Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 05 augustus 2006
gepubliceerd op 13 september 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006202415
pub.
13/09/2006
prom.
05/08/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 AUGUSTUS 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 augustus 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2004 Maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap (Overeenkomst geregistreerd op 11 januari 2006 onder het nummer 77968/CO/318.01) HOOFDSTUK I. - Juridisch kader

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968 op de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector (Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2002). HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied en omschrijving van de benamingen

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en werkgevers van de diensten die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp die gesubsidieerd worden door het Waalse Gewest, de gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

Onder "werknemers" wordt verstaan : zowel het mannelijk als het vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.

Art. 3.Onder "partijen" worden de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties verstaan die deze collectieve arbeidsovereenkomst hebben ondertekend en zij die gebonden zullen zijn door de algemeen bindende kracht van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 4.Onder "Fonds sectoriel Maribel RW-RB-CG" wordt het fonds verstaan dat opgericht is op basis van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958) en waaraan het beheer van de gezamenlijke opbrengst van de bijdragevermindering wordt toevertrouwd. HOOFDSTUK III. - Inning en bestemming van de bijdragevermindering

Art. 5.§ 1. Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 en de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan de sector genieten van een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid. De globale opbrengst van de bijdragevermindering, bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit, wordt als volgt berekend : het aantal werknemers dat minstens halftijds is tewerkgesteld, vermenigvuldigd met het bedrag van de bijdragevermindering vastgesteld overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit, namelijk op het ogenblik van het sluiten van deze collectieve arbeidsovereenkomst : 332 EUR per werknemer en per kwartaal. § 2. Partijen komen overeen het "Fonds Sociale Maribel voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap" te belasten met het ontvangen, controleren, beheren en toewijzen van de integrale opbrengt van de in vorig artikel bedoelde bijdragevermindering. Het toewijzen van de financiële middelen, bedoeld in het vorig lid, geschiedt volgens de uitvoeringsmodaliteiten beslist door de raad van beheer van het "Maribelfonds".

Art. 6.§ 1. De sector verbindt er zich toe de opbrengsten van de bijdragevermindering aan te wenden voor de aangroei van de reguliere tewerkstelling. De sector verbindt zich tot een toename van het arbeidsvolume van ten minste de opbrengst van de bijdragevermindering bepaald in artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. De vermeerdering van het arbeidsvolume per werkgever, toegekend na 2002, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit, dient te gebeuren ten aanzien van het gemiddeld arbeidsvolume van 2002, inclusief het behoud van de op dat ogenblik reeds toegekende sociale maribel tewerkstelling. § 3. De tussenkomst van het Maribelfonds in de jaarloonkost van de bijkomende aangeworven tewerkstelling is per kwartaal ten hoogste gelijk aan het bedrag vastgesteld volgens het maximumplafond per functie, zijnde 7 883,01 EUR voor een niet gesubsidieerd lid van het administratief en sociaal kaderpersoneel, 6 030,51 EUR voor een basiswerknemer zonder enige subsidie en 5 360,45 EUR voor een basiswerknemer zonder subsidie van het Waalse Gewest.

Het eventueel saldo wordt jaarlijks toegekend in functie van de reële loonkost van de betrokken werknemers zoals bepaald in het volgende lid. Deze kost kan echter 64 937,84 EUR per jaar en per bijkomend voltijds arbeidsvolume niet overschrijden. Indien de jaarloonkost 64 937,84 EUR per jaar zou overschrijden, wordt de tussenkomst van het "Maribelfonds" geplafonneerd tot 31 532 EUR per jaar. § 4. Onder "loonkost" wordt verstaan : het brutoloon van de werknemer overeenkomstig de sectorale baremieke loonschalen en de loonvoorwaarden voor de uitgeoefende functies, verhoogd met de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, alsook alle vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn krachtens de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het paritair orgaan waaronder de werknemer ressorteert, gedetailleerd volgens de Gewesten en Gemeenschappen en als bijlage bij deze overeenkomst.

De tussenkomst is beperkt tot de bezoldigde, effectieve of ermee gelijkgestelde prestaties. HOOFDSTUK IV. - Modaliteiten van toewijzing van de bijkomende tewerkstelling

Art. 7.De bijkomende betrekkingen zullen worden toegekend overeenkomstig de criteria die door de sociale partners in collectieve arbeidsovereenkomsten zijn overeengekomen.

