Koninklijk Besluit van 03 maart 2005
gepubliceerd op 08 maart 2005
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2005003045
pub.
08/03/2005
prom.
03/03/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

3 MAART 2005. - Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Inleiding Het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen heeft de loopbanen hervormd van de oude niveaus 4, 3, 2 en 2+ die werden hernomen in de niveaus D, C en B. Andere belangrijke wijzigingen werden aangebracht met de bedoeling om de loopbanen van de rijksambtenaren te moderniseren.

Dit besluit is van toepassing op de gemene graden voor het geheel van het Federaal Openbaar Ambt.

Reeds vele jaren, beschikt het Ministerie van Financiën over bijzondere loopbanen die hoofdzakelijk gebaseerd zijn op een versnelling van de mogelijkheden tot bevordering mits het slagen van loopbaanexamens. Bijzondere weddenschalen zijn verbonden aan deze graden.

Het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4, alsook het koninklijk besluit van 10 juli 1996 ter vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 2+, 2, 3 en 4 hebben dit principe behouden met uitzondering van wat betreft niveau 2, hiervoor werd immers beslist dat de loopbaan van het Ministerie van Financiën op alle vlakken vergelijkbaar zou zijn met deze van de andere federale departementen.

Een koninklijk besluit van 17 februari 2002 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Financiën die, op de datum vastgesteld door de Minister tot wiens bevoegdheid de financiën behoren, de diensten overneemt van de het Ministerie van Financiën, met uitzondering van de diensten belast met : - de pensioenen; - de begroting en de controle op de uitgaven die overgenomen zijn door de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole.

Deze operatie werd gerealiseerd bij de ministeriële besluiten van 17 en 18 december 2002.

Wat de ambtenaren van de Administratie der pensioenen betreft, werd er vanaf het begin van de onderhandelingen in het Sectorcomité II - Financiën overeengekomen dat zij aanspraak zouden maken op dezelfde voorwaarden als hun collega's van de Federale Overheidsdienst Financiën, met het oog op de integratie in de nieuwe loopbanen.

Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan we de eer hebben het ter ondertekening voor te leggen aan Uwe Majesteit streeft ernaar om in de niveaus D, C en B de bijzondere loopbanen te integreren van sommige ambtenaren van de oude niveaus 3, 2 en 2+ van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën.

Het vervolledigt het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen waarvan de bepalingen, behoudens andersluidende bepaling, van toepassing blijven (artikel 208). HOOFDSTUK I. - De algemene opbouw van de nieuwe loopbanen Daar waar het functioneel verantwoord is, wordt het schema van de loopbanen, in elke niveau, opgebouwd rond : - een gemene graad (administratief medewerker, administratief assistent en financieel deskundige) die een wervingsgraad is; de bepalingen van het voornoemde besluit van 5 september 2002 zijn op deze graden van toepassing; - een bijzondere graad (financieel medewerker, financieel assistent, fiscaal deskundige) die, buiten de integratiemaatregelen voorzien bij dit besluit, enkel toegankelijk is na het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang en mits een vacante betrekking. Deze specifieke graden bieden vooruitzichten op snellere bevordering en/of op bevoorrechte weddenschalen.

Bij overgangsmaatregel zullen sommige ambtenaren die, omwille van redenen in dit verslag aangehaald, geen aanspraak konden maken op een benoeming in een specifieke graad, worden benoemd in een afgeschafte graad. Het betreft hier een eenmalige operatie die enkel van toepassing is op ambtenaren die in dienst zijn.

HOOFDSTUK II. De benoeming mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test De ambtenaren van niveau 4, evenals de ambtenaren die bij de Federale Overheidsdienst Financiën of bij de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën waaraan een benoeming in een specifieke graad wordt voorgesteld, kunnen slechts in de nieuwe loopbanen worden opgenomen op voorwaarde dat ze een vormingsactiviteit zonder test volgen.

Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zullen de betrokken ambtenaren een verklarende nota ontvangen die hen zal toelaten om : - hetzij te kiezen voor de nieuwe loopbanen en zich in te schrijven voor de bovenbedoelde vorming; - hetzij hun benoeming in de nieuwe graden te weigeren.

Vermits deze beslissing als onherroepelijk zal worden beschouwd, zal hen een maximum aan informatie ter beschikking worden gesteld.

De ambtenaar die niet voor de nieuwe loopbanen zou kiezen, zal, naargelang het geval, benoemd worden in het niveau D, C of B en zijn huidige graad behouden. Hij behoudt zijn weddenschaal, in sommige gevallen, zullen de bevorderingen door verhoging in weddenschaal verbonden aan de graad nog worden toegestaan (artikel 40) en, in voorkomend geval, het weddencomplement, de vormingspremie en het weddencomplement verbonden aan het brevet van fiscaal expert. Hij zal geen aanspraak kunnen maken op enige andere benoeming in zijn niveau en hij zal ook niet kunnen deelnemen aan de competentiemetingen en aan de proeven over de beroepsbekwaamheid die voor de administratie georganiseerd worden.

De vormingsactiviteit zal op gedecentraliseerde wijze georganiseerd worden om zoveel mogelijk verplaatsingen van ambtenaren te vermijden en om de goede werking van de diensten zo min mogelijk te verstoren.

De betrokken ambtenaren zullen de mogelijkheid hebben om deze vormingsactiviteit voor 31 maart 2005 te volgen. Voor de ambtenaren die om welke reden dan ook afwezig zijn, zal een bijzondere procedure worden uitgewerkt die hen zal toelaten om aan deze vorming deel te nemen (bijvoorbeeld, een schriftelijke procedure).

Als de ambtenaren, na herinnering, de vormingsactiviteit niet gevolgd hebben voor 30 juni 2005, worden zij geacht af te zien van hun benoeming in de nieuwe graden van de niveaus D, C en B. HOOFDSTUK III. - De gecertificeerde opleiding Voor de ambtenaren die bij het departement in een bijzondere graad (afgeschaft of niet) benoemd zullen worden en die zich voor een competentiemeting zullen kunnen inschrijven, zullen de competentietests vervangen worden door gecertificeerde opleidingen.

Deze maatregel betreft de ambtenaren met de volgende graden (artikelen 60 en 144) : - adjunct-financieel assistent, - financieel assistent, - financieel deskundige, - technisch deskundige, op voorwaarde dat hij de functie uitoefent van laborant, - adjunct-fiscaal deskundige, - fiscaal deskundige, - financieel en administratief deskundige, - financieel en I.C.T.- deskundige.

De inhoud en de modaliteiten van deze opleidingen zullen na overleg met, hetzij het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, hetzij de Directieraad van de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën worden vastgelegd door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid.

Zij zullen door het departement worden georganiseerd.

De evaluatie op het einde heeft tot doel om te bepalen of de kandidaten de materies die hen werden onderwezen voldoende beheersen om ze in de praktijk om te zetten.

Om de kennis van de ambtenaren te verbeteren en dientengevolge, de kwaliteit van hun dienstverlening, zullen de door de administratie georganiseerde opleidingen steeds nauw aansluiten bij de door de kandidaten uitgeoefende functies.

In de mate van het mogelijke zal de ambtenaar, na advies van zijn hiërarchische meerdere, een keuze tussen verschillende gecertificeerde opleidingen worden geboden.

De cursussen zullen in de mate van het mogelijke en in functie van het aantal inschrijvingen voor eenzelfde opleiding gedecentraliseerd worden.

Rekening houdend met de evolutie van de reglementering en met de diversiteit van de opdrachten van de ambtenaren van het departement, is het niet mogelijk om een definitieve, exhaustieve lijst van de aangeboden opleidingen vast te stellen.

De benaming, inhoud en evaluatie van deze opleidingen zal het voorwerp uitmaken van overleg met de representatieve syndicale organisaties.

HOOFDSTUK IV. - De loopbaan van de ambtenaren van niveau D 4.1. De integratie van de ambtenaren van niveau 4 Bij het Ministerie van Financiën bestond er in niveau 4 geen specifieke loopbaan. Gevolg daarvan is dat de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen op hen van toepassing zijn. De ambtenaren worden, mits het volgen van een vormingsactiviteit (zonder test), benoemd, naargelang het geval, tot de graad van administratief medewerker of technisch medewerker en respectievelijk bezoldigd in de weddenschalen DA1 of DT2.

De beambten, de arbeiders en de geschoolde arbeiders die de vormingspremie genoten behouden deze ten persoonlijke titel.

Het hulppersoneel tewerkgesteld in de keuken of bij de schoonmaak wordt met ingang van 1 januari 2002 als contractueel 'medewerker keuken/schoonmaak' hernomen en wordt op weddenanciënniteit geïntegreerd in de weddenschaal DT1. De geldelijke bepalingen hebben hun uitwerking vanaf 1 december 2002.

Het hulppersoneelslid dat een diploma van kok (niveau 3) bezit en dat effectief dergelijke functie uitoefent, wordt met ingang van 1 januari 2002, technisch medewerker en op weddenanciënniteit ingeschaald in de weddenschaal DT2.

Ter vervanging van de huidige toelage van 318,65 euro kan het keuken- en schoonmaakpersoneel bovenop zijn basiswedde en voor zover alle voorwaarden vervuld zijn, genieten van een premie voor leidinggevenden van 500 euro . Deze premie kan eveneens toegekend worden aan een titularis van de graad van technisch, administratief of financieel medewerker, voor zover deze de leiding heeft over een ploeg van keuken- en/of schoonmaakpersoneel.

Het hulppersoneelslid van het kadaster wordt, met ingang van 1 januari 2002, contractueel technisch medewerker en wordt op basis van zijn wedde ingeschaald in de weddenschaal DT2. De geldelijke bepalingen hebben hun uitwerking vanaf 1 december 2002. 4.2 De integratie van de klerken De klerken worden met ingang van 1 januari 2002 benoemd in de graad van administratief medewerker en worden bezoldigd in de weddenschalen DA. Vanaf deze datum zullen sommige, met inachtneming van de quota's en de voorwaarden zoals ze door het bovengenoemde besluit van 5 september 2002 zijn vastgelegd, bevorderd worden in de weddenschaal DA2, DA3 of DA4.

De schaal DA2 zal aan 27 % van de administratief medewerkers worden toegekend; voor de schalen DA3 en DA4 worden de quota's respectievelijk op 31 % en 12 % vastgesteld.

De klerken behouden hun vormingspremie ten persoonlijke titel. 4.3. De integratie van de assistenten bij financiën bezoldigd in de weddenschalen 30A en 30C De regels zoals zij voorzien zijn voor de klerken zijn op hen van toepassing.

Bij overgangsmaatregel, zullen de ambtenaren die op datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds met vrucht de basiscursus gevolgd hebben, maar nog geen vier jaar graadanciënniteit tellen, zodra ze deze anciënniteit bereikt hebben, benoemd worden in de graad van financieel medewerker en bezoldigd worden in de weddenschaal DF1.

Deze benoeming is afhankelijk van het volgen van een vormingsactiviteit zonder test en de uiterste datum is de eerste benoeming van een laureaat van een proef over de beroepsbekwaamheid voor de graad van financieel medewerker georganiseerd voor zijn administratie (artikel 196).

De administratieve medewerkers zullen zich voor de proeven over de beroepsbekwaamheid tot de graad van financieel medewerker evenals voor de vergelijkende selecties voor overgang naar de graad van administratief assistent kunnen inschrijven. 4.4. De integratie van de assistenten bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30S1 (artikelen 4 tot 6) Op 1 januari 2002 of, indien later, op datum van de toekenning van de weddenschaal 30S1, zullen deze ambtenaren, mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, benoemd worden in de graad van financieel medewerker en zullen zij op basis van hun huidige wedde, vermeerderd met het weddencomplement, geïntegreerd worden in de weddenschaal DF1.

De ambtenaren die bezoldigd worden met de hoogste wedde van hun oude weddenschaal, zullen tussen de dertiende en vierentwintigste maand die volgt op hun integratie in deze schaal een in de schaal DF1 tussengevoegde verhoging genieten; de juiste datum wordt bepaald door hun huidige weddenanciënniteit.

Binnen de grenzen van de vacante betrekkingen (25 % van de betrekkingen van financieel medewerker) zullen zij van de weddenschaal DF2 genieten zodra zij drie jaar graadanciënniteit tellen in de graad van financieel medewerker en voor zover zij hun rechten op bevordering kunnen laten gelden.

Zij behouden de vormingspremie ten persoonlijke titel.

Zij zullen zich kunnen inschrijven voor de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent. De proef zal alleen maar betrekking hebben op de specifieke competenties die voor de vacante functie vereist zijn (artikelen 113, 125 en 184). 4.5. De integratie van de operateurs-mechanograaf bij financiën en de hoofdoperateurs-mechanograaf bij financiën (artikelen 7 tot 9) De operateurs-mechanograaf bij financiën en de hoofdoperateurs-mechanograaf bij financiën worden op 1 januari 2002 benoemd in de gelijknamige afgeschafte graad in niveau D. In overeenstemming met het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D, worden de ambtenaren op 1 september 2004 ambtshalve benoemd in de graad van technisch medewerker.

Zij behouden de vormingspremie ten persoonlijke titel. 4.6. De integratie van de assistenten bij financiën bezoldigd in de weddenschalen 30S2 of 30S3 en de sectiechefs bij financiën (artikelen 11 tot 14) Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test zullen deze ambtenaren, zonder wijziging van de administratieve standplaats, worden benoemd in de graad van financieel assistent en op basis van hun weddenanciënniteit geïntegreerd worden in de weddenschaal CF1.

Deze benoeming en deze integratie hebben uitwerking op 1 juni 2002 of op de datum van de bevordering door verhoging in de weddenschaal 30S2 of in de graad van sectiechef bij financiën indien deze later is.

Bij overgangsmaatregel (artikel 197) zullen de financieel medewerkers, laureaat van een selectie voor verhoging tot de weddenschaal 30S2, die bij gebrek aan anciënniteit op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit nog niet in deze schaal bezoldigd zijn, worden benoemd in de graad van financieel assistent en op weddenanciënniteit geïntegreerd worden in de weddenschaal CF1 zodra zij negen jaar graadanciënniteit zouden hebben bereikt in de afgeschafte graad van assistent bij financiën.

De uiterste datum van deze benoeming is de eerste benoeming van een laureaat van een vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent die georganiseerd wordt voor hun administratie.

Een gelijkaardige maatregel is ook voorzien voor de financieel medewerkers en de financieel assistenten, laureaat van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van sectiechef bij financiën, die op datum van inwerkingtreding van dit besluit bij gebrek aan anciënniteit niet benoemd zijn kunnen worden in deze graad (artikelen 199 en 200).

Mits het slagen voor twee competentiemetingen (gecertificeerde opleidingen), zal de financieel assistent, na zes jaar anciënniteit in schaal CF1, worden bevorderd naar de weddenschaal CF2; onder dezelfde voorwaarden zal hij, na twaalf jaar anciënniteit in de schaal CF2, de weddenschaal CF3 krijgen.

Hij zal de vormingspremie blijven behouden tot de eerste betaling van de competentietoelage en ten laatste tot 31 december 2006.

Bij de eerste uitbetaling van de competentietoelage, zal het bedrag verminderd worden met de vormingspremies die tijdens het vorige referentiejaar (van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het jaar van betaling) ontvangen werden.

De financieel assistenten benoemd bij de Federale Overheidsdienst Financiën zullen kunnen deelnemen aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graden van financieel deskundige of fiscaal deskundige (artikelen 110 en 122).

De financieel assistenten die bij de Administratie der pensioenen benoemd zijn, zullen kunnen deelnemen aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graad van financieel deskundige (artikel 181).

Wat de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen betreft, heeft de Minister van Pensioenen een dossier bij het Rekenhof ingediend met het oog op de erkenning, inzake pensioenen, van de actieve diensten die gepresteerd worden door de ambtenaren van niveau 3 die ambtshalve in niveau C worden benoemd. Alles zal in het werk gesteld worden om deze operatie zo spoedig mogelijk tot een goed einde te brengen. HOOFDSTUK V. - De loopbaan van de ambtenaren van niveau C 5.1 De integratie van de bestuursassistenten bezoldigd in de weddenschaal 20A De bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen zijn volledig van toepassing op de bestuursassistenten die op datum van 1 juni 2002 bezoldigd worden in de weddenschaal 20A. Op deze datum worden zij dus benoemd in de graad van administratief assistent (niveau C) en geïntegreerd in de weddenschaal CA1 die gelijkwaardig is aan de oude weddenschaal 20B. Mits het slagen voor twee competentiemetingen (competentietest), zullen zij na acht jaar anciënniteit in de schaal CA1 en voor zover zij op deze datum hun rechten op bevordering kunnen laten gelden, bevorderd worden in de weddenschaal CA2; onder dezelfde voorwaarden en na het slagen voor twee competentiemetingen (competentietests) en na zestien jaar anciënniteit in de schaal CA2 zullen zij de weddenschaal CA3 verkrijgen.

Zij mogen deelnemen aan : - aan de proeven over de beroepsbekwaamheid tot de graad van financieel assistent (artikelen 113, 125 en 184); - aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graad van financieel deskundige (artikelen 110, 122 en 181). 5.2 De integratie van de bestuursassistenten bezoldigd in de weddenschalen 20B en titularis van een weddencomplement (artikelen 13 tot 18) Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden deze ambtenaren op 1 juni 2002 benoemd in de graad van financieel assistent en op weddenanciënniteit geïntegreerd in de weddenschaal CF1.

Mits het slagen voor een competentiemeting (gecertificeerde opleiding) zullen zij na zes jaar anciënniteit in de schaal CF1 en voor zover zij op deze datum hun rechten op bevordering kunnen laten gelden, bevorderd worden in de weddenschaal CF2; onder dezelfde voorwaarden en na het slagen voor twee competentiemetingen (gecertificeerde opleidingen) en na twaalf jaar anciënniteit in de schaal CF2 zullen zij de weddenschaal CF3 verkrijgen.

Zij behouden de vormingspremie tot de eerste betaling van de competentietoelage en ten laatste tot 31 december 2005.

De houders van het brevet van fiscaal expert behouden ten persoonlijke titel het weddencomplement dat hieraan verbonden is.

De financieel assistenten, benoemd bij de Federale Overheidsdienst Financiën, zullen kunnen deelnemen aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graden van financieel deskundige of van fiscaal deskundige (artikelen 110 en 122).

De financieel assistenten, benoemd bij de Administratie der pensioenen, zullen kunnen deelnemen aan de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel deskundige (artikel 181).

Behalve voor wat de integratie in de nieuwe weddenschalen betreft - waarvoor verwezen wordt naar bijlage 1 van dit besluit - en de inschrijving voor de competentiemetingen, gelden de hierboven opgenomen bepalingen mutatis mutandis voor de bestuursassistenten en de bestuurschefs bezoldigd in de weddenschaal 22A, die voor hun benoeming in een graad van niveau 2 titularis geweest zijn : - van een graad in niveau 3 met minimum rang 34, - van de graad van sectiechef bij financiën (rang 32), - van een graad van assistent bij financiën waaraan de weddenschaal 30S2 of 30S3 was verbonden. 5.3. De integratie van de bestuursassistenten en van de bestuurschefs die hierboven niet bedoeld werden (artikelen 19 tot 24) Wat de bestuurschefs bezoldigd in de weddenschaal 22B betreft, zijn de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen van toepassing : zij worden op 1 juni 2002 benoemd in het niveau C en behouden hun huidige graad en weddenschaal.

Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de bestuursassistenten en de bestuurschefs bezoldigd in de weddenschaal 22A, die niet bedoeld worden onder de rubrieken 5.1 en 5.2, op 1 juni 2002 benoemd in de (afgeschafte) graad van adjunct-financieel assistent en geïntegreerd in de nieuwe weddenschalen volgens de voorwaarden vastgelegd in bijlage 1 van dit besluit.

Na zes jaar anciënniteit in de weddenschaal CA1 en na het slagen voor een competentiemeting (gecertificeerde opleiding), en voor zover ze op deze datum hun rechten op bevordering kunnen laten gelden, zullen de adjunct-financieel assistenten, bezoldigd in de weddenschaal CA1, worden bevorderd in de weddenschaal CA2.

De bevordering door verhoging in de weddenschaal CA3 gebeurt na het slagen voor twee competentiemetingen (gecertificeerde opleidingen), twaalf jaar anciënniteit in de schaal CA2 en onder dezelfde voorwaarden.

De bestuursassistenten die, overeenkomstig bijlage 1 van dit besluit, geïntegreerd worden in de weddenschaal CA2, zullen, na het slagen voor een competentiemeting en na vier jaar anciënniteit opgebouwd te hebben in de weddenschalen 20 E en CA2, worden bevorderd in de schaal CA3.

Deze bevordering kan ten vroegste op 1 september 2003 plaats hebben.

Op datum van hun bevordering in de weddenschaal CA3, zijn zij opnieuw, ten persoonlijke titel, gerechtigd op de vormingspremie.

Met inachtneming van de reglementaire normen (quota's) zal de oude weddenschaal 22B nog toegekend worden.

