Koninklijk Besluit van 05 december 2011
gepubliceerd op 12 december 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2011003415
pub.
12/12/2011
prom.
05/12/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

5 DECEMBER 2011. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat ter ondertekening aan Uwe Majesteit wordt voorgelegd, strekt er inzonderheid toe : - de artikelen 45, § 1, en 145 van het KB/WIB 92 op te heffen; - de terminologie in sommige artikelen van het KB/WIB 92 aan te passen; - artikel 164 van het KB/WIB 92 aan te passen door erin de wijze van aanzegging van het vereenvoudigd beslag onder derden te verduidelijken in het geval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft; - een aantal tekstfouten en verwijzingen naar andere bepalingen te verbeteren. Deze verbeteringen worden niet verder toegelicht.

Bespreking van de artikelen Artikelen 1 en 2 Artikel 1 van dit besluit wijzigt het opschrift van de afdeling XV van het hoofdstuk I, KB/WIB 92 ten gevolge van de opheffing van artikel 67, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) dat de vrijstelling voor bijkomend personeel dat voor technologisch potentieel wordt tewerkgesteld, betrof.

Artikel 2 heft artikel 45, § 1, KB/WIB 92 op ten gevolge van de opheffing van artikel 67, § 1, 2°, WIB 92 door de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I).

De voorgestelde inwerkingtreding is dezelfde als die van de opheffing van artikel 67, § 1, 2°, WIB 92, zijnde vanaf aanslagjaar 2009.

Artikelen 3 en 4 Het betreft hier telkens een aanpassing van de in het KB/WIB 92 gebruikte terminologie in functie van de Grondwetsherziening van 25 februari 2005, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 11 maart 2005.

Naar aanleiding van die Grondwetsherziening hebben de wetgevende vergaderingen van de gemeenschappen en gewesten een nieuwe benaming gekregen.

Derhalve worden de uitdrukkingen "Executieve" en "Gewestexecutieve" respectievelijk vervangen door de benamingen "Regering" en "Gewestregering".

Aangezien het hier een loutere aanpassing van terminologie betreft is geen specifieke inwerkingtreding vereist.

Artikel 5 De door dit artikel aangebrachte correctie is dezelfde als deze die aan andere artikelen van dezelfde sectie door het koninklijk besluit van 30 juli 2010 werden aangebracht en ze wijzigt de draagwijdte van het hier vermelde artikel 737, KB/WIB 92 niet.

Artikelen 7 en 9 Deze artikelen heffen de woorden ", een beleggingsfonds is bedoeld in § 3" en de woorden ", een beleggingsfonds is bedoeld in artikel 106, § 3" respectievelijk in § 4, van artikel 106, en in § 2, c, van artikel 117, KB/WIB 92 op, tengevolge van de opheffing van deze derde paragraaf door het koninklijk besluit van 1 maart 2010.

De voorgestelde inwerkingtreding is dezelfde als die van de opheffing van de derde paragraaf van artikel 106, KB/WIB 92, zijnde 1 maart 2010.

Artikel 8 Het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra was van toepassing tot 31 december 2010.

Het artikel 110, 6°, KB/WIB 92 heeft geen bestaansreden meer en kan worden opgeheven.

Artikel 10 Dit artikel past artikel 118, § 1, 1°, eerste streepje, KB/WIB 92 aan tengevolge van in artikel 117, KB/WIB 92 aangebrachte wijzigingen die de in artikel 107, § 2, 10°, KB/WIB 92 bedoelde inkomsten onderscheiden door de invoeging van een paragraaf 6ter in artikel 117, KB/WIB 92.

De voorgestelde inwerkingtreding verwijst naar dezelfde beschikking als die welke is vastgelegd ter gelegenheid van de invoeging van paragraaf 6ter van artikel 117, KB/WIB 92, door het koninklijk besluit van 20 januari 2005, zijnde naar de inkomsten van Belgische obligaties uitgegeven sinds 1 februari 2005 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inschrijving op naam bij de uitgever.

Artikel 17 De programmawet van 22 december 2003 (Belgisch Staatsblad van 31 december 2003) heeft een hoofdstuk IXbis - Verjaring van de rechten van de schatkist in het WIB 92 ingevoegd. Dit hoofdstuk bevat twee artikelen, artikel 443bis en artikel 443ter, WIB 92.

