Koninklijk Besluit van 07 februari 2014
gepubliceerd op 20 februari 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 37, 71bis, 116 en 130 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, tot invoeging van een artikel 48bis en tot opheffing van artikel 74bis in hetzelfde beslui

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014200765
pub.
20/02/2014
prom.
07/02/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

7 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 37, 71bis, 116 en 130 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, tot invoeging van een artikel 48bis en tot opheffing van artikel 74bis in hetzelfde besluit en tot wijziging van artikel 13 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007201609 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 09/05/2007 numac 2007000350 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van sommige kiesverrichtingen voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers op 10 juni 2007 type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007022855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 b sluiten tot regeling van het stelsel met bedrijfstoeslag


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type besluitwet prom. 28/12/1944 pub. 01/12/2009 numac 2009000782 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Besluit-wet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 7, § 1, derde lid, i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961;

Gelet op de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende sociale bepalingen, artikel 132;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007201609 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 09/05/2007 numac 2007000350 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van sommige kiesverrichtingen voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers op 10 juni 2007 type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007022855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 b sluiten tot regeling van het stelsel met bedrijfstoeslag, Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 3 oktober 2013;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 oktober 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 20 december 2013;

Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is;

Gelet op advies 54.954/1 van de Raad van State, gegeven op 21 januari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 27, 10° van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 21/12/2000 numac 2000012893 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juli 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de buitengewone bijdrage voor het eerste en tweede kwartaa type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 09/05/2001 numac 2000012902 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters, tewe type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 21/12/2000 numac 2000012904 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 november 1998, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de voorkoming van specifieke gezondheidsrisico's type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 29/12/2000 numac 2000012894 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de bezoldigingsvoorwaarden type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 08/03/2001 numac 2000012879 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1993, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de beroepenclassificatie type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000012900 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de koppeling van de lonen aan het in type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 30/03/2001 numac 2000012898 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999 gesloten in het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in potaarde, betreffende de opleiding en beroepsintegratie van de jongeren en ris sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : "10° artistieke activiteit : de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie;".

Art. 2.In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 april 1999, 10 juni 2001, 1 maart 2007 en 23 juli 2012, wordt tussen het tweede en het derde lid, het volgende lid ingevoegd : Voor de werknemer die artistieke activiteiten heeft verricht tijdens de referteperiode die voor hem van toepassing is en wanneer deze activiteiten vergoed zijn met een taakloon, wordt : 1° het taakloon dat werd toegekend voor een artistieke activiteit, geacht op gelijke wijze elke kalenderdag van de periode van de arbeidsrelatie overeenkomstig de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, te dekken;2° een berekening op kwartaalbasis gemaakt in functie van het taakloon dat overeenkomstig 1° gelegen is in elk kwartaal; 3° slechts rekening gehouden met het gedeelte van het taakloon dat overeenkomstig 1° gelegen is in de referteperiode.".

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 48bis ingevoegd, luidende : "

Art. 48bis.§ 1. De uitoefening van een artistieke activiteit in de zin van artikel 27, 10°, die ingeschakeld is in het economisch ruilverkeer, en het ontvangen van een inkomen in de zin van artikel 130 uit de uitoefening van een artistieke activiteit, geven in afwijking van de artikelen 44 en 48, aanleiding tot de toepassing van de volgende bepalingen.

De werkloze moet op het ogenblik van de uitkeringsaanvraag overeenkomstig artikel 133 aangifte doen van de uitoefening van de in het vorige lid bedoelde activiteit met het formulier voor de aangifte van de persoonlijke en familiale toestand, of later, overeenkomstig artikel 134, § 2, 3°, naar aanleiding van de eerste uitoefening van de activiteit in de loop van een maand waarvoor een werkloosheidsuitkering wordt gevraagd.

De werkloze moet op het ogenblik van de uitkeringsaanvraag overeenkomstig artikel 133 eveneens aangifte doen van het feit dat hij inkomsten ontvangt uit een lopende of vroegere artistieke activiteit, met het formulier voor de aangifte van de persoonlijke en familiale toestand, of later, overeenkomstig artikel 134, § 2, 3°, naar aanleiding van de eerste ontvangst van een dergelijk inkomen. § 2. De werkloze die een artistieke activiteit verricht zoals bedoeld in § 1 of die inkomsten ontvangt in de zin van artikel 130 voor de uitoefening van een artistieke activiteit, kan uitkeringen genieten op voorwaarde dat de activiteit niet wordt uitgeoefend als zelfstandige in hoofdberoep.

