Koninklijk Besluit van 05 maart 2017
gepubliceerd op 23 maart 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2017011318
pub.
23/03/2017
prom.
05/03/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017011318

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, voorziet in de uitvoering van de artikelen 244, § 4, 250, § 3, 259, § 2, 267/7, § 5, 269, § 2, 280, § 1, 3° en 588 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen (hierna : de wet van 25 april 2014). Het betreft bepalingen die betrekking hebben op de gevallen waarin geen rekening wordt gehouden met uitzonderlijke overheidssteun bij het beoordelen van de voorwaarden voor het initiëren van een afwikkelingsprocedure, en diverse detailbepalingen inzake de toepassing van bepaalde afwikkelingsinstrumenten.

Door uitvoering te geven aan deze artikelen worden tevens een beperkt aantal bepalingen van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad omgezet in het Belgisch recht (hierna : Richtlijn 2014/59/EU).

Er werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Artikel 1 Overeenkomstig het advies van de Raad van State en artikel 130, paragraaf 2, van Richtlijn 2014/59/EU, dient te worden verwezen naar de omzetting van deze richtlijn.

Artikel 2 Dit artikel bevat een definitie van enerzijds de wet van 25 april 2014 en anderzijds van de instellingen (kredietinstellingen en beurs-vennootschappen) die geviseerd worden in het besluit. Voor het overige gelden de definities die gehanteerd worden in de wet van 25 april 2014.

Artikel 3 Dit artikel geeft uitvoering aan de artikelen 244, § 4 en 250, § 3 van de wet van 25 april 2014 en verzekert de omzetting van artikel 32, lid 4, onder d) van Richtlijn 2014/59/EU. Het bepaalt onder welke voorwaarden de afwikkelingsautoriteit geen rekening houdt met overheidssteun bij het beoordelen van de voorwaarden voor het initiëren van een afwikkelingsprocedure en voor het uitoefenen van de bevoegdheid om kapitaalinstrumenten af te schrijven of om te zetten.

Artikel 4 Dit artikel geeft uitvoering aan de artikelen 259, § 2 en 267/7, § 5 van de wet van 25 april 2014 en verzekert de omzetting van de artikelen 38, lid 9 en 47, lid 5 van Richtlijn 2014/59/EU. Het regelt : - in geval van toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming, de rechtsgevolgen van de overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten en de uitoefening van de daaraan verbonden rechten tijdens de periode van beoordeling van de overnemer door de toezichthouder; - de rechtsgevolgen van de toepassing van het instrument van interne versterking (bail-in) en van de omzetting van kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 267/7, § 1 van de wet en de uitoefening van de rechten verbonden aan de toegewezen aandelen of andere eigendomsinstrumenten tijdens de periode van beoordeling van de overnemer door de toezichthouder; en - de gevolgen van een eventueel verzet van de toezichthouder tegen de overdracht.

Artikelen 5, 6 en 7 Deze artikelen geven uitvoering aan artikel 269, § 2 van de wet van 25 april 2014, en verzekeren aldus de omzetting van respectievelijk de artikelen 38, lid 6, 40, lid 7 en 42, lid 10 van Richtlijn 2014/59/EU. Deze artikelen bepalen de voorwaarden waaronder de afwikkelingsautoriteit aandelen, eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen die aan een ontvanger werden overgedragen met toepassing van het instrument van de verkoop van de onderneming, de overbruggingsinstelling of de afsplitsing van activa, opnieuw aan de instelling in afwikkeling of aan zijn oorspronkelijke eigenaars kan overdragen (zogenaamde retouroverdracht).

Artikel 8 Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 280, § 1, 3° van de wet van 25 april 2014 en verzekert aldus de omzetting van artikel 71, lid 2 van Richtlijn 2014/59/EU. Het bepaalt onder welke voorwaarden de afwikkelingsautoriteit de beëindigingsrechten van een partij bij een overeenkomst met een dochteronderneming van een instelling in afwikkeling kan opschorten.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

ADVIES 60.514/2 VAN 14 DECEMBER 2016 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT UITVOERING VAN DE WET VAN 25 APRIL 2014 OP HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP KREDIETINSTELLINGEN EN BEURSVENNOOTSCHAPPEN, WAT DE UITZONDERLIJKE OVERHEIDSSTEUN EN DE AFWIKKELINGSINSTRUMENTEN BETREFT" Op 23 november 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft".

