Koninklijk Besluit van 04 maart 2015
gepubliceerd op 12 maart 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit tot erkenning van de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2015011106
pub.
12/03/2015
prom.
04/03/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

4 MAART 2015. - Koninklijk besluit tot erkenning van de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, artikel 220;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 2014 tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet, de artikelen 18, § 3, en 19;

Overwegende dat op 28 november 2014 de stichtende leden van de vzw Accesso, in oprichting, een aanvraag hebben ingediend tot erkenning als Compensatiekas, bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;

Overwegende dat op 15 december 2014 de vzw Accesso werd opgericht en haar statuten werden bekendgemaakt in de bijlagen aan het Belgisch Staatsblad van 29 december 2014;

Overwegende dat de FSMA, in toepassing van artikel 18, § 3, van het koninklijk besluit van 10 april 2014 tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet op 19 december 2014, advies heeft verstrekt over de aanvraag tot erkenning en zich niet heeft verzet tegen deze erkenning, Op de voordracht van de Minister van Economie en Consumenten;

Artikel 1.De oprichtingsstatuten van de vzw Accesso, ondernemingsnummer 0506.857.563, worden goedgekeurd.

Elke wijziging van deze statuten wordt ter goedkeuring voorgelegd.

Art. 2.De vzw Accesso wordt erkend als de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.

Art. 3.Het bij dit besluit gevoegde compensatiereglement wordt goedgekeurd.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.De minister bevoegd voor Economie en Consumenten is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 maart 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS

Bijlage bij het koninklijk besluit van 4 maart 2015 tot erkenning van de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen vzw Accesso Compensatiereglement Het onderhavige reglement is het compensatiereglement als bedoeld in artikel 18, § 4, 2° van het koninklijk besluit van 10 april 2014 tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet. Dit reglement beschrijft meer bepaald hoe de omslag verloopt van de verschillende kosten die volgens deze wetgeving ten laste van de Compensatiekas vallen, alsook welke rapportering in dit kader gedaan moet worden. HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.In dit compensatiereglement verstaat men onder : 1° de wet : de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;2° het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 10 april 2014 tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet;3° het Opvolgingsbureau : het Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel 217, §§ 1 en 2, van de wet;4° de Compensatiekas : de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet;5° de statuten : de statuten van de vzw Accesso die in de oprichting en de werking van de Compensatiekas voorzien;6° verzekeringsovereenkomst : verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 224, eerste lid, van de wet. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Art. 2.Moeten deelnemen aan de Compensatiekas en dit compensatiereglement naleven : 1° de verzekeringsondernemingen die in België verzekeringsovereenkomsten aanbieden;2° de kredietinstellingen en hypotheekondernemingen die in België hypothecaire kredieten aanbieden die worden aangegaan voor de verbouwing of verwerving van de eigen en enige gezinswoning van de kandidaat-verzekeringnemer. Of een verzekeringsonderneming, een kredietinstelling of een hypotheekonderneming al dan niet tot de vzw Accesso is toegetreden, heeft geen invloed op de aard van haar verplichtingen tegenover de Compensatiekas.

Art. 3.De Compensatiekas heeft als opdracht om de volgende kosten om te slaan over de in artikel 2, 1° en 2° bedoelde ondernemingen : 1° de werkingskosten van het Opvolgingsbureau;2° de werkingskosten van de vzw Accesso;3° de tussenkomsten van de vzw Accesso in de bijpremies als bedoeld in artikel 4 van de statuten. De omslag van elk van deze kosten gebeurt volgens de bepalingen van artikel 27 van het koninklijk besluit en van hoofdstukken III tot en met V van dit reglement. HOOFDSTUK III. - Omslag van de werkingskosten van het Opvolgingsbureau

Art. 4.De werkingskosten van het Opvolgingsbureau omvatten onder meer : 1° de vergoedingen van de Voorzitter en de leden van het Opvolgingsbureau, bedoeld in artikel 12, § 1, laatste lid, van het koninklijk besluit;2° de kosten verbonden aan het secretariaat van het Opvolgingsbureau;3° de kosten verbonden aan het beveiligd elektronisch platform, bedoeld in artikel 1, 12° van het huishoudelijk reglement van het Opvolgingsbureau.