De in het eerste lid bedoelde activiteit wordt, in afwijking van artikel 71, niet op de controlekaart vermeld. Zij leidt niet tot het verlies van een uitkering voor de dagen van activiteit.

Worden echter wel op de controlekaart vermeld : 1° elke activiteit bedoeld in het eerste lid, indien het gaat om een artistieke uitvoering of interpretatie voor publiek;2° de aanwezigheid van de kunstenaar bij een publieke tentoonstelling van zijn artistieke creaties, indien deze aanwezigheid vereist is op grond van een overeenkomst met een derde die de creatie commercialiseert of indien het een tentoonstelling betreft in lokalen die bestemd zijn voor verkoop van dergelijke creaties en de kunstenaar zelf instaat voor de verkoop;3° de aanwezigheid van de kunstenaar bij de opname of de vertolking van audiovisuele werken en de dagen waarop hij prestaties verricht tegen betaling van een loon anders dan voorzien in 4°;4° de in het eerste lid bedoelde activiteit, indien zij wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst of indien zij aanleiding geeft tot de onderwerping aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden;5° de in het eerste lid bedoelde activiteit, indien zij wordt verricht in het kader van een statutaire tewerkstelling. Onverminderd de toepassing van artikel 130 leiden de activiteiten bedoeld in het derde lid, 1°, 2° en 3° tot het verlies van een uitkering voor de activiteitsdagen en voor de dagen bedoeld in de artikelen 55, 7°, of 109.

Onverminderd de toepassing van artikel 131bis in geval van deeltijdse tewerkstelling met het statuut van deeltijds werknemer met behoud van rechten en van artikel 130, leidt de in het derde lid, 4°, bedoelde activiteit tot het verlies van een uitkering voor alle dagen die gelegen zijn in de periode gedekt door de arbeidsovereenkomst of door de activiteit onderworpen aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden en voor de dagen bedoeld in de artikelen 55, 7°, of 109.

Wanneer de in het derde lid, 4°, bedoelde activiteit vergoed wordt met een taakloon of onderworpen is aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden, in toepassing van artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, moet de activiteit onverminderd de toepassing van § 1, tweede en derde lid, bovendien het voorwerp vormen van een bijkomende maandelijkse aangifte aan de uitbetalingsinstelling.

De in het vorige lid bedoelde bijkomende aangifte, moet gebeuren op een formulier waarvan de inhoud en het model worden bepaald door het beheerscomité en volgens de regelen bepaald door de Rijksdienst en moet ten minste het brutobedrag vermelden dat het voorwerp heeft gevormd van de onderwerping en een verklaring op eer die preciseert welke vermeldingen aangebracht op de controlekaart overeenstemmen met de betreffende activiteit.

De uitbetalingsinstelling dient het in het vorige lid bedoelde formulier binnen de maand na ontvangst in bij het werkloosheidsbureau.

De werkloze moet een kopie van de arbeidsovereenkomsten of de bewijsstukken die verband houden met de onderwerping op basis van artikel 1bis van de voormelde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ter beschikking houden van de Rijksdienst.

Wanneer de in het derde lid, 4°, bedoelde activiteit vergoed wordt met een taakloon of onderworpen is aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden, in toepassing van artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, wordt, onverminderd de toepassing van artikel 130 en van het vijfde lid, een aantal dagen waarvoor het recht op uitkeringen wordt ontzegd, vastgelegd door toepassing van de formule [YA - (C x Y ) ] /Y, waarbij : - YA overeenstemt met het brutoloon dat voortvloeit uit de in dit lid bedoelde activiteit die het voorwerp heeft gevormd van de onderwerping aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden; - C overeenstemt met het aantal activiteitsdagen vermeld op de controlekaart overeenkomstig het derde lid, 4°, en die betrekking hebben op de activiteiten bedoeld in het zesde lid; - Y overeenstemt met 3/52e van het refertemaandloon bepaald door de Minister in uitvoering van artikel 28, § 2, van dit besluit.

De berekening gebeurt door het werkloosheidsbureau op kwartaalbasis.