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 14 december 2016.

De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Jacques Englebert, assessoren, en Hélène Lerouxel, toegevoegd griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda Vogel.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 14 december 2016.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Onderzoek van het ontwerp Aanhef In het eerste lid behoort vermeld te worden dat artikel 267/7 van de wet van 25 april 2014 "op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen" daarin ingevoegd is bij het koninklijk besluit van 18 december 2015, welk besluit zelf bekrachtigd is bij de wet van 27 juni 2016, dat artikel 280, § 1, 3°, van dezelfde wet van 25 april 2014 gewijzigd is bij de wet van 18 december 2015 en dat artikel 588 daarin ingevoegd is bij de wet van 25 oktober 2016.

Dispositief Artikel 1 (nieuw) Aangezien het ontwerp strekt tot de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 "betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggings-ondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad", behoort daarvan melding te worden gemaakt in een nieuw artikel 1, overeenkomstig artikel 130, lid 2, van die richtlijn.

Het opschrift van hoofdstuk 1 moet dienovereenkomstig worden aangepast.

Artikel 1 (dat artikel 2 wordt) In de bepaling onder 2° behoort gepreciseerd te worden dat artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 "op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen" de kredietinstellingen definieert.

Artikel 2 (dat artikel 3 wordt) De vermelding in paragraaf 1, 1°, dat het gaat om een "solvabele instelling", overlapt met hetgeen bepaald wordt in paragraaf 2, 1°.

Paragraaf 1, 1°, behoort bijgevolg herzien te worden.

De griffier, H. Lerouxel.

De voorzitter, P. Vandernoot.

5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, de artikelen 244, § 4, 250, § 3, 259, § 2, en 269, § 2;

Gelet op artikel 267/7, § 5 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 december 2015, en bevestigd bij de wet van 27 juni 2016;

Gelet op artikel 280, § 1, 3° van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015;

Gelet op artikel 588 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 oktober 2016;

Gelet op het advies het Afwikkelingscollege van de Nationale Bank van België, gegeven op 23 juni 2016;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 oktober 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 21 november 2016;

Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op advies 60.514/2 van de Raad van State, gegeven op 14 december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities

Artikel 1.Dit koninklijk besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;2° instelling : een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid van de wet of een beursvennootschap bedoeld in artikel 499, § 2 van de wet. HOOFDSTUK 2. - Uitzonderlijke overheidssteun

Art. 3.§ 1. Voor de toepassing van de artikelen 244, § 2, 4° en 250, § 2, 3° van de wet, wordt bij de beoordeling van de in die artikelen vermelde omstandigheden of voorwaarden geen rekening gehouden met overheidssteun die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° de uitzonderlijke overheidssteun bestaat uit steunmaatregelen verleend ten gunste van een instelling en is erop gericht een ernstige verstoring van de economie te verhelpen en de financiële stabiliteit te vrijwaren;2° de uitzonderlijke overheidssteun neemt één van de volgende vormen aan : i) een staatsgarantie ter dekking van liquiditeitsfaciliteiten die door centrale banken tegen de voor centrale banken geldende voorwaarden worden verschaft; ii) een staatsgarantie met betrekking tot nieuwe verplichtingen; of iii) een injectie met eigen vermogen of een aankoop van kapitaalinstrumenten tegen prijzen en onder voorwaarden die de instelling geen voordeel verschaffen, mits de omstandigheden of voorwaarden bedoeld in artikel 244, § 2, 1°, 2° en 3°, artikel 250, § 2 en artikel 457, § 1 van de wet zich niet voordoen op het ogenblik waarop de overheidssteun wordt verleend. § 2. De steunmaatregelen bedoeld in paragraaf 1, 2° : 1° dienen beperkt te blijven tot solvabele instellingen;2° dienen goedgekeurd te zijn op grond van de staatssteunregels van de Europese Unie;3° zijn voorzorgsmaatregelen van tijdelijke aard die evenredig zijn aan het doel om de gevolgen van de ernstige verstoring te verhelpen en niet mogen worden ingezet ter compensatie van verliezen die door de instelling zijn gemaakt of waarschijnlijk in de nabije toekomst worden gemaakt. § 3. Steunmaatregelen bedoeld in paragraaf 1, 2°, iii) dienen beperkt te blijven tot injecties die noodzakelijk zijn om kapitaaltekorten aan te zuiveren die zijn vastgesteld en bevestigd in stresstests, doorlichtingen van de kwaliteit van activa of soortgelijke oefeningen uitgevoerd door de Europese Centrale Bank, de Europese Bankautoriteit of de bevoegde nationale autoriteiten. HOOFDSTUK 3. - Afwikkelingsinstrumenten

