Koninklijk Besluit van 05 september 2018
gepubliceerd op 21 september 2018
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die ressorteren on

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018013328
pub.
21/09/2018
prom.
05/09/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2018013328

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


5 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, met uitzondering van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, met uitzondering van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 september 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2017 Loon- en arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, met uitzondering van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen (Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2017 onder het nummer 142836/CO/113) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, met uitzondering van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen.

Met "werknemers" worden de arbeiders en de arbeidsters bedoeld. § 2. Men bedoelt onder "sector faience" : de ondernemingen van faience, porselein artikelen, sanitaire artikelen, schuurproducten en keramisch aardewerk.

Men bedoelt onder "sector keramiek" : de ondernemingen voor keramiekbekleding en vloertegels.

Men bedoelt onder "sector vuurvaste producten" : de ondernemingen voor vuurvaste producten. HOOFDSTUK II. - Indeling van de taken

Art. 2.De taken van de in de artikel 1 bedoelde werknemers worden gerangschikt in vijf categorieën voor het personeel tewerkgesteld in de fabricage en in de verschillende diensten en in drie categorieën voor het geschoold onderhoudspersoneel.

Deze categorieën worden door de volgende algemene criteria bepaald : A. Fabricage en verschillende diensten Categorie 1 : Leertijd van minder dan drie maanden - licht lichamelijk werk.

Categorie 2 : a) leertijd van drie tot zes maanden - licht lichamelijk werk of b) leertijd van minder dan drie maanden - normaal lichamelijk werk. Categorie 3 : a) opleiding van minder dan drie maanden - zwaar lichamelijk werk of b) opleiding van drie tot zes maanden - normaal lichamelijk werk of c) opleiding van meer dan zes maanden - licht lichamelijk werk. Categorie 4 : a) opleiding van meer dan zes maanden - normaal lichamelijk werk of b) opleiding van drie tot zes maanden - zwaar lichamelijk werk. Categorie 5 : a) opleiding van meer dan zes maanden - zwaar lichamelijk werk of b) beroepsarbeid waarvoor de vereiste leertijd moet zijn volbracht. B. Onderhoud Categorie 1 : Halfgeschoolde onderhoudsarbeider Arbeider met een praktische ervaring en met voldoende kennis om eenvoudige of gespecialiseerde taken uit te voeren.

Categorie 2 : Geschoolde onderhoudsarbeider Arbeider met een algemene en technische vorming die overeenstemt met het volledige leerplan van de dagvakscholen met volledig leerplan en aangevuld door een beroepsopleiding in de onderneming. Hij is houder van een einddiploma van technische beroepsopleiding A4, A3, B2 of heeft een beroepsbekwaamheid verworven die met deze opleiding overeenkomt.

Categorie 3 : Bijzonder geschoolde onderhoudsarbeider Arbeider die bekwaam is om zeer moeilijke taken, zeer gevarieerd en eventueel heel nieuwe opdrachten volgens plannen, schetsen of onderrichtingen alleen uit te voeren. De perfecte uitvoering van deze taken vereist een grondige beroepskennis die ten minste overeenstemt met de technische beroepsopleiding van het niveau A3 of B2, aangevuld met een beroepservaring van verschillende jaren. HOOFDSTUK III. - Minimumlonen

Art. 3.Op 1 januari 2017 worden de minimum uurlonen en de sectorale loonschalen van de werknemers in een stelsel van achtendertig uur per week als volgt vastgesteld, tegen spilindexcijfer 101,51 van de stabilisatieschijf 99,53 tot 103,54 : Voor de werknemers van de sector vuurvaste producten (1) Voor de werknemers van de sectoren faience en keramiek (2) A. Fabricage en verschillende diensten :

(1) (2)

Categorie/Catégorie 1 :

10,3477 EUR

Categorie/Catégorie 2 :

10,4500 EUR

Categorie/Catégorie 3 :

10,6205 EUR

Categorie/Catégorie 4 :

11,3683 EUR

Categorie/Catégorie 5 :

11,6705 EUR


B.Onderhoud :

Vanaf 1 januari 2017/A partir du 1er janvier 2017 :

(1)

(2)

Categorie/Catégorie 1 :

11,2929 EUR

11,7521 EUR

Categorie/Catégorie 2 :

