Koninklijk Besluit van 03 augustus 2012
gepubliceerd op 07 september 2012

Koninklijk besluit betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2012014266
pub.
07/09/2012
prom.
03/08/2012
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen, de artikelen 9, § 2, tweede lid, 23, 28, § 1, eerste lid, en 32;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 oktober 2011;

Gelet op het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, gegeven op 9 december 2011;

Gelet op advies 51.519/4 van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het voorafgaande onderzoek met betrekking tot de noodzakelijkheid van de uitvoering van een effectbeoordeling waaruit blijkt dat een effectbeoordeling niet vereist is;

Op de voordracht van de Minister van Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « wet » : de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen;2° « FOSO » : de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen bedoeld in artikel 7 van de wet;3° « de minister » : de Minister bevoegd voor de Maritieme Mobiliteit.

Art. 3.Overeenkomstig artikel 9, § 2, tweede lid, van de wet rapporteert de directeur van de FOSO aan de Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Frans en het Nederlands uiterlijk op 31 juli over de onderzoeken bedoeld in artikel 9, § 2, eerste lid, van de wet, uitgevoerd in het voorafgaande kalenderjaar.

Art. 4.Over een veiligheidsonderzoek dat uit hoofde van de wet wordt verricht, wordt een rapport gepubliceerd overeenkomstig artikel 28, § 1, eerste lid, van de wet waarvan de inhoud bepaald is in bijlage 1.

Art. 5.De FOSO brengt de Europese Commissie op de hoogte van scheepvaartongevallen en incidenten in de in bijlage 2 omschreven vorm.

Art. 6.Iedere onderzoeker van FOSO is houder van een legitimatiekaart waarvan het model vervat is in bijlage 3.

De legitimatiekaart bedoeld in het eerste lid wordt afgegeven door de minister.

Art. 7.De Minister bevoegd voor de Maritieme Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee, J. VANDE LANOTTE

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart Inhoud van het rapport over het veiligheidsonderzoek Voorwoord In dit deel dient de exclusieve doelstelling van het veiligheidsonderzoek te worden omschreven. Voorts dient te worden vermeld dat een veiligheidsonderzoek in geen geval een vermoeden van aansprakelijkheid of schuld schept en dat het rapport qua vorm en inhoud niet mag worden gebruikt in strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of civielrechtelijke procedures. (In het rapport mag niet worden verwezen naar getuigenverklaringen en de in het rapport genoemde personen mogen niet in verband worden gebracht met de getuigen die in de loop van het veiligheidsonderzoek zijn gehoord.) 1. Samenvatting In dit deel dient een beschrijving te worden gegeven van de elementaire feiten omtrent het scheepvaartongeval of incident : wat is er gebeurd;wanneer, waar en hoe is het gebeurd; het geeft ook aan of er dodelijke slachtoffers en gewonden zijn en of er schade is aan het schip, de lading, derden en het milieu als gevolg van het scheepvaartongeval of incident. 2. Feitelijke informatie Dit deel moet uit verschillende onderdelen bestaan, waarin voldoende informatie wordt gegeven die volgens de FOSO vaststaat, als basis voor de analyse kan dienen en kan bijdragen tot een beter begrip. Deze onderdelen omvatten met name de volgende informatie : 2.1. Scheepsgegevens scheepsvlag/register; identificatiegegevens van het schip; belangrijkste kenmerken van het schip; eigenaar en exploitanten; constructiegegevens; minimale bemanningssterkte; toegestane lading. 2.2. Reisgegevens aanloophavens;; type reis; vrachtgegevens; bemanning; 2.3. Informatie over het scheepvaartongeval of incident aard van het scheepvaartongeval of incident; datum en tijdstip; positie en plaats van het scheepvaartongeval of incident; externe en interne omstandigheden; scheepsexploitatie en reissegment; plaats aan boord; gegevens betreffende menselijke factoren; gevolgen (voor mensen, schip, lading, milieu enz.). 2.4. Rol en noodmaatregelen van de kustautoriteiten betrokken personen; ingezette middelen; reactiesnelheid; getroffen maatregelen; bereikte resultaten. 3. Beschrijving In dit deel wordt het scheepvaartongeval of incident gereconstrueerd aan de hand van een opeenvolging van gebeurtenissen in chronologische volgorde voor, tijdens en na het scheepvaartongeval of incident, en de rol van alle actoren en factoren (d.w.z. personen, materialen, omgeving, apparatuur of externe factoren). De periode die door deze beschrijving moet worden bestreken is afhankelijk van de tijdspanne waarin de specifieke gebeurtenissen van het scheepvaartongeval of incident zich hebben voorgedaan die rechtstreeks tot het scheepvaartongeval of incident hebben bijgedragen. Dit deel omvat alle relevante bijzonderheden van het verrichte veiligheidsonderzoek met inbegrip van de resultaten van onderzoeken of tests. 4. Analyse Dit deel bestaat uit verschillende onderdelen waarin een analyse wordt gemaakt van elke gebeurtenis die tot het scheepvaartongeval of incident heeft bijgedragen, waarin wordt ingegaan op de resultaten van eventuele relevante onderzoeken of tests die in de loop van het veiligheidsonderzoek hebben plaatsgevonden, alsmede op de eventuele veiligheidsmaatregelen die al zijn getroffen om toekomstige scheepvaartongevallen of incidenten te voorkomen. Deze onderdelen moet betrekking hebben op zaken zoals : - samenhang en omstandigheden van gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot het scheepvaartongeval of incident; - menselijke fouten en verzuimen, voorvallen met gevaarlijke stoffen, milieufactoren, apparatuurstoringen en externe invloeden; - factoren in verband met persoonsgerelateerde functies die een rol hebben gespeeld, werkzaamheden aan boord, beheer aan de wal of wetgevingsaspecten.

