Koninklijk Besluit van 06 juli 2018
gepubliceerd op 30 juli 2018

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 2015 betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2018040338
pub.
30/07/2018
prom.
06/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018040338

FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


6 JULI 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011404 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht sluiten betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van economisch recht, boek VII, artikel VII.3, § 4, 2° ;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011404 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht sluiten betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht;

Gelet op de adviezen van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, gegeven op 15 juni 2017 en 29 juni 2017;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 juli 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 20 juli 2017;

Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 4 oktober 2017;

Gelet op het advies 62.251/1 van de Raad van State, gegeven op 6 november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende Overweging (17) van Richtlijn 2014/17/EU die stelt: "Het is toepasselijk de lidstaten toe te staan bepaalde kredietovereenkomsten, zoals die welke tegen gunstige voorwaarden aan een beperkt publiek worden toegekend of die welke door kredietcoöperaties worden verstrekt, uit te sluiten, mits afdoende alternatieve maatregelen zijn ingesteld om ervoor te zorgen dat de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de financiële stabiliteit en de interne markt kunnen worden verwezenlijkt zonder financiële insluiting en toegang tot krediet in de weg te staan.";

Overwegende dat de activiteit van de sociale kredietverlening reeds het voorwerp uitmaakt van een specifieke regionale regelgeving en de sociale huisvestingsmaatschappijen nu reeds het voorwerp uitmaken van een specifieke erkenning door de bevoegde Gemeenschappen;

Overwegende dat de doelstellingen van een sociale huisvestingsmaatschappij fundamenteel verschillen met deze van een commerciële kredietgever of -bemiddelaar, waarbij de hoofddoelstelling van de huisvestingsmaatschappij er vooral in bestaat om huisvesting toegankelijk te maken voor mensen met een bescheiden inkomen en niet het maken van winst;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 40, § 1, negende lid, in fine van de Vlaamse wooncode de Vlaamse regering zelf bekwaamheidsvereisten kan opleggen aan de leden van de raad van bestuur;

Overwegende dat artikel 148, § 1 van de Waalse Huisvestingscode en het Duurzame Wonen van 29 oktober 1998 reeds bekwaamheids- en ervaringsvereisten bepaalt waaraan bestuurders van een openbare huisvestingsmaatschappij moeten voldoen;

Overwegende dat een diplomavereiste voor heel wat bemiddelaars in sociale hypothecaire kredieten ertoe zou leiden dat een aantal niet-uitvoerende bestuurders met jarenlange ervaring niet langer deel kan uitmaken van het wettelijk bestuursorgaan en het nochtans waardevol kan zijn dat deze bestuurders hun expertise kunnen blijven delen in deze raden van bestuur. Het is bovendien belangrijk dat de raad van bestuur van een sociale huisvestingsmaatschappij multidisciplinair is samengesteld en dat de bestuurders ook - voldoende lokale binding hebben met het werkgebied en de doelgroep tot wie de sociale huisvestingsmaatschappij zich richt;

Overwegende dat het daarentegen gepast is dat voor de niet-uitvoerende bestuurders van deze bemiddelaars, artikel VII.181, § 2, 1° van het Wetboek van economisch recht wel van toepassing blijft in de mate dat dit vereist dat zij over een voldoende geschiktheid en professionele betrouwbaarheid beschikken voor de uitoefening van hun taken;

Overwegende dat het bovendien gepast is dat artikel VII.181 § 2, 1° van het Wetboek van economisch recht wel van toepassing blijft op de effectieve leiders en de uitvoerende bestuurders van deze bemiddelaars, gelet op de verantwoordelijkheden die deze functies met zich meebrengen;

Op de voordracht van de Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011404 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de uitvoering, wat de sociale kredietgevers en de werkgevers betreft, van artikel VII.3, § 4, van het Wetboek van economisch recht sluiten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 maart 2017, wordt aangevuld met een derde lid dat luidt als volgt: "Artikel VII.181, § 2, 1° van het Wetboek van economisch recht, in de mate dat dit, wat de niet-uitvoerende bestuurders betreft, bepaalt dat wanneer een rechtspersoon zijn inschrijving vraagt als bemiddelaar in hypothecair krediet, de leden van het wettelijk bestuursorgaan van deze rechtspersoon moeten beschikken over de door de Koning vereiste beroepskennis, is niet van toepassing wanneer hij uitsluitend optreedt als bemiddelaar in kredietovereenkomsten bedoeld in artikel VII.3, § 4, 2°, van hetzelfde Wetboek.".

Art. 2.De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 6 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie en Consumenten, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2018-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^