Koninklijk Besluit van 07 juli 2011
gepubliceerd op 01 september 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bes

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2011203091
pub.
01/09/2011
prom.
07/07/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

7 JULI 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf".

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 juli 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor het bouwbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2010 Wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" (Overeenkomst geregistreerd op 19 januari 2011 onder het nummer 102844/CO/124)

Artikel 1.De statuten van het fonds voor bestaanszekerheid, "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" genaamd, opricht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2006 van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 13 juni 2007, zoals gewijzigd bij latere algemeen verbindend verklaarde beslissingen en collectieve arbeidsovereenkomst, worden gewijzigd en gecoördineerd zoals opgenomen in de bijlage tot deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 2.De als bijlage opgenomen statuten treden in werking op 1 januari 2011.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en kan slechts opgezegd worden volgens de modaliteiten voorzien bij de initiële collectieve arbeidsovereenkomst tot oprichting van het fonds voor bestaanszekerheid.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juli 2011.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 november 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, houdende wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" HOOFDSTUK I. - Benaming en zetel

Artikel 1.§ 1. In uitvoering van de wet van 7 januari 1958 en in uitvoering van artikel 3, § 1, 5°, a) van de wet op de aanvullen de pensioenen van 28 april 2003 (hierna WAP) wordt in de bouwnijverheid een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" - fbzp-fsep Constructiv" afgekort "fbzp-fsep Constructiv", hierna genoemd "het fonds voor bestaanszekerheid". § 2. Deze benaming vervangt de vroegere benaming "Fonds voor bestaanszekerheid voor de aanvullende pensioenen van de werklieden uit het bouwbedrijf" (afgekort : FBZ Pensioenen).

Art. 2.De zetel van het fonds voor bestaanszekerheid is gevestigd te 1000 Brussel, Koningsstraat 132, bus 3. HOOFDSTUK II. - Doel waarvoor het fonds voor bestaanszekerheid wordt ingesteld

Art. 3.Het fonds voor bestaanszekerheid wordt belast met de taak van inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel zoals bepaald door de WAP en heeft met name als bevoegdheden : 1° Invoering, wijziging of opheffing van een sociaal sectoraal pensioenstelsel;2° Financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel;3° Aanzuivering van tekorten in de verworven reserves en van tekorten inzake de werkings- en beheerskosten van Pensio B OFP met de eigen middelen van het fonds voor bestaanszekerheid of met bijstand van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" - fbzp-fsep Constructiv (hierna fbzp-fsep Constructiv);4° Alle mededelingen naar Pensio B OFP en de aangeslotenen van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, begunstigden of hun rechthebbenden;5° Instelling en behandeling van vorderingen en buiten rechte wegens niet betalen van bijdragen en/of andere tekortkomingen;6° Uitvoering van elke verplichting opgelegd door de wetgeving van toepassing op bedrijfsgebonden aanvullende pensioenen en instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

Art. 4.Het beheer en de uitvoering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt door het fonds voor bestaanszekerheid aan Pensio B OFP toevertrouwd, met ingang van 1 januari 2007, onder voorbehoud van andersluidende wettelijke bepalingen.

De bevoegdheid tot invoering, wijziging of opheffing van (een deel van) het sociaal sectoraal pensioenstelsel blijft uitsluitend bij het fonds voor bestaanszekerheid. HOOFDSTUK III. - Begunstigden, aard en toekenningsmodaliteiten van de toegekende voordelen

Art. 5.De pensioen- en solidariteitstoezegging die samen het sociaal sectoraal pensioenstelsel beoogd onder artikel 3, 1° vormen, maken het onderwerp uit van een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst waarin de personen staan vermeld die ervan kunnen genieten, en waarin ook de aard en de toekennings- en uitbetalingswijze ervan worden vastgesteld. HOOFDSTUK IV. - Financiering

Art. 6.In het kader van het sociaal sectoraal pensioenstelsel beoogd in artikel 3, 1° ontvangt het fonds voor bestaanszekerheid van fbzp-fsep Constructiv de bedragen die nodig zijn voor de financiering van het sectoraal pensioenstelsel beoogd onder artikel 3, 1°, alsook voor de financiering van de werkingskosten die op haar van toepassing zijn.