Artikel 443bis, WIB 92 herneemt artikel 145, KB/WIB 92 en dit omwille van de hergroepering van het geheel van regels betreffende de verjaring (artikel 443bis, § 1, WIB 92), de stuiting (artikel 443bis, § 2, WIB 92) en de schorsing (artikel 443ter, WIB 92). Bijgevolg mag artikel 145, KB/WIB 92 worden opgeheven (Parl. St., 2003-2004, nr. 0473, blz. 149).

Artikel 18 Artikel 300, § 1, 1°, WIB 92 machtigt inderdaad de Koning "de wijze waarop men dient te handelen voor (...) de vervolgingen" ter invordering van de belastingen, te regelen.

In uitvoering van deze bepaling, zet artikel 164, KB/WIB 92, ten voordele van de fiscale administratie inzake de inkomstenbelastingen, een mechanisme van vereenvoudigd beslag onder derden op met het oog op een vluggere inning van de belastingen die een belastingschuldige verschuldigd is. De derden-schuldenaars van deze belastingschuldige zijn bijgevolg verplicht, op verzoek van de bevoegde ontvanger bij een ter post aangetekende brief, te betalen met het voor beslag vatbare gedeelte van de inkomsten, sommen en zaken die zij verschuldigd zijn of die zij onder zich houden tot beloop van het bedrag dat door de belastingschuldige verschuldigd is uit hoofde van belastingen, voorheffingen, belastingverhogingen, nalatigheidinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging.

Het koninklijk besluit van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 164 en 165 KB/WIB 92 (Belgisch Staatsblad van 27 februari 2006) verplicht voortaan de ontvanger het beslag bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aan te zeggen (artikel 164, § 1, eerste lid, KB/WIB 92).Deze bepaling werd ingevoegd om enerzijds de belastingschuldige in te lichten over het beslag en anderzijds hem de mogelijkheid te bieden zich tegen het beslag te verzetten.

In het geval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, stelt zich een probleem : de aanzegging kan niét gebeuren, waardoor de ontvanger geen gebruik meer kan maken van het vereenvoudigd beslag onder derden overeenkomstig artikel 164, KB/ WIB 92. Aan de ontvanger opleggen om in dit geval uitvoerend beslag onder derden te leggen door middel van een deurwaardersexploot en op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk wetboek, brengt niet alleen een vertraging van de procedure teweeg, maar ook een verhoging van de kosten voor de belastingschuldige. Dit druist in tegen het doel nagestreefd door de wetgever bij het neerschrijven van de procedure van het vereenvoudigd beslag onder derden, met name een vluggere inning van de belastingen die een belastingschuldige verschuldigd is (koninklijk besluit van 3 december 2005, verslag aan de Koning).

Elke Belg is echter verplicht zich in te schrijven in het bevolkingsregister van de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd (artikel 1, § 1, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, Belgisch Staatsblad van 3 september 1991).

De inschrijving van een natuurlijke persoon in het bevolkingsregister is van groot belang op vele vlakken. Het bevolkingsregister, dat een noodzakelijk hulpmiddel in verkiezingszaken is, is ook het basiselement voor de controle op de schoolplicht, de belastingsinkohiering, de toewijzing van rechtsbevoegdheid, het centraliseren van verrichtingen m.b.t. het beheer en de vereffening van het vermogen, de opvolging van exploten, aanmaningen, bevelen en dagvaardingen, allerhande maatregelen in verband met de openbaarmaking enz. (Parl. St., Kamer, 1995-1996, 122/1, blz. 2).

Gegeven de belangrijkheid ervan, is het begrijpelijk dat de wetgever eist dat eenieder in het bevolkingsregister wordt ingeschreven. Deze inschrijving gebeurt in zijn eigen belang en in het belang van derden die met de betrokkene contact moeten kunnen leggen, alsmede in het belang van de bestuursorganen. Niet-naleving van deze verplichte inschrijving wordt strafrechtelijk gestraft (artikel 7 van de wet van 19 juli 1991).

Gegeven dat de ambtshalve afvoering te wijten is aan een nalatigheid van de belastingschuldige én strafrechtelijk gestraft kan worden, moet aan de bevoegde ontvanger de mogelijkheid geboden worden om ook in dit geval beroep te kunnen doen op de procedure van het vereenvoudigd beslag onder derden. Daarom wordt artikel 164, § 1, KB/WIB 92 aangepast zodat in geval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, de aanzegging kan geschieden aan de procureur des Konings te Brussel.

