Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 juli 2004
gepubliceerd op 09 augustus 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, houdende oprichting van een "Fonds voor voortgezette vorming voor de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling", vaststelling van zijn statuten en invoering van een recht op voortgezette vorming voor de werknemers

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004202044
pub.
09/08/2004
prom.
04/07/2004
ELI
eli/besluit/2004/07/04/2004202044/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 JULI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, houdende oprichting van een "Fonds voor voortgezette vorming voor de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling", vaststelling van zijn statuten en invoering van een recht op voortgezette vorming voor de werknemers (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, houdende oprichting van een "Fonds voor voortgezette vorming voor de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling", vaststelling van zijn statuten en invoering van een recht op voortgezette vorming voor de werknemers.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 juli 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1959. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de socio-culturele sector Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2002 Oprichting van een "Fonds voor voortgezette vorming voor de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling", vaststelling van zijn statuten en invoering van een recht op voortgezette vorming voor de werknemers (Overeenkomst geregistreerd op 3 januari 2003 onder het nummer 64900/CO/329) Gelet op het "akkoord van de non-profit" van 29 juni 2000, tussen de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het College van de Franse Gemeenschapscommissie, het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de vertegenwoordigers van de werknemers en van de inrichtende machten;

Gelet op titel V van het besluit 2001/549 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de toepassing van het decreet van de Franse Gemeenschapscommisie van 12 juli 2001 tot wijziging van diverse wetten betreffende de subsidies toegekend in de gezondheids- en de welzijnssector en betreffende de wijziging van diverse toepassingsbesluiten betreffende de welzijns-, de gezondheids- en de gehandicaptensector en de sector van de socio-professionele inschakeling en meer in het bijzonder op het eerste hoofdstuk, artikel 89 van deze titel;

Gelet op het protocol gesloten tussen het college van de Franse Gemeenschapscommissie en de sociale gesprekspartners, in uitvoering van het akkoord voor de non-profit van 29 juni 2000;

Gelet op het protocol gesloten tussen de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de sociale gesprekspartners, in uitvoering van het akkoord voor de non-profit van 29 juni 2000, Wordt het volgende overeengekomen : A. Oprichting

Artikel 1.Bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en bij toepassing van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2, richt het Paritair Comité voor de socio-culturele sector een "Fonds voor bestaanszekerheid op voor de voortgezette vorming van de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling", waarvan de statuten hierna zijn vastgesteld.

Art. 2.Toepassingsgebied § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de organen voor socio-professionele inschakeling die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, voor zover zij voldoen aan de in § 2 opgesomde voorwaarden. § 2. Onder "socio-professionele inschakelingsorganen" wordt verstaan : - de organen bepaald en erkend door de Franse Gemeenschapscommissie via het decreet van 27 april 1995 (decreet betreffende de erkenning van bepaalde organismen voor socio-professionele inschakeling en de subsidiëring van hun beroepsopleidingsactiviteiten voor werklozen en laaggeschoolde werkzoekenden gericht op het vergroten van hun kans op het vinden of terugvinden van werk in het raam van gecoordineerde voorzieningen voor socio-professionele inschakeling); en - die een partnerschapsovereenkomst hebben met het "Office régional bruxellois de l'Emploi" zoals bepaald door de besluiten van de Executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 27 juni 1991 (besluit houdende machtiging voor de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling tot het sluiten van partnerschipovereenkomsten teneinde de kansen van bepaalde werkzoekenden om werk te vinden of terug te vinden, te vergroten in het kader van gecoördineerde beschikkingen voor socio-professionele inschakeling). § 3. Onder "werknemers" wordt verstaan : mannelijke en vrouwelijke werklieden en bedienden.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Zij treedt in werking op 1 januari 2001.

Zij kan door elk der partijen worden opgezegd met een opzeggingstermijn van drie maanden die loopt vanaf de betekening van de opzegging.

De opzegging dient betekend te worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, waarvan deze laatste een kopie aan elk der ondertekenende partijen laat geworden.

B. Statuten HOOFDSTUK I. - Benaming en maatschappelijke zetel

Art. 4.Met ingang van 1 januari 2001 wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, genaamd "Fonds voor de voortgezette vorming van de werknemers van de Brusselse socio-professionele inschakeling" hierna genaamd "Fonds voor de voortgezette vorming".

De zetel van het fonds is gevestigd in de Brusselse agglomeratie, ten zetel van VESOFO, Handelskaai 48, te 1000 Brussel.