De adjunct-financieel assistenten zullen tot de eerste betaling van de competentietoelage en ten laatste tot 31 december 2005 blijven genieten van de vormingspremie.

De houders van het brevet van fiscaal expert behouden ten persoonlijke titel het weddencomplement dat hieraan verbonden is.

De adjunct-financieel assistenten, benoemd bij de Federale Overheidsdienst Financiën, zullen kunnen deelnemen aan : - de proeven over de beroepsbekwaamheid voor de graad van financieel assistent (artikelen 113 en 125), - aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graden van financieel deskundige of fiscaal deskundige (artikelen 110 en 122).

De adjunct-financieel assistenten, benoemd bij de Administratie der pensioenen, zullen kunnen deelnemen : - aan de proeven over de beroepsbekwaamheid voor de graad van financieel assistent (artikel 184), - aan de vergelijkende selecties voor overgang naar de graad van financieel deskundige (artikel 181). 5.4. De integratie van de assistenten informatica bij financiën (artikelen 25 tot 30) De assistenten informatica bij financiën worden op 1 juni 2002 benoemd in de gelijknamige afgeschafte graad in niveau C. In overeenstemming met het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D, worden de ambtenaren op 1 september 2004 ambtshalve benoemd in de graad van technisch assistent.

Zij kunnen mits het slagen van een competentiemeting aanspraak maken op een competentietoelage.

De ambtenaren behouden de vormingspremie tot de eerste betaling van de competentiemeting en ten laatste tot 31 december 2006.

Bij de eerste uitbetaling van de competentietoelage, zal het bedrag verminderd worden met de vormingspremies die tijdens het vorige referentiejaar (van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het jaar van betaling) ontvangen werden. 5.5. De integratie van de technici en de hoofdtechnici De bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen zijn op hen van toepassing.

Zij worden op 1 juni 2002 benoemd in de graad van technisch assistent of, voor de titularissen van de oude weddenschaal 22B, in de (afgeschafte) graad van hoofdtechnicus.

De in de weddenschaal CT3 opgenomen ambtenaren behouden ten persoonlijke titel het voordeel van de vormingspremie.

Bij overgangsmaatregel zal de weddenschaal 22B nog toegekend worden. 5.6. De premie voor leidinggevenden De premie voor leidinggevenden van 1.000 euro wordt overeenkomstig de algemene bepalingen automatisch toegekend aan het personeelslid (behalve diegene die bezoldigd wordt in de schaal 22B) dat op directe wijze leiding geeft aan een ploeg van tenminste tien personen.

Als deze voorwaarde niet vervuld is, zal de premie voor leidinggevenden ook kunnen worden toegekend op voorstel van de hiërarchische meerdere en na goedkeuring door de houder van de betrokken managementfunctie N-2 en de directeur van de Stafdienst 'Personeel en Organisatie'. HOOFDSTUK VI. - Over de loopbaan van de ambtenaren van niveau B (financiële loopbaan) 6.1. De integratie van de verificateurs en de landmeters van financiën Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de verificateurs en landmeters van financiën, op 1 oktober 2002, benoemd in de graad van financieel deskundige.

Bij wege van overgangsmaatregel, worden de ambtenaren die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een functie van fiscale aard uitoefenen, benoemd op deze datum tot adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad).

De ontwikkeling van de loopbaan in deze twee graden en de toegekende weddenschalen zijn volledig identiek.

Deze ambtenaren worden geïntegreerd in de weddenschalen BF1 of BF2 afhankelijk van hun huidige weddenschaal (26E of 26H).

Overgangsmaatregelen waarbij de toekenning van de tweede weddenschaal wordt gewaarborgd, na 9 jaar graadanciënniteit in de graden van verificateur en landmeter van financiën, zijn voorzien.

Mits het slagen van de competentiemetingen (gecertificeerde opleidingen), zijn deze ambtenaren gerechtigd op de competentietoelage en kunnen bevorderd worden in de weddenschaal BF3 volgens dezelfde voorwaarden als deze bepaald in het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen.

Zij behouden het recht op de vormingspremie tot de datum waarop de geldigheidsduur van de competentiemeting aanvangt en uiterlijk tot 31 december 2006.

De titularissen van het brevet van expert bij een fiscaal bestuur, behouden ten persoonlijke titel het hieraan verbonden weddencomplement.

De financieel deskundigen en adjunct-fiscaal deskundigen benoemd bij de Federale Overheidsdienst Financiën mogen deelnemen aan de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van fiscaal deskundige. 6.2. Integratie van de eerstaanwezend verificateurs en de landmeters-experten bij financiën Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de eerstaanwezend verificateurs en landmeters-experten van financiën, op 1 oktober 2002, benoemd in de (afgeschafte graad) van financieel en administratief deskundige.

De ambtenaren die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een functie van fiscale aard uitoefenen, worden op deze datum benoemd tot fiscaal deskundige.

De ontwikkeling van de loopbaan in deze twee graden en de toegekende weddenschalen zijn volledig identiek.

Deze ambtenaren worden op bezoldiging geïntegreerd in de weddenschaal BF3 en kunnen zich onmiddellijk inschrijven voor een competentiemeting (gecertificeerde opleiding).

Overgangsmaatregelen waarbij de toekenning van de tweede weddenschaal wordt gewaarborgd, na 9 jaar graadanciënniteit in de graden van eerstaanwezend verificateur en landmeter-expert van financiën of 15 jaar niveauanciënniteit, zijn voorzien.

Zij behouden het recht op de vormingspremie tot de datum waarop de geldigheidsduur van de competentiemeting aanvangt en uiterlijk tot 31 december 2006.

De titularissen van het brevet van expert bij een fiscaal bestuur, behouden ten persoonlijke titel het hieraan verbonden weddencomplement.

De fiscaal deskundigen en de financieel en administratief deskundigen kunnen deelnemen aan de vergelijkende selecties voor overgang naar een betrekking van de vakklassen A1 of A2 behorend tot niveau A. 6.3 De benoeming tot de graad van fiscaal deskundige na het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid of voor een vergelijkende selectie voor overgang en het parallellisme tussen de loopbaan van fiscaal deskundige en de loopbaan van financieel en administratief deskundige.

Op het ogenblik van hun benoeming tot de graad van fiscaal deskundige, worden - de laureaten van een vergelijkende selectie voor overgang en - de financieel deskundigen, laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid, die op de datum van de benoeming bezoldigd worden in de weddenschalen BF1 (met of zonder het voordeel van een competentietoelage) of BF2 (zonder het voordeel van een competentietoelage), ingeschaald op weddenanciënniteit in de schaal BF2. Zij genieten gedurende vijf jaar van een competentietoelage van 2.000 euro (te indexeren bedrag).

Op het ogenblik van hun benoeming tot de graad van fiscaal deskundige worden de financieel deskundigen, laureaten van de proef over de beroepsbekwaamheid, die op de datum van hun benoeming bezoldigd worden in de weddenschaal BF2 en die recht hebben op een competentietoelage, op weddenanciënniteit geïntegreerd in de weddenschaal BF3. Zij worden geacht geslaagd te zijn voor de competentiemeting 2 en ontvangen gedurende vijf jaar een competentietoelage van 2.500 euro (te indexeren bedrag).

De loopbanen van fiscaal deskundige en financieel en administratief deskundige zijn gelijk, enkel de benaming van de graad is verschillend.

Het hierna opgenomen schema geeft de verschillende loopbaanmogelijkheden weer : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 6.4. Bijzondere integratieregels voor de eerstaanwezend verificateurs voorheen titularis van de afgeschafte graad van verificateuraccountant Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de eerstaanwezend verificateurs voorheen titularis van de (afgeschafte) graad van verificateur-accountant, op 1 oktober 2002, benoemd in de (afgeschafte graad) van financieel en administratief deskundige.

De ambtenaren die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, een functie van fiscale aard uitoefenen, worden benoemd tot fiscaal deskundige.

Zij behouden hun oude weddenschaal en het weddencomplement tot 31 december 2004. Op 1 januari 2005, worden de ambtenaren geïntegreerd op weddenanciënniteit in de weddenschaal BF4.

Zij behouden, ten persoonlijke titel, de vormingspremie en verkrijgen een weddencomplement van 1.502,25 euro . HOOFDSTUK VII. - Over de loopbaan van de ambtenaren van niveau B (technische loopbaan) Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de laboranten en de eerstaanwezend laboranten, op 1 oktober 2002, benoemd in de graad van technisch deskundige.

Zij worden geïntegreerd in de weddenschalen BT1 of BT2 afhankelijk van hun huidige weddenschaal.

Mits het slagen van de competentiemetingen (gecertificeerde opleidingen), zijn deze ambtenaren gerechtigd op de competentietoelage en kunnen bevorderd worden in de weddenschaal BT3 volgens dezelfde voorwaarden als deze bepaald in het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen.

HOOFDSTUK VIII. - Over de loopbaan van de ambtenaren van niveau B (ICT-loopbaan) 8.1. Integratie van de programmeurs bij financiën Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de programmeurs bij financiën, op 1oktober 2002, benoemd in de graad van ICT-deskundige.

Afhankelijk van hun huidige weddenschaal, worden de ambtenaren geïntegreerd in de weddenschaal BI1 of BI2; zij behouden hun huidige weddenschaal indien zij voordeliger is.

Het verder verloop van loopbaan wordt bepaald door het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen.

Zij behouden het recht op de vormingspremie tot de datum waarop de geldigheidsduur van de competentiemeting aanvangt en uiterlijk tot 31 december 2006.

De titularissen van het brevet van expert bij een fiscaal bestuur, behouden ten persoonlijke titel het hieraan verbonden weddencomplement. 8.2. Integratie van de programmeringsanalisten bij financiën Mits het volgen van een vormingsactiviteit zonder test, worden de programmeringsanalisten bij financiën, op 1 oktober 2002, benoemd in de (afgeschafte) graad van financieel en ICT-deskundige.

Zij worden geïntegreerd, op wedde, in de weddenschaal BI3 en mogen zich inschrijven voor een competentiemeting, om vanaf september 2005 een competentietoelage uitbetaald te krijgen en te kunnen bevorderen naar de weddenschaal BI4.

Zij behouden het recht op de vormingspremie tot de datum waarop de geldigheidsduur van de competentiemeting aanvangt en uiterlijk tot 31 december 2006.

De titularissen van het brevet van expert bij een fiscaal bestuur, behouden ten persoonlijke titel het hieraan verbonden weddencomplement. HOOFDSTUK IX. - Het behoud van de vormingspremie Sommige ambtenaren behouden ten persoonlijke titel het voordeel van de vormingspremie.

Het betreft onder andere zij die omwille van hun inschaling in de hoogste weddenschaal van hun nieuwe graad niet kunnen deelnemen aan de competentiemetingen.

De hierna opgenomen lijst vermeldt de door deze maatregel bedoelde graden.

In niveau D - gewezen ambtenaar van niveau 4; - gewezen klerk; - gewezen assistent bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30A, 30C of 30S1; - gewezen werkmeester; - gewezen vakman; - gewezen operateur-mechanograaf bij financiën; - gewezen hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën; - gewezen assistent bij financiën (weddenschaal 30S2 of 30S3) en gewezen sectiechef bij financiën die in deze afgeschafte graad benoemd is vermits hij de vormingsactiviteit (zonder test) niet heeft bijgewoond.

In niveau C - gewezen bestuurschef bezoldigd in de weddenschaal 22A of 22B; - gewezen hoofdtechnicus bezoldigd in de weddenschaal 22A of 22B. In niveau B - verificateur (afgeschafte graad); - landmeter van financiën (afgeschafte graad); - laborant (afgeschafte graad); - programmeur bij financiën (afgeschafte graad); - eerstaanwezend verificateur (afgeschafte graad); - landmeter-expert van financiën (afgeschafte graad); - eerstaanwezend laborant (afgeschafte graad); - programmeringsanalist bij financiën (afgeschafte graad); - gewezen verificateur-accountant.

De financiële assistenten en de adjunct-financiële assistenten, die overeenkomstig bijlage 1 van het besluit, worden geïntegreerd in de weddenschaal CF2 of CA2 zijn opnieuw gerechtigd op de vormingspremie op de datum van hun bevordering in de weddenschaal CF3 of CA 3. HOOFDSTUK X. - Vrijwaring van sommige pensioenrechten De integratie in de nieuwe weddenschalen en de eruit voortvloeiende eventueel beperking van de geldelijke anciënniteit hebben tot gevolg dat sommige personeelsleden die korte tijd na deze integratie gepensioneerd worden, een lager pensioen zullen verkrijgen dan dat van hun collega's die in een verdere toekomst zullen gepensioneerd worden.

Om dat probleem op te lossen stelt de bepaling in de artikelen 5, § 2, en 36, § 2, dat de betrokken personeelsleden voor de berekening van het rustpensioen de dag vóór hun opruststelling hun werkelijke geldelijke anciënniteit terugvinden rekening houdend met de werkelijke duur van al hun diensten. Wat het overlevingspensioen betreft van een personeelslid dat in dienst overlijdt, wordt de dag vóór de opruststelling vervangen door die vóór het overlijden.

HOOFDSTUK XI. - De contractuele personeelsleden De contractuele personeelsleden worden bezoldigd in de weddenschalen verbonden aan de gemene graden (administratief medewerker, technisch medewerker, medewerker keuken/schoonmaak, administratief assistent of financieel deskundige.

Overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, worden ze geïntegreerd in de eerste weddenschaal.

De personeelsleden van de niveaus C en B mogen zich inschrijven voor de competentiemetingen. Indien zij slagen, ontvangen zij een competentietoelage. Zoals in het verleden blijven zij bezoldigd in de eerste weddenschaal verbonden aan hun functie.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar.

De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK

ADVIES 3 7.963/2 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 22 december 2004 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen", heeft op 13 januari 2005 het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoordineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten, haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerkingen 1. Het voorliggende ontwerp ligt in het verlengde van de stappen die gedaan zijn bij de goedkeuring van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen (1).Het beoogt de beginselen toe te passen die zijn ingevoerd bij de omzetting van de gemene graden van de vroegere niveaus 4, 3, 2 en 2+ naar de niveaus D, C en B, op de bijzondere graden van de ambtenaren van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Administratie der Pensioenen van het Ministerie van Financiën.

In het verslag aan de Koning betreffende het voormelde koninklijk besluit van 5 september 2002 staat in dat verband te lezen : « Het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit heeft betrekking op de gemene graden van de betrokken niveaus. De problematiek van de bijzondere graden dient nog in het kader van sectorieel overleg te worden behandeld. Er zal wel bij de verschillende openbare diensten op worden aangedrongen de loopbanen van deze bijzondere graden zoveel mogelijk in deze gemene loopbaan in te passen. Enkel bijzondere loopbanen die functioneel verantwoord zijn, kunnen blijven bestaan.

Voor deze bijzondere loopbanen dienen de krachtlijnen van de modernisering maximaal te worden toegepast. » Het voorliggende ontwerp past in die logica. Het beperkt zich er immers toe één enkele bijzondere graad per niveau in te stellen (financieel medewerker in niveau D, financieel assistent in niveau C en fiscaal deskundige in niveau B), samen met de handhaving van bepaalde afgeschafte graden.

De graden van de ambtenaren moeten omzetten in een systeem dat minder verschillende graden bevat is een ingewikkelde onderneming. Zij impliceert dat bepaalde ambtenaren, die in het verleden op verschillende wijze behandeld werden, in de toekomst op dezelfde voet worden behandeld.

De steller van het ontwerp moet daarentegen bij machte zijn de verschillen in behandeling te rechtvaardigen die hij, in voorkomend geval, wil doen ontstaan tussen ambtenaren wier huidige situatie identiek is wat ofwel hun bezoldiging, ofwel de voortgang van hun loopbaan betreft. 2. De steller van het ontwerp beoogt het in werking te laten treden per 1 januari 2002, voor wat de bepalingen betreffende niveau D betreft, per 1 juni 2002, voor wat de bepalingen met betrekking tot niveau C betreft, per 1 oktober 2002, voor wat de bepalingen met betrekking tot niveau B betreft en per 1 september 2004, voor de artikelen 8, 9, 28, 29, 30, 44, 212 en 214. Die eerste drie data stemmen overeen met die van de inwerkingtreding van het voormelde koninklijk besluit van 5 september 2002 en de vierde datum met die van het koninklijk besluit van 3 augustus 2004 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de niveaus B, C en D (2), dat het heeft gewijzigd.

De terugwerking waarin artikel 221 van het ontwerp voorziet, beantwoordt dus aan een streven naar coherentie in de toepassing van de hervorming van de loopbanen op de ambtenaren die gemene of bijzondere graden bekleden.

Het staat evenwel aan de steller van het ontwerp na te gaan of aan de bepalingen die een ongunstige weerslag zouden kunnen hebben op de situatie van de betrokken ambtenaren, geen terugwerking wordt verleend.

Bijzondere opmerkingen Aanhef In de aanhef van een ontwerp van reglementair besluit dient alleen verwezen te worden naar de bepalingen die ofwel rechtsgrond ervoor opleveren, ofwel erdoor gewijzigd worden.

De bekendmaking van een verslag aan de Koning biedt bovendien de mogelijkheid de adressaten van de regelgevende tekst erop te wijzen dat er andere teksten bestaan waarvan de lezing dienstig is voor een goed begrip van de nieuwe bepalingen en die, bij ontstentenis van een verslag aan de Koning, zouden kunnen worden opgenomen in een overweging.

Bijgevolg behoeft in de aanhef van het voorliggende ontwerp alleen te worden verwezen naar de artikelen 37 en 107 van de Grondwet, bij wijze van rechtsgrond, alsmede naar de besluiten waarin het wijzigingen aanbrengt, te weten - het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel; - het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in 1993.

Dispositief Artikel 32 Artikel 32, § 1, van het ontwerp bepaalt dat ambtenaren die de graad bekleden van verificateur of landmeter van financiën (niveau 2+), ambtshalve worden benoemd tot financieel deskundige of adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad), niveau B, naargelang zij al dan niet een functie van fiscale aard uitoefenen. Deze bepaling stelt eveneens dat ambtenaren die de graad bekleden van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën (niveau 2+) ambtshalve worden benoemd tot financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad)of fiscaal deskundige, niveau B, naar gelang zij al dan niet een functie van fiscale aard uitoefenen. Het begrip "functie van niet fiscale aard" wordt van zijn kant omschreven in artikel 33 van het ontwerp.

Artikel 35, § 1, van het ontwerp bepaalt : « De in artikel 32 van dit besluit bedoelde ambtenaren worden, op de datum van hun ambtshalve benoeming, ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1. » In bijlage 1 bij het ontwerp wordt evenwel, naast de afgeschafte graden van verificateur en landmeter van financiën, alleen de nieuwe graad van financieel deskundige vermeld. Evenzo staat naast de afgeschafte graden van eerstaanwezend verificateur en landmeter-expert van financiën alleen de nieuwe graad van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) in kolom 3.

In de tabel die als bijlage 1 bij het ontwerp is gevoegd dient te worden vermeld dat ambtenaren die de voormelde afgeschafte graden bekleden en een functie van fiscale aard uitoefenen, benoemd worden in de nieuwe graden van adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad) of fiscaal deskundige.

Artikelen 46 en volgende Artikel 45 van het ontwerp stelt het volgende : «

Art. 45.Het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel wordt gewijzigd : 1 ° overeenkomstig de bepalingen van afdeling I, die de artikelen 46 tot 132 omvat, wat betreft de Federale Overheidsdienst Financiën en zijn personeel; 2° overeenkomstig de bepalingen van de afdeling II, die de artikelen 133 tot 192 omvat, wat betreft de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en zijn personeel.» Naast de wijzigingen die noodzakelijk geworden waren door de hervorming van de niveaus D, C en B, brengen de artikelen 46 tot 132 van het ontwerp in het voormelde koninklijk besluit van 29 oktober 1971 talrijke terminologische aanpassingen aan om dat besluit in overeenstemming te brengen met de nieuwe structuur van de federale overheidsdiensten.

In het besluit is evenwel geen enkele wijziging aangebracht in de hoofdstukken III (Directieraad), IV (Directiecomité van de fiscale administraties - Administratie van fiscale zaken - Vast comité voor de strijd tegen de fiscale fraude - Directiecomité van de Schatkist. ), V (Interne Audit-cel van de fiscale administraties), en VI (Interne Audit-cel van de Administratie der Thesaurie) van Titel I van dat besluit.

Om uitleg gevraagd daaromtrent, heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord : « Il est exact que des modifications n'ont pas été apportées aux chapitres III, IV, V et VI de l'arrêté royal du 29 octobre 1971 fixant le Règlement organique du ministère des Finances ainsi que les dispositions particulières y assurant l'exécution du Statut des agents de l'Etat.

Le but essentiel des trois projets d'arrêtés royaux en préparation est de porter réforme aux carrières particulières des niveaux B, C et D au S.P.F. Finances et à l'administration des pensions du ministère des Finances.

Pour ce faire, des modifications importantes devaient être apportées aux annexes du Règlement organique.

