkingstelling, zowel van de door de VI geleverde gegevens als van de door het Instituut verstrekte informatie, te verbeteren. - jaarlijks voor elke VI de snelheid en de regelmaat te onderzoeken van zowel de verwerking van de magneetbanden inzake facturering als de boeking van vergoede bedragen. - tegen eind 2003 nieuwe regels voor te stellen in verband met de facturering voor de ziekenhuizen en de boeking door de VI, waardoor het R.I.Z.I.V. de realiteit van de uitgaven beter kan opvolgen.

Artikel 40.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • op grond van de eind 2003 door het R.I.Z.I.V. opgemaakte inventaris, maatregelen te treffen tot verbetering van de kwaliteit en de termijnen voor het ter beschikking stellen van de geleverde gegevens. • een nieuwe interne procedure vast te leggen voor de werkwijze in verband met de derbetalersregeling. • de door het R.I.Z.I.V. vastgestelde problemen te verhelpen met het oog op de verbetering van de snelheid en de regelmaat van verwerking van de magneetbanden inzake facturering en van de boeking van de vergoede bedragen. • na het verstrijken van de overeenkomst, per maand 80 % te boeken van de te tariferen bedragen in het kader van de derdebetalersregeling. • na het verstrijken van de overeenkomst, de bedragen van 90 % van de facturen binnen 2 maanden te boeken. • nieuwe regels te volgen inzake boeking.

Artikel 41.- Knelpunten De verwezenlijking van deze doelstelling hangt af van : • de invoering van de facturering via Carenet, waardoor de magneetbanden zouden verdwijnen. • invoering vanaf juli 2002 van het nieuwe systeem voor financiering van de ziekenhuizen (1/12), waarvan men op dit ogenblik de gevolgen niet kan inschatten. • van de MvM, wat betreft de termijnen voor de controle van de magneetbanden en de kwaliteit van de levering van de statistische gegevens.

Sectie 5. - Deeltijdse werkhervattingen

Artikel 42.- Context en huidige situatie In geval van arbeidsongeschiktheid kan de adviserend geneesheer onder bepaalde, in de reglementering beschreven voorwaarden, de gerechtigde toestaan om bepaalde activiteiten te hervatten. Wanneer een beroepsactiviteit werd hervat, kan aan de hand van een cumulatieregel het bedrag van de uitkering worden bepaald op basis van de hoegrootheid van het inkomen (28).

Een andere mogelijkheid om een einde te maken aan de inactiviteit wegens arbeidsongeschiktheid, is herscholing.

In het perspectief van een betere sociale reïntegratie van de arbeidsongeschikte gerechtigde, wenst het RIZIV in de loop van zijn bestuursovereenkomst een evaluatie te maken van de voorwaarden voor deeltijdse hervatting van een activiteit die door de AG moet worden toegestaan, van de nuttige gevolgen van de nieuwe cumulatieregel (uitkeringen/inkomsten van de toegestane activiteit) en van de voorwaarden en voordelen van een overheveling van de herscholing naar de uitkeringsverzekering.

In dat kader heeft het Instituut zich ertoe verbonden om tegen eind 2004 meer gegevens te verzamelen in verband met de activering of de deeltijdse hervatting van activiteiten, in samenwerking met de VI en via een overdracht op elektronische drager.

In 2000 heeft de H.Z.I.V. in 61 gevallen een deeltijdse hervatting van activiteiten toegestaan (29). In 2001 werd in 50 gevallen een deeltijdse hervatting van activiteiten toegestaan.

In 2000 heeft het College van geneesheren-directeurs van het R.I.Z.I.V. 503 beslissingen genomen in verband met herscholing; 5 aanvragen kwamen van de H.Z.I.V..

In 2001 heeft de H.Z.I.V. 1 aanvraag tot herscholing doorgestuurd naar het CGD.

Artikel 43.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • het computerprogramma betreffende de gegevens voor activering of deeltijdse hervatting van activiteiten op basis van de aanvraag van het R.I.Z.I.V. te herschrijven.

Artikel 44.- Knelpunten De verwezenlijking van deze doelstelling zal afhangen van de middelen die door de MvM worden verleend (termijn voor het herschrijven van het programma in kwestie). HOOFDSTUK 2. - Dossiers Bijzonder Solidariteitsfonds

Artikel 45.- Context en huidige situatie Wanneer uitzonderlijke geneeskundige verstrekkingen niet door de verzekering voor geneeskundige verzorging worden vergoed, kan de rechthebbende een aanvraag tot tegemoetkoming indienen bij het Bijzonder Solidariteitsfonds van het R.I.Z.I.V., onder bepaalde, bij het koninklijk besluit van 26 februari 2001 vastgestelde voorwaarden.

Een van deze voorwaarden is met name de vereiste dat deze verstrekkingen verband houden met een zeldzame aandoening en de vitale functies van de rechthebbende aantasten. Deze aanvragen worden via de verzekeringsinstellingen bij het R.I.Z.I.V. ingediend, waar zij hoofdzakelijk door het College van geneesheren-directeurs worden behandeld.

Het R.I.Z.I.V. heeft er zich in zijn bestuursovereenkomst toe verbonden de maximum termijnen voor administratieve behandeling van de individuele dossiers die onder de bevoegdheid vallen van dit Fonds, te verbeteren en de procedure te verruimen met een fase van informatie van de patiënt.