Deze zetel kan bij beslissing van het paritair beheerscomité voorzien bij artikel 11, elders overgeplaatst worden. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 5.Onder de voordelen voorzien in het eerste artikel van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid heeft het "Fonds voor de voortgezette vorming van de Brusselse socio-professionele inschakeling" tot taak de aan het fonds toegekende bedragen te innen, te beheren en aan te wenden voor de voortgezette vorming van de werknemers die door een arbeidsovereenkomst gebonden zijn aan de in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde organismen. HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 6.§ 1. De geldmiddelen van het fonds voor de voortgezette vorming bestaan uit subsidies toegekend door de Franse Gemeenschapscommissie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. Het fonds voor de voortgezette vorming kan worden gespijsd met andere geldmiddelen, zoals subsidies toegekend door verschillende instanties op gewestelijk, communautair, federaal, europees of een ander niveau, of nog met bijdragen gestort door de werkgevers bedoeld in het artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, evenals de eventuele interestopbrengst van deze gekapitaliseerde bijdragen en middelen, voor zover deze specifiek bestemd zijn voor de in artikel 2 bedoelde werkgevers en werknemers.

In voorkomend geval zal het bedrag van deze bijdragen worden bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, op voorstel van het in artikel 9 bedoelde beheerscomité. § 3. Op het tijdstip van het sluiten van deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft het ten laste nemen door het fonds van de middelen voor de voortgezette vorming geen werkgeversbijdrage aan het sociaal fonds tot gevolg.

Art. 7.De administratiekosten van het fonds worden elk jaar vastgesteld door het paritair beheerscomité voorzien bij artikel 9.

Overeenkomstig de bepalingen van het artikel 12 zal het paritair beheerscomité het deel bepalen van de jaarlijkse ontvangsten die zullen worden gebruikt voor het dekken van deze administratiefondsen van het fonds. HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden Toekenning en vereffening van de voordelen

Art. 8.De werknemers en de werkgevers van de organisaties werkzaam in de sociaal-culturele sector zoals bepaald bij artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, hebben recht op de tegemoetkomingen van het fonds waarvan het bedrag, de aard en de toekenningsvoorwaarden worden bepaald door het beheerscomité, op de wijze uiteengezet in het artikel 12 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK V. - Beheer

Art. 9.§ 1. Het fonds voor de voortgezette vorming wordt beheerd door een beheerscomité, zoals voorzien in artikel 3 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, dat paritair is samengesteld en bestaat uit 6 effectieve leden-beheerders en 6 plaatsvervangende leden-beheerders.

Deze leden worden aangeduid door de effectieve franstalige leden van het betrokken paritair comité, voor de helft op voordracht van de representatieve werkgeversorganisaties en voor de andere helft op voordracht van de representatieve werknemersorganisaties. § 2. Ingeval de vakbondsorganisaties een vakbondsafgevaardigde of een vertegenwoordiger van het personeel in de ondernemingsraad of in het comité voor preventie en bescherming op het werk zouden aanwijzen als lid van het beheerscomité, heeft deze het recht afwezig te zijn, met behoud van zijn loon, gedurende de tijd die nodig is om de vergaderingen van het beheerscomité bij te wonen, met inbegrip van de reistijd. Voor deze afwezigheden gelden dezelfde regels als die bepaald in de artikelen 24 en 25 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1999 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging. § 3. De leden van het beheerscomité worden gemandateerd voor een hernieuwbare periode van twee jaar.

In geval van ontslagneming of overlijden voltooit het nieuw lid het mandaat van zijn voorganger.

De mandaten van de leden van het beheerscomité zijn hernieuwbaar.

Art. 10.De beheerders van het fonds gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan in verband met verbintenissen van het fonds.

Hun verantwoordelijkheid beperkt zich tot de uitvoering van het mandaat van beheer dat zij ontvangen hebben.

De mandaten worden gratis uitgeoefend.

Art. 11.Het beheerscomité kiest elk jaar een voorzitter en een secretaris-penningmeester onder zijn leden, de een en de ander beurtelings uit de afvaardiging van de werknemersvertegenwoordigers en de afvaardiging van de werkgeversvertegenwoordigers.

Het duidt eveneens de persoon of personen aan die met het secretariaat worden belast.

Art. 12.Het beheerscomité beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheden voor het beheer en de administratie van het fonds, binnen de limieten gesteld door de wet of deze statuten.