11,8046 EUR

12,4020 EUR

Categorie/Catégorie 3 :

12,2166 EUR

13,0523 EUR


Vanaf 1 juli 2017/A partir du 1er juillet 2017 :

(1)

(2)

Categorie/Catégorie 1 :

11,5225 EUR

11,7521 EUR

Categorie/Catégorie 2 :

12,1033 EUR

12,4020 EUR

Categorie/Catégorie 3 :

12,6345 EUR

13,0523 EUR


Vanaf 1 juli 2018/A partir du 1er juillet 2018 :

(1)


Categorie/Catégorie 1 :

11,7521 EUR


Categorie/Catégorie 2 :

12,4020 EUR


Categorie/Catégorie 3 :

13,0523 EUR


Bij de aanwerving van een werknemer van de sector vuurvaste producten zal het minimumloon dat van categorie 1 zijn : "Fabricage en verschillende diensten", min 0,0992 EUR en het zal slechts van toepassing zijn voor een periode van maximaal 3 maanden.

Art. 4.a) Voor de werknemers van de sector faience en die per stuk betaald worden, vormen de lonen, bedoeld in artikel 3, de minima van de gemiddelde uurlonen berekend over een periode van één maand.

Nochtans moeten de werknemers die verschillende taken uitoefenen in de loop van dezelfde maand, voor elk van de taken, minstens worden beloond tegen het minimumloon van elke overeenstemmende categorie, zonder enige vorm van compensatie. b) Voor de werknemers van de ondernemingen die behoren tot de sector vuurvaste producten wordt de tarifering van het loon per stuk zo opgesteld om, voor een normale activiteit, een minimale toeslag te ontvangen van 10 pct.van de minimum uurlonen van de categorie. c) Op 1 juli 2017 wordt een verhoging van de loonschaal en het reële loon met 0,16 EUR per uur toegekend.Bij ontstentenis van een ondernemingsakkoord gesloten en neergelegd ten laatste op 31 december 2017 ter griffie van het paritaire comité, worden de minimum als de werkelijke uurlonen verhoogd met 0,16 EUR bruto vanaf 1 juli 2017. HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 5.De bij de artikelen 3 en 4 vastgestelde minimum uurlonen en hetzelfde geldt voor het uurloon dat het minimum uurloon effectief overschrijdt, worden gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen, maandelijks, voor het Rijk, door de Federale Overheidsdienst Economie vastgesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 6.De in de artikelen 3 en 4 bedoelde lonen stemmen op 1 januari 2017 overeen met het referte-indexcijfer 101,51, spil van de stabilisatieschijf 99,53 tot 103,54.

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde lonen worden gestabiliseerd per schijf van het referte-indexcijfer, zodanig dat de hoogste of laagste grens van elke stabilisatieschijf gelijk is aan het spilindexcijfer vermenigvuldigd met of gedeeld door de constante coëfficiënt 1,02.

Indien de derde decimaal van deze bewerking gelijk is aan of lager dan vijf, wordt de tweede decimaal van de grens tot een hogere eenheid afgerond.

Indien zij minder dan vijf bedraagt, wordt zij weggelaten.

Art. 8.Indien het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de laatste vier maanden de grens van een stabilisatieschijf overschrijdt, wordt deze grens de spil van een nieuwe stabilisatieschijf, waarvan de grenzen worden berekend zoals aangegeven in artikel 7.

Art. 9.Het overschrijden van de grens van een stabilisatieschijf heeft de aanpassing tot gevolg van de laatste minimum uurlonen.

Art. 10.Deze aanpassing gebeurt bij stijging door ze te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,02; bij daling door ze te delen door de coëfficiënt 1,02.

Art. 11.De loonaanpassingen worden van kracht de eerste dag van de maand die volgt op deze waarvan het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de laatste vier maanden de grens van de stabilisatieschijf overschrijdt.

Art. 12.Bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 5 tot en met 11 wordt de volgende tabel opgemaakt vanaf 1 juli 2016 :

Stabilisatieschijven Tranches de stabilisation

Laagste grens Limite inférieure

Spil Pivot

Hoogste grens Limite supérieure

99,53

101,51

103,54

101,51

103,54

105,62

103,54

105,62

107,73

105,62

107,73

109,88

enz./etc.

enz./etc.

enz./etc.