Sommige verbintenissen van het R.I.Z.I.V. hebben een weerslag voor de H.Z.I.V.. Het R.I.Z.I.V. heeft er zich met name toe verbonden om - vanaf 2002 vast te stellen hoeveel dossiers naar de VI worden teruggestuurd (30) en na afloop van het jaar 2004 een inventaris op te maken van de motieven voor de terugzending. - tegen eind 2003 de informatiebrochure over het Bijzonder Solidariteitsfonds te bezorgen aan de VI, de belangengroepen, de patiëntenverenigingen,.. of op verzoek, rechtstreeks aan de sociaal verzekerden. - de informatie van de sociaal verzekerden die een dossier bij het BSF hebben ingediend, te verbeteren door hen binnen 15 werkdagen na de beslissing door het CGD, schriftelijk op de hoogte te brengen van de aard (positief of negatief) van de beslissing van het College, en daarbij naar de VI te verwijzen wat de motivering van de beslissing en de eventuele concrete uitvoeringsmodaliteiten betreft. Daarnaast hebben de VI zich ertoe verbonden om hun leden op de hoogte te brengen van de datum waarop hun dossier bij het R.I.Z.I.V. werd ingediend.

Door deze maatregelen wenst het R.I.Z.I.V. te komen tot : - een verbetering van de termijnen binnen dewelke de VI de dossiers bij het R.I.Z.I.V. indienen - een vermindering van het percentage onvolledige dossiers die door de VI bij het R.I.Z.I.V. worden ingediend De H.Z.I.V. heeft 5 dossiers « bijzonder solidariteitsfonds » geopend in 2000 en 26 dossiers in 2001. Deze dossiers werden bij het R.I.Z.I.V. ingediend binnen een gemiddelde termijn van 14 dagen na verzending van het volledige dossier van de GD in 2000 en van 16 dagen in 2001. De interne procedure staat borg voor de indiening van volledige dossiers bij het R.I.Z.I.V., met uitzondering misschien van de mededeling van het rijksnummer (31).

Artikel 46.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • een termijn in acht te nemen van 15 werkdagen dagen voor het indienen van volledige dossiers bij het R.I.Z.I.V.. • de samenstelling van een volledig dossier voor verzending naar het R.I.Z.I.V. bespoedigen door aangepaste maatregelen zoals bijvoorbeeld aanmaningen versturen naar de betrokken tussenkomende partijen (rechthebbenden, zorgverleners,...) • de leden in te lichten over de datum van indiening van hun dossiers bij het R.I.Z.I.V.. • de informatie van de leden in verband met het Bijzonder Solidariteitsfonds te bevorderen, door het verspreiden van de brochure van het R.I.Z.I.V., via het werk van de maatschappelijk assistenten, de algemene informatiebrochure van de H.Z.I.V. en de aanplakborden van de gewestelijke diensten en plaatselijke bureaus.

Artikel 47.- Knelpunten De aanvragen voor het Bijzonder Solidariteitsfonds moet het rijksnummer van de rechthebbende vermelden. Bij dossiers ingediend voor pasgeborenen, kunnen de gemeenten een extern knelpunt vormen.

Bij de samenstelling van een volledig dossier kunnen verschillende tussenkomende partijen de procedure vertragen door het niet-leveren van de nodige gegevens. Dat kunnen de zorgverleners zijn of ook degene die recht heeft op de tegemoetkoming,... HOOFDSTUK 3. - Deelname aan de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen

Artikel 48.- Context en huidige situatie Het R.I.Z.I.V. streeft ernaar de procedure voor vaststelling en wijziging van de modaliteiten voor vergoeding van de farmaceutische specialiteiten te optimaliseren.

De wetgeving legt een termijn op van 180 dagen om de prijs van de geneesmiddelen vast te stellen en ze in te voegen in de toepassingssfeer van de nationale systemen inzake ziekteverzekering.

Het is de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen (CTG) die de dossiers behandelt betreffende de aanvragen tot vergoeding van de farmaceutische specialiteiten. In zijn bestuursovereenkomst heeft het R.I.Z.I.V. als doel : - de wettelijke termijnen na te leven, in het bijzonder door de CTG ertoe aan te zetten efficiënte besprekingen te voeren op basis van een gestandaardiseerd besluitvormingsproces, - een kwalitatieve steun te bieden voor het besluitvormingsproces, - de begroting op een meer rationele wijze aan te wenden door de doeltreffendheid van de specialiteit te evalueren, zowel op farmaceutisch als op economisch vlak.

De H.Z.I.V. is betrokken partij via de deelname van haar geneesheer-directeur aan de vergaderingen van deze commissie Momenteel hebben de vergaderingen ongeveer om de 15 dagen plaats, en nemen ze een halve dag in beslag. Om de termijn van 180 dagen na te leven, zal de commissie zeker en vast vaker moeten bijeenkomen.

Artikel 49.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • door haar deelname aan de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, op actieve en gestructureerde wijze aan het besluitvormingsproces mee te werken. • de in de CTG behandelde dossiers voor te bereiden.

Artikel 50.- Knelpunten Er zijn geen knelpunten die de verwezenlijking van deze doelstelling in de weg staan (32). HOOFDSTUK 4. - Deelname aan het proces inzake medische controle van de Gewestelijke Commissies en de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit

Artikel 51.- Context en huidige situatie De evaluatie en de controle van de arbeidsongeschiktheid tijdens het eerste jaar (periode van primaire ongeschiktheid) worden hoofdzakelijk toevertrouwd aan de adviserend geneesheren van de ziekenfondsen.

Indien de ongeschiktheid langer dan één jaar duurt, bevindt de verzekerde zich in « invaliditeit ». De invaliditeitstoestand moet evenwel door de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit (GRI) worden erkend. Op het einde van de primaire periode stelt de adviserend geneesheer van het ziekenfonds daartoe ten behoeve van die Raad een gedetailleerd medisch verslag op, met een voorstel van beslissing inzake invaliditeit. Vervolgens spreekt de Hoge commissie van die Raad zich uit over de invaliditeitstoestand (begin van invaliditeit of verlenging). Indien de Hoge commissie een lichamelijk onderzoek nodig acht om zich te kunnen uitspreken, bezorgt zij het dossier aan een Gewestelijke Commissie (GC). De H.Z.I.V. is betrokken partij via de deelname van haar adviserend geneesheren aan deze gewestelijke commissies. Deze commissies voeren de door de GRI gevraagde lichamelijke onderzoeken uit en stellen voor de raad een verslag op.