Art. 4.§ 1. Dit artikel regelt : 1° de rechtsgevolgen van een overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten als bedoeld in artikel 259, § 1 van de wet en de uitoefening van de daaraan verbonden rechten tijdens de periode van beoordeling van de overnemer door de toezichthouder;2° de rechtsgevolgen van de toepassing van het instrument van interne versterking en van de omzetting van kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 267/7, § 1 van de wet en de uitoefening van de rechten verbonden aan de toegewezen aandelen of andere eigendomsinstrumenten tijdens de periode van beoordeling van de overnemer door de toezichthouder;en 3° de gevolgen van een eventueel verzet van de toezichthouder. § 2. De overdracht bedoeld in artikel 259, § 1 van de wet en de toepassing van het instrument van interne versterking als bedoeld in artikel 267/7, § 1 van de wet hebben onmiddellijk rechtsgevolg. § 3. Tijdens de beoordelingsperiode en tijdens elke in paragraaf 7 bepaalde afstotingsperiode wordt het stemrecht van de overnemer met betrekking tot de overgedragen aandelen of andere eigendomsinstrumenten geschorst en heeft alleen de afwikkelingsautoriteit stemrecht. De afwikkelingsautoriteit is niet verplicht het stemrecht uit te oefenen en is niet aansprakelijk voor het al dan niet uitoefenen daarvan. § 4. Tijdens de beoordelingsperiode en tijdens elke in paragraaf 7 bepaalde afstotingsperiode zijn de sancties en andere maatregelen die in de artikelen 345, 346, 347 en 348, § 1, 3° van de wet zijn beoogd voor overtredingen op de voorschriften aangaande verwerving of vervreemding van gekwalificeerde deelnemingen niet van toepassing op die overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten. § 5. Onmiddellijk na de voltooiing van haar beoordeling stelt de toezichthouder de afwikkelingsautoriteit en de overnemer schriftelijk ervan in kennis dat zij die overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten aan de overnemer goedkeurt dan wel, overeenkomstig artikel 48 van de wet, daartegen is gekant. § 6. Indien de toezichthouder de overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten aan de overnemer goedkeurt, wordt het stemrecht met betrekking tot die aandelen of andere eigendomsinstrumenten geacht ten volle bij de overnemer te liggen zodra de afwikkelingsautoriteit en de overnemer de kennisgeving van de goedkeuring door de toezichthouder hebben ontvangen. § 7. Indien de toezichthouder gekant is tegen de overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten aan de overnemer, geldt het volgende : i) het stemrecht met betrekking tot de aandelen of andere eigendomsinstrumenten als bedoeld in paragraaf 3 blijft volledig van kracht; ii) de afwikkelingsautoriteit kan van de overnemer verlangen dat hij afstand doet van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten binnen een afstotingsperiode die door de afwikkelingsautoriteit is vastgesteld, rekening houdend met de heersende marktomstandigheden; en iii) indien de overnemer de afstoting niet voltooit binnen de door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde afstotingsperiode, kan de toezichthouder, met toestemming van de afwikkelingsautoriteit, de overnemer de sancties en andere maatregelen opleggen die in de artikelen 345, 346 en 347 van de wet zijn beoogd voor overtredingen op de voorschriften inzake verwerving of afstoting van gekwalificeerde deelnemingen.