Art. 13.De lonen van de werklieden, die geheel of gedeeltelijk per stuk, met premies of per productie worden betaald, worden aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

Hetzelfde geldt voor de uurlonen die de minimum uurlonen werkelijk overschrijden. HOOFDSTUK V. - Premies voor arbeid in opeenvolgende ploegen

Art. 14.a. Vanaf 1 maart 2008 zijn de ploegenpremies aangepast als volgt : 5 pct. van het loon voor de ochtendploeg, 6 pct. van het loon voor de namiddagploeg en 16 pct. van het loon voor de nachtploeg.

Deze bepaling mag geen afbreuk doen aan gunstigere akkoorden die in sommige ondernemingen zijn gesloten. b. Op 1 juli 2017 zullen de ploegenpremies uitgedrukt in vaste bedragen verhoogd worden met 1,1 pct..

Deze bepaling mag geen afbreuk doen aan gunstigere akkoorden die in sommige ondernemingen zijn gesloten.

De uitdrukking "opeenvolgende" houdt niet in dat het gaat om ploegen met beurtwisseling. HOOFDSTUK VI. - Eindejaarspremie - faience en tegels

Art. 15.a) Voor de werknemers van de onderneming die behoren tot de sector faience : - er wordt aan de werknemers een eindejaarspremie toegekend; - vanaf de jaren 2015 en 2016 wordt het bedrag van deze eindejaarspremie als volgt berekend, op basis van hun individueel uurloon van oktober die de betaling voorafgaat en in functie van hun an-ciënniteit : Voor een anciënniteit van minder dan één jaar bedraagt de eindejaarspremie 85 x het uurloon vermenigvuldigd met het aantal maanden prestatieactiviteit en gedeeld door het aantal prestatiemaanden (12 maanden). Elke maand die werd begonnen wordt beschouwd als een volledige maand. - één jaar : 85 maal hun uurloon; - twee jaar : 95 maal hun uurloon; - drie jaar : 105 maal hun uurloon; - vier jaar : 115 maal hun uurloon; - vijf jaar en meer : 130 maal hun uurloon.

Het referentiejaar vangt aan op 1 december en eindigt op 30 november van het jaar daarop, behalve bestaande regelingen.

De toekenningsvoorwaarden, de referteperiode en de betalingsdatum worden bepaald op ondernemingsniveau, in overleg met de vertegenwoordigers van de werknemers. Bij ontstentenis van een akkoord, zal de betaling ten laatste op 15 december gebeuren.

Er kan voorzien worden in boetes voor ongewettigde afwezigheden, voor zover de vermindering die eruit voortvloeit de helft van de eindejaarspremie van de betrokken werknemer niet overschrijdt.

De bepalingen van dit artikel mogen geen afbreuk doen aan de reeds op ondernemingsniveau gesloten gunstigere overeenkomsten. b) Voor de werknemers van de ondernemingen die behoren tot de sector keramiek : - vanaf de jaren 2015 en 2016 wordt een jaarlijkse eindejaarspremie van 795,91 EUR toegekend aan de meerderjarige werknemers die een werkelijke aanwezigheid in de onderneming van tenminste twaalf maanden rechtvaardigen; - deze bedragen worden verhoogd met 19,93 EUR per jaar anciënniteit in de onderneming, vanaf het tweede jaar anciënniteit, met een maximum van twaalf jaar anciënniteit; - het referentiejaar vangt aan op 1 december en eindigt op 30 november van het jaar daarop, behalve bestaande regelingen; - de toepassingsmodaliteiten, met inbegrip van de toekenning pro rata temporis, worden vastgesteld door de onderneming, in overleg met de werkgever en de vertegenwoordigers van de werknemers. Bij ontstentenis van een akkoord, zal de betaling ten laatste op 15 december gebeuren; - de bepalingen van dit artikel mogen geen afbreuk doen aan de reeds op ondernemingsniveau gesloten gunstigere overeenkomsten.