Op grond van de analyse en de toelichting moeten in het rapport logische conclusies kunnen worden getrokken, waarbij alle factoren aan het licht worden gebracht die een rol hebben gespeeld, waaronder die risico's ten aanzien waarvan de bestaande beschermingsmaatregelen gericht op preventie dan wel op het ongedaan maken of verminderen van de gevolgen ervan, onvoldoende zijn gebleken of achterwege zijn gebleven. 5. Conclusies In dit deel wordt een overzicht gegeven van de factoren en de ontoereikende of ontbrekende (materiële, functionele, symbolische of procedurele) beschermingsmaatregelen waarvan vaststaat dat deze bij het scheepvaartongeval of incident een rol hebben gespeeld en waarvoor veiligheidsmaatregelen dienen te worden getroffen teneinde toekomstige scheepvaartongevallen of incidenten te voorkomen.6. Veiligheidsaanbevelingen Voor zover van toepassing bevat dit deel van het rapport de veiligheidsaanbevelingen die op basis van de analyse en de conclusies zijn opgesteld en die betrekking hebben op specifieke aspecten zoals wetgeving, ontwerp, procedures, inspectie, beheer, gezondheid en veiligheid op het werk, opleiding, reparatiewerk, onderhoud, ondersteuning vanaf de wal en rampenbestrijding. De veiligheidsaanbevelingen zijn gericht tot degenen die in de beste positie verkeren om deze toe te passen, zoals reders, erkende organisaties, scheepvaartautoriteiten, verkeersbegeleidingsdiensten, nooddiensten, internationale organisaties voor scheepvaart en Europese instellingen, teneinde toekomstige scheepvaartongevallen of incidenten te voorkomen.

Dit deel bevat ook eventuele voorlopige veiligheidsaanbevelingen of veiligheidsmaatregelen die tijdens het veiligheidsonderzoek zijn genomen. 7. Bijlagen Voor zover van toepassing wordt bij het rapport de volgende niet-uitputtende lijst met informatie, op papier en/of in elektronische vorm, gevoegd : - foto's, beeldopnames, geluidsopnames, kaarten, tekeningen; - geldende normen; - gebruikte technische termen en afkortingen; - bijzondere veiligheidsstudies; - gevarieerde informatie.

Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en de Minister van Economie, Consumenten en Noordzee, J. VANDE LANOTTE

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart Te verstekken gegevens over scheepvaartongevallen of incidenten Opmerking : Wanneer er meerdere schepen bij het scheepvaartongeval of incident betrokken zijn, dienen de achter de nummers 10, 11, 12, 14, 20, 21, 22,23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 en 32 gevraagde gegevens voor elk schip te worden verstrekt. 01. Verantwoordelijke lidstaat/contactpersoon van de lidstaat 02.Onderzoeker van de lidstaat 03. Rol van de lidstaat 04.Betrokken kuststaat 05. Aantal staten die een aanzienlijk belang hebben 06.Staten die een aanzienlijk belang hebben 07. Kennisgevingsinstantie 08.Tijdstip van de kennisgeving 09. Datum van de kennisgeving 10.Naam van het schip 11. IMO-nummer/kenletters 12.Scheepsvlag 13. Aard van het scheepvaartongeval of incident 14.Scheepstype 15. Datum van het scheepvaartongeval of incident 16.Tijdstip van het scheepvaartongeval of incident 17. Positie - breedtegraad 18.Positie - lengtegraad 19. Plaats van het scheepvaartongeval of incident 20.Haven van vertrek 21. Haven van bestemming 22.Verkeersscheidingsstelsel 23. Reissegment 24.Scheepsexploitatie 25. Plaats aan boord 26.Aantal dodelijke slachtoffers - bemanning - passagiers - overige 27. Aantal ernstige gewonden - bemanning - passagiers - overige 28.Verontreiniging 29. Schade aan het schip 30.Schade aan de lading 31. Overige schade 32.Korte beschrijving van het scheepvaartongeval of incident 33. Beknopte beschrijving van de redenen om geen veiligheidsonderzoek te verrichten. Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en de Minister van Economie, Consumenten en Noordzee J. VANDE LANOTTE

Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart Legitimatiekaart voor onderzoekers van de FOSO

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 3 augustus 2012 betreffende de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen tot nadere regeling van de rapportering en tot vaststelling van de legitimatiekaart.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee J. VANDE LANOTTE

Annexe 3 à l'arrêté royal du 3 août 2012 relatif à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation précisant le rapportage et fixant la carte de légitimation Carte de légitimation pour les enquêteurs de l'OFEAN

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Vu pour être annexé à notre arrêté du 3 août 2012 relatif à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation précisant le rapportage et fixant la carte de légitimation.

ALBERT Par le Roi : Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l'Economie, des Consommateurs et de la Mer du Nord, J. VANDE LANOTTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^