Koninklijk Besluit van 08 juli 2014
gepubliceerd op 13 november 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vormi

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014204138
pub.
13/11/2014
prom.
08/07/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

8 JULI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2013, gesloten in Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier".

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 juli 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2013 Instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" (Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2014 onder het nummer 119891/CO/142.03) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. HOOFDSTUK II. - Principe en definitie van de risicogroepen

Art. 2.De bij artikel 1 bedoelde werkgevers die in de loop van 2013 en/of 2014 initiatieven nemen of genomen hebben die gericht zijn op het laten volgen van een omscholings- of bijscholingsprogramma door : - risicogroepen zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling VI, artikel 105 van de wet van 26 maart 1999, en/of - de laaggeschoolde werknemers die geconfronteerd worden met collectief ontslag, herstructurering of de invoering van nieuwe technologieën, kunnen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de onderneming voor recuperatie van papier" genieten van een forfaitaire tegemoetkoming.

Art. 3.Onder "risicogroepen" wordt begrepen : 1. de langdurige werkloze : a) de werkloze die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn indienstneming, zonder onderbreking werkloosheids- of wachtuitkeringen heeft genoten voor alle dagen van de week;b) de werkzoekende die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn indienstneming, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de werkloosheid te ontsnappen en/of als uitzendkracht;2. de laaggeschoolde werkloze : a) de werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van : - ofwel een universitair diploma; - ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch onderwijs van het lange of korte type; - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; 3. de gehandicapte werkloze : de werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming bij het Rijksfonds voor Sociale Reclassering van de Mindervaliden is ingeschreven;4. de deeltijds leerplichtige : de werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer volgt;5. de herintrede : a) de werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet : - geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbreking uitkering hebben genoten gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan de indiensttreding; - geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; - voor de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten, zijn beroepsactiviteit hebbe onderbroken, ofwel nooit een dergelijke activiteit begonnen zijn; 6. de werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming een leefloon geniet;7. de oudere werkloze : de werkzoekende van 50 jaar en ouder;8. de werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd;9. de laaggeschoolde werknemer die geen houder is van : - ofwel een universitair diploma; - ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs van het lange of korte type; - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs; 10. de werknemer met een onaangepaste of een ontoereikende beroepsbekwaamheid : - de werknemer die naar een andere functie moet worden geheroriënteerd; - de werknemer waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of ontoereikend is geworden tengevolge van de technische evolutie.

Art. 4.Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming wordt vastgesteld op 75,00 EUR per maand gedurende maximum 12 maanden.

Art. 5.Bij brugpensioen zal de vervangingsplicht bij voorrang worden ingevuld met personen behorend tot de risicogroepen, zoals omschreven in artikel 3.

Art. 6.De raad van bestuur van het fonds wordt belast met de uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met het toezicht op de aanvragen, de opleidingsprogramma's en de afrekening van de gevraagde financiële tussenkomsten.

Art. 7.De raad van bestuur maakt jaarlijks een evaluatie van de gedane inspanningen welke bij het verslag van het fonds aan het paritair subcomité wordt gevoegd. HOOFDSTUK III. - Buitengewone bijdrage

Art. 8.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2009, wordt een buitengewone bijdrage bepaald vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014.

Art. 9.Deze buitengewone bijdrage, verschuldigd door de bij artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgevers, wordt vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 bepaald op 0,90 pct. van de onbegrensde brutolonen aan 108 pct., die voor de arbeiders aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven.

Art. 10.De inning en de invordering van de bijdrage worden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid.

Art. 11.Van 0,90 pct. van de loonmassa zoals vermeld in artikel 9 moet tenminste 0,05 pct. te worden voorbehouden aan één of meerdere van volgende risicogroepen : 1° de werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;2° de werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en bedreigd zijn met ontslag : a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt;b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag werd aangekondigd;3° de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan één jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;b) de uitkeringsgerechtigde werklozen;c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;4° de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.; - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; - de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.; - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen; - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting; 5° de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instap-stage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991.

Art. 12.Van de in artikel 11 bedoelde inspanning moet minstens de helft besteedt worden aan initiatieven ten voordele van één of meerdere van de volgende groepen : a) de in artikel 11, 5° bedoelde jongeren;b) de in artikel 11, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar zijn. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2013 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2014.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 6 december 2012 betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor papierrecuperatie", gesloten in het Paritair Subcomité voor de papierrecuperatie, en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 2012 (Belgisch Staatsblad van 12 maart 2013, nr. 112619/CO/142.03).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 juli 2014.

De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^