Voor de werknemers van de ondernemingen van de sector faience en de sector keramiek wordt het bedrag van deze eindejaarspremie voortaan gekoppeld aan de index volgens dezelfde regeling als de loonindexering (artikel 5 en volgende van deze collectieve arbeidsovereenkomst). HOOFDSTUK VII. - Eindejaarspremie - vuurvaste producten

Art. 16.Een eindejaarspremie wordt aan de werknemers toegekend.

Voor het jaar 2017 werd het bedrag van deze eindejaarspremie vastgelegd op 450 EUR voor de werknemers die ingeschreven zijn in het personeelsregister van de onderneming. Voor het jaar 2018 werd het bedrag van deze premie vastgelegd op 500 EUR. Deze bedragen worden verhoogd met 19,93 EUR per jaar anciënniteit in de onderneming, met een maximum van twaalf jaar anciënniteit.

De betalingen gebeuren voor ieder refertejaar tijdens de eerste week van de maand december.

Het referentiejaar vangt aan op 1 december en eindigt op 30 november van het jaar daarop, behalve bestaande regelingen.

De bepalingen van dit artikel mogen geen afbreuk doen aan de reeds op ondernemingsniveau gesloten gunstigere overeenkomsten.

Art. 17.De werkgever is de eindejaarspremie verschuldigd aan de werknemers die aan de volgende voorwaarden voldoen : a) op de datum van de betaling, werkelijke arbeid verrichten in de onderneming of, op die datum, in een periode van werkonderbreking zijn die met werkelijke arbeid wordt gelijkgesteld;b) de eindejaarspremie wordt pro rata temporis uitgekeerd aan de werknemers die, op het ogenblik van de betaling, hun dienstplicht vervullen, alsmede aan de werknemers die, vóór de datum van de uitbetaling, om technologische of economische redenen zijn ontslagen.

Art. 18.Onder "periode van werkonderbreking gelijkgesteld met werkelijke arbeid" wordt verstaan : a) de dagen van afwezigheid wegens arbeidsongeval of wegens ongeval op de weg naar en van het werk;b) de dagen van gerechtvaardigde afwezigheid bepaald door de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten;c) de dagen afwezigheid wegens ziekte, met inbegrip van beroepsziekte, tot 125 werkdagen per jaar;d) de dagen afwezigheid wegens de jaarlijkse vakantie, feestdagen en gedeeltelijke werkloosheid.

Art. 19.Voor de werknemers van de ondernemingen voor vuurvaste producten wordt het bedrag van die premie voortaan gekoppeld aan de index volgens dezelfde regeling als de loonindexering (artikel 5 en volgende van deze collectieve arbeidsovereenkomst).

Ben paritaire werkgroep zal opgericht worden om de harmonisatie van de eindejaarspremie te bestuderen (faience, keramiek, vuurvaste producten), betreffende de modaliteiten en de toekenningsvoorwaarden. HOOFDSTUK VIII. - Vakbondspremie

Art. 20.a. De werkgever stort op rekeningnummer 210-0651399-96 van het "Sociaal Fonds der werklieden van het ceramiekbedrijf" een som van 135 EUR per jaar per tewerkgestelde werknemer en dit vanaf het refertejaar 2011. Dit bedrag wordt verhoogd naar 145 EUR van zodra de aanpassing van het RSZ-plafond door de autoriteiten aanvaard werd.

Het aantal tewerkgestelde werknemers is datgene dat vermeld wordt in de aangiftes bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor het refertejaar.

Dit aantal wordt verkregen door het totaal aantal aangegeven werkdagen en gelijkgestelde dagen te delen door 300 voor de werknemers die zijn tewerkgesteld in het stelsel van 6 dagen per week of door 250 voor de werknemers die zijn tewerkgesteld in het stelsel van 5 dagen per week.

Het quotiënt van deze deling wordt afgerond naar de hogere eenheid wanneer het eerste decimaal gelijk is aan of meer bedraagt dan vijf.

De werkgever wordt vrijgesteld van deze storting indien er, in geval van geschil tussen de werkgever en de werknemers, een arbeidsonderbreking is geweest zonder dat de werknemers en hun representatieve organisaties alle verzoeningsprocedures en andere bepalingen die zijn vastgesteld bij artikel 23 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2011, gesloten in het Nationaal Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, tot vaststelling van het statuut van de vakbondsafvaardigingen van het werkliedenpersoneel van de ondernemingen van de ceramieknijverheid, hebben nageleefd.