Art. 5.De vzw Accesso vraagt in het tweede kwartaal van elk kalenderjaar (jaar J) aan de verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen en hypotheekondernemingen een voorlopige bijdrage op die moet dienen om de voor het lopende kalenderjaar (jaar J) geraamde werkingskosten van het Opvolgingsbureau te dekken.

Het geraamde werkingsbedrag wordt als volgt verdeeld : 1° 50 % wordt gedragen door de sector van de verzekeringsondernemingen;2° 50 % wordt gedragen door de sector van de kredietinstellingen en hypotheek-ondernemingen. Elke in artikel 2, 1° bedoelde verzekeringsonderneming draagt bij tot het in het tweede lid, 1° bedoelde bedrag. De voorlopige bijdrage per verzekeringsonderneming wordt bekomen door dit bedrag te vermenigvuldigen met de verhouding van het aantal ontvankelijke dossiers dat het Opvolgingsbureau tijdens het vorige kalenderjaar (jaar J-1) behandelde en dat betrekking had op een beslissing van de desbetreffende onderneming tot het totaal aantal ontvankelijke dossiers dat het Opvolgingsbureau tijdens dat kalenderjaar behandelde.

Indien er geen raming van het in het tweede lid, 1° bedoelde bedrag beschikbaar is, is de voorlopige bijdrage per verzekeringsonderneming gelijk aan haar definitieve bijdrage van het vorige kalenderjaar (jaar J-1).

Elke in artikel 2, 2° bedoelde kredietinstelling en hypotheekonderneming draagt bij tot het in het tweede lid, 2° bedoelde bedrag. Deze bijdrage wordt niet apart berekend maar mee opgeteld bij het om te slaan bedrag dat is verschuldigd op basis van Hoofdstuk IV van dit Reglement. De berekeningswijze van het omslaan van deze kost is identiek aan deze van artikel 9 en 10.

Art. 6.In het tweede kwartaal van het kalenderjaar volgend op het in artikel 5, eerste lid, bedoelde kalenderjaar (jaar J+1) maakt de vzw Accesso een afrekening op basis van de werkelijk gemaakte kosten (in jaar J) en worden de voorlopige bijdragen geregulariseerd.

De definitieve bijdrage per verzekeringsonderneming wordt bekomen door 50 % van de werkelijke werkingskosten te vermenigvuldigen met de verhouding van het aantal ontvankelijke dossiers dat het Opvolgingsbureau tijdens het in artikel 5, eerste lid, bedoelde kalenderjaar (jaar J) behandelde en dat betrekking had op een beslissing van de desbetreffende onderneming tot het totaal aantal ontvankelijke dossiers dat het Opvolgingsbureau tijdens dat kalenderjaar behandelde.

De definitieve bijdrage per kredietinstelling of hypotheekonderneming wordt niet apart berekend maar mee opgeteld bij het om te slaan bedrag dat is verschuldigd op basis van Hoofdstuk IV van dit Reglement. De berekeningswijze van het omslaan van deze kost is identiek aan deze van artikel 9 en 10.

De verzekeringsondernemingen waarvoor de afrekening een negatief saldo vertoont, betalen de vzw Accesso binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de afrekening. Na afloop van deze termijn, en op voorwaarde dat zij over de nodige gelden beschikt, gaat de vzw Accesso vervolgens over tot terugbetaling van de verzekeringsondernemingen waarvoor de afrekening een positief saldo vertoont.

Art. 7.De werkingskosten in het kader van de opstart van het Opvolgingsbureau kunnen worden voorgeschoten door Assuralia en Febelfin, elk ten belope van 50 %. Deze voorschotten worden terugbetaald door de vzw Accesso binnen een termijn van 24 maanden. HOOFDSTUK IV. - Omslag van de werkingskosten van de vzw Accesso

Art. 8.De werkingskosten van de vzw Accesso omvatten onder meer : 1° de kosten verbonden aan het adequate beheer, de organisatie en de controle van de vzw Accesso als bedoeld in artikel 15 van de statuten;2° de kosten verbonden aan het dagelijkse beheer van de vzw Accesso.

