Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 oktober 2005
gepubliceerd op 11 oktober 2005

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2005022871
pub.
11/10/2005
prom.
04/10/2005
ELI
eli/besluit/2005/10/04/2005022871/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, inzonderheid op artikel 15, § 4, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, en artikel 20, § 7, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, inzonderheid op artikel 44, § 1, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 december 1988, op artikel 44bis, § 1, ingevoegd bij koninklijk besluit van 10 juli 1996 en op artikel 46, gewijzigd bij koninklijk besluit van 5 april 1976;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 september 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 3 oktober 2005;

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat dit besluit artikel 114 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, dat het de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, als inninginstelling van bijdragen, mogelijk maakt over te gaan tot de invordering bij wijze van dwangbevel van bedragen die hen verschuldigd zijn, uitvoert;

Overwegende dat dit artikel in werking treedt op 1 oktober 2005 en dat haar uitvoeringsbepalingen noodzakelijkerwijze op dezelfde datum in werking moeten treden zodanig dat de sociale verzekeringsfondsen vanaf 1 oktober 2005 kunnen overgaan tot de invordering bij wijze van dwangbevel;

Overwegende dat het aldus hoogdringend is dat zij vóór die datum de praktische modaliteiten die in dit besluit zijn opgenomen, kennen, teneinde tot zulke invordering te kunnen overgaan;

Gelet op het advies nr. 39.110/3 van de Raad van State, gegeven op 27 september 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 44, § 1, van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 december 1988, wordt het vierde lid vervangen door het volgende lid : « Deze verhoging wordt voor de laatste maal in rekening gebracht bij het verstrijken van het kalenderkwartaal dat datgene voorafgaat in de loop waarvan hetzij de onderworpene voor de arbeidsrechtbank gedagvaard wordt tot betaling van die bijdrage of van het gedeelte ervan dat niet betaald werd, naargelang het geval, hetzij de sociale verzekeringskas waarbij de onderworpene aangesloten is hem het dwangbevel heeft doen betekenen houdende het bevel om deze bijdrage of het gedeelte ervan dat niet betaald werd, naargelang het geval, te betalen. »

Art. 2.Artikel 44bis, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 10 juli 1996, wordt vervangen door het volgende lid : « Het feit dat een onderworpene voor de arbeidsrechtbank wordt gedagvaard tot betaling van bijdragen of dat zijn sociaal verzekeringsfonds hem een dwangbevel met bevel tot betalen liet betekenen, vormt geen beletsel voor de toepassing van de bijkomende verhoging. »

Art. 3.In artikel 46 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 5 april 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of tot de invordering bij wijze van dwangbevel » ingevoegd tussen de woorden « gerechtelijke invordering » en « over te gaan »;2° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden : « Deze herinnering moet op straffe van nietigheid vermelden dat, indien de onderworpene niet tot betwisting overgaat van de bedragen of geen uitstel van betaling vraagt en verkrijgt, per bij de post aangetekende brief, binnen de maand van de kennisgeving of de betekening van de herinnering, de sociale verzekeringskas die bedragen zal kunnen invorderen door middel van een dwangbevel. Het toestaan van uitstel van betaling door de sociale verzekeringskas schorst de uitvaardiging van een eventueel dwangbevel alsook de gerechtelijke invordering, en dit in zoverre het tussen de sociale verzekeringskas en de onderworpene tot stand gekomen akkoord door deze laatste wordt nageleefd ».

Art. 4.Een artikel 47bis, opgesteld als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : «

Artikel 47bis.§ 1. Voor de toepassing van artikel 20, § 7, van het koninklijk besluit nr. 38 kunnen de bijdragen evenals de verhogingen, verwijlintresten en andere aanhorigheden worden ingevorderd bij wijze van dwangbevel door de sociale verzekeringskas waaraan zij verschuldigd zijn voor zover de onderworpene de bedragen die aan hem werden gevorderd niet heeft betwist of geen uitstel van betaling heeft gevraagd en verkregen volgens de in artikel 46 gestelde voorwaarden en termijn. § 2. De bijdragen evenals de verhogingen, verwijlintresten en andere aanhorigheden kunnen worden ingevorderd bij wijze van dwangbevel door de sociale verzekeringskas waaraan zij verschuldigd zijn vanaf het ogenblik dat het bijzonder kohier, waarin zij zijn opgenomen, uitvoerbaar is verklaard.

Het bijzonder kohier bevat : 1° de gegevens van de sociale verzekeringskas-schuldeiser;2° de naam, voornaam, adres en nationaal nummer van de zelfstandige-schuldenaar, of desgevallend van de persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de bijdragen, of de benaming, zetel en ondernemingsnummer indien deze laatste een rechtspersoon is;3° een gedetailleerde afrekening van bijdragen, verhogingen, verwijlintresten en andere aanhorigheden, verschuldigd aan de kas en waarvoor wordt overgegaan tot invordering bij wijze van dwangbevel;4° de motivering van het gebruik van het dwangbevel;5° de datum van het visum van uitvoerbaarheid;6° de verzendingsdatum;7° de uiterste betalingsdatum;8° de beroepen waarover de schuldenaar beschikt evenals de termijnen waarbinnen hij ze op geldige wijze kan indienen. Het uitvoerbaar verklaard kohier geldt als uitvoerbare titel met het oog op de invordering.

De kohieren worden uitvoerbaar verklaard door één of meerdere personeelsleden van de sociale verzekeringskas-schuldeiser dat met dat doel werden aangewezen door de raad van bestuur en officieel erkend door de Minister van Middenstand. § 3. Het dwangbevel van de sociale verzekeringskas-schuldeiser wordt uitgevaardigd door een personeelslid dat met dat doel werd aangewezen door de raad van bestuur. § 4. Het dwangbevel wordt betekend aan de schuldenaar bij deurwaardersexploot. De betekening bevat bevel tot betalen binnen de 24 uren, op straffe van uitvoering bij beslag, alsook een boekhoudkundige verantwoording van de gevraagde sommen en een afschrift van de uitvoerbare titel.

De moratoriumintresten zoals voorzien in artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek zijn verschuldigd vanaf de dag van de betekening. § 5. De schuldenaar kan verzet aantekenen tegen het dwangbevel voor de arbeidsrechtbank van zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel.

Het verzet wordt, op straffe van nietigheid, met redenen omkleed; het dient gedaan te worden door middel van dagvaarding bij deurwaardersexploot aan de sociale verzekeringskas binnen de maand vanaf de betekening van het dwangbevel, zonder afbreuk te doen aan de artikelen 50, tweede lid en 55 van het Gerechtelijk Wetboek.

De uitoefening van het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel tot de uitspraak ten gronde is gevallen. § 6. De sociale verzekeringskas-schuldeiser mag bewarend beslag laten leggen en het dwangbevel uitvoeren met gebruikmaking van de middelen tot tenuitvoerlegging bepaald in het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek.

De gedeeltelijke betalingen gedaan ingevolge de betekening van een dwangbevel verhinderen de voortzetting van de vervolgingen niet. § 7. De kosten van de betekening van het dwangbevel evenals de uitvoeringskosten of de bewarende maatregelen zijn ten laste van de schuldenaar.

Ze worden bepaald volgens de regels opgesteld voor de door de gerechtsdeurwaarders verrichte aktes in burgerlijke en handelszaken. »

Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2005.

Art. 6.Onze Minister van Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 oktober 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Middenstand, Mevr. S. LARUELLE

^