De aanpassing van artikel 164, § 4, KB/WIB 92 beoogt de kosten van tenuitvoerlegging ten laste van de partij te leggen waartegen de tenuitvoerlegging wordt gevorderd zoals bepaald in artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 164, KB/WIB 92 wordt aangevuld met een § 5, die de kennisgeving aan de belastingschuldige van de aan de betalingen van de derde-beslagene gegeven bestemming in het kader van het vereenvoudigd beslag onder derden wijzigt om de vorm waarmee deze op de hoogte wordt gebracht te versoepelen.

Het aldus beoogde doel is de uitvoeringskosten ten laste van de belastingschuldige te verminderen.

De belastingschuldige wordt immers reeds via de aanzegging bij een ter post aangetekende brief van het vereenvoudigd beslag onder derden, zoals bedoeld in § 1, eerste lid, van hetzelfde artikel, in kennis gesteld van de nog verschuldigde aanslagen, waarvoor beslag werd gelegd, zodanig dat hij, indien betalingen door een derde-beslagene werden verricht, weet voor welke aanslagen deze betalingen worden aangewend. Bovendien beschikt de belastingschuldige op elk ogenblik over de Myminfin-toepassing om de toestand en het saldo van elke aanslag te raadplegen.

Er dient nog te worden opgemerkt dat er rekening werd gehouden met het advies van de Raad van State.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS

ADVIES 50.465/1 VAN 3 NOVEMBER 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 17 oktober 2011 door de Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe het KB/WIB 92 (1) te wijzigen.Die wijzigingen houden het volgende in : - op sommige plaatsen in het KB/WIB 92 wordt de terminologie aangepast of worden fouten verbeterd (zie de artikelen 1, 3 tot 8, 10 tot 15, 17, 22 tot 24 van het ontwerp); - de artikelen 45, § 1, 110, 6°, en 145 KB/WIB 92 worden opgeheven (artikelen 2, 9 en 19), terwijl in artikel 176 KB/WIB 92 de woorden « de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, van de administratie der douane en accijnzen, van de administratie van het kadaster » worden opgeheven om dubbel gebruik met artikel 340 WIB 92 (2) te voorkomen (artikel 21); - wat de artikelen 144/2, 1°, en 144/6 KB/WIB 92 betreft : de berekening van het aandeel van de belastingplichtige in de gemeenschappelijke aanslag wordt gewijzigd om rekening te houden met de woonstaatheffing en om te bepalen dat wanneer het aandeel van een belastingplichtige in de gemeenschappelijke aanslag resulteert in een terug te betalen belasting, het bedrag van de terug te betalen belasting ook de woonstaatheffing bevat (artikelen 16 en 18 van het ontwerp); - artikel 164 KB/WIB 92 wordt aangepast om het vereenvoudigd beslag onder derden ook te kunnen toepassen ingeval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft (artikel 20). 2. Voor die aanpassingen kan rechtsgrond worden gevonden in diverse bepalingen van het WIB 92, al of niet gelezen in samenhang met de algemene uitvoeringsbevoegdheid die de Koning ontleent aan artikel 108 van de Grondwet. Onderzoek van de tekst Aanhef Gelet op wat over de rechtsgrond is opgemerkt, zal in de aanhef ook melding dienen te worden gemaakt van artikel 108 van de Grondwet.

Artikel 3 Artikel 48, § 4, 5° KB/WIB 92 is nog niet gewijzigd, zodat de woorden « , gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 januari 1996, » geschrapt dienen te worden in artikel 3 van het ontwerp.

Artikel 5 Dit artikel strekt ertoe de woorden « De Post » te vervangen door het woord « bpost » in artikel 67 KB/WIB 92. Dat is echter al gebeurd door artikel 130, vierde lid, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (3).

Dit artikel van het ontwerp, alsook de artikelen 12, 2°, 13, 14, 1°, en 23 ervan, zijn dan ook overbodig en dienen geschrapt te worden.

Artikel 7 Artikel 952, § 3, c, 6°, KB/WIB 92 is gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2009. Van die wijziging zal melding moeten worden gemaakt in de inleidende zin van artikel 7 van het ontwerp.

Artikel 11 Artikel 11 van het ontwerp stelle men als volgt : « In artikel 118, § 1, 1°, eerste streepje, van hetzelfde besluit, wordt § 6, vervangen door § 6 of § 6ter ;. » Artikel 12 Aangezien de tweede wijziging opgenomen in artikel 12 van het ontwerp vervalt, blijft enkel de wijziging over van artikel 139, § 1, tweede lid KB/WIB 92. Die bepaling is in dat besluit ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2010. Daarvan zal melding moeten worden gemaakt in artikel 12, terwijl de verwijzing naar de koninklijke besluiten van 12 augustus 1994 en 9 november 1999 wegvalt.