Voor de berekening van de vakbondspremie wordt de OCV (ontslagcompensatievergoeding) periode gelijkgesteld tot het SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) van de werknemer. b. Vanaf 2017 wordt een vakbondspremie van 80 EUR toegekend voor de werknemers in SWT, zonder afbreuk te doen aan eventuele gunstigere overeenkomsten of plaatselijke gebruiken. De werknemers in SWT ontvangen voor de laatste keer de vakbondspremie zoals voorzien in artikel 20, a. voor het dienstjaar tijdens hetwelk zij in SWT gaan. Zij ontvangen voor de laatste maal de vakbondspremie zoals voorzien in artikel 20, b. in het dienstjaar tijdens hetwelk zij op pensioen gaan.

Art. 21.a) De betaling van de vakbondspremie gebeurt uiterlijk op 28 februari van het jaar dat volgt op het refertejaar. b) Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen die het probleem van de vakbondspremie reeds hebben opgelost volgens andere modaliteiten, die voordeliger zijn voor de begunstigden. HOOFDSTUK IX. - Arbeidsduur

Art. 22.De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 38 uren. HOOFDSTUK X. - Tewerkstelling

Art. 23.De partijen verbinden zich ertoe om alles in het werk te stellen om ontslagen tegen te gaan, en dit door gebruik te maken van alle nieuwe bepalingen van de federale en regionale overheden. HOOFDSTUK XI. - Terugbetaling van de vervoerskosten

Art. 24.De werknemers die gebruik maken van een gemeenschappelijke vervoerdienst tussen hun verblijfplaats en hun werkplaats hebben, ten laste van de werkgever, recht op een terugbetaling van de gemaakte kosten, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19octies, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 20 februari 2009.

De tegemoetkoming van de werkgever in de abonnementskosten voor alle openbaar vervoer wordt op 80 pct. gebracht vanaf 1 augustus 2013 (desgevallend via derdebetalersregeling).

De werknemers die gebruik maken van privévervoer anders dan de fiets, hebben eveneens recht op een terugbetaling ten laste van de werkgever, ten bedrage van 60 pct. van de prijs van een treinkaart, zoals jaarlijks gepubliceerd door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Voor de berekening van deze afstand wordt het aantal kilometers in aanmerking genomen dat door een gemeenschappelijke vervoerdienst over die afstand (enkele rit) wordt afgelegd, en zo er geen is, het aantal kilometers langs de weg (enkele rit) berekend van de werkplaats tot het stad- of gemeentehuis van de woonplaats.

Vanaf 1 augustus 2013 is er terugbetaling door de werkgever van 0,22 EUR/km voor het fietsvervoer van de woonplaats tot de werkplaats (heen en terug).

Vanaf 1 juli 2017 zal deze terugbetaling stijgen naar 0,23 EUR. De terugbetaling gebeurt maandelijks. HOOFDSTUK XII. - Uitzendarbeid

Art. 25.De uitzendkracht zal globaal dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden genieten als het ingeschreven personeel.

Uitzendarbeid zal worden verricht in overleg met de vakbondsafvaardigingen met inachtneming van de wetten en overeenkomsten.

De werkgever zal systematisch informatie doorgeven aan de overlegorganen (ondernemingsraad of comité voor preventie en bescherming op het werk of syndicale delegatie) voor wat het inschakelen van interimarbeid betreft (motief, duur, aantal).

Elke uitzendkracht heeft het recht zich te laten bijstaan door de vakbondsafvaardigingen van de onderneming.

Indien de duur van de arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid één jaar bereikt of overschrijdt, zal de directie van de onderneming de vakbondsafvaardiging ontmoeten om dit te bespreken.

De sociale partners, op sectoraal niveau, bevelen de ondernemingen aan om het gebruik van contracten van onbepaalde duur te promoten, ten nadele van de arbeidscontracten van bepaalde duur (arbeidsovereenkomsten bepaalde duur, interim,...). HOOFDSTUK XIII. - Beperking van de overuren

Art. 26.Verbintenis om alles in het werk te stellen om zo veel mogelijk de niet-gerecupereerde overuren verricht op eenzelfde arbeidsplaats te beperken, in overleg met de vakbondsafvaardiging.