In sommige gevallen beslissen zij om de invaliditeit te beëindigen.

In de periode 1994-2000 zijn schommelingen in het aantal vergaderingen van de gc-gri en de lichamelijke onderzoeken vastgesteld, die de Dienst voor geneeskundige controle ertoe hebben aangespoord aandacht te besteden aan de eenvormige toepassing van de wetgeving in de gewestelijke commissies en de behandeling van de individuele invaliditeitsdossiers.

Op basis van een steekproef in de periode februari-maart 2000 heeft het R.I.Z.I.V. ook anomalieën van kwalitatieve aard vastgesteld in de behandeling van 11.4 % van de dossiers : - in 41 % van deze dossiers, had de adviserend geneesheer de beslissing moeten nemen om een einde te maken aan de ongeschiktheid - in 25 % van deze dossiers werd de verzekerde om onverantwoorde wijze door de Hoge commissie opgeroepen om een beslissing te nemen van erkenning of verlenging van de invaliditeit - in 23 % van deze dossiers was het door de adviserend geneesheer geformuleerde voorstel van begin of verlenging van de invaliditeit, onvoldoende gemotiveerd - 10 % van deze dossiers waren onvolledig bij de indiening (bijvoorbeeld : ontbreken van gevraagde technische onderzoeken) Daarom heeft het R.I.Z.I.V. zich ertoe verbonden een monitoring uit te voeren van de geneeskundige procedure van controle op de toekenning van invaliditeitsuitkeringen in de GC-GRI. Meer bepaald zal het Instituut jaarlijks een verslag opmaken (33) over de evolutie van de werking van de GC-GRI's met een omschrijving van de analyse van de kwaliteit van de dossiers van de adviserend geneesheren en de beslissingen van de GRI. De adviserend geneesheren van de H.Z.I.V. werden uitgenodigd om deel te nemen aan 224 gewestelijke commissies in de loop van het jaar 2001.

In 2001 werden bij de H.Z.I.V. 736 dossiers van invaliden samengesteld en naar het R.I.Z.I.V. gestuurd. 69 dossiers werden door de gri onderzocht. Voor 31 dossiers (44 %) heeft de beslissing geleid tot een werkhervatting. Voor 38 dossiers (66 %) werd de erkenning van de invaliditeit bevestigd.

Artikel 52.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • om op basis van de jaarverslagen van het R.I.Z.I.V. maatregelen te treffen rekening houdend met de gevraagde aanpassingen.

Artikel 53.- Knelpunten Er zijn geen knelpunten die de verwezenlijking van deze doelstelling in de weg staan.

TITEL IV. - Gedragsregels ten aanzien van het publiek Het begrip publiek' verwijst hoofdzakelijk naar de verzekerden van de H.Z.I.V.. Er valt op te merken dat het in vergelijking met de andere mutualiteiten om een meer specifiek publiek gaat. In 2001 verzekerde de H.Z.I.V. ongeveer 45 % personen van vreemde nationaliteit en iets meer dan 14 % « residenten in België » (34), wat meer is dan het nationaal percentage (35). Bijgevolg moet een aangepast en doelgericht beleid worden gevoerd wat betreft het gedrag ten aanzien van het publiek.

Artikel 54 De verbintenissen in deze bestuursovereenkomst doen geen afbreuk aan de verplichting van de instelling van sociale zekerheid om de diverse wettelijke en reglementaire teksten na te leven, die algemene richtlijnen bevatten die de instellingen van sociale zekerheid in acht moeten nemen tijdens het onderzoek naar het recht op prestaties en in de relaties met de sociaal verzekerden, namelijk : > De wet van 29/7/1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. > Het handvest van de gebruiker van de openbare diensten van 4 december 1992; > De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur; > De wet van 11 april 1995 tot invoering van het handvest van de sociaal verzekerde.

Artikel 55 De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe elke tekortkoming die tot gevolg heeft dat ze schade berokkent aan de sociaal verzekerden, op tijd te melden en de vastgestelde problemen pro-actief te behandelen.

Artikel 56 De H.Z.I.V. zal transparante en eenvormige objectieve criteria opstellen, wanneer de geldende regels en wetgevingen in het kader van individuele beslissingen een zekere beoordelingsmarge laten.

Artikel 57 De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om een pro-actieve houding aan te nemen wat de overdracht en het gebruik van gegevens betreft, in het raam van het Handvest waarin is bepaald dat actief moet worden meegewerkt aan het onderzoek van de dossiers door op eigen initiatief de ontbrekende informatie te verzamelen.

Artikel 58 De toegang tot de gebouwen zal vergemakkelijkt worden voor gehandicapten en mindervaliden; voor de gebouwen die in de toekomst zullen worden gehuurd of gekocht, zal in het huur- of koopcontract een gemakkelijke toegang voor die personen worden geëist. HOOFDSTUK 1. - Informatiebeleid

Artikel 59.- Context en huidige situatie In zijn verslag van 1996 (p. 5) had het Rekenhof de H.Z.I.V. aanbevolen om « inspanningen te leveren om, binnen de grenzen eigen aan de sector, beter bekend te geraken bij het publiek ».

Deze opdracht moet worden vervuld rekening houdend met de reglementering en de instructies die op dat vlak bestaan, zoals met name het « Handvest van de Gebruiker van de Openbare Diensten en het « Handvest van de Sociaal Verzekerde ».

In de loop van het jaar 2001 hebben diverse projecten een concrete vorm gekregen, namelijk : • de folder met een voorstelling van de diensten van de H.Z.I.V.. • de praktische gids van de generische geneesmiddelen. • de mailing aan de leden in het kader van de uitbreiding van het globaal medisch dossier. • de brieven gericht aan de voorzitters van de O.C.M.W. om een samenwerking tot stand te brengen. • allerlei brieven naar aanleiding van vragen om inlichtingen.