Art. 9.De vzw Accesso vraagt in het tweede kwartaal van elk kalenderjaar (jaar J) aan de verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen en hypotheekondernemingen een voorlopige bijdrage op, die moet dienen om de voor het lopende kalenderjaar (jaar J) geraamde werkingskosten van de vzw Accesso te dekken.

Het geraamde werkingsbedrag wordt als volgt verdeeld : 1° 50 % wordt gedragen door de sector van de verzekeringsondernemingen;2° 50 % wordt gedragen door de sector van de kredietinstellingen en hypotheek-ondernemingen. Elke in artikel 2, 1° bedoelde verzekeringsonderneming draagt bij tot het in het tweede lid, 1° bedoelde bedrag. De voorlopige bijdrage per verzekeringsonderneming wordt bekomen door dit bedrag te vermenigvuldigen met de verhouding X / Y waarbij X = het aantal verzekeringsovereenkomsten van deze verzekeringsonderneming waarvoor tijdens het vorige kalenderjaar (jaar J-1) een deel van de bijpremie onder het compensatiemechanisme van de Compensatiekas viel;

Y = het totaal aantal verzekeringsovereenkomsten waarvoor tijdens datzelfde kalenderjaar (jaar J-1) een deel van de bijpremie onder het compensatie-mechanisme van de Compensatiekas viel.

Indien er geen raming van het in het tweede lid, 1° bedoelde bedrag beschikbaar is, is de voorlopige bijdrage per verzekeringsonderneming gelijk aan haar definitieve bijdrage van het vorige kalenderjaar (jaar J-1).

Elke in artikel 2, 2° bedoelde kredietinstelling en hypotheekonderneming draagt bij tot het in het tweede lid, 2° bedoelde bedrag. De voorlopige bijdrage per kredietinstelling of hypotheekonderneming is gelijk aan haar definitieve bijdrage van het vorige kalenderjaar (jaar J- 1).

De kredietinstellingen en hypotheekondernemingen die in de loop van jaar J door de FSMA ingeschreven of geregistreerd worden (wet "op het hypothecair krediet" van 4 augustus 1992) of van de FSMA een vergunning gekregen hebben of door haar geregistreerd zijn (wet "houdende invoeging van boek VII `Betalings- en kredietdiensten' in het Wetboek van economisch recht" van 19 april 2014) betalen de minimale bijdrage, zoals bepaald in artikel 6, vastgesteld voor jaar J -1.

Art. 10.In het tweede kwartaal van het kalenderjaar volgend op het in artikel 9, eerste lid, bedoelde kalenderjaar (jaar J+1) maakt de vzw Accesso een afrekening op basis van de werkelijk gemaakte kosten en worden de voorlopige bijdragen geregulariseerd.

De definitieve bijdrage per verzekeringsonderneming wordt bekomen door 50 % van de werkelijke werkingskosten te vermenigvuldigen met de verhouding X / Y waarbij X = het aantal verzekeringsovereenkomsten van deze verzekeringsonderneming waarvoor tijdens het in artikel 9, eerste lid, bedoelde kalenderjaar (jaar J) een deel van de bijpremie onder het compensatiemechanisme van de Compensatiekas viel;

Y = het totaal aantal verzekeringsovereenkomsten waarvoor tijdens datzelfde kalenderjaar (jaar J) een deel van de bijpremie onder het compensatie-mechanisme van de Compensatiekas viel.