Nous en avons profité pour faire une opération de « toilettage » (modifier « ministère » par « service public fédéral » ou « secrétaire général » par « président du Comité de direction ») qui ne nécessitait pas d'étude importante.

Les chapitres III, IV, V et VI du Règlement organique concernent la structure de la haute direction. Le Comité de direction ne s'est pas encore prononcé quant à la détermination de la future structure du S.P.F. Finances compte tenu du fait que les réformes en cours ne sont pas encore terminées.

Il est bien évident que ces chapitres feront l'objet d'une adaptation dès que les décisions auront été prises.

Il ne nous est pas apparu opportun de procéder, dans ces chapitres, à la même opération de « toilettage » dans la mesure où, par exemple, les fonctions d'administrateur général des impôts et d'administrateur général adjoint des impôts ont été supprimées.

Dans ce contexte, il est à noter qu'il n'était pas possible d'attendre une décision finale quant à la future structure de la haute direction sous peine d'encore retarder la réforme des carrières particulières qui, pour certains, prend cours dès le 1er janvier 2002. » In diezelfde gedachtegang is het de Raad van State niet duidelijk waarom in de overige bepalingen van het besluit de woorden "de directieraad" vervangen worden door de woorden "het directiecomité".

Artikel 71 In artikel 71 van het ontwerp (ontworpen artikel 17, eerste lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971) wordt nog verwezen naar niveau 1, terwijl het koninklijk besluit van 4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel in werking is getreden op 1 december 2004.

Daaromtrent om uitleg verzocht heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord : « Etant donné qu'au niveau 1, la quasi-totalité des grades sont particuliers au S.P.F. Finances, une négociation séparée devra avoir lieu en Comité de Secteur II- Finances avant de faire la conversion vers le niveau A. Dans l'état actuel des choses, l'arrêté royal du 4 aout 2004 n'est pas d'office applicable aux grades particuliers du département. » Die opmerking geldt eveneens voor artikel 74 van het ontwerp (het ontworpen artikel 20).

Artikel 74 De rechtszekerheid gebiedt dat de gewijzigde artikelen nauwkeurig worden aangeduid in de inleidende zin van de wijzigingsbepalingen van het ontwerp.

Daartoe hoeven alleen de nog geldende wijzigingen ervan te worden vermeld en moet worden aangegeven of het een invoeging betreft, een wijziging of een vervanging.

Het is bijgevolg voldoende om in artikel 74 van het ontwerp (ontworpen artikel 20 van het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971) te vermelden dat die bepaling is vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 (3).

Dezelfde opmerking geldt voor de artikelen 82 en 92 van het ontwerp.

Artikelen 95 en volgende Bijlage I bij het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971 is vervangen bij het voornoemde koninklijk besluit van 6 juli 1997 en is vervolgens gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni en 5 juli 1999(4). Naar die bijlage moet derhalve in de inleidende zin van de bepalingen waarbij ze gewijzigd wordt, dat wil zeggen de artikelen 95 tot 116 van het ontwerp, verwezen worden met vermelding van ook die twee wijzigingen.

Die opmerking geldt eveneens voor bijlage II bij datzelfde koninklijk besluit, die de artikelen 117 tot 129 van het ontwerp beogen te wijzigen, alsmede voor de soortgelijke bepalingen van hoofdstuk VI, afdeling II, van het ontwerp.

Artikel 104 In bijlage I bij het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971 bevat punt E van de rubriek "rang 10", onder de graad van eerste attaché van financiën, in kolom 2, slechts één enkel lid.

Bijgevolg moeten in artikel 104, 6°, van het ontwerp de woorden ", eerste lid," vervallen.

Artikel 110 De inleidende zin van artikel 110 van het ontwerp is onvolledig in de Franse lezing.

Artikel 125 De gemachtigde ambtenaar is het ermee eens dat in de tabel opgenomen in artikel 125 van het ontwerp (ontworpen bijlage II bij het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971) onder de vermelding "Niveau C Financieel assistent" in kolom 1, punt 1, a, moet worden toegevoegd dat de graad van adjunct-financieel assistent een afgeschafte graad is.

Dezelfde opmerking geldt voor artikel 184 van het ontwerp.

Artikel 130 In artikel 130 van het ontwerp moet worden gepreciseerd dat bijlage III bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 gewijzigd is bij het voornoemde koninklijk besluit van 5 juli 1999.

Dezelfde opmerking geldt voor artikel 189 van het ontwerp.

Artikel 131 In artikel 131 van het ontwerp moet worden gepreciseerd dat bijlage V bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 vervangen is bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998 (5) en gewijzigd is bij het voornoemde koninklijk besluit van 6 juli 1997.

Dezelfde opmerking geldt voor artikel 191 van het ontwerp.

Artikelen 133 tot 192 De artikelen 133 tot 192, die afdeling II van hoofdstuk VI van het ontwerp vormen, beogen het voornoemde koninklijk besluit van 29 oktober 1971 te wijzigen wat de toepassing ervan op de administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën betreft.

Artikel 2, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 december 2002, bepaalt evenwel : « Op de datum die hij (de minister bevoegd voor sociale zaken en pensioenen) vaststelt neemt hij (de FOD Sociale Zekerheid) van het Ministerie van Financiën de dienst over die belast is met de pensioenen. » Daaromtrent om uitleg verzocht heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord : « Un projet d'arrêté visant à supprimer cette disposition a été soumis au contrôle administratif et budgétaire et négocié en Comité de secteur II - Finances. Il appartient au Ministre des Pensions, à qui il a été transmis, de le finaliser. » Artikelen 194 en 195 1. In de inleidende zin van artikel 194 van het ontwerp moet worden aangegeven dat artikel 16 van het voornoemde koninklijk besluit van 7 december 1992 gewijzigd is bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996 (6).2. In de Franse lezing van de inleidende zin van artikel 195 van het ontwerp moeten de woorden "1er juillet 1996" vervangen worden door de woorden "10 juillet 1996". Artikel 203 De gemachtigde ambtenaar is het ermee eens dat in artikel 203, § 1, van het ontwerp de woorden "Onverminderd artikel 199" vervangen worden door de woorden "Onverminderd artikel 202".

Artikel 206 In verband met de vergoedingen waarvan sprake is in artikel 206 van het ontwerp, heeft de gemachtigde ambtenaar de volgende toelichting verstrekt : « Il s'agit principalement des indemnités visées à l'arrêté ministériel du 12 avril 1965 (non publié) relatif à l'octroi d'une indemnité pour frais de tournée, d'une indemnité pour usage d'un vélo et d'indemnités particulières couvrant des frais de déplacement à certains agents du ministère des Finances.

Cet arrêté prévoit un montant d'indemnités différent selon le niveau.

Il est à noter qu'on ne vise que les indemnités et pas les allocations. » Het ministerieel besluit in kwestie dient te worden bekendgemaakt.

De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. KREINS, kamervoorzitter ;

J. JAUMOTTE, Mevr. M. BAGUET, staatsraden ;

Mevr. A.-C. VAN GEERSDAELE, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. CHAUFFOUREAUX, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. JAUMOTTE. De griffier, A.-C. VAN GEERSDAELE. De voorzitter, Y. KREINS. _______ Nota's (1) Belgisch Staatsblad van 26 september 2002.(2) Belgisch Staatsblad van 16 augustus 2004, erratum van 27 augustus 2004.(3) Koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1997, erratum 4 november 1997).(4) Koninklijk besluit van 17 juni 1999 betreffende het informaticapersoneel van het Ministerie van Financiën (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1999) en koninklijk besluit van 5 juli 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1997).(5) Koninklijk besluit van 1 maart 1998 tot invoering van de bepalingen inzake de evaluatie van de Rijksambtenaren in bepaalde reglementaire teksten van het Ministerie van Financiën (Belgisch Staatsblad van 12 juni 1998, erratum 17 juli 1998).(6) Koninklijk besluit van 10 juli 1996 ter vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën behorende tot de niveaus 2+, 2, 3 en 4 (Belgisch Staatsblad van 26 juli 1996). 3 MAART 2005. - Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 maart 1977, 14 november 1978, 16 januari 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 4 mei 1992 en 13 februari 1996, op artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1989, op artikel 3, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 4 februari 1980 en 14 augustus 1989, op artikel 3bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997, op artikel 3ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997, op artikel 3quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997, op artikel 3quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 3sexies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997, op artikel 3septies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 4, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 14 april 1993, 2 maart 1995, 13 februari 1996, en 6 juli 1997, op artikel 5, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992 en 6 juli 1997, op artikel 6, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 8 december 1983, 11 juni 1986, 13 februari 1996 en 18 december 1998, op artikel 7, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978 en 1 maart 1998, op artikel 7bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 juli 1974 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 11 juni 1986 en 13 februari 1996, op artikel 7ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 juli 1974 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 21 maart 1986 en 13 februari 1996, op artikel 7quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november 1978 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 februari 1996, op artikel 7quater /2, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 1996, op artikel 7quater /3, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 1996, op artikel 7quater /4, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 1996, op artikel 7quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juni 1986, op artikel 7sexies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1991 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 februari 1996 en 12 januari 2000, op artikel 7septies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1991, op artikel 7octies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1991 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 april 1993, 13 februari 1996 en 6 juli 1997, op artikel 7nonies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000, op artikel 7decies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000, op artikel 7undecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000, op artikel 7duodecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000, op artikel 7tredecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000, op artikel 8, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1974, 14 november 1978, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 14 april 1993, 13 februari 1996 en 6 juli 1997, op artikel 9, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 9bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 9ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 9quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 9quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9sexies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9septies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9octies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9nonies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9decies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9undecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9duodecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9tredecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 9quatrodecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 10, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 december 1973, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 11, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1997 en 1 maart 1998, op artikel 12, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 13, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 14, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 16bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 16ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 16quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 16quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 17, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, op artikel 18, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 15 april 1977, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 19, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1972, 4 februari 1980, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 20, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 21 gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 14 november 1978, 21 maart 1986, 13 februari 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 22, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, op artikel 23, op artikel 24, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 25, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1972 en 10 juli 1996, op artikel 25bis, opgeheven en hersteld bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 25ter, opgeheven en hersteld bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 25quater /2, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 april 1997, op artikel 25quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 april 1985 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1997 en 1 maart 1998, op artikel 26, op artikel 27, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973 en 10 juli 1996, op artikel 28, op artikel 29, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 30, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 31, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 1974, op artikel 32, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 33, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 juli 1976 en 6 juli 1997, op artikel 34, op artikel 35, op artikel 36, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 37, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 38, op artikel 39, op artikel 40, op artikel 41, op artikel 42, op artikel 43, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 44, op artikel 45, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, op artikel 46, op artikel 47, op artikel 48, op artikel 49, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1976, 10 juni 1996 en 10 juli 1996, op artikel 50, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juni 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, op artikel 52, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, op artikel 54, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 december 1973, 21 maart 1986, en 6 juli 1997, op artikel 55, op artikel 56, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 1986, op artikel 58, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, op artikel 58bis, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992, 14 april 1993, 6 juli 1997 en 20 juli 2000, op artikel 59, op artikel 60, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 1978, 5 juni 1979, 10 juni 1996, 10 juli 1996, 6 juli 1997, 12 maart 2002 en 12 maart 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in 1993, inzonderheid op de artikelen 2 tot 9, op artikel 16, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996 en op artikel 21, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 oktober 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 26 oktober 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, van 27 oktober 2004;

Gelet op het advies van het Directieraad van het Ministerie van Financiën - Administratie der pensioenen, van 23 november 2004;

Gelet op het advies van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën van 24 november 2004;

Gelet op het onderhandelingsprotocol van 17 december 2004 van het sectorcomité II - Financiën;

Gelet op advies 37.963/2 van de Raad van State, gegeven op 13 januari 2005;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en van Onze Minister van Pensioenen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° koninklijk besluit van 5 september 2002 : het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen met zijn wijzigingen;2° weddencomplement : de complementen bepaald in artikel 6 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën;3° bezoldiging : jaarwedde verhoogd, in voorkomend geval, met het weddencomplement;4° niet-fiscale administratie : een andere administratie dan deze bedoeld in artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel. HOOFDSTUK II. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de graden van niveau D Afdeling I. - Oprichting van bijzondere graden in niveau D

Art. 2.In niveau D worden de volgende graden opgericht : - financieel medewerker; - hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën, afgeschafte graad; - operateur-mechanograaf bij financiën, afgeschafte graad - sectiechef bij financiën, afgeschafte graad; - assistent bij financiën, afgeschafte graad. Afdeling II. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de

integratie van sommige ambtenaren van niveau 3 in niveau D Onderafdeling I. - De integratie van de assistenten bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30A of 30C.

Art. 3.§ 1. De ambtenaren die op 1 januari 2002 titularis zijn van de in artikel 43 van dit besluit geschrapte graad van assistent bij financiën en bezoldigd in de weddenschaal 30A of 30C, worden op die datum ambtshalve benoemd in de graad van administratief medewerker.

De ambtenaren, die na 1 januari 2002 werden benoemd in de graad van assistent van financiën, worden op de datum van die benoeming ambtshalve benoemd in de graad van administratief medewerker.

De diensten gepresteerd in de graad van assistent van financiën worden in aanmerking genomen voor de berekening van de graadanciënniteit als administratief medewerker.

De anciënniteit verkregen in niveau 3 wordt geacht verkregen te zijn in niveau D. § 2. De in § 1 bedoelde ambtenaren worden ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1.

De verworven geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal.

Onderafdeling II. - De integratie van de assistenten bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30S1.

Art. 4.§ 1. De ambtenaren die op 1 januari 2002 titularis zijn van de in artikel 43 van dit besluit geschrapte graad van assistent bij financiën en bezoldigd zijn in de weddenschaal 30S1, worden op die datum ambtshalve benoemd in de graad van financieel medewerker op voorwaarde dat ze voor 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd.

De assistenten bij financiën die na 1 januari 2002 werden bevorderd in de weddenschaal 30S1, worden op de datum van die bevordering ambtshalve benoemd in de graad van financieel medewerker op voorwaarde dat ze voor 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. § 2. De berekening van de graadanciënniteit vangt aan vanaf de datum van benoeming in de nieuwe graad. De anciënniteit verkregen in niveau 3 wordt geacht verkregen te zijn in niveau D.

Art. 5.§ 1. De in artikel 4 bedoelde ambtenaren worden ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1.

Zij bekomen in deze weddenschaal de wedde gelijk aan of onmiddellijk hoger dan de bezoldiging die ze genoten in hun oude graad.

De nuttige anciënniteit van de ambtenaren wordt vastgesteld op basis van het resultaat van hun inschaling.

In afwijking van de artikelen 14, 15, 17 en 18 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, wordt deze nuttige anciënniteit de fictieve geldelijke anciënniteit die uitsluitend in de graad van financieel medewerker wordt vastgesteld.

Het verschil tussen de geldelijke en de nuttige anciënniteit verworven in de oude weddenschaal wordt meegenomen in de nieuwe weddenschaal en is beperkt tot elf maanden.

De ambtenaren die in hun oude weddenschaal aan de maximumwedde worden bezoldigd, worden geïntegreerd op de eerste trap van de intermediaire loonopslag die uit de integratie voorvloeit. § 2. De personeelsleden die gewezen titularissen waren van de graad van assistent bij financiën, bezoldigd in de weddenschaal 30S1, en die ambtshalve benoemd werden in de graad van financieel medewerker, hervinden, met uitwerking op de dag vóór hun opruststelling of hun overlijden, de werkelijke geldelijke anciënniteit die zij hadden bij hun integratie in niveau D, vermeerderd met de duur van de in dat niveau gepresteerde diensten.

Art. 6.De in artikel 4 van dit besluit bedoelde ambtenaren die niet aan de opleidingsactiviteit deelnemen vóór 30 juni 2005 worden, ambtshalve benoemd in de afgeschafte graad van assistent bij financiën (niveau D) op datum van 1 januari 2002 of indien deze later is, op de datum van de toekenning van de weddenschaal 30S1.

Deze ambtenaren behouden hun graadanciënniteit en niveauanciënniteit.

Zij bekomen de weddenschaal en het weddencomplement verbonden aan de afgeschafte graad.

Onderafdeling III. - Bepalingen met betrekking tot de graden van operateur-mechanograaf bij financiën (afgeschafte graad) en hoofd- operateur-mechanograaf bij financiën

Art. 7.De ambtenaren die op 1 januari 2002 titularis zijn van de in artikel 43 van dit besluit geschrapte graad van operateur-mechanograaf bij financiën of de graad van hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën, worden op die datum respectievelijk ambtshalve benoemd in de afgeschafte graden van operateur-mechanograaf bij financiën (niveau D) en van hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën (niveau D).

Zij behouden hun graadanciënniteit en hun niveauanciënniteit.

Art. 8.§ 1. De ambtenaren die op 1 september 2004 titularis zijn van één van de graden van het niveau D die hierna in de linkerkolom zijn opgenomen, worden op die datum, ambtshalve benoemd in de graad die voorkomt in de rechterkolom : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die worden benoemd krachtens § 1, komen de diensten in aanmerking die gepresteerd zijn in de afgeschafte graad of, in voorkomend geval, in de twee afgeschafte graden waarvan zij titularis waren.

Art. 9.§ 1. De in artikel 8 van dit besluit bedoelde ambtenaren worden op de datum van hun ambtshalve benoeming ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1. § 2. De geldelijke anciënniteit die door deze ambtenaren verworven is, wordt geacht in de nieuwe weddenschaal verworven te zijn. § 3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren, behouden de bezoldiging verbonden aan de geschrapte graad bij hun ambtshalve benoeming tot technisch medewerker, wanneer zij de wedde in deze graad overtreft. HOOFDSTUK III. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de graden van niveau C Afdeling I. - Oprichting van bijzondere graden in niveau C

Art. 10.In niveau C worden de volgende graden opgericht : - financieel assistent; - adjunct-financieel assistent, afgeschafte graad; - assistent informatica bij financiën, afgeschafte graad. Afdeling II. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de

integratie van sommige ambtenaren van niveau 3 in niveau C

Art. 11.§ 1. De ambtenaren die op 1 juni 2002 titularis zijn van de graad van sectiechef bij financiën of assistent bij financiën en bezoldigd in weddenschaal 30S2 of 30S3, worden op die datum ambtshalve benoemd tot financieel assistent op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. § 2. De sectiechefs bij financiën die na 1 juni 2002 werden bevorderd in deze graad en de assistenten bij financiën die na deze datum werden bevorderd in de weddenschaal 30S2, worden op datum van hun bevordering ambtshalve benoemd tot financieel assistent op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. § 3. De berekening van hun graad- en niveauanciënniteit gebeurt vanaf de datum van benoeming in de graad van financieel assistent. § 4. De in dit artikel bedoelde ambtenaren worden ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1.

De verworven geldelijke anciënniteit wordt geacht verworven te zijn in de nieuwe weddenschaal.

Art. 12.Artikel 11 van dit besluit is eveneens van toepassing op de assistenten bij financiën en de sectiechefs bij financiën die, overeenkomstig artikel 17 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, bij wege van overgangsmaatregel gerechtigd zijn op de weddenschaal en het weddencomplement verbonden aan één van de volgende geschrapte graden : - sectiechef bij financiën, benoemd bij de administratie der directe belastingen; - chef van de dienst der inkohieringen; - adjunct-chef van de dienst der inkohieringen; - luitenant der douane; - leidend tekenaar bij het kadaster.

Art. 13.De ambtenaren die overeenkomstig artikelen 11 en 12 van dit besluit benoemd worden tot financieel assistent kunnen deelnemen aan de competentiemeting 1.

Art. 14.§ 1. De assistenten bij financiën en de sectiechefs bij financiën, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van dit besluit worden ambtshalve benoemd in niveau D in de afgeschafte graad die overeenstemt met de titel van de graad waarvan zij titularis waren in niveau 3, tijdens de periode die hun benoeming tot financieel assistent voorafgaat en dit ten vroegste met ingang van 1 januari 2002.

Deze ambtenaren behouden hun graadanciënniteit en hun niveauanciënniteit.

Zij behouden de weddenschaal en het weddencomplement verbonden aan de afgeschafte graad.

De ambtenaren behouden de bezoldiging verbonden aan de afgeschafte graad bij hun ambtshalve benoeming tot financieel assistent, wanneer zij de wedde in deze graad overtreft. § 2. De assistenten bij financiën en de sectiechefs bij financiën die niet aan de opleidingsactiviteit deelnemen vóór 30 juni 2005 worden ambtshalve benoemd in niveau D, in de afgeschafte graad die overeenstemt met de titel van de graad waarvan zij titularis waren in niveau 3 op 1 januari 2002 of op de datum van hun benoeming in de graad van sectiechef bij financiën of hun bevordering in de weddenschaal 30S2 indien deze later plaats had.

Deze ambtenaren behouden hun graadanciënniteit en niveauanciënniteit.