Tevens werd een project ontwikkeld voor het oprichten van een Internetsite, die in de loop van het jaar 2002 operationeel zou moeten zijn.

De contactbrochure werd echter niet meer bijgewerkt sedert 2000 voor de Nederlandse en de Franse versie en sedert 1999 voor de Duitse versie. De brochure 2002 (36) in de drie talen is op dit ogenblik in voorbereiding.

Artikel 60.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om een cel « informatie / communicatie » op te richten, die een dubbele opdracht heeft : de informatie aan de verzekerden en de informatie naar buiten toe.

Artikel 61.- Informatie aan de leden Het gaat om algemene en regelmatige informatie aan de leden. Ze zal worden opgemaakt en verspreid in samenwerking met de gewestelijke diensten.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • de aanplakborden in de gewestelijke diensten regelmatig te actualiseren : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld • de presentatiefolder van de diensten van de H.Z.I.V. in de 3 talen heruit te geven, rekening houdend met de evolutie van de geldende reglementering inzake geneeskundige verzorging of van de diensten van de H.Z.I.V. • de personeelsleden die in contact staan met de verzekerden (lokettisten / personeel van de permanenties / maatschappelijk assistenten) een opleiding te verstrekken inzake Informatie-Educatie-Communicatie (IEC). Bij het verstrijken van de overeenkomst zullen 30 personeelsleden gevormd zijn, pro rata van 10 personeelsleden per jaar. • grote punctuele informatieprojecten uit te werken met betrekking tot de evolutie van het beleid inzake geneeskundige verzorging, zoals bijvoorbeeld de brochure over generische geneesmiddelen, de maximumfactuur,...

Artikel 62.- Informatie naar buiten toe Het gaat hier om de plicht om het publiek in te lichten over de activiteiten van de H.Z.I.V., binnen de grenzen van haar statuut en van haar wettelijke bevoegdheden.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • na afloop van het contract, het jaarverslag over jaar X uit te reiken, 5 maanden na ontvangst van de eindcijfers van het R.I.Z.I.V. van het jaar X in kwestie. Het jaarverslag zal worden opgemaakt volgens een verbeterde structuur, zowel qua inhoud als qua vorm (betere leesbaarheid en beter overzicht van de specificiteiten van de GD's), • voor de Internetsite : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld • de identificatie van de H.Z.I.V. te verbeteren door het gelijkvormig maken van de externe presentatie van de plaatselijke bureaus/gewestelijke diensten van de H.Z.I.V. (gebruik van het logo, gelijkaardige aanplakking van de openingstijden...) en zo een eigen huisstijl te ontwikkelen. De H.Z.I.V. zal er ook op toezien dat haar diensten worden vermeld in de traditionele gidsen (telefoonboeken, sociale gidsen e.a.) en in bestanden (computerbestanden, administratieve bestanden e.a.) die de lijst van de mutualiteiten bevatten. • de samenwerking met diverse partners uit te breiden door een brief met informatie over de diensten van de H.Z.I.V. naar verschillende instellingen van algemeen nut te sturen, in het bijzonder de O.C.M.W.'s, de centra voor gezinsvorming (medische huizen), de grote gemeenten via het College van Burgemeester en Schepenen, de loketten van de Post, de onthaalcentra voor personen die zich in een onregelmatige situatie bevinden,... Op grond van de positieve reacties die zij krijgt, zal de H.Z.I.V. contacten leggen met die partners.

Artikel 63.- Knelpunten Het opmaken van het jaarverslag hangt af van de MvM en van het R.I.Z.I.V., in die mate dat zij het nodige cijfermateriaal bezorgen (boekhoudkundige gegevens, sociale franchise, forfaits chronische ziekten en forfaits incontinentie).

De privé-drukkerijen vormen een knelpunt voor de publicatie van de brochure en de folders,... HOOFDSTUK 2. - Toepassing van het handvest van de sociaal verzekerde

Artikel 64.- Context en huidige situatie De wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van Sociaal Verzekerde bevat een aantal rechten en verplichtingen, zowel voor de openbare instellingen van sociale zekerheid als voor de sociaal verzekerden (37).

In haar actieplan voor een meer toegankelijke en meer gebruikersvriendelijke sociale bescherming, heeft de Regeringscommissaris zich toegespitst op twee acties : - de automatische toekenning van sociale rechten en uitkeringen door een vereenvoudiging van de procedures. - correcte, gebruikersvriendelijke en snelle informatie van de verzekerde door een vereenvoudiging van de formulieren.

Artikel 65.- Doelstellingen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om de toepassing van de wetgeving eenvormig te maken.

De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe om het gebruik van informaticanetwerken te optimaliseren, met de bedoeling de verzekerde slechts te raadplegen indien de gegevens niet beschikbaar zijn.

In het kader van de beslissingen die zij neemt ten aanzien van personen of instellingen, en overeenkomstig de reglementering betreffende de motivering van bestuurshandelingen en het Handvest van de Sociaal Verzekerde, verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe om alle vereiste vermeldingen en motiveringen mede te delen, en indien nodig deze uit te breiden en te preciseren.

De H.Z.I.V. verbindt zich er o.a. toe elke weigering van recht of van prestatie te motiveren, en de informatie te verlenen betreffende de elementen die een vermindering van de prestatie of een gedeeltelijke toekenning van het recht motiveren.

Artikel 66.- Vereenvoudiging van de formulieren De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • alle formulieren die zij naar de verzekerden stuurt, te herzien en in overeenstemming te brengen met het Handvest van de Sociaal Verzekerde (duidelijke, nauwkeurige en volledige informatie), en met de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen. Voorrang zal worden verleend aan formulieren waarbij een beslissing wordt meegedeeld.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Artikel 67.- Installatie van een uniek telefoonnummer De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe • een uniek telefoonnummer te installeren, toegankelijk voor de leden.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Artikel 68.- Deelname aan de vereenvoudiging van de door het R.I.Z.I.V. voorgestelde formulieren De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe : • deel te nemen aan de door het R.I.Z.I.V. aangegane verbintenissen in het kader van de vereenvoudiging van de formulieren : - voor aanvraag tot toekenning van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming - betreffende de door de zelfstandigen uitgeoefende beroepsactiviteit in het kader van de aangifte van arbeidsongeschiktheid (vragenlijst).

