Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 juni 2009
gepubliceerd op 31 juli 2009

Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2009024237
pub.
31/07/2009
prom.
07/06/2009
ELI
eli/besluit/2009/06/07/2009024237/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

7 JUNI 2009. - Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, artikel 22, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1989, 22 december 2003 en 1 maart 2007;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 december 1977 tot regeling van de samenstelling en de werking van de Commissie van advies inzake voedingsmiddelen;

Gelet op het advies 42.974/3 van de Raad van State, gegeven op 1 juni 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « de Raad » : de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten, zoals bedoeld in artikel 22 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;2° « de Ministers » : de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de Minister tot wiens bevoegdheid de Veiligheid van de Voedselketen behoort;3° « DG4 » : Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

Art. 2.§ 1. De Raad omvat de volgende leden : 1° de Directeur-generaal van DG4;2° de verantwoordelijke van de dienst Voedingsmiddelen, Dierenvoeders en andere Consumptieproducten bij DG4;3° twee vertegenwoordigers van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; 4° twee vertegenwoordigers van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 5° één vertegenwoordiger van een organisatie werkzaam in de sector van de productie van dierenvoeders;6° vier vertegenwoordigers van organisaties werkzaam in de sector van de landbouwproductie;7° vier vertegenwoordigers van organisaties, werkzaam in de sector van de voedingsindustrie;8° één vertegenwoordiger van een organisatie werkzaam in de sector van de chemische nijverheid;9° vijf vertegenwoordigers van organisaties werkzaam in de sector handel en distributie;10° één vertegenwoordiger van een organisatie werkzaam in de transportsector;11° twee vertegenwoordigers van organisaties werkzaam in de horecasector;12° zes vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties;13° één vertegenwoordiger van een organisatie werkzaam in de sector van de milieubescherming. § 2. Een plaatsvervanger wordt aangeduid voor elk lid bedoeld in artikel 2, § 1, 3° tot 13°, overeenkomstig dezelfde procedure. § 3. De Raad mag deskundigen uitnodigen voor de vergaderingen waarop onderwerpen worden besproken waarvoor ze deskundig zijn.

Art. 3.Het lid of de leden bedoeld bij : 1° artikel 2, § 1, 3°, worden benoemd door de Ministers op de voordacht van de gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;2° artikel 2, § 1, 4°, worden benoemd door de Ministers op de voordacht van de Minister tot wiens bevoegdheid van Economische Zaken behoort;3° artikel 2, § 1, 5° tot 13°, worden telkens benoemd door de Ministers uit een lijst van dubbeltallen, voorgedragen door de betrokken organisaties.

Art. 4.§ 1. De leden bedoeld bij artikel 2, § 1, 3° tot 13° worden benoemd voor een periode van vier jaar die kan worden hernieuwd. § 2. Indien er in de loop van een ambtsperiode een vacature ontstaat, wordt er voor de verdere duur van de ambtstermijn een nieuw lid benoemd dat aan dezelfde vereisten als zijn voorganger voldoet § 3. Worden als ontslagnemend beschouwd, de leden die niet langer de organisatie die hen heeft voorgedragen vertegenwoordigen of die niet voldoen aan de bepalingen van het in artikel 6 bedoelde huishoudelijk reglement.

Art. 5.§ 1. De Raad wordt voorgezeten door de Directeur-generaal van DG4, of, bij diens afwezigheid, door de ambtenaar bedoeld in artikel 2, § 1, 2°. § 2. Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door één of meerdere personen van DG4 aangewezen door de voorzitter.

Art. 6.De Raad stelt een huishoudelijk reglement op en legt dit ter goedkeuring voor aan de Ministers. Het huishoudelijk reglement bevat ten minste : - de nadere regels in verband met de uitnodigingen; - de procedure voor de goedkeuring van adviezen in toepassing van artikel 7, § 2; - de nadere regels in verband met de beraadslagingen; - de ontslagvoorwaarden; - de voorwaarden voor deelname van derden aan de vergaderingen.

Art. 7.§ 1. De Raad vergadert op uitnodiging van één van de Ministers of van hun gemachtigden, of op verzoek van de voorzitter, overeenkomstig de bepalingen van het in artikel 6 bedoelde huishoudelijk reglement. § 2. De Raad brengt advies uit binnen de twee maanden op grond van artikel 22, § 3, van de voornoemde wet van 24 januari 1977.

Art. 8.De Raad beraadslaagt op geldige wijze als de meerderheid van de leden aanwezig is. Is de meerderheid niet aanwezig, dan kan de Raad na een nieuwe bijeenroeping op geldige wijze over hetzelfde voorwerp beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden.

Art. 9.De Raad kan voor de opdrachten die het bepaalt, werkgroepen oprichten bestaande uit leden en deskundigen.

Art. 10.Het koninklijk besluit van 5 december 1977 tot regeling van de samenstelling en de werking van de Commissie van advies inzake voedingsmiddelen, wordt opgeheven.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 12.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid en de Minister bevoegd voor Veiligheid van de Voedselketen zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 juni 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Landbouw, Mevr. S. LARUELLE

^