Koninklijk Besluit van 02 september 2013
gepubliceerd op 24 september 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden tot het verkrijgen van een vergunning als maritieme veiligheidsonderneming

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2013000616
pub.
24/09/2013
prom.
02/09/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

2 SEPTEMBER 2013. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden tot het verkrijgen van een vergunning als maritieme veiligheidsonderneming


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, artikel 13.19, ingevoegd bij de wet van 16 januari 2013 houdende diverse maatregelen betreffende de strijd tegen maritieme piraterij;

Gelet op advies 53.347/2 van de Raad van State, gegeven op 10 juni 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vervangen bij de wet van 2 april 2003;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.- In het kader van de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° wet : de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;2° administratie : de Directie Private Veiligheid bij de Algemene Directie Veiligheid en Preventie bij de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken; 3° agent : persoon zoals bedoeld in artikel 13.20, 5°, van de wet; 4° operationeel leidinggevende : de agent die door de maritieme veiligheidsonderneming wordt aangeduid om de andere agenten te leiden tijdens de opdracht en die de operationele leiding neemt van deze;5° leidinggevende : persoon die de werkelijke leiding heeft van een maritieme veiligheidsonderneming dan wel zetelt in de raad van bestuur van de onderneming; 6° maritieme veiligheidsonderneming : onderneming zoals bedoeld in artikel 13.18 van de wet; 7° minister : de Minister van Binnenlandse Zaken;8° maritieme veiligheidsploeg : ploeg die voor het toezicht, de bescherming en veiligheid aan boord van het schip zorgt;9° activiteiten : activiteiten van toezicht, bescherming en veiligheid aan boord van schepen om te strijden tegen piraterij. HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen

Art. 2.Elke natuurlijke of rechtspersoon die een vergunning aanvraagt als maritieme veiligheidsonderneming, richt daartoe een aanvraag bij ter post aangetekende brief aan de administratie.

De aanvraag dient de bescheiden en inlichtingen bepaald in dit besluit te bevatten.

De aanvraag tot vernieuwing van de vergunning moet ten minste zes maanden voor het aflopen van de vergunning ingediend worden bij de administratie. Afdeling 1. - Aanvraag uitgaande van een onderneming met een

exploitatiezetel op het Belgische grondgebied

Art. 3.De aanvraag tot vergunning uitgaande van een onderneming met een exploitatiezetel op het Belgische grondgebied bevat de volgende bescheiden en inlichtingen : 1° het ondernemingsnummer;2° een kopie van de oprichtingsakte en/of de statutenwijziging, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;3° een geldig verzekeringsattest inzake de verzekering van de burgerlijke en contractuele aansprakelijkheid van de maritieme veiligheidsonderneming, zoals bedoeld in artikel 3 van de wet, waarvan het model is vastgelegd bij koninklijk besluit van 27 juni 1991 houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bewakingsondernemingen, de interne bewakingsdiensten en de maritieme veiligheidsondernemingen;4° het telefoonnummer, e-mailadres en adres van de exploitatiezetel waarop de contactpersoon van de onderneming bereikbaar is;5° een lijst van het administratief en logistiek personeel, de agenten, de operationeel leidinggevenden en de leidinggevenden binnen de onderneming met opgave van naam, voornaam, rijksregisternummer, nationaliteit en volledig adres;6° voor het administratief en logistiek personeel, de agenten, de operationeel leidinggevenden en de leidinggevende personen : a) een uittreksel uit het strafregister, dat overeenstemt met het model bedoeld in artikel 596, eerste lid van het wetboek van strafvordering, of een gelijkwaardig getuigschrift indien men zijn woonplaats in het buitenland heeft, dat niet ouder is dan zes maanden op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend;b) een door betrokkene ondertekende historiek van zijn beroepsactiviteiten;c) een volledig ingevuld document van instemming met het onderzoek naar de veiligheidsvoorwaarden volgens het model opgenomen in bijlage 4 van het koninklijk besluit van 26 september 2005 betreffende de modaliteiten voor de toekenning, de geldigheidsduur, de weigering en de vernietiging van de identificatiekaart en de procedure inzake de onderzoeken naar de veiligheidsvoorwaarden;7° voor de agenten en de operationeel leidinggevenden : a) het bewijs dat betrokkene gedurende ten minste twee jaar op wettige wijze gewapende activiteiten heeft uitgeoefend inzake bewaking en bescherming aan boord van schepen en nog steeds toegelaten is om dat te doen volgens de wetgeving die op hem van toepassing is; b) het bewijs dat betrokkene voldoet aan de vereisten zoals voorzien in 13.20, § 1, 5°, b) van de wet; c) het bewijs dat betrokkene voldoet aan de voorwaarden inzake psycho-technisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, 5° van de wet; d) het bewijs dat betrokkene geslaagd is in de opleiding dewelke werd voorzien in uitvoering van artikel 13.20, § 1, 5°, c) van de wet; 8° voor wat betreft het geval zoals bepaald in artikel 13.20, § 1, 3°, a) van de wet : het bewijs dat de onderneming ten minste gedurende twee jaar, op gewapende wijze, wettig activiteiten heeft uitgeoefend inzake bewaking, bescherming en veiligheid van schepen om te strijden tegen piraterij zonder dat er ernstige inbreuken op de wetgeving of regelgeving werden vastgesteld bij de uitoefening van deze activiteiten.Indien de onderneming een door de overheid verleende vergunning als maritieme veiligheidsonderneming heeft verkregen in één of meerdere lidstaten van de Europese Unie, dienen de documenten die dit aantonen, mee overgemaakt te worden; 9° voor wat betreft het geval zoals bepaald in artikel 13.20, § 1, 3°, b) van de wet : b) het operationeel samenwerkingsprotocol dat werd afgesloten met een maritieme veiligheidsonderneming dewelke beantwoordt aan de voorwaarden voorzien bij artikel 13.20, § 1, 3°, a) van de wet. Dit protocol dient de gehele vergunningsperiode te dekken en de tekst ervan bevat minimaal de volgende bepalingen : - de namen van de ondernemingen dewelke de overeenkomst afsluiten; - de adressen van de maatschappelijke zetels en de exploitatiezetels van beide ondernemingen; - begin- en einddatum van de overeenkomst; de namen en contactgegevens van de verantwoordelijken binnen de maritieme veiligheidsonderneming met dewelke een samenwerkingsprotocol werd afgesloten; b) het bewijs dat de maritieme veiligheidsonderneming met dewelke een protocolakkoord werd afgesloten ten minste gedurende twee jaar, op gewapende wijze, wettig activiteiten heeft uitgeoefend inzake bewaking, bescherming en veiligheid van schepen om te strijden tegen piraterij zonder dat er ernstige inbreuken op de wetgeving of regelgeving werden vastgesteld bij de uitoefening van deze activiteiten.Indien deze onderneming een door de overheid verleende vergunning als maritieme veiligheidsonderneming heeft verkregen in één of meerdere lidstaten van de Europese Unie, dienen de documenten die dit aantonen, mee overgemaakt te worden; 10° een verklaring op eer dat de onderneming de opdrachten zelf zal uitvoeren en niet in onderaanneming zal geven aan een andere onderneming, behalve in de door de Minister van Binnenlandse Zaken bepaalde gevallen; 11° het model van procedurehandleiding dat in uitvoering van artikel 13.24 van de wet dient overgemaakt te worden aan de maritieme veiligheidsploeg; 12° een beschrijving van het type en het model van de handboeien dewelke overeenkomstig artikel 13.27 van de wet desgevallend bij de vatting gebruikt zullen worden tijdens de opdrachten; 13° een lijst van de wapens dewelke tijdens de uitvoering van de opdrachten aan boord kunnen worden gebracht met specificatie van model, merk, type en kaliber;14° documenten afgeleverd door de bevoegde autoriteiten waaruit blijkt dat de onderneming de aldaar geldende reglementering betreffende het opslaan en het aan boord brengen van de wapens waarmee de agenten zullen worden uitgerust, naleeft; 15° het bewijs dat de maritieme veiligheidsonderneming minimaal beschikt over : - één ploeg die het schip kan bewaken conform hetgeen werd bepaald in uitvoering van artikel 13.21 van de wet; - voldoende personeel en voldoende uitrusting om minstens éénmalig de activiteit te kunnen uitvoeren inzake bewaking, bescherming en veiligheid aan boord van het schip en dit conform de geldende reglementering.