Art. 8.De functies die in aanmerking komen voor de bijkomende aanwervingen, vergoed volgens de vigerende baremieke loonschalen en voorwaarden, behoren tot de functiecategorieën zoals bepaald in de geldende collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de loonvoorwaarden.

Art. 9.De diverse werkgevers zullen, binnen de termijn vastgesteld door het "Maribelfonds", te rekenen vanaf de betekening van de toekenning van de bijkomende tewerkstelling, overgaan tot de vereiste aanwervingen en de vermeerdering van het totaal arbeidsvolume.

Overeenkomstig artikel 49 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 worden niet beschouwd als bijkomende tewerkstelling, de werknemers aangeworven ten gevolge van een fusie of overname van een dienst en/of werknemers aangeworven ingevolge een verhoging van de bedragen toegekend door de subsidiërende overheid. HOOFDSTUK V. - Waarborgen met betrekking tot de aanwending van de R.S.Z.-bijdragevermindering ten voordele van de tewerkstelling

Art. 10.Elke werkgever die financiële middelen "sociale maribel" geniet, zal één keer per jaar een kopie bezorgen van de notulen van de vergadering van de ondernemingsraad, of van het comité voor bescherming en preventie op het werk, of nog van de vakbondsafvaardiging met betrekking tot de evaluatie van de tewerkstelling. De werkgevers verbinden er zich toe alle gegevens in verband met de sociale maribel tewerkstelling, die door het "Maribelfonds" worden opgevraagd, te verstrekken.

Art. 11.Het evaluatieverslag waarvan sprake in artikel 10 van deze collectieve arbeidsovereenkomst moet ten laatste op de door het "Maribelfonds" gestelde datum worden bezorgd.

Art. 12.Onrechtmatig ontvangen gelden waar geen tewerkstelling tegenover staat overeenkomstig de toekenning, of waarvoor niet de noodzakelijke inlichtingen en/of bewijsstukken voorgelegd worden, zullen teruggevorderd worden of in mindering gebracht van de te ontvangen middelen. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen en geldigheidsduur

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft op en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomsten van 30 augustus 2000, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke en Franse Gemeenschapscommissies van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 20 december 2004 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen mits een opzegging van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalig Gemeenschap.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 augustus 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de gemeenschappelijke en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap Detail van de loonkost zoals vermeld in het artikel 6, § 4 Waals Gewest Voor de toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit bepaald in artikel 1, wordt verstaan onder "vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn krachtens de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het paritair orgaan waaronder de werknemer ressorteert", de volgende vergoedingen en voordelen : - de eindejaarspremie; - de vergoeding voor onderhoud van de werkkleding; - de reiskosten; - de prestaties gedurende het weekend en op feestdagen; - het bijkomend sociaal voordeel; - de betaling van de carenzdag.

Onder "loon" wordt verstaan : het loon zoals gedefinieerd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 2002 tot vaststelling van de voorwaarden inzake arbeid, loon en loonindexering voor het personeel van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door het Waalse Gewest.

Brussel-Hoofdstad Voor de toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit bepaald in artikel 1, wordt verstaan onder "vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn krachtens de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het paritair orgaan waaronder de werknemer ressorteert", de volgende vergoedingen en voordelen : - de eindejaarspremie; - de haard- en standplaatsvergoeding; - de vier bijkomende vakantiedagen; - de vrijstelling van prestaties vanaf 45 jaar; - de loon- en arbeidsvoorwaarden; - de vergoeding voor onderhoud van de werkkleding; - de reiskosten; - de prestaties gedurende het weekend en op feestdagen; - het bijkomend sociaal voordeel.

Onder "loon" wordt verstaan : het loon zoals gedefinieerd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2002 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2001 betreffende de harmonisatie van de barema's, de overeenstemming van de functies en het koppelen van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen in de sector van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Franse en Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissies van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Duitstalige Gemeenschap Voor de toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit bepaald in artikel 1, wordt verstaan onder "vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn krachtens de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het paritair orgaan waaronder de werknemer ressorteert", de volgende vergoedingen en voordelen : - de eindejaarspremie; - de vergoeding voor onderhoud van de werkkleding; - de reiskosten; - de prestaties gedurende het weekend en op feestdagen; - het bijkomend sociaal voordeel; - de betaling van de carenzdag; - de interpretaties van het anciënniteitsrooster; - de verlofdag voor het feest van de gemeenschap.

Onder "loon" wordt verstaan : het loon zoals gedefinieerd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 januari 1998.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 augustus 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^