De precieze modaliteiten van de financiering zijn bepaald in een beheersovereenkomst tussen het fonds voor bestaanszekerheid en fbzp-fsep Constructiv. HOOFDSTUK V. - Wijze van benoeming en bevoegdheden van de beheerders

Art. 7.§ 1. Het fonds voor bestaanszekerheid wordt bestuurd door een raad van bestuur die is samengesteld uit tien leden die door en onder de leden van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf worden aangeduid.

Deze leden worden voor de helft aangeduid door de organisaties die de werkgevers vertegenwoordigen en voor de andere helft door de organisaties die de werknemers vertegenwoordigen : 1° vijf vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties waarvan : a) drie aangeduid door de Nationale Confederatie van het Bouwbedrijf VZW;b) één aangeduid door Bouwunie;c) één aangeduid door FEMA;2° vijf vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties waarvan : a) twee aangeduid door ACV Bouw - Industrie en Energie;b) twee aangeduid door ABVV - Algemene Centrale;c) één aangeduid door de Algemene Centrale van Liberale Vakbonden van België. De raad van bestuur kan eender welke derde persoon uitnodigen tot het bijwonen van de raad van bestuur. § 2. Het mandaat van bestuurder heeft een duurtijd van drie jaar en is hernieuwbaar. Dit mandaat is onbezoldigd. § 3. De raad van bestuur maakt een huishoudelijk reglement op dat moet goedgekeurd worden volgens de regels bepaald in artikel 9. § 4. De raad van bestuur duidt de vertegenwoordigers aan die zetelen in de algemene vergadering van Pensio B OFP. Bovendien kan de raad van bestuur kandidaat-bestuurders voor Pensio B OFP voorstellen aan de algemene vergadering van Pensio B OFP. Het fonds voor bestaanszekerheid moet lid zijn van Provizio OFP zolang Pensio B OFP belast is met het beheer en de uitvoering van sociaal sectoraal pensioenstelsel.

Art. 8.§ 1. Het Paritair Comité voor het bouwbedrijf stelt om de drie jaren de voorzitter van het fonds voor bestaanszekerheid aan.

De voorzitter wordt steeds gekozen door de groep van de werkgevers binnen de raad van bestuur. § 2. Het Paritair Comité voor het bouwbedrijf duidt eveneens om de drie jaar twee ondervoorzitters aan onder de leden van de raad van bestuur, de ene op voorstel van de groep van de werknemers en de andere op voorstel van de groep van de werkgevers. Wanneer de voorzitter verhinderd is, nemen de twee ondervoorzitters beurtelings zijn ambt waar.

Art. 9.§ 1. De raad van bestuur vergadert op uitnodiging van de voorzitter, die er tevens toe gehouden is de raad van bestuur samen te roepen op verzoek van één van zijn leden. § 2. De uitnodigingen worden aan de raad van bestuur verstuurd per post of per electronische weg ten laatste acht dagen vóór de vergaderdatum. § 3. Behoudens overmacht kan de raad van bestuur slechts geldig beraadslagen wanneer, naast de voorzitter, tenminste één lid van de groep der werkgevers en ten minste één lid van de groep der werknemers aanwezig zijn. § 4. De beslissingen worden met éénparigheid van stemmen genomen.

Art. 10.§ 1.De raad van bestuur is belast met de uitvoering van de richtlijnen van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en is verantwoordelijk tegenover deze laatste, waaraan een jaarverslag moet worden voorgelegd ten laatste zes maanden na het einde van het boekjaar. § 2. Hij beschikt over de ruimste bevoegdheden in verband met het beheer en het bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid en de verwezenlijking van zijn doel. § 3. Onder zijn bevoegdheid vallen alle handelingen die niet uitdrukkelijk door de wet of door deze statuten aan het Paritair Comité voor het bouwbedrijf zijn voorbehouden.

Art. 11.§ 1. De raad van bestuur benoemt een directeur-generaal belast met het dagelijks beheer van het fonds voor bestaanszekerheid.