Het resultaat bekomen op basis van het vorige lid, afgerond naar de lagere eenheid, vertegenwoordigt het aantal kalenderdagen, behalve de zondagen, van de niet vergoedbare kalenderperiode; deze kalenderperiode wordt gesitueerd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing aan de uitbetalingsinstelling, indien deze kennisgeving zich situeert tijdens de laatste drie werkdagen die voorafgaan aan "de theoretische betaaldatum" bedoeld in artikel 161 of vanaf de eerste dag van de maand van de kennisgeving in de andere gevallen en in voorkomend geval aansluitend aan een andere periode die niet vergoedbaar is ingevolge de toepassing van deze bepaling.

De in het vorige lid bedoelde niet vergoedbare periode dekt een maximale periode van 156 kalenderdagen, behalve de zondagen, die een aanvang neemt vanaf de datum waarop de in het vorige lid bedoelde beslissing uitwerking heeft.

Onverminderd de toepassing van artikel 130, leidt de in het derde lid, 5°, bedoelde activiteit tot het verlies van een uitkering voor de dagen die gelegen zijn in de periode van aanwerving in het kader van de statutaire tewerkstelling en voor de dagen bedoeld in de artikelen 55, 7°, of 109.

De directeur kan het recht op uitkeringen schorsen indien de werkloze geen gevolg heeft gegeven aan de vraag om indiening van het formulier bedoeld in het zevende lid. Deze schorsing heeft uitwerking de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving aan de uitbetalingsinstelling, indien deze kennisgeving zich situeert tijdens de laatste drie werkdagen die voorafgaan aan "de theoretische betaaldatum" bedoeld in artikel 70, § 2bis, tweede lid, of de eerste dag van de maand van de kennisgeving in de andere gevallen. De schorsing wordt met terugwerkende kracht ingetrokken van zodra het behoorlijk ingevulde formulier ontvangen wordt op het werkloosheidsbureau. § 3. Artikel 130 is van toepassing op het inkomen dat voortvloeit uit de artistieke activiteit bedoeld in § 1.

Onverminderd de toepassing van artikel 153 wordt, in geval van afwezigheid van aangifte of van onjuiste, onvolledige of laattijdige aangifte, toepassing gemaakt van § 2 en van artikel 130, § 3. § 4. Het recht op uitkeringen mag worden ontzegd, zelfs voor de dagen waarop de werkloze geen activiteit verricht, indien de artistieke activiteit die niet uitgeoefend wordt als loontrekkende, ingevolge het bedrag van de inkomsten of het aantal arbeidsuren het karakter heeft van een hoofdberoep.

De beslissing bedoeld in het eerste lid gaat in : 1° vanaf de dag waarop de activiteit het karakter heeft van een hoofdberoep, indien er nog geen geldige uitkeringskaart werd afgeleverd die het recht op uitkeringen verleent voor de periode ingaand vanaf de aangifte, of in geval van ontbreken van aangifte of onjuiste of onvolledige aangifte;2° vanaf de maandag volgend op de afgifte ter post van de brief waarbij de beslissing ter kennis wordt gebracht van de werkloze, in de andere gevallen. § 5. De verklaringen die de werkloze aflegt betreffende zijn activiteit en zijn inkomsten, worden terzijde geschoven wanneer zij door ernstige, nauwkeurige en overeenstemmende vermoedens worden tegengesproken.".

Art. 4.In artikel 71bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/07/2007 pub. 02/08/2007 numac 2007012332 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot invoeging van een artikel 71bis in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering type koninklijk besluit prom. 13/07/2007 pub. 02/08/2007 numac 2007012331 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering type koninklijk besluit prom. 13/07/2007 pub. 01/08/2007 numac 2007012308 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°) § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : " § 1. Artikel 71 is niet van toepassing op de volledig werkloze die de vrijstelling bedoeld in artikel 89, § 2, geniet.

In afwijking van het eerste lid, blijft evenwel onderworpen aan artikel 71, eerste lid, 1° en 3° tot 6°, de werkloze die op bijkomstige wijze een activiteit uitoefent in de zin van artikel 45, voor zover hij deze procedure verkiest in plaats van de procedure vermeld in het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid blijft evenwel onderworpen aan artikel 71, eerste lid, 1° en 3° tot 6°, de werkloze die een artistieke activiteit uitoefent in de zin van artikel 27, 10°, die ingeschakeld is in het economische ruilverkeer, alsmede de werkloze die een inkomen ontvangt in de zin van artikel 130 uit de uitoefening van een artistieke activiteit."; 2°) in § 2, eerste lid, worden in de eerste zin de woorden "of 74bis" geschrapt; 3°) in § 2, laatste lid, worden in de laatste zin de woorden "of 74bis" geschrapt.