Artikel 69.- Knelpunten Er zijn geen knelpunten die de verwezenlijking van deze doelstelling in de weg staan.

TITEL V. - Methodes om de mate waarin de doelstellingen en de gedragsregels werden verwezenlijkt, te meten en te volgen De H.Z.I.V. verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de follow-up van de hierboven genoemde doelstellingen wordt gemeten aan de hand van pertinente indicatoren die men terugvindt in de boordtabellen, of met andere meetinstrumenten.

De kwantificeerbare doelstellingen zullen periodiek worden gemeten (per maand, trimester,...) en worden geëvalueerd aan de hand van boordtabellen die indicatoren bevatten zoals het aantal, de termijnen, de percentages,...

Op dit ogenblik zijn al de gegevens die nodig zijn voor de opbouw van de indicatoren niet in het informaticasysteem ingebracht. Daarom verbindt de H.Z.I.V. zich ertoe deze indicatoren tijdens de overeenkomst op te bouwen en ze ten laatste 1 jaar vóór het verstrijken ervan operationeel te maken.

De kwalitatieve doelstellingen zullen worden gemeten en geëvalueerd aan de hand van aangepaste methodes zoals inventaris, enquêtes, verslagen,...

In de loop van het eerste jaar van de overeenkomst zal een specifieke methodologie worden ontwikkeld, bijvoorbeeld in het kader van de exactheid van de betaling van de geneeskundige verzorging,. Tijdens de volgende jaren zal ze worden toegepast en geëvalueerd.

Voor elke verbintenis die in deze overeenkomst is opgenomen, werd een boordtabel opgemaakt (zie bijlage 1), waarin het volgende wordt vermeld : a) De acties, middelen of oplossingen die de H.Z.I.V. belooft aan te wenden. Meestal verwijst de indicator naar een datum waarop de actie zal gerealiseerd zijn en die zal kunnen worden vergeleken met de datum die vooraf werd bepaald.

Soms verwijst de indicator naar een streefwaarde. Voor deze acties zijn zowel de huidige waarde als de verwachte of nagestreefde waarden voor de drie jaren van de bestuursovereenkomst vastgelegd. b) De resultaten zijn verbonden met de gevoerde acties en moeten worden gemeten.Tegenover elk resultaat staan een of meer indicatoren.

In de mate van het mogelijke wordt voor elke indicator een actuele waarde vermeld. De nagestreefde of verwachte waarden worden eveneens hetzij per jaar, hetzij na afloop van de overeenkomst gedefinieerd.

Men zal ze kunnen vergelijken met de waarden die werden behaald bij het afsluiten van de overeenkomst. c) De knelpunten zijn factoren waarop de H.Z.I.V. weinig of geen vat heeft en die het behalen van de doelstelling bepalen. d) De verwachte effecten geven de resultaten weer die de H.Z.I.V. hoopt te behalen, rekening houdend met de vooraf beschreven knelpunten.

TITEL VI. - De verbintenissen van de Staat en de bescherming van de staatsbelangen Artikel 70 Overeenkomstig het artikel 15 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de sociale zekerheidsinstellingen, legt de Staat aan het advies van het beheersorgaan van de instelling elk voorontwerp van wet of besluit voor, dat de wetgeving die de instelling moet toepassen beoogt te wijzigen. De hoogdringendheid kan door de Staat slechts worden ingeroepen, indien zijn begrotingsbeleid of sociaal beleid zulke modaliteit noodzakelijk maakt.

De Staat verbindt er zich ook toe om contacten te leggen met de betrokken diensten van de instelling om, enerzijds, rekening te houden met de technische aspecten voor het toepassen van de overwogen wijzigingen en, anderzijds, om hen toe te laten tijdig de veranderingen voor te bereiden. Behoudens gemotiveerde hoogdringendheid wordt de datum van inwerkingtreding van de bedoelde wijzigingen of nieuwe maatregelen in overleg met de instelling vastgelegd.

Artikel 71 Na voorafgaand overleg met de instellingen en met respect voor het begrotingsbeleid van de Staat en voor het stabiliteitspact verbindt de Staat er zich toe het thesaurieplan na te leven dat jaarlijks opgesteld wordt voor de storting van de subsidies aan het Globaal Beheer en voor de alternatieve financiering voorzien in de begroting; het Globaal Beheer zal dan deze middelen moeten verdelen tussen de verschillende instellingen in functie van hun behoeften zodat ze de continuïteit in de uitoefening van hun opdrachten kunnen waarborgen.

Artikel 72 Tijdens de eindevaluatie van de overeenkomst en in de mate de Staat tijdig verwittigd is geweest verbindt de Staat er zich toe rekening te houden met gebeurtenissen van overmacht die eventueel de verwezenlijking van de overeenkomst hebben belemmerd evenals met de besluiten van de regering, genomen na afsluiting van de overeenkomst en die zouden hebben geleid tot een merkelijke verzwaring van de taken of van zekere uitgaven.

Artikel 73 Indien de instelling in het kader van een wettelijke opdracht moet samenwerken met een federaal ministerie zal dit laatste ervoor waken doeltreffend samen te werken.

Zowel de instelling als de federale overheidsdienst zullen pro-actief reageren met name wanneer de samenwerking de overdracht van informatie vereist.

Dit laatste impliceert een voortdurend overleg tussen de federale overheidsdienst en de betrokken instelling.

Dit voortdurend overleg zal in werking gesteld worden op initiatief van de instelling.

