Koninklijk Besluit van 07 oktober 2013
gepubliceerd op 16 oktober 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overhei

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2013003272
pub.
16/10/2013
prom.
07/10/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

7 OKTOBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, artikel 11, § 1, vervangen bij de programmawet van 24 december 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Minister van Financiën, gegeven op 13 januari 2012;

Gelet op het advies van het Directiecomité van de Pensioendienst voor de Overheidssector, gegeven op 13 juni 2012;

Gelet op het advies van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, gegeven op 29 juni 2012;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Minister van Pensioenen, gegeven op 3 augustus 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 26 november 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, d.d. 8 april 2013;

Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. D.I. 337/D/81/1 van het sectorcomité II - Financiën, gesloten op 4 juni 2013;

Gelet op het advies 53.599/2/V van de Raad van State, gegeven op 17 juli 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Pensioenen, de Minister van Financiën en de Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector

Artikel 1.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de overheidssector, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2009, wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.De specifieke weddeschalen verbonden aan sommige graden van niveau D zijn : 1° weddeschaal DF1 14.400,00 - 19.582, 48 3/1 x 218,66 4/2 x 259 10/2 x 349,05 (kl. 18j. - N.D. - G.A.) 2° weddeschaal DF2 15.400,00 - 20.582,48 3/1 x 218,66 4/2 x 259 10/2 x 349,05 (kl. 18j. - N.D. - G.A.) 3° weddeschaal 32S2 19.191,82 - 24.445,26 3/1 x 218,66 4/2 x 266,79 10/2 x 353,03 (kl. 18j. - N.D. -G.A.) 4° weddeschaal 32S3 20.092,21 - 25.345,65 3/1 x 218,66 4/2 x 266,79 10/2 x 353,03 (kl. 18j. - N.D. -G.A.) 5° weddeschaal 30S1 13.897,77 - 18.505,19 3/1 x 140,09 5/2 x 278,95 8/2 x 349,05 (kl. 18j. - N.D. -G.A.) 6° weddeschaal 30S2 15.641,11 - 20.894,55 3/1 x 218,66 4/2 x 266,79 10/2 x 353,03 (kl. 18j. - N.D. -G.A.) 7° weddeschaal 30S3 16.541,51 - 21.794,95 3/1 x 218,66 4/2 x 266,79 10/2 x 353,03 (kl. 18j. - N.D. -G.A.) 8° weddeschaal 30S4 16.832,18 - 21.439,60 3/1 x 140,09 5/5 x 278,95 8/2 x 349,05 (kl. 18j. - N.D. -G.A.). »

Art. 2.Artikel 22ter, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 september 2009, wordt opgeheven.

Art. 3.Artikel 30ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010, wordt opgeheven.

Art. 4.Artikel 35bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 februari 2010 en 21 januari 2013, wordt opgeheven.

Art. 5.Artikel 35ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 27 april 2007 en vervangen bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010, wordt opgeheven.

Art. 6.Artikel 35sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010, wordt opgeheven.

Art. 7.Artikel 38bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, wordt opgeheven.

Art. 8.Artikel 38quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, wordt opgeheven.

Art. 9.In artikel 45bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010, wordt paragraaf 2 opgeheven.

Art. 10.In artikel 45quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010, wordt het vierde lid opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen en slotbepalingen

Art. 11.De geldelijke anciënniteit verworven op grond van artikel 38bis van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector, zoals dit van toepassing was voor zijn opheffing, blijft behouden.

Art. 12.Onverminderd eensdeels, de toepassing van de artikelen 30ter, 35ter, 35sexies en 45bis, § 2, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de overheidssector, tot de datum van hun opheffing en, anderdeels, het behoud van de op grond hiervan verworven rechten, is artikel 46 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel van toepassing op het personeel met ingang van 1 oktober 2009.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van : 1° artikel 1 dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 2010;2° de artikelen 2, 4, 8, 10 en 12 die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2009;3° de artikelen 7 en 11 die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2008.

Art. 14.De minister bevoegd voor de Pensioenen en de minister bevoegd voor de Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 oktober 2013.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Minister van Pensioenen, A. DE CROO De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, J. CROMBEZ

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^