Zij zijn gerechtigd op de weddenschaal en het weddencomplement verbonden aan de afgeschafte graad. Afdeling III. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de

integratie van sommige ambtenaren van niveau 2 in de graad van financieel assistent

Art. 15.§ 1. De volgende ambtenaren, die titularis zijn van de graad van : 1° bestuursassistent en gerechtigd zijn in deze graad op een weddencomplement;2° bestuurschef bezoldigd in de weddenschaal 22A of bestuursassistent, die voorheen benoemd waren in : a) een graad van niveau 3 behorend tot minstens rang 34;b) de graad van sectiechef bij financiën (rang 32);c) de graad van assistent van financiën, gerechtigd op de weddenschaal 30S2 of 30S3, worden op 1 juni 2002 ambtshalve benoemd in de graad van financieel assistent, op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. § 2. De in § 1 bedoelde ambtenaren worden ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig bijlage 1.

De verworven geldelijk anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal. § 3. Voor de toepassing van § 1, 2°, a) wordt de benoeming in de volgende graden niet in aanmerking genomen : hoofdoperateur-mechanograaf 1e klasse, hoofdoperateur-mechanograaf 2e klasse en hoofd- klerkstenotypist(e).

Art. 16.Artikel 15 van dit besluit is eveneens van toepassing op de bestuursassistenten voorheen bekleed met de graad van : 1° aspirant-adjunct-verificateur;2° operateur van het kadaster, gerechtigd op een weddencomplement of gewezen titularis van een graad van niveau 3 behorend tot minstens rang 34.

Art. 17.§ 1. De diensten gepresteerd in de graden van bestuurschef en bestuursassistent worden in aanmerking genomen voor de berekening van de graadanciënniteit als financieel assistent.

De anciënniteit verkregen in niveau 2 wordt geacht verkregen te zijn in niveau C. § 2. De ambtenaren die de in het artikel 15, § 1, van dit besluit vermelde voorwaarden vervullen na 1 juni 2002, worden op de datum dat de voorwaarden zijn vervuld, benoemd tot financieel assistent en ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad, overeenkomstig de bijlage 1.

Art. 18.§ 1. De ambtenaren die ingeschaald zijn in de weddenschaal CF1 kunnen deelnemen aan de competentiemeting 1. § 2. De ambtenaren voorheen bezoldigd in de weddenschaal 20B, bekomen na afloop van de periode van 6 jaar gedurende dewelke ze gerechtigd waren op de jaarlijkse competentietoelage verbonden aan de competentiemeting 1, de weddenschaal CF2. Ze kunnen onmiddellijk deelnemen aan de competentiemeting 3. § 3. De bestuursassistenten bedoeld in artikel 15, § 1, 2°, van dit besluit die overeenkomstig de bijlage 1 ingeschaald zijn in de weddenschaal CF2 kunnen deelnemen aan competentiemeting 4.

De geslaagden die een anciënniteit van vier jaar tellen sinds de toekenning van de weddenschaal CF2 bekomen de weddenschaal CF3 en dit ten vroegste op 1 september 2003. De anciënniteit verworven sinds de toekenning van de oude weddenschaal 20E telt mee voor de berekening van de vier jaar.

Art. 19.De bestuursassistenten bedoeld in artikel 15, § 1, 1° en 2°, van dit besluit die geslaagd zijn voor een selectie voor bevordering door verhoging in de weddenschaal 20E, waarvan het proces-verbaal na 1 juni 2002 afgesloten werd, verkrijgen de weddenschaal CF2 vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het proces-verbaal van de selectie.

Art. 20.§ 1. De in de artikelen 15 en 16 van dit besluit bedoelde ambtenaren die niet aan de opleidingsactiviteit deelnemen vóór 30 juni 2005 worden ambtshalve benoemd tot administratief assistent op 1 juni 2002 of op de datum van hun benoeming in een graad van niveau 2 indien deze later plaats had. § 2. De ambtenaren verkrijgen de weddenschalen verbonden aan de graad van administratief assistent, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 september 2002. § 3. In afwijking van § 2 behouden zij de weddenschaal en het weddencomplement waarop zij gerechtigd waren in hun geschrapte graad indien deze bezoldiging de wedde overtreft verbonden aan de graad van administratief assistent. Afdeling IV. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de

integratie van sommige ambtenaren van niveau 2 in de afgeschafte graad van adjunct-financieel assistent.

Art. 21.De volgende ambtenaren : 1° de bestuurschef bezoldigd in de weddenschaal 22A, niet bedoeld in artikel15 § 1, 2° van dit besluit;2° de bestuursassistenten bezoldigd in de weddenschaal 20B of 20E, niet bedoeld in artikel 15, § 1, 1° of 2° van dit besluit, worden op 1 juni 2002 ambtshalve benoemd tot adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad) op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. Zij worden ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig bijlage 1.

De verworven geldelijke anciënniteit wordt geacht verworven te zijn in de nieuwe weddenschaal.

Art. 22.Artikel 21 van dit besluit is eveneens van toepassing op de bestuursassistent, voorheen operateur van het kadaster en niet bedoeld in artikel 16.

Art. 23.§ 1. De diensten gepresteerd in de graden van bestuurschef en bestuursassistent worden in aanmerking genomen voor de berekening van de graadanciënniteit als adjunct-financieel assistent.

De anciënniteit verkregen in niveau 2 wordt geacht verkregen te zijn in niveau C. § 2. De ambtenaren die de in het artikel 21 van dit besluit vermelde voorwaarden vervullen na 1 juni 2002, worden op de datum dat de voorwaarden zijn vervuld, benoemd tot adjunct-financieel assistent en ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad, overeenkomstig de bijlage 1.

Art. 24.§ 1. De ambtenaren bedoeld in de artikelen 21, § 1, 2° en 22 van dit besluit die werden ingeschaald in de weddenschaal CA1 kunnen deelnemen aan de competentiemeting 1.

Na afloop van de periode van 6 jaar gedurende dewelke ze gerechtigd waren op de jaarlijkse competentietoelage verbonden aan de competentiemeting 1, bekomen de ambtenaren de weddenschaal CA2. Ze kunnen onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 3. § 2. De ambtenaren bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, van dit besluit die overeenkomstig de bijlage 1 ingeschaald zijn in de weddenschaal CA2 kunnen deelnemen aan de competentiemeting 4.

De geslaagden die een anciënniteit van vier jaar tellen sinds de toekenning van de weddenschaal CA2 bekomen de weddenschaal CA3 en dit ten vroegste op 1 september 2003. De anciënniteit verworven sinds de toekenning van de oude weddenschaal 20E, telt mee voor de berekening van de vier jaar.

Art. 25.De ambtenaren bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, van dit besluit die geslaagd zijn voor een selectie voor bevordering door verhoging in de weddenschaal 20E, waarvan het proces-verbaal na 1 juni 2002 werd afgesloten, verkrijgen de weddenschaal CA2 vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het proces-verbaal van de selectie.

Art. 26.De in de artikelen 21 en 22 van dit besluit bedoelde ambtenaren die niet aan de opleidingsactiviteit deelnemen vóór 30 juni 2005 worden ambtshalve benoemd tot administratief assistent op datum van 1 juni 2002.

Zij verkrijgen de weddenschalen verbonden aan de graad van administratief assistent, overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 september 2002.

In afwijking van het vorige lid behouden de ambtenaren de weddenschaal verbonden aan hun geschrapte graad, indien deze hoger is dan de weddenschaal verbonden aan de graad van administratief assistent. Afdeling V. - Bepalingen met betrekking tot de graad van assistent

informatica bij financiën (afgeschafte graad)

Art. 27.§ 1. De ambtenaren die op 1 juni 2002 titularis zijn van de in artikel 43 van dit besluit geschrapte graad van assistent informatica bij financiën worden ambtshalve benoemd in de afgeschafte graad van assistent informatica bij financiën (niveau C). § 2. De diensten gepresteerd in de geschrapte graad van assistent informatica bij financiën worden in aanmerking genomen voor de berekening van de graadanciënniteit.

De anciënniteit verkregen in niveau 2 wordt geacht verkregen te zijn in niveau C.

Art. 28.§ 1. De ambtenaren die op 1 september 2004 titularis zijn van de afgeschafte graad van assistent informatica bij financiën worden, op die datum, ambtshalve benoemd in de graad van technisch assistent. § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die worden benoemd krachtens § 1, komen de diensten in aanmerking die gepresteerd zijn in de afgeschafte graad waarvan zij titularis waren.

Art. 29.§ 1. De in artikel 28 van dit besluit bedoelde ambtenaren worden op de datum van hun ambtshalve benoeming ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1. § 2. De geldelijke anciënniteit die door deze ambtenaren verworven is, wordt geacht in de nieuwe weddenschaal verworven te zijn. § 3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren, behouden de bezoldiging verbonden aan de geschrapte graad bij hun ambtshalve benoeming tot technisch assistent, wanneer zij de wedde in deze graad overtreft.

Art. 30.De titularissen van de graad van technisch assistent, die voorheen titularis waren van de in artikel 44 geschrapte graad van assistent informatica bij financiën, verkrijgen mits 12 jaar graadanciënniteit de weddenschaal 20S3, voor zover ze geen gunstigere weddenschaal kunnen genieten. HOOFDSTUK IV. - Bijzondere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de graden van niveau B Afdeling I. - Oprichting van graden in niveau B

Art. 31.In niveau B worden de volgende graden opgericht : - fiscaal deskundige; - adjunct-fiscaal deskundige, afgeschafte graad; - financieel en administratief deskundige, afgeschafte graad; - financieel en ICT-deskundige, afgeschafte graad; - verificateur, afgeschafte graad; - landmeter van financiën, afgeschafte graad; - laborant, afgeschafte graad; - programmeur bij financiën, afgeschafte graad; - eerstaanwezend verificateur, afgeschafte graad; - landmeter-expert van financiën, afgeschafte graad; - eerstaanwezend laborant, afgeschafte graad; - programmeringsanalist bij financiën, afgeschafte graad. Afdeling II. - Integratie van sommige ambtenaren van niveau 2+ in

niveau B

Art. 32.§ 1. Onverminderd de §§ 2 en 3, worden de ambtenaren die op 1 oktober 2002 titularis zijn van één van de graden in niveau 2+ die hierna in de linkerkolom zijn opgenomen, op die datum, ambtshalve benoemd in de overeenstemmende graad van niveau B die voorkomt in de rechterkolom, op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De ambtenaren die na 1 oktober 2002 werden benoemd in een graad van de linkerkolom van het vorige lid, worden op de datum van die benoeming ambtshalve benoemd in de overeenstemmende graad die voorkomt in de rechterkolom, op voorwaarde dat ze vóór 30 juni 2005 een met dit doel door de Nationale School voor Fiscaliteit en Financiën georganiseerde opleiding hebben gevolgd. § 2. De in § 1 bedoelde titularissen van de graad van verificateur of landmeter van financiën, die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een functie van fiscale aard uitoefenen, worden ambtshalve benoemd in de afgeschafte graad van adjunct-fiscaal deskundige. § 3. De in § 1 bedoelde titularissen van de graad van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën, die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, een functie van fiscale aard uitoefenen, worden ambtshalve benoemd in de graad van fiscaal deskundige.

Art. 33.Voor de toepassing van artikel 32 van dit besluit is een functie van niet-fiscale aard, een functie die zich situeert in : - hetzij een niet-fiscale administratie; - hetzij een fiscale administratie zoals bepaald in artikel 1, § 3 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel, wanneer de dagtaak van de ambtenaar betrekking heeft op personeelsmateries, informatie- en communicatietechnologie, begrotings- en budgetmateries, logistieke taken en secretariaatstaken en die geen kennis vereist inzake fiscale materies.

Art. 34.Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren benoemd krachtens artikel 32 van dit besluit worden de diensten gepresteerd in de geschrapte graad of, in voorkomend geval, in de twee geschrapte graden vermeld tegenover de graad van niveau B, in aanmerking genomen.

De anciënniteit verkregen in niveau 2+ wordt geacht verkregen te zijn in niveau B.

Art. 35.§ 1. De in artikel 32 van dit besluit bedoelde ambtenaren worden, op de datum van hun ambtshalve benoeming, ingeschaald in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage 1. § 2. In afwijking van § 1, heeft de inschaling van de eerstaanwezend verificateurs, voorheen titularis van de graad van verificateur-accountant, slechts geldelijke uitwerking met ingang van 1 januari 2005.

Tijdens de periode van 1 oktober 2002 tot 31 december 2004, behouden deze ambtenaren de weddenschaal en het weddencomplement waarop zij gerechtigd waren op de datum van hun ambtshalve benoeming in niveau B.

Art. 36.§ 1. De ambtenaren die overeenkomstig bijlage 1 worden ingeschaald op bezoldiging, bekomen in de weddenschaal verbonden aan hun nieuwe graad de wedde gelijk aan of onmiddellijk hoger aan hun bezoldiging verbonden aan hun oude graad.

De nuttige anciënniteit van deze ambtenaren wordt vastgesteld op basis van het resultaat van hun inschaling.

In afwijking van de artikelen 14, 15, 17 en 18 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, wordt deze nuttige anciënniteit de fictieve geldelijke anciënniteit in de weddenschalen verbonden aan de graden van niveau B. Het verschil tussen de geldelijke anciënniteit en de nuttige anciënniteit verworven in de oude weddenschaal wordt meegenomen in de nieuwe weddenschaal en is beperkt tot elf maanden.

De ambtenaren die in hun oude weddenschaal aan de maximumwedde van deze schaal worden bezoldigd, worden geïntegreerd op de eerste trap van de intermediaire loonopslag die uit de integratie volgt. § 2. De personeelsleden die gewezen titularissen waren van een graad van niveau 2+ en die ambtshalve benoemd werden in een graad van niveau B, hervinden, met uitwerking op de dag vóór hun opruststelling of hun overlijden, de werkelijke geldelijke anciënniteit die zij hadden bij hun integratie in niveau B, vermeerderd met de duur van de in dat niveau gepresteerde diensten.

Art. 37.§ 1 De ambtenaren bedoeld in artikel 35, § 1, van dit besluit die op de datum van hun ambtshalve benoeming worden ingeschaald in de weddenschaal BF2 en die slagen voor de competentiemeting 3 verbonden aan de graden van financieel deskundige of adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad) kunnen, op hun schriftelijk verzoek, geïntegreerd worden in de weddenschaal 26H, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op hun inschrijving voor de geslaagde competentiemeting.

Het verzoek is onherroepelijk en de integratie in de weddenschaal 26H gebeurt op basis van de reële geldelijke anciënniteit.

In afwijking van artikel 41 worden de ambtenaren geacht geslaagd te zijn voor de competentiemeting 2 verbonden aan hun graad. § 2. De ambtenaren die een verzoek hebben ingediend overeenkomstig § 1 en sinds hun integratie in de weddenschaal 26H nog niet geslaagd zijn voor de competentiemeting 3, worden bij hun benoeming tot fiscaal deskundige op grond van het slagen van een proef over de beroepsbekwaamheid, voor de vaststelling van hun wedde in deze graad geacht geen toepassing te hebben gevraagd van de vorige paragraaf.

Art. 38.De ambtenaren bedoeld in artikel 35, § 1, van dit besluit die op de datum van hun ambtshalve benoeming worden ingeschaald in de weddenschaal BI2 en die slagen voor de competentiemeting 5 verbonden aan de graad van ICT-deskundige kunnen, op hun schriftelijk verzoek, geïntegreerd worden in de weddenschaal 26S6, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op hun inschrijving voor de geslaagde competentiemeting. Het verzoek is onherroepelijk en de integratie in de weddenschaal 26S6 gebeurt op basis van de reële geldelijke anciënniteit.

In afwijking van artikel 41, worden de ambtenaren geacht geslaagd te zijn voor de competentiemeting 3 verbonden aan hun graad.

Art. 39.De in de kolom 1 bedoelde ambtenaren die niet aan de opleidingsactiviteit deelnemen vóór 30 juni 2005 worden ambtshalve benoemd in niveau B in de graad vermeld in kolom 2, op datum van 1 oktober 2002 of de datum van benoeming in een graad van kolom 1, wanneer deze later plaats had.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De ambtenaren behouden hun graad- en niveauanciënniteit.

Zij verkrijgen de weddenschaal en het weddencomplement verbonden aan de afgeschafte graad.

Art. 40.§ 1. De ambtenaren die de dag voor hun ambtshalve benoeming in niveau B, titularis zijn van een bijzondere graad behorend tot niveau 2+ die werd opgericht bij het Ministerie van Financiën en titularis zijn van een weddenschaal opgenomen in kolom 1 van de onderstaande tabel, bekomen mits het vervullen van de anciënniteitsvereisten in kolom 2, uit hoofde van hun reële geldelijke anciënniteit de wedde verbonden aan de in kolom 3 vermelde weddenschaal, alsook het hieraan verbonden weddencomplement.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (a) of 12 jaar niveauanciënniteit indien het personeelslid werd benoemd in de graad van verificateur of landmeter van financiën in de periode van 1 juli 1995 tot 1 december 1996 (b) of 12 jaar niveauanciënniteit indien het personeelslid werd benoemd in een graad van rang 26 in de periode van 1 juli 1995 tot 26 juli 1996 § 2.De ambtenaren bedoeld in artikel 32, § 1, die de weddenschaal 28S2 verkrijgen, worden overeenkomstig artikel 36 van dit besluit op bezoldiging ingeschaald in de schaal BF3. § 3. De ambtenaren bedoeld in artikel 32, § 1, die de weddenschaal 28S8 verkrijgen, worden overeenkomstig artikel 36 van dit besluit op bezoldiging ingeschaald in de schaal BI3. § 4. De ambtenaren bedoeld in dit artikel, die geslaagd zijn voor een competentiemeting verkrijgen de competentietoelage volgens de geldende regelgeving.

De toepassing van de §§ 1 tot 3 doet geen afbreuk aan de bevorderingen in weddenschaal die de ambtenaar in niveau B zou hebben verworven.

Art. 41.De titularissen van een geschrapte graad opgenomen in kolom 1 van onderstaande tabel mogen deelnemen aan de competentiemeting hiertegenover vermeld in kolom 2 die verbonden is aan hun nieuwe graad. De voorwaarden vermeld in kolom 1 dienen vervuld te zijn op de datum van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld a) of 9 jaar niveauanciënniteit indien het personeelslid werd benoemd in de graad van verificateur of landmeter van financiën in de periode van 1 juli 1995 tot 1 december 1996 b) of 9 jaar niveauanciënniteit indien het personeelslid werd benoemd in een graad van rang 26 in de periode van 1 juli 1995 tot 26 juli 1996.

Art. 42.De financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) die bij wege van verandering van graad wordt benoemd tot fiscaal deskundige behoudt zijn graadanciënniteit, zijn weddenschaal, zijn reële en fictieve geldelijke anciënniteit, alsook het voordeel van een geslaagde competentiemeting verbonden aan de afgeschafte graad van financieel en administratief deskundige. HOOFDSTUK V. - Geschrapte graden

Art. 43.De volgende graden worden geschrapt : 1° in niveau 3 : - assistent bij financiën; - sectiechef bij financiën; - hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën; - operateur-mechanograaf bij financiën, afgeschafte graad. 2° in niveau 2 : - assistent informatica bij financiën, afgeschafte graad.3° in niveau 2+ : - verificateur; - eerstaanwezend verificateur; - landmeter van financiën; - landmeter-expert van financiën; - programmeur bij financiën; - programmeringsanalist bij financiën; - laborant; - eerstaanwezend laborant.

Art. 44.Op 1 september 2004 worden de volgende graden geschrapt : 1° in niveau D : - operateur-mechanograaf bij financiën, afgeschafte graad; - hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën, afgeschafte graad; 2° in niveau C : - assistent informatica bij financiën, afgeschafte graad. HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel

Art. 45.Het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel wordt gewijzigd : 1° overeenkomstig de bepalingen van afdeling I, die de artikelen 46 tot 132 omvat, wat betreft de Federale Overheidsdienst Financiën en zijn personeel;2° overeenkomstig de bepalingen van de afdeling II, die de artikelen 133 tot 192 omvat, wat betreft de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en zijn personeel. Afdeling I Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 29 oktober 1971

tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel, toepasselijk op de Federale Overheidsdienst Financiën.

Art. 46.Het opschrift van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel wordt als volgt vervangen : « Koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën, en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel ».

Art. 47.Het opschrift van Titel I, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : « Algemene Organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 48.In artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 maart 1977, 14 november 1978 en 11 juni 1986 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de inleidende bepaling worden de woorden « Het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « De Federale Overheidsdienst Financiën »;b) in 1° worden de woorden « Secretaris-generaal » vervangen door de woorden « Voorzitter van het Directiecomité » c) het 3° wordt opgeheven;d) in 4° worden de woorden « Administrateur-generaal van de belastingen » vervangen door de woorden « Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering »;e) het 5° wordt opgeheven.

Art. 49.In artikel 2, 1°, van hetzelfde besluit, worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 50.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 4 februari 1980 en 14 augustus 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « Secretaris-generaal » vervangen door de woorden « Voorzitter van het Directiecomité »;2° in het vijfde lid worden de woorden « Secretaris-generaal » vervangen door de woorden « Voorzitter van het Directiecomité »;3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : « Bij afwezigheid of verhindering van de Voorzitter van het Directiecomité, wijst de Minister de ambtenaar aan die hem moet vervangen.»