Art. 4.Het bewijs dat overeenkomstig het artikel 3, 7°, a, 8° en 9°, b, van onderhavig besluit moet worden overgemaakt, kan niet bestaan uit een eenvoudige verklaring maar dient schriftelijke stukken uit de bedoelde periode, uitgaande van derden, te bevatten.

De minister oordeelt of deze stukken als voldoende bewijs kunnen beschouwd worden. Afdeling 2. - Aanvraag uitgaande van een onderneming zonder

exploitatiezetel op het Belgische grondgebied

Art. 5.De aanvrager heeft de keuze : 1° ofwel bevat de aanvraag de bescheiden en inlichtingen zoals bepaald in afdeling 1 van dit besluit;2° ofwel bevat de aanvraag per element dat overeenkomstig afdeling 1 van dit besluit vereist is, de schriftelijke bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat de onderneming in het kader van de wettelijke en gereglementeerde uitoefening van de beoogde activiteiten in een andere lidstaat van de Europese Unie reeds waarborgen heeft verstrekt aan de overheid van deze lidstaat en dewelke door deze overheid werden goedgekeurd.Deze waarborgen dienen gelijkwaardig te zijn aan de waarborgen, vereist door de wet en haar uitvoeringsbesluiten.

Art. 6.Het bewijs dat overeenkomstig het artikel 5, 2°, van onderhavig besluit moet worden overgemaakt, kan niet bestaan uit een eenvoudige verklaring maar dient schriftelijke stukken uit de bedoelde periode, uitgaande van derden, te bevatten.

De minister oordeelt of de waarborgen dewelke door de bevoegde overheid in de lidstaat van herkomst werden aanvaard, gelijkwaardig zijn.

Art. 7.Overeenkomstig artikel 31 van de wet van 16 januari 2013 houdende diverse maatregelen voor de bestrijding van maritieme piraterij betreffende aangelegenheden als bedoeld door artikel 78 van de Grondwet, dient, in afwachting van de datum van inwerkingtreding van de besluiten voorzien bij hoofdstuk IIIter van de wet, de aanvraag uitsluitend de gegevens bepaald in artikel 3, 1° tot 6°, 7°, a) en b), 8°, 10°, 13° en 14°, en in artikel 5 van onderhavig besluit te bevatten.

Art. 8.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 september 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^