Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 03 augustus 2012
gepubliceerd op 23 oktober 2012

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot toekenning van een eindejaarspremie aan het bediendepersoneel in het Waalse Gewest of in de Duitstalige Gemeenschap

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2012012036
pub.
23/10/2012
prom.
03/08/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot toekenning van een eindejaarspremie aan het bediendepersoneel in het Waalse Gewest of in de Duitstalige Gemeenschap (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot toekenning van een eindejaarspremie aan het bediendepersoneel in het Waalse Gewest of in de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M . DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Beilage Paritätischer Unterkommission für die Familien- und Seniorenhilfsdienste der Französischen Gemeinschaft, der Wallonischen Region und der Deutschsprachigen Gemeinschaft Kollektives Arbeitsabkommen vom 19. Juni 2006 Gewährung einer Jahresendprämie für das in der Wallonischen Region oder in der Deutschsprachigen Gemeinschaft angestellte Personal (Abkommen eingetragen am 27. Mai 2011 unter der Nummer 104256/CO/318.01) KAPITEL I. - Anwendungsbereich

Artikel 1.Dieses kollektive Arbeitsabkommen ist anwendbar auf die Arbeitnehmer und Arbeitgeber der Dienste, die der paritätischen Unterkommission für Familien- und Seniorenhelfer(innen) in der Französischen Gemeinschaft, der Wallonischen Region und der Deutschsprachigen Gemeinschaft unterliegen und von der Wallonischen Region oder der Deutschsprachigen Gemeinschaft subventioniert werden.

Art. 2.Zur Anwendung dieses Abkommens umfasst der Begriff "Arbeitnehmer" das im Familien- und Seniorenhilfsdienst beschäftigte männliche und weibliche angestellte Personal, mit Ausnahme der angestellten Familien- und Seniorenhelfer(innen).

KAPITEL II. - Betreff

Art. 3.Eine Jahresendprämie wird dem wie in Artikel 2 dieses kollektiven Arbeitsabkommens beschriebenen angestellten Personal gewährt.

KAPITEL III. - Betrag der Prämie

Art. 4.Der Betrag der Jahresendprämie setzt sich aus einem Pauschalteil und einem variablen Teil zusammen.

Art. 5.§ 1. Der Pauschalteil wird gemäss Artikel 5, § 2 Absatz 1 des Königlichen Erlasses vom 23. Oktober 1979 zur Gewährung einer Jahresendzulage an bestimmte Inhaber eines zu Lasten der Staatskasse besoldeten Amtes berechnet, so wie er im Königlichen Erlass vom 3.

Dezember 1987 geändert worden ist (wie für die untergeordneten öffentlichen Behörden berechnet).

Der Betrag des Pauschalteils des betreffenden Jahres lässt sich durch die Erhöhung des Pauschalteils des vorhergehenden Jahres um einen von der Entwicklung des Verbraucherpreisindexes abhängigen Prozentsatz errechnen. Dieser Prozentsatz ergibt sich aus der Division des Indexes vom Monat oktober des betreffenden Jahres durch den Index vom Monat oktober des vorhergehenden Jahres. Der Prozentsatz wird bis auf vier Dezimalstellen berechnet.

Wert des Pauschalteils für das Jahr 2005 : 310,82 EUR. § 2. Der variable Teil beläuft sich auf 2,5 pct. der indexierten Bruttojahresentlohnung des Arbeitnehmers.

Die indexierte Bruttojahresentlohnung ist das Produkt von indexierter Brutto-Tarifentlohnung, die den betreffenden Arbeitnehmern für den Monat oktober des betreffenden Jahres zusteht, mal zwölf, mit Ausnahme aller anderen Prämien, Zuschläge oder Entschädigungen.

KAPITEL IV. - Gewährungsbedingungen

Art. 6.§ 1. Der Gesamtbetrag der Jahresendprämie wird dem Arbeitnehmer gewährt, dessen Amt die Ausführung von effektiven oder gleichgestellten Vollzeitarbeitsleistungen beinhaltet und der während der in Artikel 6 beschriebenen Bezugsperiode sein Gesamtgehalt bezogen hat oder hatte. § 2. Bei den gleichgestellten Arbeitsleistungen handelt es sich um die Arbeitsleistungen, die in Artikel 41 des Königlichen Erlasses vom 30.