Art. 5.Artikel 74bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 21/12/2000 numac 2000012893 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juli 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de buitengewone bijdrage voor het eerste en tweede kwartaa type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 09/05/2001 numac 2000012902 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters, tewe type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 21/12/2000 numac 2000012904 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 november 1998, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van lompen, betreffende de voorkoming van specifieke gezondheidsrisico's type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 29/12/2000 numac 2000012894 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de bezoldigingsvoorwaarden type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 08/03/2001 numac 2000012879 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1993, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de beroepenclassificatie type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000012900 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren, betreffende de koppeling van de lonen aan het in type koninklijk besluit prom. 23/11/2000 pub. 30/03/2001 numac 2000012898 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999 gesloten in het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in potaarde, betreffende de opleiding en beroepsintegratie van de jongeren en ris sluiten, wordt opgeheven.

Art. 6.- In artikel 116 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/07/2012 pub. 30/07/2012 numac 2012204341 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het kader van de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 decem sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°) er wordt een § 1bis ingevoegd luidende : "Onverminderd de toepassing van § 1, wordt voor de werknemer die artistieke activiteiten heeft verricht, het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de volledig werkloze opnieuw vastgelegd vanaf de eerste fase van de eerste vergoedingsperiode bedoeld in artikel 114, na een werkhervatting ten belope van 156 arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge artistieke activiteiten, gedurende een referteperiode van 18 maanden.

In afwijking van het vorige lid kan, om de 156 dagen bedoeld in het vorige lid te bewijzen, echter rekening gehouden worden met de arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge niet-artistieke activiteiten ten belope van maximum 52 dagen.

Het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering bedoeld in deze paragraaf wordt evenwel slechts op vraag van de werknemer opnieuw vastgelegd."; 2°) er wordt een § 1ter ingevoegd, luidende : "Onverminderd de toepassing van § 1 wordt het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de volledig werkloze opnieuw vastgelegd vanaf de eerste fase van de eerste vergoedingsperiode bedoeld in artikel 114, na een werkhervatting ten belope van 156 arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge technische activiteiten in de artistieke sector in het kader van overeenkomsten van zeer korte duur zoals bepaald in § 8, gedurende een referteperiode van 18 maanden.

In afwijking van het vorige lid kan, om de 156 dagen bedoeld in het vorige lid te bewijzen, echter rekening gehouden worden met de arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge activiteiten in een andere sector dan de artistieke sector, ten belope van maximum 52 dagen.

Het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering bedoeld in deze paragraaf wordt evenwel slechts op vraag van de werknemer opnieuw vastgelegd."; 3°) § 5 wordt vervangen door de volgende bepalingen : "Onverminderd de toepassing van de §§ 1 en 2, heeft de werknemer die artistieke activiteiten heeft uitgeoefend, op zijn vraag, bij het verstrijken van de derde fase van de eerste vergoedingsperiode voor een periode van twaalf maanden recht op de daguitkering voorzien voor deze derde fase, evenwel berekend in functie van het grensbedrag A bepaald in artikel 111, indien hij tijdens een referteperiode van achttien maanden voorafgaand aan het verstrijken van deze derde fase minstens 156 arbeidsdagen aantoont, in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit, ingevolge artistieke activiteiten.

In afwijking van het vorige lid kan, om de 156 dagen bedoeld in het vorige lid te aan te tonen, echter rekening gehouden worden met de arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge niet-artistieke activiteiten, ten belope van maximum 52 dagen.

De referteperiode van achttien maanden bedoeld in het eerste lid wordt verlengd met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt.

Het voordeel van het eerste lid wordt op zijn vraag opnieuw toegekend voor twaalf maanden, indien de werknemer in een referteperiode van twaalf maanden, die het verstrijken van het voorheen toegekende voordeel voorafgaat, minstens 3 artistieke prestaties aantoont die overeenstemmen met minstens 3 arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit.

De referteperiode van twaalf maanden bedoeld in het vorige lid wordt verlengd met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt.