TITEL VII. - Zogenaamde positieve en negatieve sancties Pro memorie In verband met de zogenaamde positieve en negatieve sancties waarin het koninklijk besluit voorziet, moet nog een koninklijk uitvoeringsbesluit worden genomen.

TITEL VIII. - Nodige middelen voor de verwezenlijking van de opdrachten, taken, doelstellingen en gedragsregels HOOFDSTUK 1. - Beheerskredieten Artikel 74 De beheerskredieten die aan de H.Z.I.V. worden toegekend omvatten alle kredieten inzake personeel, werking en investeringen, zoals zij deel uitmaken van de beheersbegroting, en houden rekening met de doelstelling om voldoende personeelskredieten te voorzien voor de statutaire ambtenaren.

De beheerskredieten en de maximum personeelskredieten voor het statutair personeel zijn berekend volgens in bijlage 2 beschreven methodes.

Voor 2003 bedragen de totale beheerskredieten, die het maximumbedrag aan personeelskredieten voor het statutair personeel omvatten( euro 12.365.147 ) : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bij de berekening van de begroting van de jaren 2004 en 2005, moet men rekening houden met de volgende correctiefactoren : K2 => Correctiefactoren in verband met de gezondheidsindex en de groei van het stabiliteitspact.

De begroting zal elk jaar worden aangepast, rekening houdend met : • De indexering, d.w.z. de evolutie van de gezondheidsindex en de groei die de regering heeft voorzien in het stabiliteitspact 2001-2005; • De overdracht van de werkingskredieten in verband met het investeringsprogramma of voor de investeringsuitgaven die tijdens het begrotingsjaar niet werden gebruikt; deze kredieten worden opnieuw ingeschreven in de beheersbegroting van het volgende boekjaar, voorzover dit nodig is voor de uitvoering van het investeringsprogramma (art. 14, § 2 van het koninklijk besluit van 3 april 1997); • De wijzigingen van de reglementering die een weerslag hebben op de beheersbegroting; • De personeelskosten ter uitvoering van de positieve sancties waarin de wet voorziet.

Artikel 75 Binnen de grenzen van haar opdrachten, kan de H.Z.I.V. beslissen over de verwerving, de aanwending of de vervreemding van lichamelijke en onlichamelijke goederen en de vestiging of de opheffing van zakelijke rechten op deze goederen, alsmede over de uitvoering van dergelijke beslissingen.

In afwijking van het eerste lid, is elke beslissing tot verwerving, oprichting, renovatie of vervreemding van een onroerend goed of recht, waarvan het bedrag 5 miljoen euro overschrijdt, onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de voogdijminister en de minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort. Om zich uit te spreken, beschikt de Minister van Begroting over een termijn van een maand vanaf de ontvangst van het gegeven akkoord van de voogdijminister.

De reglementering inzake overheidsopdrachten is in voorkomend geval van toepassing, in het bijzonder bij renovatie van gebouwen.

Artikel 76 Inzake de bepaling van de beheersontvangsten, vereist de affectatie van de opbrengst van de vervreemding van onroerende goederen of de verkoop van roerende goederen het voorafgaande akkoord van de voogdijminister en van de Minister van Begroting. Om zich uit te spreken, beschikt de Minister van Begroting over een termijn van een maand vanaf de ontvangst van het gegeven akkoord van de voogdijminister. HOOFDSTUK 2. - Boekhoudplan Artikel 77 De HZIV verbindt zich ertoe een boekhoudplan te ontwikkelen en in te voeren dat is gebaseerd op het nieuwe genormaliseerde boekhoudplan voor de instellingen van sociale zekerheid.

Dit nieuwe boekhoudplan zal in werking treden het jaar volgend op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot goedkeuring van het nieuwe genormaliseerde boekhoudplan,voorgesteld door de Commissie voor Normalisatie van de Boekhouding van de Openbare Instellingen van Sociale Zekerheid.

TITEL IX. - Slotbepalingen

Artikel 78.- Andere opdrachten De verbintenissen die in deze bestuursovereenkomst zijn vermeld, doen geen afbreuk aan de verplichting van de instelling van sociale zekerheid om de andere wettelijke opdrachten die niet het voorwerp uitmaken van een specifieke doelstelling, op efficiënte wijze te vervullen.

Artikel 79.- Herziening van de overeenkomst Elke partij heeft het recht de andere partij voor te stellen om de overeenkomst te herzien vooraleer ze is verstreken. Dit voorstel is onderworpen aan dezelfde basisprocedure als die, welke aanleiding heeft gegeven tot het sluiten van de overeenkomst. De medecontractanten zullen ervoor zorgen geen gebruik te maken van deze mogelijkheid zonder een voldoende ernstige reden. Zij zullen al het nodige doen om ze snel en op constructieve wijze te onderzoeken.

Artikel 80.- Niet-nakomen van de verbintenissen Ingeval de verbintenissen die door een van de partijen zijn aangegaan, niet worden nageleefd, zal de andere partij zich onverwijld tot de eerste wenden om maatregelen overeen te komen om hieraan te verhelpen.

Indien de niet-nakoming zelf van het geheel of van een gedeelte van de overeenkomst wordt betwist of indien er onenigheid bestaat over de maatregelen die moeten worden genomen om een contractuele tekortkoming te verhelpen, zullen de partijen zo mogelijk overeenkomen hoe het geschil het best kan worden beslecht, door een beroep te doen op een derde persoon of een derde orgaan.

Bij gebrek aan dergelijk akkoord, of ingeval van niet-naleving van het gevolg dat aan dergelijk akkoord werd gegeven, zal de Ministerraad, na advies van de Nationale Arbeidsraad en van het College van de openbare instellingen van sociale zekerheid, een beslissing nemen.

Artikel 81.- Duur van deze overeenkomst Deze overeenkomst wordt gesloten voor een bepaalde duur van drie jaar.

Artikel 82.- Inwerkingtreding Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2003.

