Koninklijk Besluit van 03 december 2017
gepubliceerd op 15 december 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de maritieme beveiliging

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2017031259
pub.
15/12/2017
prom.
03/12/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017031259

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER


3 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de maritieme beveiliging


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten;

Gelet op de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, de artikelen 11, § 1, en 29, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2014;

Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, artikel 36bis;

Gelet op de wet van 5 februari 2007 betreffende de maritieme beveiliging, de artikelen 8 en 25;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de maritieme beveiliging;

Gelet op het koninklijk besluit koninklijk besluit van 15 augustus 2012 tot goedkeuring van de standaard voor de verschaffing van veiligheidsinlichtingen voorafgaand aan het aandoen van een Belgische haven;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op het voorstel van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging, gedaan op 15 juni 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 juni 2015;

Gelet op het advies 58.443/4 van de Raad van State gegeven op 7 december 2015 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Financiën, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris voor Privacy en Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van de het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de maritieme beveiliging wordt een tweede lid ingevoegd luidende: "Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG.".

Art. 2.Na HOOFDSTUK IV, van hetzelfde besluit, wordt een HOOFDSTUK V ingevoegd die de artikels 12/1 tot en met 12/3 bevat, luidende: "HOOFDSTUK V - TOEZICHT MARITIEME BEVEILIGING AAN BOORD VAN SCHEPEN

Art. 12/1.Onverminderd artikel 2 van dit besluit, is dit hoofdstuk van toepassing op ieder schip en zijn bemanning dat een Belgische haven of ankerplaats aandoet om een interactie schip/haven-raakvlak te verrichten.

Indien een met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangewezen is een schip inspecteert dat zich bevindt in de onder de jurisdictie van België vallende wateren op een andere plaats dan in een haven, wordt deze inspectie beschouwd als een inspectie voor de toepassing van dit besluit.

Dit artikel laat het recht om op te treden waarover een inspecteur op grond van de relevante internationale verdragen beschikt, onverlet.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op oorlogsschepen en troepentransportschepen, vrachtschepen met een brutotonnenmaat van minder dan 500, schepen zonder mechanische aandrijving, houten of op primitieve wijze gebouwde schepen, vissersschepen of schepen waarmee geen economische activiteit wordt bedreven.

Art. 12/2.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° "inspecteur": voor wat betreft schepen onder vreemde vlag de ambtenaren zoals bedoeld in artikel 2, 8°, van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole en voor wat betreft schepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren de ambtenaren van de Dienst Vlaggenstaat zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 juni 2011 betreffende vlaggenstaatverplichtingen;2° "de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn": de ambtenaren van de Directie Scheepvaartcontrole van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer die daartoe aangewezen zijn;3° "Dienst havenstaatcontrole": de dienst havenstaatcontrole van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;4° "de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging": de leden van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van dit besluit;5° "SOLAS": Verdrag voor beveiliging van mensenlevens op zee van 1974;6° "wet": de wet van 5 februari 2007 betreffende de maritieme beveiliging.

Art. 12/3.§ 1. Indien gegronde redenen worden vastgesteld zoals bedoeld in artikel 12, 3°, tweede en derde lid van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole, brengt de inspecteur de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn daarvan onverwijld op de hoogte.

Rekening houdend met het veiligheidsniveau overeenkomstig Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI-2 zijn de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn bevoegd voor het nemen van de volgende controlemaatregel- of maatregelen overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole: - inspectie van het schip; - ophouden van het schip; - aanhouden van het schip.

Indien de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn van oordeel zijn dat verdere controlemaatregelen vereist zijn, brengen zij de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging daarvan onverwijld op de hoogte.

De voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging kan de volgende controlemaatregel- of maatregelen opleggen overeenkomstig punt 1.3 van Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI-2: - het beperken van de operaties van het schip; - het schip bevelen zich te verplaatsen naar een ander deel van de haven of ankerplaats; - het schip bevelen de haven of ankerplaats te verlaten binnen een door de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging bepaalde tijdslimiet.

De controlemaatregelen die op basis van deze paragraaf worden genomen, moeten proportioneel zijn, rekening houdend met deel B van de ISPS-code. § 2. Andere dan de voormelde gegronde redenen moeten worden beoordeeld door de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging, die in casu fungeert als de naar behoren inzake beveiligingsaspecten gemachtigde functionaris zoals bedoeld in punt B.3 van bijlage V van het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende havenstaatcontrole. § 3. De ambtenaren bedoeld in artikel 25, § 1, van de wet zijn bevoegd om de controle overeenkomstig punt 2.1 tot en met 2.3 van Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI-2 uit te voeren voor schepen die van plan zijn om een Belgische haven of ankerplaats aan te doen. Met het oog op die controle kunnen zij de meegedeelde passagierslijst, lijst van bemanningsleden, de lijst van verstekelingen en lijst van gevaarlijke goederen op eenvoudig verzoek verkrijgen vanwege de bevoegde dienst en vervolgens verwerken. De voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging stelt de procedures voor deze controles vast.

