Koninklijk Besluit van 05 december 2017
gepubliceerd op 18 december 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2017206212
pub.
18/12/2017
prom.
05/12/2017
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017206212

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


5 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk, inzonderheid op artikelen 9, eerste lid, c), en tweede lid, 10, tweede en derde lid; 14, tweede en zevende lid en 15, tweede lid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 april 2017;

Gelet op de impactanalyse van 3 oktober 2017, uitgevoerd in overeenstemming met artikel 6 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 3 juli 2017;

Gelet op het advies nr. 2.051 van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 26 september 2017;

Gelet op de adviezen van de Duitstalige Gemeenschap, van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door het feit dat de wet van 5 maart 2007 in zijn artikel 9, laatste lid, vereiste om de gefedereerde entiteiten, alsook de Nationale Arbeidsraad te raadplegen over het ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van voormeld artikel 9;

Gelet op het feit dat de gefedereerde entiteiten over een termijn van 60 dagen beschikten om zich uit te spreken over het ontwerp van koninklijk besluit en dat de voormelde wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten geen termijn heeft gesteld voor de Nationale Arbeidsraad om zijn advies uit te brengen;

Gelet op het feit dat de Nationale Arbeidsraad zijn advies heeft uitgebracht op 26 september 2017;

Gelet op het feit dat het afwijkend regime, voorzien in artikel 10 van de voormelde wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten aan de werkgevers die meer dan 10 maar minder dan 20 werknemers tewerkstellen, de mogelijkheid geeft om af te wijken van het algemeen regime op basis van dit koninklijk besluit, voor zover ze daaromtrent bepalingen nemen vóór 31 december 2017;

Gelet op het feit dat het noodzakelijk is om de werkgevers binnen de kortst mogelijke termijnen te informeren over de wijze waarop zij te werk moeten gaan, teneinde te kunnen genieten van het afwijkend regime;

Gelet op het feit dat het koninklijk besluit eveneens de noodzakelijke elementen bepaalt om het aandeel van de beschikbare loonmassa dat aan opleiding wordt besteed, te bepalen, met het oog op het vaststellen van het aantal opleidingsdagen op sectoraal niveau;

Gelet op het feit dat het noodzakelijk is om de sociale partners te informeren op welke manier en op basis van welke elementen zij het aantal opleidingsdagen op sectoraal niveau moeten bepalen en in ieder geval vóór 30 november 2017, uiterste datum van neerlegging van de collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de opleiding, overeenkomstig artikel 13, laatste lid, van de voormelde wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten;

Gelet op de hiervoren beschreven context van hoogdringendheid wordt het advies van de Raad van State voor dit ontwerp van koninklijk besluit gevraagd binnen de termijn van 5 dagen, in toepassing van artikel 84, lid 1, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het advies 62.414/1 van de Raad van State, gegeven op 10 november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de wet, de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk.

Art. 2.- § 1. In uitvoering van artikel 9, eerste lid, c), van de wet wordt de individuele opleidingsrekening geconcretiseerd door middel van een formulier dat de volgende minimumvermeldingen bevat : 1° de identiteit van de werknemer, te weten : naam, voornaam, datum en plaats van geboorte, adres, rijksregisternummer;2° het arbeidsregime waarin de werknemer wordt tewerkgesteld;3° het of de bevoegde paritaire comité(s) of paritaire subcomité(s);4° het opleidingskrediet, te weten het aantal opleidingsdagen waarover de werknemer gedurende het kalenderjaar beschikt;5° het aantal gevolgde opleidingsdagen en het aantal overblijvende dagen of het aantal over te dragen dagen naar het volgende jaar;6° het groeipad, zoals bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet. § 2. Het formulier wordt bewaard in het persoonlijk dossier van de werknemer, bijgehouden door de personeelsdienst van de werkgever, en maakt er integraal deel van uit.

Het kan bijgehouden worden, hetzij onder papieren vorm, hetzij onder elektronische vorm.

Wanneer de individuele opleidingsrekening, voor de eerste keer, wordt ingevoerd, stelt de werkgever alle betrokken werknemers daarvan in kennis.

De werkgever stelt elke nieuwe betrokken werknemer in kennis van het bestaan van een individuele opleidingsrekening binnen het bedrijf. § 3. Telkenmale de werknemer een opleiding volgt, wordt het aantal gevolgde opleidingsdagen zo snel mogelijk in de individuele opleidingsrekening vermeld. § 4. De werknemer heeft het recht om, op eenvoudige aanvraag, zijn opleidingsrekening op elk ogenblik te raadplegen en daarin wijzigingen aan te brengen, mits het akkoord van zijn werkgever.