Namens de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering W. TAMINIAUX De Voorzitter van het Beheerscomité J. LIVYNS Administrateur generaal A. ADRIAENSEN Adjunct-administrateur generaal K. ROSIER Lid van het Beheerscomité L. DE VOS Lid van het Beheerscomité D. VAN DAELE Lid van het Beheerscomité I. VAN DAMME Lid van het Beheerscomité Namens de Belgische Staat De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen F. VANDENBROUCKE De Minister van Begroting J. VANDE LANOTTE De Minister van Ambtenarenzaken en van de Modernisering van de Openbare Besturen L. VAN DEN BOSSCHE (1) De gewestelijke dienst Gent en de gewestelijk dienst der Brabanten vergoeden de kosten voor geneeskundige verzorging uitsluitend via een bankrekening of per postcheque.(2) In 2001 werden 18 386 getuigschriften vergoed in het kader van de internationale verdragen, tegenover 18 823 in 2000.(3) Dit percentage is identiek voor het jaar 2000.(4) Dit percentage is gelijk aan 17 % voor het jaar 2000.(5) Met uitzondering van de gewestelijke dienst Luxemburg, die vanwege het zeer beperkt aantal gevallen van primaire ongeschiktheid, de mogelijkheid heeft de betaling te verrichten zodra het dossier een vergoeding mogelijk maakt. Alleen de gewestelijke dienst Limburg doet vier betalingen per maand op een vaste datum. (6) Dit probleem is nog duidelijker bij de werklozen (40 % van de getuigschriften worden ontvangen na het verstrijken van de wettelijke termijn).(7) De lopende dossiers zullen altijd tweemaal per maand worden betaald, maar de frequentie van betaling zal worden verhoogd in het geval van een eerste uitbetaling wegens primaire ongeschiktheid.De initiële betaling gebeurt zodra het dossier volledig is. (8) Inlichtingsblad of ontvangst van het laattijdig attest.(9) Deze termijn zal worden gemeten in kalenderdagen.(10) Deze steekproef bevat alle getuigschriften waarvoor de adviserend geneesheer een beslissing heeft genomen tussen 16/01/02 en 15/04/02.(11) Beslissing van weigering of erkenning van het medisch getuigschrift. (12) Met verwijzing naar het Handvest van de Sociaal Verzekerde (13) Gewijzigd bij het K.B. van 28 maart 1995 (14) Indien de H.Z.I.V. beslist heeft om voor het gerecht te gaan om een lid te verdedigen, neemt de H.Z.I.V. de kosten van de advocaat die haar vertegenwoordigt ten laste. Beslist de H.Z.I.V. evenwel om niet voor het gerecht te gaan, maar gaat het lid zelf voor het gerecht, dan neemt de H.Z.I.V. de kosten van de advocaat die het lid vertegenwoordigt niet ten laste. (15) Daghospitalisaties buiten beschouwing gelaten. (16) Bijvoorbeeld : de gegevens betreffende de ziekenhuisverblijven, beëindigd in de loop van het jaar 2001, moeten worden gehaald uit de boekhoudkundige gegevens die de periode dekken van 01.01.2001 tot 30.06.2002 en moeten ten laatste op 31.12.2002 naar het R.I.Z.I.V. worden gestuurd. (17) Dit verslag zou ten laatste tegen 31.12.2002 beschikbaar moeten zijn. (18) Editie 6.(19) Editie 7.(20) Editie 8.(21) Tot 30 juni 1998 geboekte gegevens. (22) Op 31.12.03, 31.12.04, 31.12.05. (23) Percentage vermeld in de bestuursovereenkomst van het R.I.Z.I.V. (24) Het gemiddelde voor alle VI bedraagt 3.40 %. (25) Rapport voorzien voor 01.03.2004. (26) Respectievelijk 30.08.2001 en 28.02.2002. (27) Dit zou eind 2002 operationeel moeten zijn.(28) Nieuwe cumulatieregel van toepassing in 2002.(29) Algemeen cijfer voor de deeltijdse hervattingen in arbeidsongeschiktheid en in invaliditeit. (30) Tegen 01.07.2002. (31) Zie artikel 47.(32) Op voorwaarde dat het nodige personeel wordt toegekend. (33) D.w.z. tegen 31.12.2002, 2003 en 2004 (34) Met verwijzing naar artikel 32, eerste lid, 15° van de gecoördineerde wet van 14.7.1994. Bijvoorbeeld, de kandidaat-vluchtelingen, de personen die leven van een bestaansminimum,... (35) 2,3 % van de « residenten in België » op nationaal vlak in 2000 (cijfers afkomstig uit het jaarverslag R.I.Z.I.V. 2000). (36) Opgesteld in de drie talen.(37) Gewijzigd bij de wet van 25 juni 1997.(i) In afwachting van de parameters (K2), die later meegedeeld worden, wordt geen totaal vermeld, hetzij voor de meerjarige schattingen van de lopende informaticauitgaven en informaticainvesteringen.(38) In dit bedrag is een raming begrepen van de kosten van de invoering van het Copernicusplan (competentiepremie en verhoging van het jaarlijks vakantiegeld) geweten bij de ondertekening van de bestuursovereenkomst.(39) Dit bedrag omvat de aankoop van 3 nieuwe gebouwen te Bergen, te Charleroi en te Luik, evenals de uitgaven in verband met de inrichting van deze gebouwen.In 2003 werd een bedrag van euro 79.325 ingeschreven in de inkomsten voor de verkoop van het gebouw te Malmedy. In 2004 wordt een bedrag van euro 495.787 voorzien voor de verkoop van de gebouwen te Luik en Bergen.