März 1967 zur Festlegung der allgemeinen Modalitäten zur Ausführung der Gesetze über den Jahresurlaub der Lohnempfänger erwähnt werden.

Art. 7.Die Bezugsperiode läuft vom 1. Januar bis zum 30. September des betreffenden Jahres. Jeder Monat effektiver oder gleichgestellter Arbeit während der Bezugsperiode gibt Anspruch auf ein Neuntel der gemäss den Bestimmungen von Artikel 3 gewährten Prämie.

Unter Monat versteht man jede Einstellung, die vor dem sechzehnten Tag des Monats stattgefunden hat.

Art. 8.§ 1. Kann der Vollzeitarbeitnehmer den Gesamtbetrag der Prämie nicht beziehen, weil er während der Bezugsperiode eingestellt wurde oder die Einrichtung während dieser Periode verlassen hat, wird der Betrag der Prämie im Verhältnis zur Dauer der effektiven oder gleichgestellten Arbeitsleistungen während der Bezugsperiode festgelegt. § 2. Der Teilzeitarbeitnehmer hat genau wie der Vollzeitbeschäftigte Anspruch auf die Jahresendprämie. Der ihm gewährte Betrag der Prämie wird allerdings im Verhältnis zur Anzahl geleisteter Stunden berechnet.

Art. 9.§ 1. Für Arbeitnehmer, die aus einem schwerwiegenden Grund entlassen wurden, für während einer beendeten Probezeit erbrachte Arbeitsleistungen und für im Rahmen eines Studentenvertrags erbrachte Arbeitsleistungen wird keine Jahresendprämie fällig. § 2. Für im Rahmen eines Vertretungsvertrags geleistete Arbeit wird die Jahresendprämie ausschliesslich entsprechend den geleisteten oder gleichgestellten Arbeitsperioden, für die keine Jahresendprämie für die vertretene Person gezahlt wurde, fällig (dieselbe Periode kann nicht für den vertretenen Arbeitnehmer und für den vertretenden Arbeitnehmer berücksichtigt werden).

Art. 10.Dieses kollektive Arbeitsabkommen ist nicht anwendbar auf die Arbeitnehmer, die bereits eine zumindest gleichwertige Jahresendprämie beziehen oder einen gleichwertigen Vorteil geniessen, die oder der : - entweder bereits am Tag der Unterschrift von einem kollektiven Arbeitsabkommen dieses Abkommens festgelegt wurde; - oder von einem kollektiven Unternehmensarbeitsabkommen in einem Zeitraum von 3 Monaten nach der Unterschrift dieses Abkommens festgelegt wird.

KAPITEL V. - Zahlungsmodalitäten

Art. 11.Die Jahresendprämie wird während des Monats Dezember des betreffenden Jahres in einem Mal ausgezahlt.

KAPITEL VI. - Schlussbestimmungen

Art. 12.Dieses kollektive Arbeitsabkommen tritt am 1. Januar 2006 in Kraft.

Es wird für eine unbestimmte Dauer abgeschlossen.

Es kann von jeder der Parteien mit einer Kündigungsfrist von drei Monaten mittels eines Einschreibens an den Präsidenten der Paritätischen Unterkommission für Familien- und Seniorenhelfer(innen) in der Französischen Gemeinschaft, der Wallonischen Region und der Deutschsprachigen Gemeinschaft aufgekündigt werden.

Gesehen, um dem königlichen Erlass beigefügt zu werden vom 3. August 2012 als Beilage Der Minister für Beschäftigung Frau M. DE CONINCK

Bijlage Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juni 2006 Toekenning van een eindejaarspremie aan het bediendepersoneel in het Waalse Gewest of in de Duitstalige Gemeenschap (Overeenkomst geregistreerd op 27 mei 2011 onder het nummer 104256/CO/318.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de diensten die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap en die gesubsidieerd worden door het Waalse Gewest of de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 2.Voor de toepassing van deze overeenkomst moet onder "werknemers" worden verstaan : het mannelijk en vrouwelijk bediendepersoneel dat tewerkgesteld is bij de gezins- en bejaardenhulp met uitzondering van de gezins- en bejaardenhelpers die het statuut van bediende hebben. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 3.Een eindejaarspremie wordt toegekend aan het bediendepersoneel zoals bepaald in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Bedrag van de premie

Art. 4.Het bedrag van de eindejaarspremie bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.

