Koninklijk Besluit van 03 april 2015
gepubliceerd op 13 april 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2015022113
pub.
13/04/2015
prom.
03/04/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

3 APRIL 2015. - Koninklijk besluit tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, artikel 22, tweede lid, vervangen bij de wet van 30 maart 1994 en artikel 29, § 4, ingevoegd bij de wet van 28 maart 1973 en vervangen bij het koninklijk besluit van 23 december 1996 bekrachtigd bij de wet van 13 juni 1997;

Gelet op de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, artikel 152, gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1981 en 15 mei 1984 en bij de koninklijke besluiten van 14 mei 2000, 11 december 2001, 14 februari 2003, 9 april 2007, 12 juni 2008, 16 februari 2009, 6 juli 2011 en 24 juni 2013 en artikel 153, gewijzigd bij de wet van 15 mei 1984 en bij de koninklijke besluiten van 14 mei 2000, 11 december 2001, 14 februari 2003, 9 april 2007, 12 juni 2008, 16 februari 2009, 6 juli 2011 en 24 juni 2013;

Gelet op de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector, artikel 33, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, artikel 33bis, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, artikel 34, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, en artikel 34bis, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, artikel 8, § 10, 1°, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005;

Gelet op de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, artikel 6, § 5;

Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, artikel 72, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 15 mei 2014 en 19 december 2014, artikel 73, gewijzigd bij de wet van 19 december 2014 en artikel 73bis, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2014 en 19 december 2014;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen, gegeven op 23 maart 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 februari 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 10 maart 2015;

Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse gezien de hoogdringendheid gemotiveerd door de omstandigheid dat het ontwerp van koninklijk besluit voorziet in de verhoging van bepaalde uitkeringen uitbetaald door de Rijksdienst voor Pensioenen vanaf 1 mei 2015;

Dat de bepalingen van artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, die gewijzigd zullen worden door artikel 1, § 2 van voorliggend besluit, voorzien in de verhoging van het maximum pensioenbedrag dat kan toegekend worden op basis van het minimumjaarrecht, met uitwerking op 1 januari 2015;

Dat de bepalingen van artikel 56 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, die gewijzigd zullen worden door artikel 6 van voorliggend besluit, een verhoging van het vakantiegeld en de aanvullende toeslag voorzien vanaf mei 2015;

Dat de bepalingen van artikel 7 van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, die gewijzigd zullen worden door artikel 3 van voorliggend besluit en van artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, die gewijzigd zullen worden door artikel 4 van voorliggend besluit, een verhoging van het gewaarborgd minimum rust- en overlevingspensioen voor een gemengde loopbaan voorzien vanaf juni 2015.

Dat het daarom van belang is dat de Rijksdienst voor Pensioenen zijn informaticaprogramma's kan aanpassen en kan overgaan tot de uitvoering van voorafgaande testen en dit om een correcte toekenning van het pensioen, een correct beheer van de rechten in betaling, met name van het verschuldigde vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld te waarborgen in mei 2015;

Gelet op het advies nr. 57.313/1 van de Raad van State, gegeven op 30 maart 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Verhoging van het minimumrecht per loopbaanjaar

Artikel 1.§ 1. Het bedrag van 17.026,70 euro bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 maart 1997, 11 december 2001, 16 februari 2009, 6 juli 2011 en 24 juni 2013, wordt gebracht op 17.367,23 euro.

De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen en de overgangsuitkeringen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan op 1 september 2015. § 2. De bedragen van 13.540,07 euro en van 10.832,05 euro bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 23 december 1996, worden respectievelijk gebracht op 13.810,87 euro en 11.048,69 euro.

De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan op 1 januari 2015. HOOFDSTUK 2. - Aanpassing van het gewaarborgd minimumpensioen

Art. 2.De bedragen van 12.765,99 euro en van 10.216,01 euro, bedoeld in artikel 152 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, en het in artikel 153 van dezelfde wet bedoelde bedrag van 10.055,39 euro worden met ingang van 1 september 2015 respectievelijk vervangen door de bedragen van 13.021,31 euro, 10.420,33 euro en 10.256,50 euro.

Art. 3.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 6 juli 2011 en 24 juni 2013 wordt met ingang van 1 juni 2015 vervangen als volgt: "

Art. 7.§ 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet, is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het in artikel 152, eerste lid van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 bedoelde bedragen van toepassing. § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet, is het in artikel 153, eerste lid van de voormelde wet van 8 augustus 1980 bedoelde bedrag van toepassing.".

Art. 4.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, maar waarvan de bepalingen van toepassing blijven op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan vóór 1 oktober 2006, wordt met ingang van 1 juni 2015 vervangen als volgt: "

Art. 7.§ 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 4, 2° bedoelde voorwaarden voldoet, is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het in artikel 152, eerste lid van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 bedoelde bedragen van toepassing. § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5 bedoelde voorwaarden voldoet, is het in artikel 153, eerste lid van de voormelde wet van 8 augustus 1980 bedoelde bedrag van toepassing.". HOOFDSTUK 3. - Aanpassing van sommige pensioenen

Art. 5.Met uitsluiting van de pensioenen bedoeld in de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en van de pensioenen bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, maar waarvan de bepalingen van toepassing blijven op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan vóór 1 oktober 2006, worden de pensioenen in de werknemersregeling die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan vóór 1 januari 1995, verhoogd met 1 % op 1 september 2015. HOOFDSTUK 4. - Aanpassing van het vakantiegeld

Art. 6.In artikel 56 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3 worden de bedragen van 161,61 euro, 96,91 euro, 633,43 euro en 506,74 euro met ingang van 1 mei 2015 respectievelijk vervangen door de bedragen van 171,13 euro, 102,63 euro, 670,76 euro en 536,60 euro;2° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: " § 5.Het jaarlijks vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld, vastgesteld overeenkomstig de paragrafen 1 tot 4, wordt vermenigvuldigd met 1,15 zonder dat de globale uitkering van het jaarlijks vakantiegeld en van de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld de in paragraaf 3, B, eerste lid van hetzelfde besluit bedoelde bedragen kan overschrijden." HOOFDSTUK 5. - Aanpassing van de inkomensgarantie voor ouderen

Art. 7.Het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, wordt op 1 september 2015 gebracht op 6.195,15 euro. HOOFDSTUK 6. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 8.Wanneer het een overlevingspensioen betreft, is, het in aanmerking te nemen ingangsjaar het jaar tijdens hetwelk het rustpensioen van de overleden echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan wanneer deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot. HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2015 met uitzondering van: 1° artikel 1, § 2 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2015;2° artikelen 3 en 4 die in werking treden op 1 juni 2015;3° artikel 6 dat in werking treedt op 1 mei 2015.

Art. 10.De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 april 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, D. BACQUELAINE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^