De periode van twaalf maanden bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd overeenkomstig § 2 en met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt. 4°) een § 5bis wordt ingevoegd, luidende : "Onverminderd de toepassing van de §§ 1 en 2, heeft de werknemer die niet-artistieke activiteiten heeft uitgeoefend, op zijn vraag, bij het verstrijken van de derde fase van de eerste vergoedingsperiode voor een periode van twaalf maanden recht op de daguitkering voorzien voor deze derde fase, evenwel berekend in functie van het grensbedrag A bepaald in artikel 111, indien hij tijdens een referteperiode van achttien maanden voorafgaand aan het verstrijken van deze derde fase minstens 156 arbeidsdagen aantoont, in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit, ingevolge technische activiteiten in de artistieke sector in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur zoals bedoeld in § 8.

In afwijking van het vorige lid kan, om de 156 dagen bedoeld in het vorige lid te bewijzen, echter rekening gehouden worden met de arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge activiteiten in een andere sector dan de artistieke sector, ten belope van maximum 52 dagen.

De referteperiode van achttien maanden bedoeld in het eerste lid wordt verlengd met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt.

Het voordeel van het eerste lid wordt op zijn vraag opnieuw toegekend voor twaalf maanden, indien de werknemer in een referteperiode van twaalf maanden, die het verstrijken van het voorheen toegekende voordeel voorafgaat, minstens 3 arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur aantoont die overeenstemmen met minstens 3 arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit, ingevolge technische activiteiten in de artistieke sector.

De referteperiode van achttien maanden bedoeld in het vorige lid wordt verlengd met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt.

De periode van twaalf maanden bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd overeenkomstig § 2 en met de dagen gelegen in de periode van arbeidsongeschiktheid die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een vergoeding in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of van een vergoeding van de schade die voortvloeit uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten, indien de ononderbroken duur ervan ten minste drie maanden bedraagt."; 5°) het wordt aangevuld met een § 8, luidende : " § 8 Voor de toepassing van de § § 1ter en 5bis, moet worden verstaan onder arbeidsovereenkomst van zeer korte duur, de arbeidsovereenkomst met een duur van minder dan 3 maanden.

Voor de toepassing van de § § 1ter en 5bis, moet worden verstaan onder technische activiteiten in de artistieke sector, de activiteiten uitgeoefend als technicus of in een ondersteunende functie, die bestaan in : 1° de medewerking aan de voorbereiding of aan de publieke vertoning van een intellectueel werk waaraan minstens één artiest van het spektakelbedrijf fysiek deelneemt of aan de opname van een dergelijk werk;2° de medewerking aan de voorbereiding of de vertoning van een cinematografisch werk;3° de medewerking aan de voorbereiding of de uitzending van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard; 4° de medewerking aan de voorbereiding of de realisatie van een publieke tentoonstelling van een kunstwerk in het domein van de plastische kunsten.".

Art. 7.In artikel 130 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 november 2011 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°) § 2, derde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : "In het geval bedoeld in § 1, 6°, wordt rekening gehouden met alle inkomens die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van een artistieke activiteit, met uitzondering van het inkomen uit een statutaire tewerkstelling of het inkomen of een gedeelte ervan uit een activiteit die onderworpen is aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden, wanneer inhoudingen voor de sociale zekerheid, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden verricht op dit inkomen of op een deel ervan."; 2°) in § 3 wordt de verwijzing "artikel 74bis, § 2, vijfde lid" vervangen door de verwijzing "artikel 48bis, § 3, tweede lid".

Art. 8.In artikel 13 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007201609 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 09/05/2007 numac 2007000350 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van sommige kiesverrichtingen voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers op 10 juni 2007 type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007022855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 b sluiten tot regeling van het stelsel met bedrijfstoeslag, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°) in het tweede lid wordt de verwijzing ", 49 en 74bis" vervangen door de verwijzing "en 49"; 2°) tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd : "In afwijking van het eerste lid blijft evenwel onderworpen aan artikel 71, eerste lid, 1° en 3° tot 6° van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten, de werkloze die een artistieke activiteit uitoefent in de zin van artikel 27, 10° van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten, die ingeschakeld is in het economische ruilverkeer, alsmede de werkloze die een inkomen ontvangt in de zin van artikel 130 uit de uitoefening van een artistieke activiteit."; 3°) in het derde lid wordt de verwijzing ", 49 en 74bis" vervangen door de verwijzing "en 49".

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 april 2014

Art. 10.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 februari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^