Art. 5.§ 1. Het forfaitair gedeelte wordt berekend overeenkomstig de toepassing van artikel 5, § 2, 1) van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 tot toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de schatkist bezoldigde functie, zoals deze werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 december 1987 (zoals berekend voor de Ondergeschikte Openbare Besturen).

Het bedrag van het forfaitair gedeelte van het betrokken jaar wordt verkregen door het forfaitair gedeelte van het vorige jaar te verhogen met een percentage dat varieert volgens de evolutie van de index van de consumptieprijzen. Dit percentage wordt verkregen door de index van de maand oktober van het betrokken jaar te delen door de index van de maand oktober van het vorige jaar. Dit percentage wordt berekend op vier decimalen.

Waarde forfaitair gedeelte voor het jaar 2005 : 310,82 EUR. § 2. Het variabel gedeelte bedraagt 2,5 pct. van het geïndexeerd brutojaarloon van de werknemer.

Onder geïndexeerd bruto jaarloon wordt verstaan het product van de vermenigvuldiging van het geïndexeerd bruto jaarloon verschuldigd aan de betrokken werknemers voor de maand oktober van het betrokken jaar met twaalf, maar met uitsluiting van alle andere premies, toeslagen of vergoedingen. HOOFDSTUK IV. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 6.§ 1. Het totaal bedrag van de eindejaarspremie wordt toegekend aan de werknemer die een functie uitoefent die de uitvoering impliceert van effectieve of gelijkgestelde volledige arbeidsprestaties en die zijn volledig loon heeft ontvangen tijdens de gehele referentieperiode zoals bepaald in artikel 6. § 2. De gelijkgestelde arbeidsprestaties zijn die welke beoogd worden in artikel 41 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.

Art. 7.De referentieperiode is de periode van 1 januari tot en met 30 september van het betrokken jaar. Elke maand effectieve arbeid of hiermee gelijkgesteld tijdens de referentieperiode geeft recht op een negende van de toegekende toelage overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.

Onder maand wordt elke indienstneming verstaan die beginnen lopen is vóór de zestiende dag van de maand.

Art. 8.§ 1. Wanneer de voltijdse werknemer geen recht heeft op het totaal bedrag van de toelage omdat hij in dienst genomen werd of de instelling heeft verlaten tijdens de referentieperiode, wordt het bedrag van de premie vastgesteld naar rato van de duur van de arbeidsprestaties die uitgevoerd werden of gelijkgesteld zijn tijdens de referentieperiode. § 2. De deeltijdse werknemer verwerft dezelfde rechten op de eindejaarspremie dan de voltijdse werknemer. Het bedrag van de premie die hem wordt toegekend wordt evenwel pro rata temporis berekend.

Art. 9.§ 1. De eindejaarspremie is niet verschuldigd aan de werknemers die ontslagen worden om dringende reden, noch voor arbeidsprestaties die uitgevoerd worden tijdens een proefperiode waaraan een einde werd gemaakt, noch voor arbeidsprestaties die uitgevoerd worden in het kader van een studentenovereenkomst. § 2. In geval van arbeid uitgevoerd in het kader van een vervangingsovereenkomst, zal de eindejaarspremie enkel verschuldigd zijn ten belope van de gepresteerde of gelijkgestelde arbeidsperiodes waarvoor geen eindejaarspremie werd betaald voor de vervangen persoon (eenzelfde periode mag niet in rekening genomen worden voor de vervangen werknemer en voor de vervanger).

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de werknemers die reeds recht hebben op een eindejaarspremie die tenminste gelijkwaardig is, of een gelijkwaardig voordeel, waarbij het ene of het andere : - ofwel reeds is vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst; - ofwel vastgesteld door een ondernemingscollectieve arbeidsovereenkomst in de periode van 3 maanden die volgen op de ondertekening van deze overeenkomt. HOOFDSTUK V. - Betalingsmodaliteiten

Art. 11.De eindejaarspremie wordt in één keer betaald in de loop van de maand december van het betrokken jaar. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2006.

Zij wordt gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan worden opgezegd door elke partij met een opzeggingstermijn van drie maanden betekend per ter post aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012.

De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

^