Het dagelijks beheer is beschreven in het huishoudelijk reglement beoogd onder artikel 7, § 3. § 2. Hij mag eveneens alle speciale volmachten toevertrouwen aan iedere door hem gekozen gevolmachtigde(n).

Art. 12.De bestuursleden gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan met betrekking tot de verbintenissen van het fonds voor bestaanszekerheid, daar hun aansprakelijkheid beperkt is tot de uitoefening van het ontvangen mandaat.

Art. 13.§ 1. De voorzitter leidt het debat, roept de leden samen, legt de notulen ter goedkeuring voor en zorgt voor de goede werking van het fonds voor bestaanszekerheid. § 2. De goedgekeurde notulen van de vergaderingen worden bewaard op de zetel van het fonds voor bestaanszekerheid en kunnen door alle bestuurders geraadpleegd worden.

Art. 14.Behoudens in geval van een door de raad van bestuur gegeven bijzondere volmacht worden de handelingen die het fonds voor bestaanszekerheid verbinden, met uitzondering van die van dagelijks of gewoon bestuur, ondertekend door de voorzitter endoor een lid van raad van bestuur van elke groep waarvan sprake in artikel 7, § 1.

Art. 15.De rechtsvorderingen als eisende dan wel verwerende partij worden ingesteld op aanvraag van de voorzitter. HOOFDSTUK VI. - Controle

Art. 16.§ 1. Het boekjaar vangt aan op 1 januari en wordt afgesloten op 31 december. § 2. Elk jaar keurt de raad van bestuur de begroting voor het volgend boekjaar goed, evenals de jaarrekening van het afgelopen boekjaar.

Art. 17.§ 1. Er wordt op het beheer van het fonds voor bestaanszekerheid een controle uitgevoerd door vier commissarissen die worden aangeduid door de representatieve organisaties die in de raad van bestuur zetelen. § 2. De controleopdrachten gebeuren volgens de regels die zijn vastgelegd in het huishoudelijk reglement voorzien in artikel 7, § 3.

Art. 18.Er wordt een verslag opgemaakt met de vaststellingen van de commissarissen. Dit verslag wordt geïntegreerd in het jaarverslag van de interne audit dat voorgesteld wordt aan de raad van bestuur.

Art. 19.§ 1. Bij het verstrijken van een boekjaar worden de jaarrekening alsook het jaarverslag van de interne audit overgemaakt aan een door het Paritair Comité voor het bouwbedrijf aangeduide bedrijfsrevisor. § 2. De revisor gaat over tot het nazicht van de documenten die hem werden overgemaakt. § 3. Hij beschikt daarvoor over een onbeperkt recht van toezicht op en onderzoek van alle boekhoudkundige verrichtingen van het fonds voor bestaanszekerheid, doch hij mag zich nooit met het bestuur ervan inlaten. § 4. Hij kan ter plaatse inzage nemen in de boeken, de briefwisseling, de notulen en om het even welk geschrift van het fonds voor bestaanszekerheid.

Art. 20.§ 1. Wanneer zijn opdracht is volbracht, brengt de revisor verslag uit aan de raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid. § 2. Een kopie van dit verslag wordt door het fonds voor bestaanszekerheid overgemaakt aan het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. HOOFDSTUK VII. - Wijze van ontbinding, vereffening en aanwending van het vermogen

Art. 21.Elke wijziging van deze statuten kan slechts het onderwerp uitmaken van een beraadslaging indien zij uitdrukkelijk aangekondigd werd op de agenda van de uitnodiging voor de vergadering van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf.

Art. 22.In geval van vrijwillige ontbinding van het fonds voor bestaanszekerheid, zal het Paritair Comité dat deze ontbinding zal beslist hebben, zo nodig vereffenaars benoemen, hun bevoegdheden vaststellen en beslissen over de bestemming van de goederen en de waarden van het fonds voor bestaanszekerheid, na vereffening van de schulden, en aan deze goederen en waarden een bestemming geven welke zoveel mogelijk het doel benaderd met het oog waarop het ontbonden fonds voor bestaanszekerheid werd opgericht.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juillet 2011.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^