Artikel 14 Artikel 142, § 2 KB/WIB 92 is nog niet gewijzigd, zodat de woorden « , laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2010, » geschrapt dienen te worden in artikel 14 van het ontwerp.

Artikel 16 In de Nederlandse tekst van het ontwerp dient het eerste van de woorden die met artikel 16, 1°, van het ontwerp worden ingevoegd (« van »), te worden weggelaten.

Artikel 20 Artikel 20 van het ontwerp bepaalt dat de aanzegging van het vereenvoudigd beslag onder derden kan geschieden aan de laatst gekende woonplaats ingeval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft. Het is onduidelijk wat er dient te gebeuren indien de laatst gekende woonplaats niet meer bestaat of indien er niemand meer woont.

De vraag rijst waarom niet wordt aangesloten bij de gemeenrechtelijke regeling, die vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid en van het recht van verdediging immers meer garanties biedt. Artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : « Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangbewijs in de vormen die in dit artikel worden bepaald.

Heeft de betrokkene in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats, dan wordt de betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt; is of wordt er geen vordering voor de rechter gebracht, dan geschiedt de betekening aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats in België heeft, aan de procureur des Konings te Brussel.

De betekeningen mogen altijd aan de persoon worden gedaan, indien deze in België wordt aangetroffen.

De betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het buitenland, kende. » Op die vraag heeft de gemachtigde als volgt geantwoord : « Er kunnen geen bijzondere redenen worden aangehaald om artikel 164, § 1, KB/WIB 92 niet beter te laten aansluiten bij de gemeenrechtelijke procedure als bepaald bij artikel 40, Ger. W., te meer daar de rechtszekerheid voor de belastingschuldige hierdoor beter wordt gewaarborgd. De volgende tekst zou derhalve in de plaats kunnen komen van de tekst van artikel 20, 1°, van het besluit in ontwerp : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : Ingeval de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, wordt het beslag geldig aangezegd door toezending van een ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings in wiens ambtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet.» De aanduiding « in wiens ambtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet » is onvoldoende duidelijk. Eventueel kan ook hier worden aangesloten bij de gemeenrechtelijke regeling, door de aanzegging geldig te laten gebeuren aan de procureur des Konings te Brussel indien de belastingplichtige geen woonplaats in België heeft.

Artikel 21 Dit artikel strekt ertoe de woorden « de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, van de administratie der douane en accijnzen, van de administratie van het kadaster » te schrappen in artikel 176 KB/WIB 92, om dubbel gebruik met artikel 340 WIB 92 te voorkomen.

Artikel 340 WIB 92 luidt : « Ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld kan de administratie alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met inbegrip van de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, maar met uitzondering van de eed.

De processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. » Dit artikel van het WIB 92 bepaalt welke bewijsmiddelen toegelaten zijn alsook welke de bewijskracht is van de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van de FOD Financiën. De vraag die dan rijst is waaruit blijkt welke ambtenaren dergelijke processen-verbaal kunnen opstellen. Daarover ondervraagd heeft de gemachtigde geantwoord dat er in het WIB 92, en in het KB/WIB 92 geen andere bepalingen zijn die vaststellen welke ambtenaren van de FOD Financiën processen-verbaal kunnen opstellen. Het schrappen van de betrokken woorden in artikel 176 KB/WIB 92 doet bijgevolg een lacune ontstaan.

Artikel 21 van het ontwerp zal vanuit dit oogpunt moeten worden herbekeken.

Artikel 25 Uit artikel 25, vierde lid, van het ontwerp blijkt dat aan artikel 11 uitwerking dient te worden gegeven met ingang van 1 februari 2005.

Daarover om uitleg verzocht, heeft de gemachtigde het volgende medegedeeld : « De bedoeling van de inwerkingtreding die is opgenomen in het ontwerp van besluit is niet zozeer om een bepaling met terugwerkende kracht in te voeren. Wel is het nodig dat de in dit ontwerp voorgestelde aanpassing aan artikel 118, § 1, 1°, eerste streepje, KB/WIB 92 betrekking heeft op dezelfde inkomsten als deze die zijn bedoeld door de wijzigingen die de artikelen 14, 2°, en 19, 5° en 6°, van het koninklijk besluit van 20 januari 2005 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake roerende voorheffing op inkomsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, hebben aangebracht aan de artikelen 107, § 2, en 117, §§ 6 en 6ter, KB/WIB 92.