De definitieve bijdrage per kredietinstelling of hypotheekonderneming wordt bekomen door 50 % van de werkelijke werkingskosten, verminderd met het totaal aan minimale vaste bijdragen betaald door de kredietinstellingen en hypotheekondernemingen die volgens het regime van de minimale vaste bijdragen, zoals bepaald in de volgende alinea, betalen, te vermenigvuldigen met de verhouding van, enerzijds, het totale uitstaande bedrag aan hypothecaire kredieten van de betrokken kredietinstelling of hypotheekonderneming volgens de op het ogenblik van de berekening van deze bijdrage op de website van de FSMA gepubliceerde tabel "Verschuldigd blijvende saldi hypothecaire kredieten - 31.12.[kalenderjaar]" tot, anderzijds, het totale uitstaande bedrag, volgens die zelfde tabel, aan hypothecaire kredieten van alle kredietinstellingen en hypotheekondernemingen die niet volgens het regime van de minimale vaste bijdragen betalen.

De vzw Accesso bepaalt jaarlijks, op voordracht van de leden van Categorie B in haar Raad van Bestuur, een minimale vaste bijdrage te betalen door kredietinstellingen en hypotheekondernemingen met een totaal uitstaand bedrag aan hypothecaire kredieten van € 0 tot en met 50.000.000,00 en een minimale vaste bijdrage te betalen door kredietinstellingen en hypotheekondernemingen met een totaal uitstaand bedrag aan hypothecaire kredieten van € 50.000.000,01 tot en met 500.000.000,00. Deze beslissing zal worden bekrachtigd door de leden van deze Categorie op de eerstvolgende Algemene Vergadering van de vzw Accesso.

Na het sluiten van het boekjaar wordt deze kost voor Categorie B berekend en omgeslagen op alle ondernemingen in functie van hun marktaandeel. Indien de minimale vaste bijdrage het deel van de kredietinstellingen en hypotheekondernemingen, die volgens dit regime betalen, in deze kost niet overschrijdt, dienen ze geen extra bijdrage meer te betalen.

De verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen en hypotheekondernemingen waarvoor de afrekening een negatief saldo vertoont, betalen de vzw Accesso binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de afrekening. Na afloop van deze termijn, en op voorwaarde dat zij over de nodige gelden beschikt, gaat de vzw Accesso vervolgens over tot terugbetaling van de verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen en hypotheekondernemingen waarvoor de afrekening een positief saldo vertoont.

Art. 11.De werkingskosten in het kader van de opstart van de vzw Accesso kunnen worden voorgeschoten door Assuralia en Febelfin, elk ten belope van 50 %. Deze voorschotten worden terugbetaald door de vzw Accesso binnen een termijn van 24 maanden. HOOFDSTUK V. - Omslag van de tussenkomsten van de vzw Accesso in de bijpremies

Art. 12.Binnen een termijn van 2 maanden volgend op het vorige kalenderjaar maakt elke in artikel 2, 1° bedoelde verzekeringsonderneming een "premiebestand" over aan de vzw Accesso dat alle inlichtingen bevat die de Compensatiekas nodig heeft ter vervulling van haar wettelijke opdracht.

Dit premiebestand vermeldt voor elke verzekeringsovereenkomst waarvoor tijdens het vorige kalenderjaar (jaar J-1) een deel van de bijpremie onder het compensatiemechanisme van de Compensatiekas viel, onder meer : 1° het bedrag van de bijpremie(s) die niet aangerekend werd(en) aan de verzekeringnemer en dus onder het compensatiemechanisme vallen;2° de naam van de betrokken kredietinstelling of hypotheekonderneming die het hypothecair krediet aanbiedt en waarvan de verzekeringsovereenkomst de terugbetaling waarborgt. De vzw Accesso kan een vaste structuur voor dit premiebestand opleggen.

De vzw Accesso kan tevens tussentijds een premiebestand opvragen dat betrekking heeft op een deel van het kalenderjaar. In dit geval maakt elke in artikel 2, 1° bedoelde verzekeringsonderneming dit bestand over binnen een termijn van 2 maanden volgens op het verzoek.

Indien de termijn bedoeld in het eerste en het vierde lid wordt overschreden, zal een herinnering gestuurd worden met de vraag om het premiebestand binnen een termijn van uiterlijk 10 werkdagen aan te leveren.