Art. 51.In artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 21 februari 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « Secretaris-generaal » vervangen door de woorden « Voorzitter van het Directiecomité »; 2° in het tweede lid worden telkens : - de woorden « het Ministerie van Economische Zaken » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie »; - de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »; 3° in het vierde lid worden de woorden « het Ministerie van Economische Zaken » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie ».

Art. 52.In artikel 3ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 21 februari 1997, worden de woorden « de Minister van Economische Zaken » vervangen door de woorden « de Minister van Economie ».

Art. 53.In artikel 3quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 21 februari 1997, worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 54.In artikel 3quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 21 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » worden vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »; - de woorden « de Directieraad » worden telkens vervangen door de woorden « het Directiecomité »; - de woorden « het Ministerie van Financiën » worden vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 55.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1974, 14 november 1978, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 14 april 1993, 13 februari 1996 en 6 juli 1997, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 4°, worden de woorden « eerstaanwezend verificateur » vervangen door de woorden « fiscaal deskundige, van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) »;2° § 2, 1°, wordt opgeheven;3° § 3bis, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Bij de Administratie der thesaurie kunnen door de Minister van Financiën, op voorstel van de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën en na gunstig advies van het Directiecomité van de Schatkist, ambtenaren van de Studie- en documentatiedienst worden gedetacheerd voor de uitvoering van een welbepaalde taak teneinde de Directie der thesaurie en Staatsschuld en de Directie van de algemene comptabiliteit en betalingen te kunnen bijstaan in de verwezenlijking van hun opdracht.»

Art. 56.In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « een vergelijkend examen, een examen » vervangen door de woorden « een vergelijkende selectie, een selectie »;2° in het tweede lid, 1° worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;3° in het tweede lid, 2° worden de woorden « bijlagen I tot III » vervangen door de woorden « bijlagen I en II ».

Art. 57.In artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de woorden « het Ministerie van Financiën »vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 58.Artikel 9quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 9quater.Onder loopbaanexamen in de zin van dit besluit dient te worden verstaan de vergelijkende selecties voor overgang naar het hogere niveau, de selecties voor verhoging in graad, de proeven over de beroepsbekwaamheid en de selecties voor verhoging in weddenschaal. ».

Art. 59.Afdeling 1bis van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 9quinquies tot 9quatrodecies , ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt opgeheven.

Art. 60.In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1ter ingevoegd, dat artikel 9quinquies decies omvat luidende : « Afdeling 1ter. - Competentiemetingen ».

Art. 9quinquies decies. § 1. In afwijking van artikel 18bis, § 2, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel worden de twee delen van de competentiemeting vervangen door een, door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, gecertificeerde opleiding voor de volgende functiefamilies : - adjunct-financieel assistent; - financieel assistent; - financieel deskundige; - technisch deskundige, mits hij de functie van laborant uitoefent; - adjunct-fiscaal deskundige; - fiscaal deskundige; - financieel en administratief deskundige; - financieel en ICT-deskundige. § 2. De personeelsleden met een graad waarvan de titel overeenstemt met een functiefamilie vermeld in § 1 worden ambtshalve ingedeeld in deze functiefamilie. § 3. De gecertificeerde opleiding wordt afgesloten door een gunstige of ongunstige beslissing. § 4. De inhoud en de nadere regelen van de gecertificeerde opleidingen worden bepaald door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid na overleg met het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Art. 61.Het artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 62.In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1997 en 1 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « bijlagen I tot III » vervangen door de woorden « bijlagen I en II »;b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : « 3° bij gelijke of bij gebreke aan rangschikking overeenkomstig 1° en 2°, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit »;c) de bepaling onder 4° wordt opgeheven;d) in de bepaling onder 6° worden de woorden » niveau 2+ », « niveau 2 » en « niveau 3 » respectievelijk vervangen door de woorden « niveau B », « niveau C » en « niveau D ».

Art. 63.Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 12. § 1.In afwijking van artikel 26, § 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten, kan de ambtenaar die overgeplaatst is in een betrekking die overeenstemt met een graad voor dewelke bij de Federale Overheidsdienst Financiën een specifieke proef is voorzien, zich niet beroepen op de graadanciënniteit die hij heeft verworven vóór zijn overplaatsing in deze betrekking. § 2. De personeelsleden die werden overgeplaatst in een betrekking van het Ministerie van Financiën in het raam van de vrijwillige mobiliteit, overeenkomstig : 1° het koninklijk besluit van 22 oktober 1982 houdende de uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;2° of het koninklijk besluit van 3 november 1993 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;3° of het koninklijk besluit van 16 juli 1998 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;en hiertoe een specifieke proef dienden te slagen, kunnen zich alleen beroepen op de graadanciënniteit die werd verkregen vanaf de datum waarop zij deze betrekking bekleden. ». § 3. De ambtenaar die een mutatie in de zin van artikel 25quinquies heeft bekomen naar een betrekking van een graad voor dewelke bij de Federale Overheidsdienst Financiën, er een specifieke proef is voorzien, kan zich alleen beroepen op de graadanciënniteit die hij heeft verkregen vanaf de datum waarop hij de mutatie in de zin van artikel 25quinquies heeft bekomen ».

Art. 64.Artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 14.Voor de benoemingen in de betrekkingen van rang 13, van eerste attaché van financiën en van eerstaanwezend adjunct-adviseur, de mutatie of de bevordering door verhoging in weddenschaal in een betrekking van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, waaraan de functie van dienstchef is verbonden en voor de bevordering door verhoging in weddenschaal in rang 13, doet de toepassing van de artikelen 11 en 13 geen afbreuk aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en loopbaan van het rijkspersoneel, die betrekking hebben op het gemotiveerd advies van het Directiecomité en op de beslissing van de overheid die benoemt. »

Art. 65.Artikel 15, van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 wordt hersteld in de volgende lezing : «

Art. 15.In afwijking van artikel 11, wordt de betrekking van administratief medewerker die te begeven is bij wege van mutatie voorbehouden aan : a) een ambtenaar van niveau 4 die ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van een graad van niveau 4 of een ambtenaar van dit niveau die ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker. De kandidaten worden gerangschikt in de volgende orde van voorrang : 1° de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus D en 4;, 2° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 1°, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar. Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van een graad van niveau 4 ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker, wordt de betrekking niet langer voorbehouden en worden de kandidaten gerangschikt overeenkomstig artikel 11; b) een ambtenaar van niveau 3 die ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van een graad van niveau 3 of een ambtenaar van dit niveau, die ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker. De kandidaten worden onderling gerangschikt overeenkomstig artikel 11.

Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van een graad van niveau 3 ambtshalve werd benoemd tot administratief medewerker, wordt de betrekking niet langer voorbehouden. »

Art. 66.In hetzelfde besluit wordt een artikel 15bis ingevoegd, luidende : «

Art. 15bis.In afwijking van artikel 11 wordt de betrekking van technisch medewerker die te begeven is bij wege van mutatie voorbehouden aan : a) een ambtenaar van niveau 4 die ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van een graad van niveau 4 of een ambtenaar van dit niveau die ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker. De kandidaten worden gerangschikt in de volgende orde van voorrang : 1° de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus D en 4;2° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 1°, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar. Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van een graad van niveau 4 ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker, wordt de betrekking niet langer voorbehouden en worden de kandidaten gerangschikt overeenkomstig artikel 11; b) een ambtenaar van niveau 3 die ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van een graad van niveau 3 of een ambtenaar van dit niveau die ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker. De kandidaten worden onderling gerangschikt overeenkomstig artikel 11.

Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van een graad van niveau 3 ambtshalve werd benoemd tot technisch medewerker, wordt de betrekking niet langer voorbehouden. »

Art. 67.In hetzelfde besluit wordt een artikel 15ter ingevoegd, luidende : «

Art. 15ter.In afwijking van artikel 11 wordt de betrekking van financieel assistent die te begeven is bij wege van mutatie voorbehouden aan : a) een assistent van financiën die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van de graad van assistent van financiën of een ambtenaar voorheen bekleed met deze graad die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent. De kandidaten worden gerangschikt in de volgende orde van voorrang : 1° de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit sinds de datum van zijn benoeming in een graad van rang 34 of de toekenning van de weddenschaal 30S2;2° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 1°, de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus C en 3;3° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 2°, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar. Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van de graad van assistent bij financiën ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, wordt de betrekking niet langer voorbehouden en worden de kandidaten gerangschikt overeenkomstig artikel 11; b) een sectiechef bij financiën die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van de graad van sectiechef van financiën of een ambtenaar houder van deze graad die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent. De kandidaten worden gerangschikt in de volgende orde van voorrang : 1° de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit sinds de datum van hun benoeming in de graad van sectiechef bij financiën;2° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 1°, de ambtenaar met de grootste gecumuleerde niveauanciënniteit in de niveaus C en 3;3° bij gelijke anciënniteit bedoeld in 2°, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar. Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van de graad van sectiechef bij financiën ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, wordt de betrekking niet langer voorbehouden en worden de kandidaten gerangschikt overeenkomstig artikel 11; c) een ambtenaar van niveau 2 die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, indien de betrekking voorheen bezet was door een titularis van een graad van niveau 2 of een ambtenaar van dit niveau die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent. De kandidaten worden onderling gerangschikt overeenkomstig artikel 11.

Bij gebrek aan een kandidaat, die als titularis van een graad van niveau 2 ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent, wordt de betrekking niet langer voorbehouden. »

Art. 68.In artikel 16ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »;2° in het tweede lid worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang ».

Art. 69.In artikel 16quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de Vaste Wervingssecretaris » vervangen door de woorden « de afgevaardigd bestuurder van SELOR »;2° in het tweede lid worden de woorden « het overgangsexamen dat » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang die ».

Art. 70.Artikel 16quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 16quinquies . De proeven bedoeld in artikel 16bis worden om de twee jaar georganiseerd. Indien functioneel noodzakelijk kunnen ze volgens een sneller ritme georganiseerd worden. In afwijking van artikel 14, § 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, geldt dit ook voor alle technische proeven met het oog op het behalen van de brevetten voorafgaand aan de toelating tot de vergelijkende selectie voor overgang naar niveau 1. »

Art. 71.Artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, wordt vervangen als volgt : « Het administratief personeel der niveaus 1, B en C van de Algemene Diensten wordt aangeworven onder de ambtenaren van de andere administraties van de Federale Overheidsdienst Financiën. Het administratief personeel van niveau D wordt : - hetzij aangeworven onder de ambtenaren van de andere administraties; - hetzij aangeworven door een beroep te doen op de mobiliteit of op de externe arbeidsmarkt. »

Art. 72.In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 15 april 1977, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Onverminderd de bepalingen van de artikelen 17 en 19, § 2, worden de betrekkingen van een lagere rang dan rang 13 voor de Algemene Diensten vastgesteld in het personeelsplan, toegekend aan de bij deze diensten benoemde of gedetacheerde ambtenaren, die titularis zijn van een der graden die er overeenkomstig de bijlage I toegang toe verlenen of van een minstens gelijkwaardige graad van de buitendiensten »; 2° in § 2 worden de woorden « zelfde vergelijkend wervingsexamen of uit vergelijkende wervingsexamens » vervangen door de woorden « zelfde vergelijkende selectie voor werving of uit vergelijkende selecties voor werving ».

Art. 73.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1972, 4 februari 1980, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° §1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « De bij de Algemene Diensten benoemde ambtenaren mogen, indien zij de daartoe vereiste voorwaarden vervullen, deelnemen aan de vergelijkende selecties voor overgang naar het hogere niveau, aan de selecties voor verhoging in graad, aan de proeven over beroepsbekwaamheid, aan de selecties voor verhoging in weddenschaal en aan de proeven bedoeld in artikel 16quater, die voor de behoeften van hun administratie van oorsprong georganiseerd worden.»; 2° in § 1, tweede lid, worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;3° § 2, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De directeur van de bevoegde stafdienst of de ambtenaar belast met de algemene leiding beslist of de betrokkenen de nodige geschiktheid bezitten om hun loopbaan bij de Algemene Diensten voort te zetten « ;4° in § 2, vijfde lid, worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de directeur van de bevoegde stafdienst of de ambtenaar belast met de algemene leiding »;5° § 2, zesde lid, wordt vervangen als volgt : « Wanneer de directeur van de bevoegde stafdienst of de ambtenaar belast met de algemene leiding een ongunstige beslissing neemt bij toepassing van alinea 3, 4 of 5, kan de betrokken ambtenaar, binnen de tien dagen na de kennisgeving, hiertegen beroep aantekenen bij het Directiecomité of het door dit comité gemachtigde orgaan.»; 6° in § 2, zevende lid, worden de woorden « de Directeur-generaal » vervangen door de woorden « de directeur van de bevoegde stafdienst of de ambtenaar belast met de algemene leiding » en de woorden « vergelijkende overgangsexamens, examens voor verhoging in graad, examens voor verhoging in weddenschaal » vervangen door de woorden « vergelijkende selecties voor overgang naar het hogere niveau, de selecties voor verhoging in graad, de selecties voor verhoging in weddenschaal ».

Art. 74.Artikel 20 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 20.De Algemene Diensten stellen ter beschikking van het kabinet van de Voorzitter van het Directiecomité, van de Studie- en documentatiedienst en van de Rechtskundige Dienst, het personeel van de niveaus 1, B, C en D dat zij nodig hebben. »

Art. 75.In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 14 november 1978, 21 maart 1986, 13 februari 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, vervallen de woorden « de centra voor informatieverwerking en »;2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Onverminderd de bepalingen van § 1, worden de betrekkingen van een lagere rang dan rang 13, die voor de centrale diensten vastgesteld zijn in het personeelsplan, toegekend aan de bij die diensten benoemde of gedetacheerde ambtenaren, die titularis zijn van een der graden die er overeenkomstig de bijlage I toegang toe verlenen of van een minstens gelijkwaardige graad van de buitendiensten. »

Art. 76.In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, worden de woorden « aan de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau, aan de examens voor verhoging in graad, aan de proeven over de beroepsbekwaamheid en aan de examens voor verhoging in weddenschaal » vervangen door de woorden « aan de vergelijkende selecties voor overgang naar het hogere niveau, aan de selecties voor verhoging in graad, aan de proeven over de beroepsbekwaamheid en aan de selecties voor verhoging in weddenschaal ».

Art. 77.In artikel 25quater /2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid vervallen de woorden « binnen de limieten van het koninklijk besluit tot uitvoering van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën »;2° in het tweede lid worden de woorden « op verandering van graad, » ingevoegd tussen de woorden « bevordering in graad » en de woorden « op bevordering in weddenschaal ».

Art. 78.In artikel 25quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 april 1985 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1997 en 1 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « niveaus 2+, 2, 3 en 4 » vervangen door de woorden « niveaus B, C en D »;2° in § 2, eerste lid, worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;3° in § 2, tweede lid, worden de woorden « bijlagen I tot III » vervangen door de woorden « bijlagen I en II »;4° in § 2, derde lid, worden de woorden « bijlagen I tot III » vervangen door de woorden « bijlagen I en II »;5° in § 3 worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;6° § 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.De mutatie bedoeld in § 1 wordt voorgesteld door Administrateur-generaal die bevoegd is voor de administratie waar de betrekking te begeven is, indien ze plaatsvindt tussen of binnen de fiscale administraties of door de Voorzitter van het Directiecomité in de andere gevallen. »; 7° in § 5 wordt het laatste lid vervangen als volgt : « Indien een ambtenaar oordeelt dat hij benadeeld is, kan hij binnen de tien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving een bezwaarschrift indienen bij het personeelscomité dat bevoegd is voor de administratie waar de betrekking te begeven is voor een mutatie tussen of binnen de fiscale administraties of bij het Directiecomité in de andere gevallen.Het personeelscomité of het Directiecomité hoort de ambtenaar op zijn vraag. Deze kan zich laten bijstaan door een verdediger van zijn keuze. Het personeelscomité of het Directiecomité brengt een advies uit bij de Minister van Financiën. »

Art. 79.In artikel 26, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° de woorden « de Directeur-generaal van iedere administratie » worden vervangen door de woorden « De ambtenaar belast met de algemene leiding van een administratie »;2° de woorden « stelt de directeur-generaal » worden vervangen door de woorden « stelt de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie ».

Art. 80.In artikel 28 van hetzelfde besluit, worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie ».

Art. 81.In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Bovendien mogen zij geen vermelding onvoldoende hebben verkregen op het einde van hun evaluatie.»; 2° in het derde lid worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie ».

Art. 82.In artikel 30 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « niveaus 2+, 2, 3 en 4 » vervangen door de woorden « niveaus B, C en D »;2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « De kandidaten voor mutatie bedoeld in § 1 worden gerangschikt volgens de regels bepaald in artikel 11, 3° tot 8°.»; 3° in § 2, tweede lid worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;4° in § 2, vierde lid worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 83.In artikel 35 van hetzelfde besluit, worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie ».

Art. 84.In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie »;b) in het derde lid worden de woorden « de Directieraad of het College van dienstchefs » vervangen door de woorden « het Directiecomité of het personeelscomité »;c) in het vierde lid, 1°, worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie »;d) in het vierde lid, 2°, worden de woorden « de Directieraad of het College van dienstchefs » vervangen door de woorden « het Directiecomité of het personeelscomité »;e) in het vijfde lid, worden de woorden « de Directieraad of het College van dienstchefs » vervangen door de woorden « het Directiecomité of het personeelscomité ».

Art. 85.Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 44.Wanneer de kandidaten moeten gerangschikt worden volgens de uitslag van een vergelijkende selectie of van een selectie, of op grond van de datum van afsluiting van het proces-verbaal van dergelijke selectie, en wanneer een vergelijkende selectie of selectie uitsluitend georganiseerd werd voor de betrekkingen van een bepaalde taalgroep, worden de kandidaten, die aan deze selectie niet mochten deelnemen ingevolge de toepassing van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, maar die geslaagd zijn voor de eerstvolgende proef, nadien georganiseerd voor de betrekkingen van dezelfde graad, geacht geslaagd te zijn voor de vergelijkende selectie of de selectie waaraan ze niet mochten deelnemen. ».

Art. 86.Artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt opgeheven.

Art. 87.In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de woorden « het Ministerie van Financiën, kan de Directeur-generaal » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën, kan de ambtenaar belast met de algemene leiding ».

Art. 88.Artikel 49 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1976, 10 juni 1996 en 10 juli 1996, wordt vervangen als volgt : «

Art. 49.In afwijking van artikel 47 van dit besluit, zijn de ambtenaren die de reglementaire voorwaarden vervullen ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen die door verhoging in weddenschaal in niveau D te verlenen zijn. »

Art. 89.Artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juni 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 90.In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1, 2°, worden de woorden « de directeur-generaal » vervangen door de woorden « de ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie »;b) de § 3 worden de woorden « eerstaanwezend verificateur » vervangen door de woorden « fiscaal deskundige »;c) in § 4 worden de woorden « beambte en klerk » vervangen door de woorden « administratief medewerker ».

Art. 91.In artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 1986, worden de woorden « Elke administratiechef » vervangen door de woorden « De ambtenaar belast met de algemene leiding van een administratie ».

Art. 92.Artikel 58 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 93.In artikel 58bis van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992, 14 april 1993, 6 juli 1997 en 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende bepaling van § 1 worden de woorden « de Directieraad » vervangen door de woorden « het Directiecomité »;2° in § 1, 1°, worden de woorden « Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « Federale Overheidsdienst Financiën ».

Art. 94.In artikel 59 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « de secretaris-generaal en aan de hoofden » vervangen door de woorden « de houders van een managementfunctie, een staffunctie en de ambtenaren belast met de algemene leiding »;2° in § 2 worden de woorden « de secretaris-generaal en de administratie- en dienstchefs » vervangen door de woorden « de houders van een managementfunctie, een staffunctie en de ambtenaren belast met de algemene leiding van een administratie ».

Art. 95.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 17 » opgeheven.

Art. 96.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 16 » opgeheven.

Art. 97.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden onder de rubriek « rang 15 » de bepalingen opgeheven met betrekking tot de graden van auditeur-generaal van financiën en adviseur-generaal.

Art. 98.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek »rang 13 », onder de graad van Muntmeester, kolom 1, wordt volgnummer 3 met zijn bepalingen vervangen als volgt : « 3. Overplaatsing overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten. »

Art. 99.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek « rang 13 », directeur, kolom 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen sub A worden als volgt vervangen : » A.De in kolom 1 bedoelde benoeming bij verandering van graad heeft uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de proef over beroepsbekwaamheid. De proef over beroepsbekwaamheid bedoeld in kolom 1 omvat de technische proeven bedoeld in artikel 16quater van dit besluit.