Aangezien de huidige formulering in artikel 25, 4e lid, van het ontwerp de indruk kan geven dat er sprake is van terugwerkende kracht, zou de volgende formulering van dat lid een juistere weergave kunnen zijn van de bedoeling van de inwerkingtreding (deze formulering sluit ook beter aan bij de inwerkingtreding vermeld in artikel 21, 7e lid, van het genoemde besluit van 20 januari 2005) : Artikel 11 is van toepassing op de inkomsten van Belgische obligaties uitgegeven sinds 1 februari 2005 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inschrijving op naam bij de uitgever.

Het verslag aan de Koning moet dan in de volgende zin worden aangepast (bespreking van artikel 11, 2e lid) : De voorgestelde inwerkingtreding verwijst naar dezelfde beschikking als die welke is vastgelegd ter gelegenheid van de invoeging van paragraaf 6ter van artikel 117, KB/WIB 92, door het koninklijk besluit van 20 januari 2005, zijnde naar de inkomsten van Belgische obligaties uitgegeven sinds 1 februari 2005 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inschrijving op naam bij de uitgever. » Met die aanpassingen aan het ontwerp kan worden ingestemd. (1) Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.(2) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.(3) Dat lid is toegevoegd bij artikel 4 van de wet van 13 december 2010 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten.Dat artikel is in werking getreden op 17 januari 2011 (zie artikel 57 van de wet van 13 december 2010 en artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 10 januari 2011 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 4 van de wet van 13 december 2010 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, en van artikel 190 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (I)).

De kamer was samengesteld uit : De heren : M. Van Damme, kamervoorzitter;

J. Baert en W. Van Vaerenbergh, staatsraden;

M. Tison en L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving;

Mevr. G. Verberckmoes, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer F. Vanneste, auditeur. (...) De griffier, G. Verberckmoes.

De voorzitter, M. Van Damme.

5 DECEMBER 2011. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92 (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de artikelen : - 67, § 5, vervangen door de programmawet (I) van 27 december 2006; - 77, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2007; - 14524, § 1, zevende lid, laatst gewijzigd bij de programmawet van 23 december 2009; - 250; - 261, derde lid, ingevoegd bij de wet van 15 december 2004; - 266, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 4 april 1995 en bij het koninklijk besluit van 7 december 2007; - 2754, § 2, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005; - 300, § 1; - 360, tweede lid; - 394, § 4, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 14 september 2011;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 13 oktober 2011;

Gelet op advies nr. 50.465/1 van de Raad van State, gegeven op 3 november 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het opschrift van de afdeling XV van het hoofdstuk I van het KB/WIB 92, worden de woorden "technologisch potentieel," opgeheven.

Art. 2.Artikel 45, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 9 juni 1999 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 maart 2007, wordt opgeheven.

Art. 3.In artikel 48, § 4, 5°, van hetzelfde besluit, wordt het woord "Gewestexecutieve" vervangen door het woord "Gewestregering".

Art. 4.In artikel 49, § 1 en § 2, eerste lid, tweede streepje, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 september 2000 en 12 mei 2003, wordt het woord "Executieve" vervangen door het woord "Regering".

Art. 5.In artikel 737 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 30 juli 2010, worden de woorden "van dit besluit" vervangen door de woorden "van deze afdeling".

Art. 6.In artikel 952, § 3, c, 6°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 31 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin worden de woorden "aan mekaar" opgeheven;2° in het eerste streepje worden de woorden "artikel 2754, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 2754, § 1, derde lid";3° in het tweede streepje worden de woorden "artikel 2754, vijfde lid" vervangen door de woorden "artikel 2754, § 1, vijfde lid" en wordt het woord "moet" ingevoegd tussen de woorden "van hetzelfde Wetboek," en "uitsluitend".

Art. 7.In artikel 106, § 4, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 februari 2010, worden de woorden ", een beleggingsfonds is bedoeld in § 3" opgeheven.

Art. 8.Artikel 110, 6°, van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.

Art. 9.In artikel 117, § 2, c, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 januari 2005, worden de woorden ", een beleggingsfonds is bedoeld in artikel 106, § 3" opgeheven.

Art. 10.In artikel 118, § 1, 1°, eerste streepje, van hetzelfde besluit, worden de woorden " § 6," vervangen door de woorden " § 6 of § 6ter, ".

Art. 11.In artikel 139, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 1 februari 2010, wordt het woord "postrekening-courant" vervangen door het woord "postrekening".

