Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 05 maart 2006
gepubliceerd op 29 maart 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende de jaarlijkse premie betaalbaar in december

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006200464
pub.
29/03/2006
prom.
05/03/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende de jaarlijkse premie betaalbaar in december (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende de jaarlijkse premie betaalbaar in december.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de handel in voedingswaren Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 2005 Jaarlijkse premie betaalbaar in december (Overeenkomst geregistreerd op 18 november 2005 onder het nummer 77047/CO/119) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren. § 2. Met "arbeiders" worden de mannelijke en de vrouwelijke arbeiders bedoeld. HOOFDSTUK II. - Bepalingen

Art. 2.Onverminderd de bepalingen van artikel 5, zal een jaarlijkse premie worden toegekend aan alle arbeiders die minstens één maand dienstprestaties leverden in de loop van het jaar waarin de premie betaald wordt.

Art. 3.§ 1. De premie bedraagt 90 EUR voor de arbeiders die werden tewerkgesteld gedurende het ganse jaar waarin de premie betaald wordt. § 2. Voor de andere arbeiders bedraagt de premie een twaalfde van het voornoemd bedrag per volle maand arbeidsprestaties in de loop van het jaar waarin de premie betaald wordt; onder één maand wordt verstaan een ononderbroken periode van dertig kalenderdagen (28/29 dagen in februari).

Art. 4.Het bedrag van de premie vastgesteld in artikel 3 stemt overeen met een voltijdse prestatie. Voor de arbeiders die deeltijds tewerkgesteld zijn, wordt het bedrag van de premie vastgesteld naar verhouding van het aantal gepresteerde uren.

Art. 5.De premie waarvan sprake in de artikelen 2 tot 4 is niet automatisch verschuldigd in de ondernemingen waar gelijkaardige voordelen in de loop van het jaar waarin de jaarlijkse premie betaald wordt, effectief toegekend, deze bedragen reeds bereiken of overschrijden.

Art. 6.De premie vastgesteld in de artikelen 2 tot 4 wordt betaald in de tweede helft van de maand december.

Art. 7.Het bedrag van de premie vastgesteld in artikel 3 wordt verminderd in verhouding tot de afwezigheden die zich voorgedaan hebben in de loop van het jaar waarin de premie betaald wordt, met uitzondering van de afwezigheden die worden beschouwd als gelijkgesteld door de reglementering van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de handel in voedingswaren". HOOFDSTUK III. - Geldigheid

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 maart 2007.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^