Alleen de ambtenaren van de Administratie der thesaurie, die titularis zijn van de graad van adviseur, van eerstaanwezend adjunct-adviseur of van adjunct-adviseur mogen deelnemen aan bedoelde proef ingericht bij hun administratie. »; 2° in de bepalingen met betrekking tot de Rechtskundige Dienst, worden de woorden « het Ministerie van Financiën » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Financiën »;3° de bepalingen onder C met betrekking tot de Administratie van fiscale zaken worden als volgt vervangen : » Benevens aan de ambtenaren van de administratie zelf, kunnen de betrekkingen van directeur ook worden toegekend, binnen de verhoudingen vastgesteld voor iedere graad door het Directiecomité of het hiertoe gemachtigde personeelscomité, aan de ambtenaren van de centrale administraties van de fiscale administraties, die over de beroepskwalificaties beschikken, vereist voor de uitvoering van het studie- en conceptiewerk inzake nationale en internationale fiscale wetgeving en die, hetzij titularis zijn van de overeenstemmende graad, hetzij voldoen aan de benoemingsvoorwaarden tot die graad gesteld in kolom 1. »; 4° de bepalingen onder D met betrekking tot de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen worden als volgt vervangen : » De kandidaten voor de betrekkingen van de rangen 13 van de Sector van de B.T.W. of van de Sector der registratie en domeinen, moeten de vereiste titels bezitten om, in de buitendiensten, te kunnen worden benoemd in de overeenstemmende sector. »; 5° de bepalingen onder E met betrekking tot de Administratie van de bijzondere belastinginspectie worden als volgt vervangen : « Mogen zich kandidaat stellen voor de betrekkingen van directeur voor zover zij de voorwaarden vervullen bedoeld in kolom 1, de ambtenaren benoemd bij of ter beschikking gesteld van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie, alsook degenen die tot het Kabinet van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering, de Administratie van fiscale zaken, de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, de Administratie der directe belastingen of tot die van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen behoren.De betrekkingen van directeur kunnen eveneens toegekend worden aan ambtenaren met dezelfde graad, afkomstig uit één van bovenbedoelde administraties. De kandidaten van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen moeten de vereiste titels bezitten om te kunnen worden benoemd in de betrekkingen van de Sector van de B.T.W. ».

Art. 100.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek « rang 13 », onder de graad van industrieel ingenieur-directeur, kolom 1, wordt volgnummer 2 met zijn bepalingen vervangen als volgt : « 2. Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten. »

Art. 101.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek »rang 13 », onder de graad van vertaler-revisor-directeur, kolom 1, wordt volgnummer 2 met zijn bepalingen vervangen als volgt : « 2. Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten. »

Art. 102.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek « rang 13 », onder de graad van informaticus-directeur, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de kolom 1, wordt volgnummer 2 met zijn bepalingen vervangen als volgt : : « 2.Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten. »; 2° de bepalingen in kolom 2 worden opgeheven.

Art. 103.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, rubriek, » rang 10 », onder de graad van eerste attaché van financiën, worden de bepalingen in kolom 1 vervangen als volgt : « Administratie der thesaurie : 1.a) Verandering van graad : eerstaanwezend adjunct-adviseur : - proef over beroepsbekwaamheid die toegang geeft tot de loopbaan van eerste attaché van financiën (oude loopbaan van auditeur). 1.b) Verandering van graad : attaché van financiën : - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in de graad van attaché van financiën en/of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en/of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) ; - laureaat zijn van de proef over beroepsbekwaamheid naar de graad van eerste attaché van financiën of van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën. 1.c) Overgang naar het hogere niveau : financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) of bij overgangsmaatregel de financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) bedoeld onder het eerste streepje hierna : - vergelijkend selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën.

De vergelijkende selectie voor overgang is voorbehouden aan de financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en aan de financieel deskundige die laureaat is van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur, mits zij houder zijn van het brevet bepaald in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel. Onder dezelfde voorwaarden mag eveneens deelnemen aan deze vergelijkende selectie voor overgang, de financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) voorheen benoemd in de geschrapte graad van programmeringsanalist bij financiën, bij toepassing van de artikelen 5 en 18 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999 betreffende het informaticapersoneel van het Ministerie van Financiën.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het moment van de inschrijving voor de technische proeven bedoeld in artikel 16quater die toegang geven tot de vergelijkende selectie voor overgang; - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in de graad van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en/of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) . 2. Mutatie in de zin van artikel 25quinquies. - proef over de beroepsbekwaamheid en geslaagd zijn voor de vier technische proeven bedoeld in artikel 16quater. 3. Overplaatsing : ambtenaar bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten : - de voorwaarden vastgesteld in artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit vervullen; - proef over de beroepsbekwaamheid en geslaagd zijn voor de vier technische proeven bedoeld in artikel 16quater.

Algemene Diensten : Verandering van graad : attaché van financiën : - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in rang 10 en/of in de afgeschafte graden van financieel en administratief deskundige en/of financieel en ICT-deskundige en/of de graad van fiscaal deskundige; - laureaat zijn van de proef over beroepsbekwaamheid tot de graad van eerste attaché van financiën of van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur of van de vergelijkende selectie van overgang, die toegang geeft tot dezelfde graden.

Overgang naar het hogere niveau : ambtenaar van niveau B, die geslaagd is voor een vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur of naar de graad van eerste attaché van financiën.

De vergelijkende selectie voor overgang is voorbehouden aan de financieel en administratief deskundigen (afgeschafte graad) en aan de financieel deskundigen die laureaat zijn van een selectie van verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën en houder zijn van het brevet bepaald in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel.

Mogen eveneens bij overgangsmaatregel deelnemen aan deze vergelijkende selectie de financieel en ICT-deskundigen (afgeschafte graad) voorheen benoemd in de geschrapte graad van programmeringsanalist bij financiën, bij toepassing van de artikelen 5 en 18 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999 betreffende het informaticapersoneel van het Ministerie van Financiën.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het moment van de inschrijving voor de technische proeven bedoeld in artikel 16quater die toegang geven tot de vergelijkende selectie van overgang. - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in de graad van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en/of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) en/of fiscaal deskundige.

Fiscale administraties met uitzondering van het kabinet van de Administrateur- generaal van de belastingen en de invordering, de Administratie van fiscale zaken en de Administratie van de bijzondere belastinginspectie : verandering van graad en overgang naar het hogere niveau : ambtenaar die de vereiste titels bezit om te kunnen worden benoemd tot de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. ».

Art. 104.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, rubriek « rang 10 » onder de graad van eerste attaché van financiën, kolom 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende bepaling van het eerste lid vervallen de woorden : « Administratie van de begroting en de controle op de uitgaven en Administratie der pensioenen »;2° punt A wordt vervangen als volgt : « A.Zie de bepalingen onder A, in kolom 2, tegenover de graad van directeur. »; 3° onder punt B worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »;4° punt C wordt opgeheven;5° onder punt D worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »;6° in punt E wordt de eerste zin vervangen als volgt : « De kandidaten voor benoeming in de graad van eerste attaché van financiën worden gerangschikt in de volgorde van de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend overgangsexamen of het examen voor verhoging tot een graad van rang 11 of van de vergelijkende selectie voor overgang of proef over de beroepsbekwaamheid naar de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur te beginnen met het proces-verbaal dat op de verst afgelegen datum werd afgesloten »;7° onder punt F, 4°, worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »;8° in punt F, tweede lid, worden de woorden « het examen voor verhoging in graad, van het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de selectie voor verhoging in graad, van de vergelijkende selectie voor overgang ».

Art. 105.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht in de rubriek « rang 10 » onder de graad van informaticus : 1° de bepalingen in kolom 1 worden vervangen als volgt : « 1.Overgang naar het hogere niveau volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen; 2. a) Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;2. b) Werving : volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen »;2° de bepalingen in kolom 2 worden vervangen als volgt : « De kandidaten voor benoeming bedoeld onder het volgnummer 1 van kolom 1, worden gerangschikt in de onderstaande volgorde : 1° de laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;2° onder laureaten van eenzelfde vergelijkende selectie voor overgang, de laureaat die de meeste punten behaalde.3° onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalde : a) de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;b) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.»

Art. 106.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek rang 10, attaché van financiën, worden de bepalingen van kolom 1 vervangen als volgt : « 1. Overgang naar het hogere niveau : ambtenaar van niveau B, laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën. 2. Overgang naar het hogere niveau volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen;3. Mutatie in de zin van artikel 25quinquies ;4. a) Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten.4. b) Werving volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen, onverminderd de toepassing van artikel 17 van dit besluit voor de Algemene Diensten. Fiscale administraties met uitzondering van het kabinet van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering, de Administratie van fiscale zaken en de Administratie van de bijzondere belastinginspectie : tewerkstelling van ambtenaren van niveau 1, gedetacheerd uit de buitendiensten. »

Art. 107.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 10 », onder de graad van attaché van financiën de volgende wijzigingen aangebracht in kolom 2 : 1° onder punt A, worden de woorden « het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang »;2° onder punt B, worden de woorden « bedoeld sub 3 en 4 » vervangen door de woorden « bedoeld sub 3 en 4a ».

Art. 108.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 10 » onder de graad van industrieel ingenieur, de bepalingen in kolom 1 vervangen als volgt : « Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten.

Werving : volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen. ».

Art. 109.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 10 » onder de graad van vertaler-revisor, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen in kolom 1 worden vervangen als volgt : « 1.Overgang naar het hogere niveau volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen. 2.a) Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten; 2.b) Werving : volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen. »; 2° in kolom 2 wordt de volgende bepaling opgenomen : « De kandidaten voor benoeming bedoeld onder het volgnummer 1 van kolom 1, worden gerangschikt in de onderstaande volgorde : 1° de laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;2° onder laureaten van eenzelfde vergelijkende selectie voor overgang, de laureaat die de meeste punten behaalde;3° onder laureaten die hetzelfde aantal punten behaalde : a) de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;b) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.»

Art. 110.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 28 » vervangen door de volgende bepalingen in de kolommen 1 en 2 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 111.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 26 » opgeheven.

Art. 112.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 22 » opgeheven.

Art. 113.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 20 » die de graad van bestuursassistent met zijn bepalingen bevat, vervangen door de volgende bepalingen in de kolommen 1 en 2 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 114.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 32 » opgeheven.

Art. 115.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 30 » vervangen door de volgende bepalingen in de kolommen 1 en 2 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 116.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 42 » opgeheven.

Art. 117.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 13 », Directeur bij een fiscaal bestuur, kolom 2, sub A, de woorden « van artikel 11, 4° » vervangen door de woorden « van artikel 11, 3° ».

Art. 118.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 10 » onder de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur de bepalingen in kolom 1 vervangen als volgt : « 1.a) Verandering van graad : inspecteur bij een fiscaal bestuur : - laureaat zijn van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur of van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur; - voor deelname aan de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur met vrucht de cursussen over fiscaliteit of technologie gevolgd hebben, die ingericht worden door de administratie; van die voorwaarde worden vrijgesteld de ambtenaren die geslaagd zijn voor een selectie die toegang verleende tot de geschrapte graden van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën, hetzij voor de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van fiscaal deskundige, die voor dezelfde administratie of sector werd ingericht; - een gecumuleerde anciënniteit van minstens drie jaar tellen in de graden van inspecteur bij een fiscaal bestuur, fiscaal deskundige of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) . 1.b) Overgang naar het hogere niveau : fiscaal deskundige, financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en bij overgangsmaatregel de financieel en ICT-deskundige voorheen titularis van de geschrapte graad van programmeringsanalist bij financiën, die bij toepassing van de artikelen 5 en 18 van het koninklijk besluit betreffende het informaticapersoneel van het Ministerie van Financiën benoemd werd tot deze graad : - vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. De vergelijkende selectie voor overgang is voorbehouden aan de fiscaal deskundige, financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en de financieel deskundige of adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad) die geslaagd is voor één van de technische proeven bedoeld in artikel 16quater of houder is van het brevet bepaald in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel. Bij wege van overgangsmaatregel mogen de financieel en ICT-deskundige voorheen benoemd in de graad van programmeringsanalist bij financiën, bij toepassing van de artikelen 5 en 18 van het koninklijk besluit van 17 juni 1999 betreffende het informaticapersoneel van het Ministerie van Financiën, eveneens deelnemen aan deze vergelijkende selectie voor overgang,.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het moment van de inschrijving voor de in artikel 16quater bedoelde technische proeven die toegang geven tot de vergelijkende selectie voor overgang : - een gecumuleerde anciënniteit van ten minste drie jaar tellen in de graden van fiscaal deskundige of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) . 2. Mutatie in de zin van artikel 25quinquies : - proef over de beroepsbekwaamheid en geslaagd zijn voor de vier technische proeven bedoeld in artikel 16quater ; - om te kunnen deelnemen aan de proef over de beroepsbekwaamheid, met vrucht de cursussen georganiseerd door de administratie gevolgd hebben. 3. Overplaatsing : ambtenaar bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten : - de voorwaarden vastgesteld in artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit vervullen; - proef over de beroepsbekwaamheid en geslaagd zijn voor de vier technische proeven bedoeld in artikel 16quater.; - om te kunnen deelnemen aan de proef over de beroepsbekwaamheid, met vrucht de cursussen georganiseerd door de administratie gevolgd hebben. ».

Art. 119.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden in de rubriek « rang 10 » onder de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, in kolom 2 volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt A wordt opgeheven;2° in de bijzondere bepalingen vermeld onder punt B worden de woorden « eerstaanwezend verificateur, van landmeter-expert van financiën of van inspecteur bij een fiscaal bestuur » vervangen door de woorden « inspecteur bij een fiscaal bestuur, fiscaal deskundige of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) »;3° in de bijzondere bepalingen vermeld onder punt C worden de woorden « of van het vergelijkend overgangsexamen of van de proef over de beroepsbekwaamheid » vervangen door de woorden »of de vergelijkende selectie voor overgang of van de proef over de beroepsbekwaamheid »;4° in de bijzondere bepalingen vermeld onder punt D, 1° en 2°, worden telkens de woorden « in een graad van rang 28 » vervangen door de woorden « in de graden van fiscaal deskundige of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) of financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) »;5° in de bijzondere bepalingen vermeld onder punt G, 1°, worden de woorden »van artikel 11, 4° » vervangen door de woorden « van artikel 11, 3° ».

Art. 120.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek « rang 10 », inspecteur bij een fiscaal bestuur, worden de bepalingen van kolom 1 vervangen als volgt : « 1. Overgang naar het hogere niveau : ambtenaar van niveau B, laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. 2. Overgang naar het hogere niveau volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen.3. Mutatie in de zin van artikel 25quinquies.: met vrucht de cursussen over fiscaliteit of technologie georganiseerd door de administratie gevolgd hebben. 4.a) Overplaatsing : ambtenaar bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten : - de voorwaarden vastgesteld in artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit vervullen; - met vrucht de cursussen over fiscaliteit of technologie gevolgd hebben, die ingericht worden door de administratie; 4. b) Werving volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen : de stagiairs kunnen slechts vast benoemd worden tot de graad van inspecteur bij een fiscaal bestuur mits zij met vrucht de cursussen over fiscaliteit of technologie gevolgd hebben, die ingericht worden door de administratie.

Art. 121.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek « rang 10 », inspecteur bij een fiscaal bestuur, wordt in kolom 2, na sub B het punt C toegevoegd : « C. De ambtenaar belast met de algemene leiding van de administratie waar de betrekking te begeven is of de door hem gemachtigde ambtenaar kan de kandidaten bedoeld in kolom 1, volgnummer 3, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de cursussen over fiscaliteit of technologie.

Art. 122.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 28 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 123.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 26 » opgeheven.

Art. 124.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 22 » opgeheven.

Art. 125.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 20 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 126.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 32 » opgeheven.

Art. 127.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 30 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 128.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 42 » opgeheven.

Art. 129.In bijlage II, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden de bepalingen met betrekking tot het laboratorium der douane en accijnzen vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 130.Bijlage III, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 juli 1999, wordt opgeheven.

Art. 131.Bijlage V, van het hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt vervangen door de bijlage 2 bij dit besluit.

Art. 132.Bijlage VII, van het hetzelfde besluit, toegevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt opgeheven. Afdeling II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 29 oktober

1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel, toepasselijk op de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën

Art. 133.Het opschrift van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel wordt vervangen als volgt : « Koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën, Administratie der pensioenen en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het rijkspersoneel. ».

Art. 134.Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 maart 1977, 14 november 1978, 16 januari 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 4 mei 1992 en 13 februari 1996, wordt vervangen als volgt : «

Artikel 1.Het Ministerie van Financiën omvat de Administratie der pensioenen, waarvan het personeel onderworpen is aan titel II van dit besluit. ».

Art. 135.De volgende bepalingen van hetzelfde besluit worden opgeheven : 1° het artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1989;2° het artikel 3, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 4 februari 1980 en 14 augustus 1989;3° de artikelen 3bis, 3ter, 3quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997;4° het artikel 3quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997;5° het artikel 3sexies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997;6° het artikel 3septies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk van 6 juli 1997.

Art. 136.Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 14 april 1993, 2 maart 1995, 13 februari 1996 en 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.§ 1. De Administratie der pensioenen staat onder het gezag van een ambtenaar-generaal wiens graad door de organieke personeelsformatie bepaald wordt. § 2. De administratiechef van de Administratie der pensioenen handelt rechtstreeks met de Minister. Hij verzekert de leiding, de organisatie en de coördinatie van het geheel van de diensten die hem werden toevertrouwd. Hij oefent het gezag uit over al het personeel van die diensten. Hij verzekert de orde en de tucht. Hij waakt over de naleving van de wetten, besluiten, reglementen en instructies. »

Art. 137.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992 en 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.De auditeurs-generaal van financiën staan de administratiechef bij in hun hoge administratie-opdracht. ».

Art. 138.Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978, 8 december 1983, 11 juni 1986, 13 februari 1996 en 18 december 1998, wordt vervangen als volgt : «

Art. 6.De directieraad van de Administratie der pensioenen bestaat uit de ambtenaar belast met de algemene leiding van deze administratie die de raad voorzit en de ambtenaren die bekleed zijn met een graad ingedeeld in de rangen 16 of 15. »

Art. 139.De volgende bepalingen van hetzelfde besluit worden opgeheven : 1° het artikel 7, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 november 1978 en 1 maart 1998;2° hoofdstuk IV van titel I van hetzelfde besluit, dat de artikelen 7bis tot 7quinquies omvat, ingevoegd en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1974, 14 november 1978, 21 maart 1986, 11 juni 1986 en 13 februari 1996;3° hoofdstuk V van titel I van hetzelfde besluit, dat de artikelen 7sexies tot 7octies omvat, ingevoegd en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 september 1991, 14 april 1993, 13 februari 1996, 6 juli 1997 en 12 januari 2000;4° hoofdstuk VI van titel I van hetzelfde besluit, dat de artikelen 7nonies tot 7tredecies omvat, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000.5° afdeling 1 van hoofdstuk 1 van titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 8 tot 9quater omvat, ingevoegd en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1974, 14 november 1978, 9 april 1985, 21 maart 1986, 11 juni 1986, 14 april 1993, 13 februari 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997;6° artikel 9sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998.

Art. 140.In artikel 9septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Voor elke ambtenaar bepaalt de Directieraad het evaluatierooster en verricht de weging van de criteria met bepaling van het relatief belang ervan. Hij maakt daartoe onderscheid tussen de niet-relevante criteria, de relevante criteria en de sleutelcriteria.

De in het eerste lid bedoelde weging wordt opgemaakt op grond van de graad of de functie van de ambtenaar en van het advies van de systeembeheerder. »; 2° in § 3 vervallen de woorden « of het College van dienstchefs »;

Art. 141.Artikel 9octies, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt vervangen als volgt : « De administratiechef wijst de hiërarchische meerderen aan die bevoegd zijn om de evaluatie toe te kennen aan de ambtenaren van de niveaus B, C en D, evenals de leden van de evaluatieconferenties die belast zijn met het toekennen van de evaluatie aan de ambtenaren van niveau 1. ».

Art. 142.Artikel 9decies, § 1, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt vervangen als volgt : « 1° de administratiechef of zijn vertegenwoordiger, die voorzit; ».

Art. 143.In artikel 9undecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, worden de woorden « niveaus 2+, 2, 3 en 4 » vervangen door de woorden « niveaus B, C en D ».

Art. 144.In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1ter ingevoegd, die artikel 9quinquies decies omvat luidende : « Afdeling 1ter. - Competentiemetingen Art. 9quinquies decies. § 1. In afwijking van artikel 18bis, § 2, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel worden de twee delen van de competentiemeting vervangen door een, door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, gecertificeerde opleiding voor de volgende functiefamilies : - adjunct-financieel assistent; - financieel assistent; - financieel deskundige; - financieel en administratief deskundige. § 2. De personeelsleden met een graad waarvan de titel overeenstemt met een functiefamilie vermeld in § 1 worden hierin ambtshalve ingedeeld. § 3. De gecertificeerde opleiding wordt afgesloten door een gunstige of ongunstige beslissing. § 4. De inhoud en de nadere regelen van de gecertificeerde opleidingen worden bepaald door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid na overleg met de directieraad van de Administratie der pensioenen. ».