Art. 5.Na toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming op grond van artikel 256, § 1 van de wet kan de afwikkelingsautoriteit, met de toestemming van de overnemer, de overdrachtsbevoegdheden ten aanzien van activa, rechten of verbintenissen die aan de overnemer zijn overgedragen, uitoefenen om de activa, rechten of verbintenissen terug aan de instelling in afwikkeling over te dragen of om de aandelen of andere eigendomsinstrumenten terug aan de oorspronkelijke eigenaars over te dragen, waarbij de instelling in afwikkeling of de oorspronkelijke eigenaars verplicht zijn deze activa, rechten of verbintenissen of deze aandelen of andere eigendomsinstrumenten terug te nemen.

Art. 6.De afwikkelingsautoriteit kan naar de instelling of naar de oorspronkelijke eigenaars een retouroverdracht verrichten van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen die aan een overbruggingsinstelling werden overgedragen op grond van artikel 260, § 1 van de wet, indien : 1° de mogelijkheid van dergelijke retouroverdracht uitdrukkelijk is vermeld in het instrument waarmee de oorspronkelijke overdracht is verricht;of 2° de specifieke aandelen of andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen feitelijk niet in de categorieën vallen van, of niet voldoen aan de voorwaarden voor de overdracht van aandelen of andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen die zijn gespecificeerd in het instrument waarbij de oorspronkelijke overdracht is verricht. Deze retouroverdracht kan worden uitgevoerd binnen de termijn en volgens de voorwaarden die zijn vermeld in het instrument waarmee de oorspronkelijke overdracht is verricht.

Art. 7.De afwikkelingsautoriteit kan activa, rechten of verbintenissen die aan een vehikel voor activabeheer werden overgedragen op grond van artikel 265, § 1 van de wet, opnieuw aan de instelling in afwikkeling doen overdragen, indien : 1° de mogelijkheid van dergelijke retouroverdracht uitdrukkelijk is vermeld in het instrument waarmee de oorspronkelijke overdracht is verricht;of 2° de specifieke activa, rechten of verbintenissen feitelijk niet in de categorieën vallen van, of niet voldoen aan de voorwaarden voor de overdracht van activa, rechten of verbintenissen die zijn gespecificeerd in het instrument waarbij de oorspronkelijke overdracht is verricht. Deze retouroverdracht kan worden uitgevoerd binnen de termijn en volgens de voorwaarden die zijn vermeld in het instrument waarmee de oorspronkelijke overdracht is verricht.

Art. 8.Voor de toepassing van artikel 280, § 1, 3° van de wet kan de afwikkelingsautoriteit de beëindigingsrechten van een partij bij een overeenkomst met een dochteronderneming van een instelling in afwikkeling opschorten, mits aan de volgende voorwaarden voldaan is : 1° de verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst worden door de instelling gegarandeerd of anderszins ondersteund;2° de beëindigingsrechten uit hoofde van die overeenkomst zijn uitsluitend gebaseerd op de insolvabiliteit of de financiële positie van de instelling;en 3° voor zover met betrekking tot de instelling een overdrachtsbevoegdheid uitgeoefend is of kan worden waardoor hetzij : i) alle activa en passiva van de dochteronderneming in verband met die overeenkomst aan de ontvanger overgedragen zijn of aan de ontvanger overgedragen kunnen worden, en door de ontvanger overgenomen zijn of door hem overgenomen kunnen worden;hetzij ii) de afwikkelingsautoriteit op een andere wijze passende bescherming biedt voor dergelijke verplichtingen.

De opschorting treedt in werking vanaf de bekendmaking vereist door artikel 295, 1° van de wet, tot middernacht op de werkdag volgend op die bekendmaking. HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling

Art. 9.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT


begin


Publicatie : 2017-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^