De verschaffing van de veiligheidsinlichtingen voorafgaande aan het aandoen van een Belgische haven bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten gebeurt aan de hand van het formulier in bijlage 3 bij dit besluit. Dit formulier wordt toegezonden op elektronische wijze aan de bevoegde dienst aangeduid door het bevoegde gewest. Het toezenden van dit formulier is een uitzondering zoals bepaald in artikel 36bis, derde lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van dit formulier gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Indien de ambtenaren bedoeld in artikel 25, § 1, van de wet van oordeel zijn dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het schip Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI -2 of deel A van de ISPS-code niet naleeft, zullen zij contact opnemen met het schip en/of de dienst havenstaatcontrole met het oog op het rechtzetten van de situatie.

Indien het contact niet resulteert in het rechtzetten van de situatie of indien de ambtenaren bedoeld in artikel 25, § 1, van de wet andere gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het schip Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI-2 of deel A van de ISPS-code niet naleeft, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel 25, § 1, van de wet de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn daarvan onverwijld op de hoogte. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn volgen de procedure beschreven in § 1. Onverminderd § 1 zijn de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn, bevoegd voor het nemen van de volgende stappen: - de rectificatie van de situatie vereisen van het schip; - vereisen dat het schip zich begeeft naar een aangewezen locatie in de Belgische territoriale zee of naar de Belgische binnenwateren; - inspectie van het schip indien het schip zich bevindt in de Belgische territoriale zee; of - toegang tot de haven of ankerplaats weigeren.

Voorafgaand aan dergelijke stappen, zullen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn het schip in kennis stellen van hun intenties. De kapitein van het schip kan beslissen om zijn voornemen een Belgische haven aan te doen in te trekken. In dat geval is dit lid niet van toepassing. § 4. In het geval een controlemaatregel of stap, anders dan een lagere administratieve of corrigerende maatregel, werd opgelegd of genomen overeenkomstig § 1, 2e lid, § 1, 4e lid of § 3, 4e lid zullen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn en de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging, elk wat betreft hun bevoegdheden, de administratie van de vlaggenstaat schriftelijk in kennis stellen welke controlemaatregelen werden opgelegd of stappen werden genomen en de redenen daarvoor. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn en de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging zullen, elk wat betreft hun bevoegdheden, tevens de erkende beveiligingsorganisatie die het certificaat voor het schip heeft uitgereikt en de Internationale Maritieme Organisatie in kennis stellen wanneer zulke controlemaatregelen werden opgelegd of stappen werden ondernomen.

Wanneer toegang tot de haven of ankerplaats werd geweigerd krachtens § 3, 3e lid, of het schip werd bevolen de haven of ankerplaats te verlaten, krachtens § 1, 4e lid, communiceert de inspecteur de gepaste feiten aan de autoriteiten van het land van de volgende aanloophaven indien deze gekend is en aan elke andere relevante kuststaat en aan de door de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging daartoe aangewezen autoriteiten, rekening houdend met de richtsnoeren van de Internationale Maritieme Organisatie. De vertrouwelijkheid en beveiliging van zulke notificaties moeten worden gegarandeerd.

Weigering van toegang tot de haven of ankerplaats, krachtens § 3, 3e lid, of het bevel de haven of ankerplaats te verlaten, krachtens § 1, 4e lid, zal enkel worden opgelegd wanneer de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn of de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging gegronde redenen hebben om aan te nemen dat het schip een onmiddellijke bedreiging vormt voor de beveiliging en veiligheid van mensen of van schepen of andere eigendom en er geen andere gepaste maatregelen voorhanden zijn om de bedreiging weg te nemen.

De controlemaatregelen bedoeld in § 1, 2e en 4e lid en de stappen bedoeld in § 3, 3e lid zullen enkel worden opgelegd of genomen krachtens Voorschrift nr. 9 van SOLAS 74, hoofdstuk XI -2, totdat de niet-naleving die aanleiding heeft gegeven tot de controlemaatregelen of stappen werd rechtgezet naar de tevredenheid van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangewezen zijn of de voorzitter van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging, rekening houdend met de eventuele acties voorgesteld door het schip of de administratie van de vlaggenstaat.

Bij het opleggen van controlemaatregelen of nemen van stappen overeenkomstig het 2e of 4e lid zullen alle mogelijke inspanningen worden gedaan om onnodige vertraging te vermijden. Tevens zal noodzakelijke toegang tot het schip omwille van noodgevallen of humanitaire redenen en omwille van beveiligingsredenen niet worden verhinderd.".

Art. 3.Na HOOFDSTUK V, van hetzelfde besluit, wordt een HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN ingevoegd die de artikels 13 en 14 bevat.

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een bijlage 3 ingevoegd, die als bijlage is gevoegd bij dit besluit.

Art. 5.Het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 tot goedkeuring van de standaard voor de verschaffing van veiligheidsinlichtingen voorafgaand aan het aandoen van een Belgische haven, wordt opgeheven.

Art. 6.De minister bevoegd voor de douane en de minister bevoegd voor de Maritieme Mobiliteit zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Defensie, S. VANDEPUT De Staatssecretaris voor Privacy en Noordzee, Ph. DE BACKER

Bijlage bij het koninklijk besluit van 3 december 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende maritieme beveiliging.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 december 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende maritieme beveiliging.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON De Minister van Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De Minister van Defensie, S. VANDEPUT De Staatssecretaris voor Privacy en Noordzee, Ph. DE BACKER


begin


Publicatie : 2017-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^