Art. 145.Artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 12. § 1.In afwijking van artikel 26, § 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten, kan de ambtenaar die overgeplaatst is in een betrekking die overeenstemt met een graad voor dewelke bij het Ministerie van Financiën een specifieke proef is voorzien, zich niet beroepen op de graadanciënniteit die hij heeft verworven vóór zijn overplaatsing in deze betrekking. § 2. De personeelsleden die werden overgeplaatst in een betrekking van het Ministerie van Financiën in het raam van de vrijwillige mobiliteit, overeenkomstig : 1° het koninklijk besluit van 22 oktober 1982 houdende de uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;2° of het koninklijk besluit van 3 november 1993 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;3° of het koninklijk besluit van 16 juli 1998 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;en hiertoe een specifieke proef dienden te slagen, kunnen zich alleen beroepen op de graadanciënniteit die werd verkregen vanaf de datum waarop zij deze betrekking bekleden. § 3. De ambtenaar die een mutatie in de zin van artikel 25quinquies heeft bekomen naar een betrekking van een graad voor dewelke bij het Ministerie van Financiën, er een specifieke proef is voorzien, kan zich alleen beroepen op de graadanciënniteit die hij heeft verkregen vanaf de datum waarop hij de mutatie in de zin van artikel 25quinquies heeft bekomen. »

Art. 146.Artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 147.Artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 14.Voor de benoemingen in de betrekkingen van rang 13, van eerste attaché van financiën en van eerstaanwezend adjunct-adviseur en voor de bevordering door verhoging in weddenschaal in rang 13, doet de toepassing van artikel 11 geen afbreuk aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, die betrekking hebben op het gemotiveerd advies van de Directieraad en op de beslissing van de overheid die benoemt. »

Art. 148.Het opschrift van afdeling 2bis van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « Afdeling 2bis. Proef over beroepsbekwaam-heid tot de graad van eerste attaché van financiën ».

Art. 149.Artikel 16bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « De proef over beroepsbekwaamheid tot de graad van eerste attaché van financiën bestaat uit een onderhoud vertrekkend van een praktisch geval dat betrekking heeft op de functie. »

Art. 150.In artikel 16ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « Het vergelijkend overgangsexamen » vervangen door de woorden « De vergelijkende selectie voor overgang »;2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 151.In artikel 16quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de Vaste Wervingssecretaris » vervangen door de woorden « de afgevaardigd bestuurder van SELOR »;2° in het tweede lid worden de woorden « het overgangsexamen dat » vervangen door de woorden « de vergelijkende selectie voor overgang die ».

Art. 152.Artikel 16quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 16quinquies : de proeven bedoeld in artikel 16bis worden om de twee jaar georganiseerd. Indien functioneel noodzakelijk kunnen ze volgens een sneller ritme georganiseerd worden. In afwijking van artikel 14, § 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, geldt dit ook voor alle technische proeven met het oog op het behalen van de brevetten voorafgaand aan de toelating tot de vergelijkende selectie voor overgang naar niveau 1. »

Art. 153.De volgende bepalingen van hetzelfde besluit worden opgeheven : 1° afdeling 3 van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 17 tot 20 omvat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1972, 11 oktober 1973, 25 juli 1974, 30 juli 1976, 15 maart 1977, 15 april 1977, 4 februari 1980, 11 juni 1986, 13 februari 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997;2° afdeling 4 van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 21 en 22 omvat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 14 november 1978, 21 maart 1986, 13 februari 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997;3° afdeling 5 van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 23 tot 25 omvat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1972, 10 juli 1996 en 6 juli 1997;4° afdeling 6 van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, dat de artikelen 25bis en 25ter omvat, opgeheven en hersteld bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997;5° afdeling 7 van hoofdstuk I van titel II van hetzelfde besluit, dat artikel 25quater /2 omvat, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 april 1997;6° hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2 van hetzelfde besluit, dat de artikelen 25quinquies tot 36 omvat, ingevoegd en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1973, 7 december 1973, 19 november 1974, 9 januari 1976, 30 juli 1976, 15 april 1977, 5 juni 1979, 9 april 1985, 23 oktober 1991, 10 mei 1996, 10 juni 1996, 10 juli 1996, 6 juli 1997 en 1 maart 1998;7° artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997;8° de artikelen 38 tot 42 van hetzelfde besluit.

Art. 154.Artikel 43 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt vervangen als volgt : «

Art. 43.Voor de toekenning van een betrekking van een der eentalige kaders wordt er geen rekening gehouden met de hogere graad, de hogere weddenschaal of de grotere anciënniteit, die een kandidaat ten opzichte van andere kandidaten uitsluitend heeft verworven ingevolge de toepassing van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken. ».

Art. 155.Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 44.Wanneer de kandidaten moeten gerangschikt worden volgens de uitslag van een vergelijkende selectie of van een selectie, of op grond van de datum van afsluiting van het proces-verbaal van dergelijke selectie, en wanneer een vergelijkende selectie of selectie uitsluitend georganiseerd werd voor de betrekkingen van een bepaalde taalgroep, worden de kandidaten, die aan deze selectie niet mochten deelnemen ingevolge de toepassing van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, maar die geslaagd zijn voor de eerstvolgende proef, nadien georganiseerd voor de betrekkingen van dezelfde graad, geacht geslaagd te zijn voor de vergelijkende selectie of de selectie waaraan ze niet mochten deelnemen. »

Art. 156.Artikel 45, § 2, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 157.In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de woorden « Minister van Financiën » vervangen door de woorden « Minister van Pensioenen ».

Art. 158.In artikel 47 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, derde lid, worden de woorden « Minister van Financiën » vervangen door de woorden « Minister van Pensioenen »;2° § 2 wordt opgeheven.

Art. 159.In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de woorden « In alle administraties van het Ministerie van Financiën, kan de directeur-generaal » vervangen door de woorden « De Administratiechef kan ».

Art. 160.Artikel 49 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1976, 10 juni 1996 en 10 juli 1996, wordt vervangen als volgt : «

Art. 49.In afwijking van artikel 47 van dit besluit, zijn de ambtenaren die de reglementaire voorwaarden vervullen ambtshalve kandidaat voor de vacante betrekkingen die door verhoging in weddenschaal in niveau D te verlenen zijn. »

Art. 161.Artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juni 1996, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 162.In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 2°, wordt opgeheven;2° in § 2 worden de woorden « de Minister van Financiën » vervangen door de woorden « de Minister van Pensioenen »;3° de §§ 3 en 4 worden opgeheven.

Art. 163.In artikel 54 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 december 1973, 21 maart 1986 en 6 juli 1997, worden de woorden « verhoging in weddenschaal en mutatie » vervangen door de woorden « en verhoging in weddenschaal ».

Art. 164.Artikel 55 van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.

Art. 165.Artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 1986, wordt opgeheven.

Art. 166.Artikel 58 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 januari 1972, 30 maart 1976, 15 april 1977, 9 oktober 1984, 11 juni 1986, 14 april 1993, 10 juli 1996 en 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 167.Artikel 58bis van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1992, 14 april 1993, 6 juli 1997 en 20 juli 2000, wordt opgeheven.

Art. 168.Artikel 59 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : «

Art. 59.§ 1. De Minister van Pensioenen kan, onder de voorwaarden en binnen de perken die hij bepaalt, aan de administratiechef, een gedeelte van de hem verleende machten delegeren. § 2. De administratiechef kan een gedeelte van de hem verleende macht delegeren of subdelegeren. ».

Art. 169.Artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 1978, 5 juni 1979, 10 juni 1996, 10 juli 1996, 6 juli 1997, 12 maart 2002 en 12 maart 2003, wordt opgeheven.

Art. 170.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 17 » opgeheven.

Art. 171.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 16 » opgeheven.

Art. 172.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 15 » opgeheven.

Art. 173.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden onder de rubriek « rang 13 « , de graad van Muntmeester met zijn bepalingen opgeheven.

Art. 174.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden onder de rubriek « rang 13 », Directeur, de bepalingen in kolom 2 vervangen als volgt : » De in kolom 1 bedoelde benoeming bij verandering van graad heeft uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de proef over beroepsbekwaamheid. De proef over beroepsbekwaamheid bedoeld in kolom 1 omvat de technische proeven bedoeld in artikel 16quater van dit besluit.

Alleen de ambtenaren, die titularis zijn van de graad van adviseur, van eerstaanwezend adjunct-adviseur of van adjunct-adviseur mogen deelnemen aan bedoelde proef. ».

Art. 175.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, worden onder de rubriek « rang 13 », de volgende graden met hun bepalingen opgeheven : - industrieel ingenieur-directeur; - vertaler-revisor-directeur; - vertaler-directeur (vlakke loopbaan in uitdoving); - informaticus-directeur; - adviseur van financiën; - adviseur van de thesaurie.

Art. 176.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999 in de rubriek « rang 10 », onder de graad van eerste attaché van financiën worden de bepalingen in kolom 1 vervangen als volgt : « 1.a) Verandering van graad : eerstaanwezend adjunct-adviseur : - proef over beroepsbekwaamheid die toegang geeft tot de loopbaan van eerste attaché van financiën (oude loopbaan van auditeur). 1.b) Verandering van graad : attaché van financiën : - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in de graad van attaché van financiën en/of financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) ; - laureaat zijn van de proef over beroepsbekwaamheid naar de graad van eerste attaché van financiën of van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën. 1.c) Overgang naar het hogere niveau : financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) : - vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën.

De vergelijkende selectie voor overgang is voorbehouden aan de financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en aan de financieel deskundige die laureaat is van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur, mits hij houder is van het brevet bepaald in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het moment van de inschrijving voor de technische proeven bedoeld in artikel 16quater die toegang geven tot de vergelijkende selectie voor overgang; - ten minste drie jaar anciënniteit tellen in de graad van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) . 2. Overplaatsing : ambtenaar bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten : - de voorwaarden vastgesteld in artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit vervullen; - proef over de beroepsbekwaamheid en geslaagd zijn voor de vier technische proeven bedoeld in artikel 16quater. »

Art. 177.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, in de rubriek « rang 10 », onder de graad van eerste attaché van financiën worden de bepalingen in kolom 2 vervangen als volgt : « A. Zie de bepalingen opgenomen onder A, in kolom 2, tegenover de graad van directeur;

B. De kandidaten voor benoeming in de graad van eerste attaché van financiën bedoeld in kolom 1 onder 1.b) en 1.c) worden gerangschikt in de volgorde van de datum van het proces-verbaal van vergelijkende selectie voor overgang of van de proef over beroepsbekwaamheid naar de graad van eerste attaché van financiën of van het examen voor verhoging tot de graad van adjunct-auditeur dat op de verst afgelegen datum werd afgesloten. De laureaten van eenzelfde proef of van proeven die afgesloten zijn op dezelfde datum worden onderling gerangschikt op basis van de behaalde punten. ».

Art. 178.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek « rang 10 » wordt de graad van informaticus met zijn bepalingen opgeheven.

Art. 179.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek « rang 10 », attaché van financiën, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen van kolom 1 worden vervangen als volgt : « 1.Overgang naar het hogere niveau : ambtenaar van niveau B, laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van eerste attaché van financiën; 2. Overgang naar het hogere niveau volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen;3. a) Overplaatsing : overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 oktober 2001 betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten;3. b) Werving : volgens de regels bepaald bij de algemene statutaire beschikkingen.»; 2° in kolom 2 onder punt A worden de woorden « vergelijkend overgangexamen » vervangen door de woorden « vergelijkende selectie voor overgang »;3° in kolom 2, wordt punt B met zijn bepalingen opgeheven.

Art. 180.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, onder de rubriek « rang 10 », worden de graden van industrieel ingenieur en vertaler-revisor met hun bepalingen in de kolommen 1 en 2 opgeheven.

Art. 181.In bijlage I, van het hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 28 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 182.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 26 » opgeheven.

Art. 183.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 22 » opgeheven.

Art. 184.In bijlage I, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 20 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 185.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 32 » opgeheven.

Art. 186.In bijlage I van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 30 » vervangen door de volgende bepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 187.In bijlage I van hetzelfde besluit vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt de rubriek « rang 42 » opgeheven.

Art. 188.De bijlage II - Buitendiensten, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juni 1999 en 5 juli 1999, wordt opgeheven.

Art. 189.Bijlage III van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 juli 1999, wordt opgeheven.

Art. 190.Bijlage IV, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997, wordt opgeheven.

Art. 191.Bijlage V, van het hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 maart 1998, wordt vervangen door de bijlage 3 bij dit besluit.

Art. 192.Bijlage VI van hetzelfde besluit, toegevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 maart 1998, 12 maart 2002 en 13 maart 2003, wordt opgeheven. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in 1993

Art. 193.Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 december 1992 houdende diverse maatregelen ten gunste van de ambtenaren van de buitendiensten van de Administratie der douane en accijnzen van wie de betrekking wordt afgeschaft ten gevolge van het tot stand komen van de interne markt in 1993 met de artikelen 2 tot 8 wordt opgeheven.

Art. 194.Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996, wordt vervangen als volgt : «

Art. 16.Aan het personeelsplan wordt een bijlage gehecht die een betrekking bevat voor elk van de gebezigde ambtenaren.

De betrekkingen opgenomen in deze bijlage worden opgeheven naarmate de gebezigde ambtenaren vertrekken. »

Art. 195.Artikel 21, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997 wordt vervangen als volgt : « § 1 De gebezigde ambtenaren zetten hun loopbaan verder binnen het aantal betrekkingen, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, van het personeelsplan die voorbehouden zijn aan de Administratie der douane en accijnzen. Ze behouden er eveneens het recht op mutatie en op deelname aan de competentiemetingen.

De gebezigde ambtenaren kunnen binnen de perken van de betrekkingen, opgesomd in de bijlage bedoeld in artikel 16, benoemd worden in de graden van : - financieel deskundige, op basis van een bij de Administratie der douane en accijnzen geslaagde selectie; - financieel assistent, op basis van een bij de Administratie der douane en accijnzen geslaagde selectie; - administratief assistent; - financieel medewerker, op basis van een bij de Administratie der douane en accijnzen geslaagde selectie. HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 196.§ 1. De titularis van de graad van administratief medewerker die, bij de inwerkingtreding van dit besluit, nog geen vier jaar graadanciënniteit telt maar met vrucht een cursus heeft gevolgd bedoeld in artikel 2, 36°, c, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt ambtshalve benoemd in de graad van financieel medewerker zodra hij vier jaar graadanciënniteit telt. Deze benoeming heeft ten vroegste uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op het afsluiten van de cursus. § 2. In afwijking van § 1 wordt de administratief medewerker die met vrucht een cursus heeft gevolgd bedoeld in artikel 2, 36°, c, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, ambtshalve benoemd tot financieel medewerker uiterlijk op datum van de eerste benoeming van een laureaat van een proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot deze graad en die georganiseerd werd voor de behoeften van de administratie waartoe hij behoort. § 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde ambtenaren worden geïntegreerd in de weddenschaal 30S1 en verkrijgen het hieraan verbonden weddencomplement, op basis hiervan worden zij ingeschaald in de weddenschaal DF1 onder de voorwaarden vervat in het artikel 5 van dit besluit. § 4. De in de §§ 1 en 2 bedoelde benoeming is slechts mogelijk indien de ambtenaar zijn rechten op bevordering kan doen gelden en hij de opleidingsactiviteit heeft bijgewoond volgens de nadere regels die werden bepaald in artikel 4 van dit besluit. § 5. De cursussen die aanvingen op de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet. De ambtenaren die deze met vrucht hebben gevolgd zullen worden benoemd tot financieel medewerker overeenkomstig de §§ 1 en 2.

Art. 197.§ 1. In afwijking van artikel 4, §§ 1 en 2 wordt de financiële medewerker die laureaat is van een selectie voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 verbonden aan de geschrapte graad van assistent van financiën, zodra hij negen jaar anciënniteit zou hebben geteld in deze graad, ambtshalve bij wege van overgang naar het hogere niveau benoemd in de graad van financieel assistent, zonder dat de benoeming de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de selectie kan voorafgaan. § 2. In afwijking van § 1 wordt de financieel medewerker die laureaat is van een selectie voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 verbonden aan de geschrapte graad van assistent van financiën, ambtshalve benoemd tot financieel assistent uiterlijk op datum van de eerste benoeming van een laureaat van een vergelijkende selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent die georganiseerd werd voor de behoeften van de administratie waartoe hij behoort. § 3. De in de §§ 1 en 2 bedoelde benoeming is slechts mogelijk indien de ambtenaar zijn rechten op bevordering kan doen gelden en hij de opleidingsactiviteit heeft bijgewoond volgens de nadere regels die werden bepaald in artikel 4 van dit besluit. § 4. Bij de benoeming bedoeld in de §§ 1 en 2, wordt hij geïntegreerd in de weddenschaal 30S2 en verkrijgt het hieraan verbonden weddencomplement, op die basis wordt hij ingeschaald in de weddenschaal CF1 onder de voorwaarden vervat in artikel 11, § 2 van dit besluit. § 5. De selecties voor verhoging in de weddenschaal 30S2, verbonden aan de geschrapte graad van assistent bij financiën, die aangekondigd werden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet.

De laureaten worden benoemd tot financieel assistent volgens de nadere regels bepaald in dit besluit.

Art. 198.De selecties voor verhoging tot de in artikel 43 geschrapte graad van sectiechef bij financiën die aangekondigd werden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet.

Art. 199.§ 1. In afwijking van artikel 4, §§ 1 en 2 wordt de financieel medewerker die laureaat is van een selectie voor verhoging in de geschrapte graad van sectiechef bij financiën bij de administratie der douane en accijnzen, zodra hij drie jaar dienstanciënniteit telt sinds de datum van het proces-verbaal dat het slagen voor de selectie voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 vaststelt, ambtshalve bij wege van overgang naar het hogere niveau benoemd in de graad van financieel assistent, zonder dat de benoeming de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de selectie voor verhoging tot de graad van sectiechef kan voorafgaan. § 2. De in de § 1 bedoelde benoemingen zijn slechts mogelijk indien de ambtenaar zijn rechten op bevordering kan doen gelden.

De ambtenaar wordt bevorderd door verhoging naar de weddenschaal 32S1 en verkrijgt het hieraan verbonden weddencomplement, op basis hiervan wordt hij ingeschaald in de weddenschaal CF1 onder de voorwaarden vervat in de artikel 11, § 4.

De verworven geldelijke anciënniteit wordt geacht verworven te zijn in de nieuwe weddenschaal. § 3. In afwijking van § 1 worden de financiële medewerkers die laureaat zijn van een selectie voor verhoging in graad verbonden aan de in artikel 43 geschrapte graad van sectiechef, uiterlijk ambtshalve benoemd tot financieel assistent op datum van de eerste benoeming van een laureaat van een selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent die georganiseerd werd voor de behoeften van de administratie der douane en accijnzen.

Art. 200.§ 1. In afwijking van artikel 11, §§ 1 en 2, wordt de assistent bij financiën die ambtshalve werd benoemd tot financieel assistent en laureaat is van een selectie voor verhoging in graad verbonden aan de in artikel 43 geschrapte graad van sectiechef bij financiën bij de administratie der douane en accijnzen, bevorderd door verhoging naar de weddenschaal 32S1, zodra hij drie jaar dienstanciënniteit telt sinds de datum van het proces-verbaal dat het slagen voor de selectie voor verhoging tot de weddenschaal 30S2 vaststelt, zonder dat de bevordering de eerste dag van de maand volgend op de datum van het proces-verbaal van de selectie voor verhoging tot de graad van sectiechef kan voorafgaan. § 2. De in de § 1 bedoelde benoemingen zijn slechts mogelijk indien de ambtenaar zijn rechten op bevordering kan doen gelden.

De ambtenaar wordt bevorderd in de weddenschaal 32S1 en verkrijgt het hieraan verbonden weddencomplement, op basis hiervan wordt hij ingeschaald in de weddenschaal CF1 onder de voorwaarden vervat in de artikel 11, § 4 van dit besluit. § 3. De in de § 1 bedoelde ambtenaar wordt uiterlijk ambtshalve bevorderd in de weddenschaal 32S1 en overeenkomstig § 2 ingeschaald in de weddenschaal CF1 op de datum van de eerste benoeming van een laureaat van een selectie voor overgang naar de graad van financieel assistent die georganiseerd werd voor de behoeften van de administratie der douane en accijnzen.

Art. 201.De selecties voor verhoging in een bijzondere graad van rang 28 die werden aangekondigd voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden voortgezet.

