Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 april 2003
gepubliceerd op 15 mei 2003

Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de beperking van het beslag wegens kinderen ten laste

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2003009351
pub.
15/05/2003
prom.
08/04/2003
ELI
eli/besluit/2003/04/08/2003009351/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 APRIL 2003. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de beperking van het beslag wegens kinderen ten laste


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op het vierde lid van artikel 1409, § 1, toegevoegd bij de wet van 24 maart 2000, en het vierde lid van artikel 1409, § 1bis , ingevoegd bij dezelfde wet;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 maart 2003;

Gelet op de akkoordbevinding van Minister van Begroting van 3 april 2003;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat na het aannemen van de wet van 24 maart 2000 tot wijziging van de artikelen 1409, 1409bis , 1410 en 1411 van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag, het lange tijd onmogelijk bleek het begrip « kind ten laste » te definiëren;

Overwegende dat er een grote sociale bekommernis bestaat inzake de bescherming van het kind en het gelijke kansenbeleid;

Overwegende het feit dat nu na lang studiewerk een juiste omschrijving tot stand gekomen is, die omwille van de dringende rechtszekerheid en de maatschappelijke nood, zodra mogelijk moet worden geïmplementeerd;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 35.198/2 gegeven op 4 april 2003 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In dit besluit wordt bedoeld : 1° als schuldenaar : de persoon die inkomsten geniet waarop voor de beperking van het beslag of de overdracht, de criteria van artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek of andere wettelijke bepalingen van toepassing zijn;2° als descendent : de persoon die de volle leeftijd van vijfentwintig jaar niet heeft bereikt of die in een toestand van verlengde minderjarigheid verkeert zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek en die als afstammeling, geadopteerde of als pleegkind een band heeft met de schuldenaar zoals bedoeld in de bepalingen van hetzelfde Wetboek betreffende de afstamming, de adoptie en de pleegvoogdij;3° als beroepsinkomsten van de descendent : de belastbare inkomsten uit een beroep overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Inkomstenbelastingen.

Art. 2.Als kind ten laste bedoeld in het vierde lid van artikel 1409, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, toegevoegd bij de wet van 24 maart 2000, en in het vierde lid van het artikel 1409, § 1bis , van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij dezelfde wet, worden de volgende personen bedoeld : 1° de descendent van de schuldenaar die geen beroepsinkomsten heeft en die dezelfde hoofdverblijfplaats heeft als de schuldenaar;2° de descendent van de persoon met wie de schuldenaar een feitelijk gezin vormt, op voorwaarde dat die descendent geen beroepsinkomsten heeft en dezelfde hoofdverblijfplaats heeft als de schuldenaar;3° de descendent van de schuldenaar die geen beroepsinkomsten heeft en tot wiens onderhoud de schuldenaar bijdraagt.

Art. 3.Het bewijs dat aan de voorwaarden van de artikelen 1 en 2 is voldaan wordt geleverd door de schuldenaar tenzij het gaat om informatie die in het rijksregister van natuurlijke personen is opgenomen in welk geval het bewijs wordt geleverd, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving betreffende het rijksregister, door de beslaglegger of door degene die het initiatief neemt voor de overdracht van loon van de schuldenaar.

Art. 4.Een descendent mag niet als kind ten laste worden beschouwd ten aanzien van verscheidene schuldenaars, met uitzondering van de schuldenaars die gezamenlijk het ouderlijk gezag over de descendent uitoefenen.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad .

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN

^