Tenzij andersluidende beslissing van het beheerscomité treedt dit laatste in al zijn handelingen op en handelt het in rechte via de voorzitter en de secretaris-penningmeester gezamenlijk, de een en de ander desgevallend vervangen door een afgevaardigde-beheerder, door het beheerscomité met dit doel aangesteld.

Het beheerscomité heeft onder meer als opdracht : 1. de opdrachten vastgesteld in artikel 5 van deze overeenkomst, onder de titel "doel", uit te voeren.Met het oog hierop, heeft het fonds als opdracht een meerjarenplan voor de vorming uit te werken en de indienings- en evaluatiecriteria vast te stellen voor de dossiers die door de rechthebbenden worden ingediend; 2. controle te doen en alle nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering van deze overeenkomst;3. de administratiekosten alsmede het aandeel van de jaarlijkse inkomsten die deze dekken, vast te stellen;4. zijn huishoudelijk reglement op te stellen;5. over te gaan tot de eventuele aanwerving en ontslag van het personeel van het fonds;6. tijdens de maand mei van elk jaar schriftelijk verslag over te maken aan het Paritair Comité voor de socio-culturele sector over de vervulling van zijn opdracht;7. de balans en de rekeningen van het voorbije boekjaar ten laatste op 31 mei voor te leggen aan het paritair comité teneinde de rekeningen af te sluiten;8. in voorkomend geval aan het paritair comité voor te stellen een collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten voor de socio-culturele sector, waarin de categorieën werkgevers worden bepaald die bijdragen zouden moeten betalen bestemd voor het financieren van de door het fonds toegekende voordelen, het bedrag of de wijze van vaststelling van deze bijdragen vast te leggen en te bepalen hoe ze zullen worden geïnd;9. al zijn verplichtingen na te komen tegenover het Cocof, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de andere overheden die het fonds spijzen. Bij wijze van overgangsmaatregel met betrekking tot de alinea's 6 en 7 zullen het activiteitsverslag en de rekeningen van het boekjaar 2001 tegelijk worden opgesteld met die voor 2002.

Art. 13.Het beheerscomité vergadert minstens tweemaal per jaar ten zetel van het fonds, hetzij op uitnodiging van de voorzitter ambtshalve handelend, hetzij op vraag van ten minste de helft der leden van het beheerscomité, hetzij op vraag van één der organisaties vertegenwoordigd in het paritair comité.

De uitnodigingen moeten de agenda bevatten. De notulen worden opgemaakt door de secretaris aangewezen door het beheerscomité, en ondertekend door degene die de vergadering heeft voorgezeten.

Uittreksels uit de notulen worden door de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekend.

Art. 14.Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen en beraadslagen indien minstens de helft zowel van de leden van de werknemersafvaardiging als van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig is.

De beslissingen van het beheerscomité worden getroffen bij eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden, behoudens andersluidende bepalingen in het huishoudelijk reglement.

In geval van afwezigheid kunnen de effectieve en plaatsvervangende leden van het beheerscomité volmacht geven aan een ander lid van het beheerscomité op de wijze bepaald in het huishoudelijk reglement. HOOFDSTUK VI. - Controle

Art. 15.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 7 januari 1958, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1971, duidt het paritair comité een revisor aan ter controle van het beheer van het fonds voor de voortgezette vorming.

Deze moet voor het beheerscomité het verslag voorbereiden dat minstens éénmaal per jaar moet worden uitgebracht bij het paritair comité.

Bovendien licht hij het beheerscomité van het fonds regelmatig in over de resultaten van zijn onderzoekingen en doet hij de aanbevelingen die hij nodig acht. HOOFDSTUK VII. - Balans en rekeningen

Art. 16.Balans en rekeningen Elk jaar vanaf 2001 worden op 31 december de balansen en rekeningen van het fonds voor de voortgezette vorming afgesloten. HOOFDSTUK VIII. - Ontbinding en vereffening

Art. 17.Het fonds voor de voortgezette vorming kan worden ontbonden door het Paritair Comité voor de socio-culturele sector volgens de bepalingen voorzien in artikel 3. In dat geval moet het beheerscomité beslissen over de bestemming van de goederen en waarden van het fonds na aanzuivering van het passief.

Deze bestemming moet in overeenstemming zijn met het doel waartoe het fonds werd opgericht.

Het voornoemd paritair comité duidt de vereffenaars aan onder de leden van het beheerscomité.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^