Art. 202.§ 1.De laureaten van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van landmeter-expert van financiën of eerstaanwezend verificateur georganiseerd voor de behoeften van een fiscale administratie, die nog niet in deze graad werden benoemd, kunnen zich op grond van dit slagen kandidaat stellen voor een betrekking van fiscaal deskundige bij deze administratie. § 2. Om hun rechten op bevordering te kunnen doen gelden, dienen de ambtenaren bedoeld in § 1 de in artikel 32 vermelde opleidingsactiviteit te hebben bijgewoond. § 3. Op datum van hun benoeming krijgen zij op grond van hun reële geldelijke anciënniteit de bezoldiging verbonden aan de afgeschafte graad van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën en worden overeenkomstig bijlage 1 van dit besluit ingeschaald in de weddenschaal BF3. Zij mogen onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 3. Indien deze ambtenaren echter in de afgeschafte graad gerechtigd waren op de weddenschaal 28S2 mogen zij onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 4. § 4. De artikelen 36, 40, § 1 en 42 zijn van toepassing.

Art. 203.§ 1. Onverminderd artikel 202, kunnen de financieel deskundigen benoemd of gedetacheerd bij de Algemene Diensten of de centrale diensten van een fiscale administratie, die laureaat zijn van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van landmeter-expert van financiën of eerstaanwezend verificateur georganiseerd voor de behoeften van een fiscale administratie, mits zij op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit geen functie van fiscale aard uitoefenen, zich op grond van dit slagen kandidaat stellen voor een betrekking van financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) bij deze fiscale administratie.

De kandidaten worden gerangschikt volgens de regels die gelden voor een benoeming tot fiscaal deskundige. § 2. Om hun rechten op bevordering te kunnen doen gelden, dienen de ambtenaren bedoeld in § 1. de in artikel 32 vermelde opleidingsactiviteit te hebben bijgewoond. § 3. Op datum van hun benoeming krijgen zij op grond van hun reële geldelijke anciënniteit de bezoldiging verbonden aan de afgeschafte graad van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën en worden overeenkomstig bijlage 1 ingeschaald in de weddenschaal BF3. Zij mogen onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 1. Indien deze ambtenaren echter in de afgeschafte graad gerechtigd waren op de weddenschaal 28S2 mogen zij onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 2. § 4. De artikelen 36, 40, § 1 en 42 zijn van toepassing.

Art. 204.§ 1 De laureaten van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur, georganiseerd voor de behoeften van een niet-fiscale administratie, die nog niet in deze graad werden benoemd, kunnen zich op grond van dit slagen kandidaat stellen voor een betrekking verbonden aan de afgeschafte graad van financieel en administratief deskundige bij deze administratie. De kandidaten worden gerangschikt volgens de regels die gelden voor een benoeming tot fiscaal deskundige. § 2. Om hun rechten op bevordering te doen gelden, dienen de ambtenaren bedoeld in § 1, de in artikel 32 bedoelde opleidingsactiviteit te hebben bijgewoond. § 3. Op datum van hun benoeming krijgen zij op grond van hun reële geldelijke anciënniteit de bezoldiging verbonden aan de afgeschafte graad van eerstaanwezend verificateur en worden overeenkomstig bijlage 1 van dit besluit ingeschaald in de weddenschaal BF3. Zij mogen onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 1. Indien deze ambtenaren echter in de afgeschafte graad gerechtigd waren op de weddenschaal 28S2 mogen zij onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 2. § 4. De artikelen 36, 40, § 1 zijn van toepassing.

Art. 205.§ 1. De laureaten van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van programmeringsanalist bij financiën, die nog niet in deze graad werden benoemd, kunnen zich op grond van dit slagen kandidaat stellen voor een betrekking verbonden aan de afgeschafte graad van financieel en ICT-deskundige. De kandidaten worden gerangschikt volgens de regels die gelden voor een benoeming tot fiscaal deskundige. § 2. Om hun rechten op bevordering te doen gelden, dienen de ambtenaren bedoeld in § 1 de in artikel 32 bedoelde opleidingsactiviteit te hebben bijgewoond. § 3. Op datum van hun benoeming krijgen zij op grond van hun reële geldelijke anciënniteit de bezoldiging verbonden aan de afgeschafte graad van programmeringsanalist bij financiën en worden onmiddellijk overeenkomstig bijlage 1 ingeschaald in de weddenschaal BI3, zij mogen onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 1. Indien deze ambtenaren echter in de afgeschafte graad gerechtigd waren op de weddenschaal 28S8 mogen zij onmiddellijk deelnemen aan competentiemeting 2. § 4. De artikelen 36 en 40, § 1 zijn van toepassing.

Art. 206.Voor de personeelsleden van niveau 3 die ambtshalve worden benoemd tot financieel assistent heeft deze benoeming, voor de toekenning van vergoedingen, slechts uitwerking met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie van dit besluit.

Art. 207.De personeelsleden van niveau 3 die ambtshalve worden benoemd in niveau C en die gerechtigd zijn op een taalpremie behouden deze premie onder de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot toekenning van taalpremies aan de personeelsleden van het Federaal Administratief Openbaar Ambt.

Art. 208.De vergelijkende selecties voor werving in de bijzondere graden van niveaus 3 en 2+, die lopend zijn op datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden voortgezet.

Op het ogenblik van hun werving worden de laureaten tot de stage toegelaten in de overeenstemmende graad van de niveaus D en B.

Art. 209.§ 1. De procedures houdende de bevordering of de verandering van graad in de bijzondere graden van niveaus 3 en 2+ die lopend zijn op datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden verder geregeld door de bepalingen zoals die van kracht waren voor die datum.

De benoemingen gebeuren in de overeenstemmende graad opgericht in de niveaus C en B. § 2. De procedures inzake mutaties die lopend zijn op datum van de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet volgens de bepalingen zoals die van kracht waren voor die datum. § 3. De aanwijzingen in een hoger ambt van het niveau 2 of 2+ kunnen slechts behouden worden in het niveau C en B mits zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen.

Art. 210.§ 1. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit kunnen de personeelsleden bedoeld in de artikelen 60 en 144, zich uitsluitend inschrijven voor een competentiemeting die een gecertificeerde opleiding bevat.

De in het vorige lid bedoelde ambtenaren die zich inschrijven voor de eerste gecertificeerde opleiding die wordt aangeboden in hun functiefamilie worden beschouwd ingeschreven te zijn op 31 augustus 2004 mits zij op die datum de statutaire vereisten vervullen. Indien zij de vereisten vervullen na 31 augustus 2004 en voor de inwerkingtreding van dit besluit, worden zij geacht ingeschreven te zijn op de datum waarop zij aan de voorwaarden voldoen. § 2. De ICT-deskundigen bedoeld in artikel 32 die zich inschrijven voor de eerste gecertificeerde opleiding die hun wordt aangeboden worden beschouwd ingeschreven te zijn op 31 augustus 2004 mits zij op die datum de statutaire vereisten vervullen. Indien zij de vereisten vervullen na 31 augustus 2004 en voor de inwerkingtreding van dit besluit, worden zij geacht ingeschreven te zijn op de datum waarop zij aan de voorwaarden voldoen.

Art. 211.§ 1. De ambtenaren van niveau B die laureaat zijn van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur en die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, houder zijn van het brevet bedoeld in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, kunnen tot 31 december 2007 de brevetten behalen bedoeld in artikel 16quater van de koninklijke besluiten van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën, Administratie der pensioenen en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel. § 2. De ambtenaren van niveau B die laureaat zijn van een selectie voor verhoging tot de geschrapte graad van eerstaanwezend verificateur of landmeter-expert van financiën en die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, houder zijn van het brevet bedoeld in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, kunnen tot 31 december 2007 de brevetten behalen bedoeld in artikel 16quater van de koninklijke besluiten van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het Statuut van het Rijkspersoneel.

Art. 212.De ambtenaren die als titularis van de afgeschafte graad van assistent informatica bij financiën, met ingang van 1 september 2004, ambtshalve worden benoemd in de graad van technisch assistent en die zich inschrijven voor de eerste competentiemeting die hun wordt aangeboden, worden geacht zich ingeschreven te hebben op die datum mits zij de statutaire vereisten vervullen.

Indien zij de vereisten vervullen na 1 september 2004 en voor de inwerkingtreding van dit besluit, worden zij geacht ingeschreven te zijn op de datum waarop zij aan de voorwaarden voldoen.

Art. 213.De ambtenaren die voor de inwerkingtreding van dit besluit geslaagd zijn voor een competentiemeting behouden het voordeel hiervan bij hun ambtshalve benoeming in het niveau C of B. Indien zij benoemd worden in de graad van financieel assistent of in de afgeschafte graad van adjunct-financieel assistent wordt de geldigheidsduur van de competentiemeting vastgesteld op zes jaar.

Art. 214.De ambtenaren, titularissen van de afgeschafte graad van operateur-mechanograaf bij financiën, die geslaagd zijn in een examen voor verhoging tot de graad van hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën, bekomen de weddenschaal 32S2.

Art. 215.§ 1. De ambtenaren die bekleed zijn met de graad van inspecteur bij een fiscaal bestuur of attaché van financiën kunnen tot 31 december 2007 deelnemen aan de technische proeven bedoeld in artikel 16quater van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel. § 2. De bepalingen in § 1 zijn eveneens van toepassing op de ambtenaren van de Administratie der thesaurie die titularis zijn van de graad van adviseur, van eerstaanwezend adjunct-adviseur of van adjunct-adviseur.

Art. 216.§ 1. De ambtenaren die bekleed zijn met de graad van attaché van financiën kunnen tot 31 december 2007 deelnemen aan de technische proeven bedoeld in artikel 16quater van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën, Administratie der pensioenen en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel. § 2. De bepalingen in § 1 zijn eveneens van toepassing op de ambtenaren die titularis zijn van de graad van adviseur, van eerstaanwezend adviseur of van adjunct-adviseur.

Art. 217.De personeelsleden benoemd of ter beschikking gesteld van het kabinet van de Secretaris-generaal worden geacht benoemd of ter beschikking gesteld te zijn van het kabinet van de Voorzitter van het Directiecomité.

Art. 218.De personeelsleden benoemd of ter beschikking gesteld van het kabinet van de Administrateur-generaal van de belastingen worden geacht benoemd of ter beschikking gesteld te zijn van het kabinet van de Administrateur-generaal van de belastingen en de invordering.

Art. 219.De contractuele personeelsleden die werden aangeworven in de functies van verificateur, landmeter bij financiën, laborant en programmeur bij financiën, dienen deel te nemen aan de opleidingsactiviteit die wordt georganiseerd voor de statutaire personeelsleden titularis van de overeenkomstige graad, alvorens hun rechten te kunnen laten gelden op de eerste weddenschaal en de competitietoelage verbonden aan de functies van financieel deskundige, technisch deskundige of ICT-deskundige.

Art. 220.Behoudens door Ons andersluidende bepaling is voor de titularissen van een gemene graad van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ het koninklijk besluit van 5 september 2002, van toepassing op het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen.

Art. 221.Onverminderd andersluidende bepalingen, treedt dit besluit in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van : 1° de bepalingen met betrekking tot niveau D, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2002;2° de bepalingen met betrekking tot niveau C, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2002;3° de bepalingen met betrekking tot niveau B, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2002.4° de artikelen 8, 9, 28, 29, 30, 44, 212 en 214 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2004.

Art. 222.Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 maart 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) Overeenkomstig artikel 17 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van de Federale Overheidsdienst Financiën (2) Overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 en 2+ (3) Zie artikel 1, 3° (4) Overeenkomstig artikel 18 van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van de Federale Overheidsdienst Financiën (5) Zie artikel 35, § 2 Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen « Bijlage V Volgorde van toekenning van sommige betrekkingen bezoldigd door een hogere weddenschaal. 1. Bij de buitendiensten van de Administratie van het kadaster worden binnen elke groep van betrekkingen, zoals bepaald sub II van bijlage IV, de vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, waaraan de functie van dienstchef niet is verbonden en die kunnen bezoldigd worden met de weddenschaal 10S3, binnen de limieten vastgesteld in artikel 5, A, 18°, d, van het koninklijk besluit houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en het Ministerie van Financiën in de volgende orde toegekend aan: 1° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op 30 juni 1997, bekleed was met de geschrapte graad van hoofdcontroleur bij een fiscaal bestuur: a) met de grootste graadanciënniteit.De graadanciënniteit verworven in de geschrapte graad van controleur B bij een fiscaal bestuur wordt niet in aanmerking genomen; b) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub a), de grootste anciënniteit in niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6 jaar, telt;c) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), de grootste anciënniteit in het niveau 2+ verminderd met de sub b) in aanmerking genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt;d) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), het best is gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°;2° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur die op 30 juni 1997, bekleed was met de geschrapte graad van controleur B bij een fiscaal bestuur: a) met de grootste graadanciënniteit;b) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub a), de grootste anciënniteit in niveau 1 en in een graad van rang 28, beperkt tot een maximum van 6 jaar, telt;c) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), de grootste anciënniteit in het niveau 2+ verminderd met de sub b) in aanmerking genomen anciënniteit in een graad van rang 28, telt;d) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), het best is gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°;3° de eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur niet bedoeld sub 1° en 2°.Deze eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur worden onderling gerangschikt overeenkomstig de bepalingen vervat onder 2. hierna. 2. De vacante betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, niet bedoeld sub 1., die kunnen bezoldigd worden met de weddenschaal 10S3, worden binnen de limieten vastgesteld in artikel 5, A, 18°, d, van het koninklijk besluit houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en het Ministerie van Financiën de volgende orde toegekend aan de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur: a) de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;b) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub a), de grootste anciënniteit in niveau 1 en, beperkt tot een maximum van 6 jaar, in de graden van fiscaal deskundige, financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) telt;c) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), de grootste anciënniteit in niveau B verminderd met de sub b) in aanmerking genomen graadanciënniteit, telt;d) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), het best is gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°.3. Binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, worden de vacante betrekkingen van eerste attaché van financiën die kunnen bezoldigd worden met de weddenschaal 10S3, in de volgende orde toegekend aan de eerste attachés van financiën: a) de ambtenaar met de grootste graad-anciënniteit;b) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub a), de grootste anciënniteit in niveau 1 en, beperkt tot een maximum van 6 jaar, in de graden van fiscaal deskundige, financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad), en financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) telt;c) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), de grootste anciënniteit in niveau B verminderd met de sub b) in aanmerking genomen graadanciënniteit telt;d) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), het best is gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°.4. Binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, wordt de weddenschaal 22B toegekend, met ingang van 1 juni 2002, aan de technisch assistenten in de volgende orde : 1° de ambtenaren die als houder van de geschrapte graad van hoofdtechnicus (22A) ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CT3, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van deze weddenschaal.De graadanciënniteit verworven in rang 22 wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de periode van zes jaar. De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaren met de grootste graadanciënniteit;b) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar;2° de ambtenaren, die ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CT2, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van de weddenschaal CT3.De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaar waarvan de datum van het proces-verbaal van het examen voor verhoging in de weddenschaal 20E, de oudste is;b) bij gelijke datum van het proces-verbaal, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;c) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;d) bij gelijke dienstanciënniteit, de ambtenaar die het oudst is.5. Binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, wordt de weddenschaal 22B, met ingang van 1 juni 2002, toegekend aan de adjunct-financieel assistenten in de volgende orde : 1° de ambtenaren die als houder van de geschrapte graad van bestuurschef (22A) ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CA3, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van deze weddenschaal.De graadanciënniteit verworven in rang 22 wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de periode van zes jaar. De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaren met de grootste graadanciënniteit;b) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar;2° de ambtenaren, die ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CA2, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van de weddenschaal CA3.De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaar waarvan de datum van het proces-verbaal van het examen voor verhoging in de weddenschaal 20E, de oudste is;b) bij gelijke datum van het proces-verbaal, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;c) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;d) bij gelijke dienstanciënniteit, de ambtenaar die het oudst is. Voor de toepassing van sub 1° wordt de graadanciënniteit beperkt tot deze die werd verworven sinds de toekenning van de weddenschaal 20E of CA2, zonder dat ze kan aanvangen vóór 1 januari 1996.

Voor de toepassing van sub 2° wordt, voor de ambtenaren die laureaat zijn vóór 20 december 1995 van een examen dat gelijkgesteld wordt met het examen voor verhoging in de weddenschaal 20E, de datum van 20 december 1995 geacht de datum te zijn van het proces-verbaal dat het slagen voor het examen voor verhoging in weddenschaal vaststelt. 6. De vacante betrekkingen van financieel medewerker die kunnen bezoldigd worden in de weddenschaal DF2, binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, ten vroegste op 1 juni 2005, worden in de volgende orde toegekend aan de financiële medewerkers die drie jaar graadanciënniteit tellen: a) de ambtenaren met de grootste graadanciënniteit verhoogd met de in aanmerking komende diensten verricht in de graad van assistent bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30S1;b) bij gelijkheid tussen de kandidaten vermeld onder a), de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.7. De vacante betrekkingen van administratief medewerker die kunnen bezoldigd worden met de weddenschalen DA2, DA3 of DA4, binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, worden toegekend met ingang van 1 januari 2002 aan de kandidaat die het best is gerangschikt volgens de bepalingen die gelden inzake de rangschikking van de Rijksambtenaren.8. De vacante betrekkingen van technisch medewerker die kunnen bezoldigd worden met de weddenschalen DT3, DT4 of DT5, binnen de limieten vastgesteld door het personeelsplan, worden toegekend met ingang van 1 januari 2002 aan de kandidaat die het best is gerangschikt volgens de bepalingen die gelden inzake de rangschikking van de Rijksambtenaren.».

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE

Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen « Bijlage V Volgorde van toekenning van sommige betrekkingen bezoldigd door een hogere weddenschaal. 1. Binnen de limieten vastgesteld door het ministerieel besluit van 28 april 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/04/1999 pub. 28/05/1999 numac 1999003308 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën worden de vacante betrekkingen van eerste attaché van financiën die kunnen bezoldigd worden met de weddenschaal 10S3, in de volgende orde toegekend aan de eerste attachés van financiën: a) de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;b) die, bij gelijke graadanciënniteit bedoeld sub a), de grootste anciënniteit in niveau 1 en in de afgeschafte graad van financieel en administratief deskundige, beperkt tot een maximum van 6 jaar, telt;c) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub b), de grootste anciënniteit in niveau B verminderd met de sub b) in aanmerking genomen graadanciënniteit, telt;d) die bij gelijke anciënniteit bedoeld sub c), het best is gerangschikt volgens de bepalingen van artikel 11, 7° en 8°.2. Binnen de limieten vastgesteld door het ministerieel besluit van 28 april 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/04/1999 pub. 28/05/1999 numac 1999003308 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, wordt de weddenschaal 22B, met ingang van 1 juni 2002, toegekend aan de adjunct-financieel assistenten in de volgende orde : 1° de ambtenaren die als houder van de geschrapte graad van bestuurschef (22A) ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CA3, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van deze weddenschalen.De graadanciënniteit verworven in rang 22 wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de periode van zes jaar. De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaren met de grootste graadanciënniteit;b) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar;2° de ambtenaren, die ambtshalve werden geïntegreerd in de weddenschaal CA2, mits ze zes jaar anciënniteit tellen sinds de toekenning van de weddenschaal CA3.De kandidaten worden onderling als volgt gerangschikt : a) de ambtenaar waarvan de datum van het proces-verbaal van het examen voor verhoging in de weddenschaal 20E, het oudste is;b) bij gelijke datum van het proces-verbaal, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;c) bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;d) bij gelijke dienstanciënniteit, de ambtenaar die het oudst is. Voor de toepassing van sub 1° wordt de graadanciënniteit beperkt tot deze die werd verworven sinds de toekenning van de weddenschaal 20E of CA2, zonder dat deze kan aanvangen vóór 1 januari 1996 Voor de toepassing van sub 2° wordt, voor de ambtenaren die laureaat zijn vóór 20 december 1995 van een examen dat gelijkgesteld wordt met het examen voor verhoging in de weddenschaal 20E, de datum van 20 december 1995 geacht de datum te zijn van het proces-verbaal dat het slagen voor het examen voor verhoging in weddenschaal vaststelt. 3. De vacante betrekkingen van financieel medewerker die kunnen bezoldigd worden in de weddenschaal DF2, binnen de limieten vastgesteld door het ministerieel besluit van 28 april 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/04/1999 pub. 28/05/1999 numac 1999003308 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën ten vroegste op 1 juni 2005 in de volgende orde toegekend aan de financiële medewerkers die drie jaar graadanciënniteit tellen : a) de ambtenaren met de grootste graadanciënniteit verhoogd met de in aanmerking komende diensten verricht in de graad van assistent bij financiën bezoldigd in de weddenschaal 30S1;b) bij gelijkheid tussen de kandidaten vermeld onder a), de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;c) bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.4. De vacante betrekkingen van administratief medewerker die kunnen worden bezoldigd met de weddenschalen DA2, DA3 of DA4, binnen de limieten vastgesteld door het ministerieel besluit van 28 april 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 28/04/1999 pub. 28/05/1999 numac 1999003308 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, worden toegekend met ingang van 1 januari 2002 aan de kandidaat die het best is gerangschikt volgens de bepalingen die gelden inzake de rangschikking van de Rijksambtenaren.».

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 maart 2005 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de Administratie der pensioenen van het Ministerie van Financiën en houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^