Desalniettemin kan de grens van 65 uren voor het toekennen van vervangingsrust opgetrokken worden tot 130 uren door een specifieke procedure die overeenstemt met de inhoud van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, in artikel 16 hiervan en onverminderd de artikelen 25 en 26, § 1, 3° van de arbeidswet van 16 maart 1971.

De toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd op ondernemingsniveau bij interne collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK XIV. - Opeenvolgende overeenkomsten

Art. 27.De werknemer heeft zijn anciënniteit vanaf zijn indiensttreding en bij het sluiten van een tweede overeenkomst zal er geen proefperiode meer zijn. HOOFDSTUK XV. - Voorkoming van stress door het werk

Art. 28.Vanaf 1 januari 2001 passen de werkgevers de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 72, gesloten op 30 maart 1999 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het beleid ter voorkoming van stress door het werk, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 9 juli 1999, toe. HOOFDSTUK XVI. - Algemene bepalingen

Art. 29.Voor de werknemers van de ondernemingen die behoren tot het toepassingsgebied van hoofdstuk I van deze collectieve arbeidsovereenkomst mogen de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst geen afbreuk doen aan de voordeligere bepalingen van de ondernemingsovereenkomsten. HOOFDSTUK XVII. - Sociale vrede

Art. 30.Om geldig en wettelijk nageleefd te worden, moet de sociale vrede de inhoud van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités volgen, daarbij rekening houdend met de in het kader van het sociaal overleg vastgelegde paritaire procedure. HOOFDSTUK XVIII. - Maaltijdcheques

Art. 31.De werknemers hebben recht op maaltijdcheques met een werkgeversaandeel van minimaal 1,50 EUR. In de bedrijven die geen maaltijdcheques toekennen alsook die waar de werkgeverstussenkomst op 1 januari 2016 reeds het maximum van 6,91 EUR/dag per maaltijdcheque bedraagt, wordt een equivalent voordeel ten bedrage van 1,50 EUR/dag via een ondernemingsakkoord toegekend.

Op 1 januari 2016 wordt het werkgeversaandeel op de maaltijdcheques verhoogd met 0,50 EUR. De werkgevers die geen maaltijdcheques toekennen zullen een gelijkwaardig voordeel toekennen via ondernemingsakkoord te sluiten op 31 december 2015 uiterlijk.

De af te sluiten bedrijfsakkoorden moeten door de werkgever worden voorgelegd aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf. HOOFDSTUK XIX. - Harmonisering statuten arbeiders - bedienden

Art. 32.Een paritair werkgroep zal opgericht worden om op sectorniveau de verschillen tussen de statuten arbeiders en bedienden te inventariseren met het oog op een geleidelijke harmonisering. HOOFDSTUK XX. - Anciënniteitsverlof

Art. 33.Ieder jaar moet de werkgever na 15 jaren dienst een dag anciënniteitsverlof toekennen of een gelijkaardig voordeel toekennen (betaling van een loon berekend zoals een feestdag).

De af te sluiten bedrijfsakkoorden moeten door de werkgever worden voorgelegd aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf. HOOFDSTUK XXI. - Bestaanszekerheidsuitkering

Art. 34.Vanaf 1 januari 2011 wordt er minimum 2 EUR per werkloosheidsdag (5-dagenstelsel) toegekend voor alle soorten deeltijdse werkloosheid.

Op 1 januari 2016 wordt dit dagbedrag 2,25 EUR minimum.

Op 1 juli 2017 wordt dit dagbedrag 2,75 EUR minimum. HOOFDSTUK XXII. - Werkbaar werk

Art. 35.Betreffende het werkbaar werk liggen de werkgevers in de lijn van het kader dat op interprofessioneel niveau vastgelegd is door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van de Nationale Arbeidsraad over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming. HOOFDSTUK XXIII. - Welzijn

Art. 36.De vraag naar het re-integratieprogramma na een periode van afwezigheid zal bekeken worden tijdens de volgende onderhandelingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten (2019-2020) en dit op basis van de evaluatie van de jaren 2017 en 2018. HOOFDSTUK XXIII. - Geldigheid

Art. 37.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2017 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2018.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 septembre 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2018-09-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^