Minstens één keer per jaar brengt de werkgever de betrokken werknemer op de hoogte van het saldo van het opleidingskrediet en herinnert hem aan zijn recht tot raadpleging van zijn individuele opleidingsrekening en zijn recht tot correctie van fouten.

Art. 3.- § 1. In uitvoering van artikel 9, tweede lid, van de wet wordt het aandeel van de loonmassa dat in 2015 - 2016 besteed werd aan opleiding, bepaald door het bevoegd paritair comité of paritair subcomité in een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, overeenkomstig de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. § 2. De in § 1 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt tevens minimaal de volgende elementen: 1° het gemiddeld aantal dagen besteed aan opleiding per voltijds equivalent, vastgesteld door het paritair comité of paritair subcomité, op basis van instrumenten die ze als relevant beschouwd. Dit aantal zal gebruikt worden als basis voor het groeipad; 2° de opleidingen die in aanmerking worden genomen om opleidingsinspanningen te bepalen waarbij minstens de formele en informele opleidingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, a) en b), van de wet alsook de opleidingen op de werkplek in de mate dat deze nog niet in de informele opleidingen zijn opgenomen. § 3. Het gemiddeld aantal opleidingsdagen mag niet lager zijn dan het aantal, voorzien in de periode 2015 - 2016.

Art. 4.- § 1. In uitvoering van artikel 10, tweede en derde lid, van de wet genieten de werkgevers die minimum tien en minder dan twintig werknemers tewerkstellen, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, van het hierna beschreven afwijkend regime. § 2. De werkgever bepaalt, vóór 31 december van het eerste jaar van de tweejaarlijkse periode startend op 1 januari 2017, en vóór 30 september van het eerste jaar van elke daaropvolgende tweejaarlijkse periode, op basis van de loonmassa van zijn onderneming, het gemiddeld aantal dagen waarover de werknemers beschikken, zonder dat het resultaat van de omzetting lager mag zijn dan het aantal opleidingsdagen, voorzien op het niveau van zijn onderneming in de periode 2015- 2016, met, gemiddeld, minimum één dag, per jaar, per voltijds equivalent.

Het aantal door de werkgever vastgestelde dagen zal van toepassing zijn voor de periode 2017 - 2018, alsook voor alle daaropvolgende periodes van twee jaar zonder afbreuk te doen aan het recht van de werkgever om een nieuw aantal opleidingsdagen te kunnen bepalen.

In geen geval mag het nieuwe aantal opleidingsdagen waarvan sprake in het voorgaande lid lager zijn dan het aantal toegekend voor de voorgaande tweejaarlijkse periode startend op 1 januari 2017. § 3. De werkgever bepaalt eveneens het groeipad, met het oog op het bereiken, op interprofessioneel niveau, van de doelstelling van een gemiddelde van 5 dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar. § 4. Bij gebrek aan vaststelling van het aantal opleidingsdagen door de werkgever, voor de in § 2 voorziene datum, beschikken de werknemers gemiddeld over minimum één dag opleiding per jaar per voltijds equivalent. § 5. De opvolging en de mededeling aan de werknemer betreffende de individuele opleidingsrekening gebeuren overeenkomstig artikel 2, §§ 2, 3 en 4.

Art. 5.- In uitvoering van artikel 14, tweede lid, van de wet wordt de werknemer over zijn opleidingskrediet in kennis gesteld overeenkomstig artikel 2, § 4.

Art. 6.- § 1. In uitvoering van de artikelen 14, zevende lid, en 15, tweede lid, van de wet wordt het aantal opleidingsdagen voor de werknemer die niet voltijds werkt en/of wiens arbeidsovereenkomst niet het volledige kalenderjaar dekt, rekening houdende met de arbeidsovereenkomst van de werknemer, bepaald op basis van de volgende formule : A x B x C waarbij : "A" staat voor het aantal opleidingsdagen toegekend op het niveau van de onderneming voor een voltijds tewerkgestelde werknemer; "B" staat voor het arbeidsregime van de werknemer, in vergelijking met een voltijds regime; "C" staat voor het aantal maanden gedeeld door twaalf gedurende dewelke de werknemer werd tewerkgesteld in de schoot van de onderneming. § 2. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig gepresteerde maand.

Art. 7.- Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2017.

Art. 8.- De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten, Belgisch Staatblad 15 maart 2017.

begin


Publicatie : 2017-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^