Art. 12.In artikel 142, § 2, van hetzelfde besluit, worden de woorden "artikel 139, § 1, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 139, § 1, derde lid".

Art. 13.Het opschrift van de afdeling IIIbis van hoofdstuk III van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 december 2010, wordt aangevuld als volgt : « (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 394, § 4)".

Art. 14.In artikel 144/2, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder het tweede streepje worden de woorden ", de woonstaatheffing bedoeld in artikel 2, § 1, 10°, van hetzelfde Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "en in de bijzondere wetten" en de woorden "en de belastingverminderingen";2° de bepaling onder het derde streepje wordt aangevuld met de woorden "berekend overeenkomstig de bepaling onder 3° ";3° in de bepaling onder het vijfde streepje wordt het woord "3° " vervangen door het woord "4° ".

Art. 15.In artikel 144/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "evenals" vervangen door het woord "noch";2° in de Franse tekst van het tweede lid, 2°, wordt het woord "cotisation" vervangen door het woord "imposition".

Art. 16.In artikel 144/6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "genoten" vervangen door het woord "verkregen";2° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden ", woonstaatheffing" ingevoegd tussen de woorden "zijn voorafbetalingen" en de woorden "en terug te betalen voorheffingen";3° in de Franse tekst van paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "attribuée à" vervangen door de woorden "imputée sur".

Art. 17.Artikel 145 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 mei 1999, wordt opgeheven.

Art. 18.In artikel 164 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : « Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij een ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel.»; 2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.De kosten voor de ter post aangetekende brieven beoogd in de paragrafen 1 en 3 zijn ten laste van de belastingschuldige. »; 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : « § 5.De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen. » .

Art. 19.- In de Franstalige tekst van artikel 203, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 22 december 2010, worden de woorden "que si la personne" telkens vervangen door de woorden "si la personne".

Art. 20.In maatregel 1, B, eerste lid, van de bijlage IIbis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 december 2002, worden de woorden "artikel 6311, § 1, 1°, tweede lid, KB/WIB 92" vervangen door de woorden "artikel 6311, § 1, A, 2°, KB/WIB 92".

Art. 21.De artikelen 1 en 2 hebben uitwerking met ingang vanaf aanslagjaar 2009.

De artikelen 7 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 2010.

Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 10 is van toepassing op de inkomsten van Belgische obligaties uitgegeven sinds 1 februari 2005 en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inschrijving op naam bij de uitgever.

Art. 22.Onze Minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 december 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 4 april 1995, Belgisch Staatsblad van 23 mei 1995, err. van 1 juli 1995.

Wet van 4 mei 1999, Belgisch Staatsblad van 12 juni 1999.

Wet van 10 augustus 2001, Belgisch Staatsblad van 20 september 2001, ed. 1.

Wet van 15 december 2004, Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005, ed. 2.

Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005, ed. 2.

Programmawet (I) van 27 december 2006, Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, ed. 3.

Wet van 25 april 2007, Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007, ed. 1.

Koninklijk besluit van 7 december 2007, Belgisch Staatsblad van 12 december 2007, ed. 2, err. van 11 april 2008.

Programmawet van 23 december 2009, Belgisch Staatsblad van 30 december 2009, err. van 25 juni 2010, ed. 2.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993.

Koninklijk besluit van 3 mei 1999, Belgisch Staatsblad van 4 juni 1999.

Koninklijk besluit van 9 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 8 juli 1999, ed. 1.

Koninklijk besluit van 21 september 2000, Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2000.

Koninklijk besluit van 29 november 2000, Belgisch Staatsblad van 23 december 2000, ed. 2.

Koninklijk besluit van 12 mei 2003, Belgisch Staatsblad van 20 juni 2003, ed. 1.

Koninklijk besluit van 20 januari 2005, Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005, ed. 2.

Koninklijk besluit van 22 augustus 2006, Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2006, ed. 1.

Koninklijk besluit van 12 maart 2007, Belgisch Staatsblad van 20 maart 2007, ed. 2.

Koninklijk besluit van 31 juli 2009, Belgisch Staatsblad van 7 augustus 2009.

Koninklijk besluit van 1 februari 2010, Belgisch Staatsblad van 12 februari 2010, ed. 2.

Koninklijk besluit van 22 februari 2010, Belgisch Staatsblad van 1 maart 2010.

Koninklijk besluit van 30 juli 2010, Belgisch Staatsblad van 16 augustus 2010.

Koninklijk besluit van 22 december 2010, Belgisch Staatsblad van 7 januari 2011.

Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 21 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^