Art. 13.Alvorens tot compensatie over te gaan, kijkt de vzw Accesso de premiebestanden na op hun volledigheid en correctheid. Indien zij vaststelt dat een bestand onvolledig is of twijfelt aan de correctheid ervan, wordt de betrokken verzekeringsonderneming ingelicht en gevraagd om het premiebestand na te kijken.

De verzekeringsonderneming verbetert het premiebestand waar nodig en maakt het verbeterd premiebestand over aan de vzw Accesso binnen de door de vzw bepaalde termijn en uiterlijk op het einde van het eerste kwartaal van het kalenderjaar waarin gerapporteerd moet worden.

Art. 14.Per verzekeringsovereenkomst wordt de tussenkomst in de bijpremie(s) die een verzekeringsonderneming toekende aan een verzekeringnemer als volgt verdeeld : 1° 50 % van de tussenkomst blijft bij wijze van eigen risico voor rekening van de verzekeringsonderneming die de verzekeringsovereenkomst heeft gesloten;2° 50 % van de tussenkomst wordt gedragen door de kredietinstelling of hypotheek-onderneming die het hypothecaire krediet heeft toegekend.

Art. 15.In het tweede kwartaal van elk kalenderjaar (jaar J) stelt de vzw Accesso een afrekening met betrekking tot het afgelopen jaar (jaar J-1) op per verzekeringsonderneming, kredietinstelling en hypotheekonderneming volgens de in artikelen 14 beschreven modaliteiten en maakt zij deze afrekeningen over aan de betrokken ondernemingen.

De afrekening voor een kredietinstelling of hypotheekonderneming vermeldt onder meer : 1° een overzicht van de verzekeringsovereenkomsten die in rekening werden gebracht;2° het totale bedrag dat de kredietinstelling of hypotheekonderneming verschuldigd is aan de vzw Accesso. De afrekening voor een verzekeringsonderneming vermeldt onder meer : 1° een overzicht van de verzekeringsovereenkomsten die in rekening werden gebracht;2° het totale bedrag dat de verzekeringsonderneming zal worden terugbetaald door de vzw Accesso. Indien een onderneming een fout vaststelt in de afrekening, licht zij de vzw Accesso hiervan zo snel mogelijk in en uiterlijk binnen een termijn van 10 werkdagen na ontvangst van de afrekening.

Art. 16.De kredietinstellingen betalen de vzw Accesso binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de afrekening. Na afloop van deze termijn, en op voorwaarde dat zij over de nodige gelden beschikt, gaat de vzw Accesso vervolgens over tot terugbetaling van de verzekeringsondernemingen. Eventuele niet-betaalde bijdragen van een verzekeringsonderneming in de werkingskosten van de vzw Accesso of van het Opvolgingsbureau kunnen in mindering gebracht worden van het aan de verzekeringsonderneming terug te betalen bedrag.

Art. 17.Een verzekeringsonderneming kan met een kredietinstelling of hypotheekonderneming onderling overeenkomen dat de in artikel 14, 2° bedoelde bijdrage, buiten de vzw Accesso om, rechtstreeks vereffend wordt door deze kredietinstelling of hypotheek-onderneming.

Indien een verzekeringsonderneming hiervan gebruik maakt, wordt dit vermeld in de in artikel 12 beschreven rapportering zodat hiermee rekening kan worden gehouden in de in artikel 15 beschreven afrekening.

Het feit dat een verzekeringsonderneming en een kredietinstelling of hypotheek-onderneming onderling overeenkomen dat de in artikel 14, 2° bedoelde bijdrage, buiten de vzw Accesso om, rechtstreeks vereffend wordt door deze kredietinstelling of hypotheekonderneming, heeft geen invloed op de bijdragen die elkeen verschuldigd is in de werkingskosten van het Opvolgingsbureau en van de vzw Accesso.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 maart 2015 tot erkenning van de Compensatiekas bedoeld in artikel 220 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen Gegeven te Brussel, 4 maart 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^