Bijlage 1. - Boordtabellen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage 2. - Beheersbegroting HOOFDSTUK 1. - Overdracht van artikelen van de beheersbegroting naar de opdrachtenbegroting Overeenkomstig artikel 11, § 2 van het koninklijk besluit van 3 april 1997, wordt de begroting opgedeeld in een opdrachtenbegroting en een beheersbegroting. De opdrachtenbegroting bevat de ramingen van de ontvangsten en uitgaven die verband houden met de wettelijke opdrachten van de instelling. De beheersbegroting raamt de ontvangsten en uitgaven die eigen zijn aan het beheer van de instelling. Een werkgroep die binnen College van Adminstrateurs-generaal werd opgericht, heeft de opdeling van de begrotingen uitgewerkt.

Zich baserend op bovenvermelde definities, werden vanaf het begrotingsjaar 2003 een aantal ontvangsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk overgeheveld van de beheersbegroting naar de opdrachtenbegroting. Het betreft de volgende ontvangsten- en uitgavenposten : a) Ontvangsten Artikel 706.9. - Diverse uitgaven met een bijzondere bestemming Het betreft de ontvangsten die voortvloeien uit • de subsidies ten laste van het Ministerie van Volksgezondheid in verband met de door de HZIV verstrekte gegevens betreffende de verpleegdagen. • Het Bijzonder Solidariteitsfonds van het RIZIV. Artikel 712.1. - Gerechtskosten - terugbetaling door derden Het betreft voornamelijk de tegemoetkoming van derden (verzekeringsmaatschappijen, leden,...) in onze gerechtskosten in verband met de opdrachten.

Artikel 726.9. - Diverse opbrengsten van beleggingen Het betreft intresten die de HZIV ontvangt op diverse financiële rekeningen die dienen voor het innen van eigen ontvangsten van de HZIV en van gelden die door het RIZIV worden gestort in het kader van het globaal beheer.

Artikel 796.1. - Hypothecaire leningen Het betreft hypothecaire leningen aangegaan in het kader van de vernieuwing van de SIS-kaart. b) Uitgaven Artikel 812.4. - Geschillen met het personeel of de leveranciers De kosten voor rechtszaken die de HZIV moet dragen, hebben voornamelijk betrekking op geschillen in verband met de uitkeringsverzekering en de verzekering voor geneeskundige verzorging.

Zij zullen dus worden vermeld onder artikel 805.0. van de opdrachtenbegroting.

Artikel 812.55. - Honoraria voor vertalingen verricht door derden De kosten aangerekend voor vertalingen die worden uitbesteed in het kader van de uitvoering van de ZIV-reglementering zijn opgenomen in artikel 805.1.

Artikel 812.811. - Kantoorbenodigdheden en mechanografische kaarten De kosten voor drukwerk in het kader van de informatie van de verzekerde in verband met de wetgeving inzake geneeskundige verzorging en uitkeringen, zullen opgenomen worden in artikel 805.2.

Artikel 812.812. - Frankering van de briefwisseling De frankeringskosten in verband met de mailing voor de informatie van de verzekerden in verband met de wetgeving inzake geneeskundige verzorging en uitkeringen, zullen opgenomen worden in artikel 805.2.

Artikel 812.9. - Gewone financiële lasten De gewone financiële lasten in verband met de in de gewestelijke diensten verrichte betalingen van geneeskundige verzorging en uitkeringen zijn opgenomen in artikel 805.3.

Artikel 821.9. - Intresten op hypothecaire leningen Op dit artikel worden de door de FORTIS-bank aangerekende intresten op zichtrekeningen geboekt. Via deze rekeningen worden de ontvangsten vanwege het globaal beheer gestort, de voorschotten aan de gewestelijke diensten overgemaakt en gebeurt dus de betaling van de tegemoetkomingen van de Staat in de geneeskundige verzorging en de uitkeringen. Het bestaan van deze financiële rekeningen houdt bijgevolg rechtstreeks verband met de operationele basisopdracht : beheer van de thesaurie en verdeling van de fondsen onder de actoren van sociale zekerheid (zorgverleners, verzekerden). HOOFDSTUK 2. - Berekeningsmethodes Sectie 1. - Personeelskosten De berekeningsmethode berust op de optelling van : 1. De kosten, berekend op de gemiddelde weging van de loopbanen van alle betrekkingen in een volledige personeelsformatie van 242 personeelsleden, waarbij de kosten van de adviserend geneesheren en het onderhoudspersoneel gevoegd worden.2. De bezoldigingen en de desbetreffende sociale bijdragen. Het totaalbedrag van de personeelskosten omvat een forfaitair bedrag per nieuw personeelslid van euro 1.258, gebaseerd op artikels 811.3 en 811.7.

Overeenkomstig de vereisten van het koninklijk besluit van 3 april 1997, werd een theoretisch maximumkrediet voor personeelskosten berekend.

Sectie 2. - Werkingskosten Het totaal bedrag van de werkingsuitgaven is de som van : 1. De bedragen in verband met de realisaties 2001, vermeerderd met 3 %, en 1,5 % en 1,3 % voor alle artikels.2. Informatica : 1.Prestaties SMALS. - Door extrapolatie van de gekende uitgaven in 2002 vermeerderd met het toegelaten groeipercentage. 2. Andere informaticauitgaven : bedragen in verband met de realisaties 2001, vermeerderd met 3 %, en 1,5 % en 1,3 % voor alle artikels. Sectie 3. - Investeringskosten Het totaalbedrag van de investeringsuitgaven is de som van : 1. De bedragen in verband met de realisaties 2001, vermeerderd met 2X3 % voor de meeste artikels.2. De aanvullende bedragen afkomstig van de meerjarenplannen voor de investeringsuitgaven (informatica en gebouwen), opgemaakt voor de jaren 2003-2005. BESTUURSOVEREENKOMST AANVULLENDE MIDDELEN VOOR PERSONEEL Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De personeelsformatie omvat 242 ambtenaren, plus 7 contractuele adviserend geneesheren.

Gezien om gevoegd te worden bij Ons Besluit van 2 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Ambtenarenzaken, Mevr. M. ARENA

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^