Koninklijk Besluit van 08 mei 2014
gepubliceerd op 03 juni 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten voor het verkeer van voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden op het nationale spoorwegnet

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2014014293
pub.
03/06/2014
prom.
08/05/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

8 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten voor het verkeer van voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden op het nationale spoorwegnet


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex, artikelen 27, derde lid, 46, en 68, paragraaf 2, vijfde lid en paragraaf 5;

Gelet op het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur;

Gelet op de betrokkenheid van de Gewestregeringen, met name het advies van de Vlaamse regering van 14 april 2014;

Gelet op het advies nr. 55.222/4 van de Raad van State, gegeven op 24 februari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende de wet van 26 maart 2014 betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen;

Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemeen

Artikel 1.Er wordt verstaan onder : 1° « museumspoorlijnuitbater », de persoon bedoeld in artikel 3, 4°, van de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen;2° « kandidaat-uitbater », de persoon bedoeld in artikel 3, 5°, van de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen;3° « voertuig dat uitsluitend bestemd is voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden », het voertuig bedoeld in artikel 3, 73°, van de Spoorcodex dat : a) aan de commerciële dienst onttrokken is, en b) toegelaten is om op het nationale spoorwegnet te rijden, hetzij op basis van de relevante bepalingen van de reglementering tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel voor het gebruik van de rijpaden ter uitvoering van artikel 68, § 2, derde lid, van de Spoorcodex, hetzij onder dekking van een procedure voor uitzonderlijk vervoer;4° « toeristische spoorwegrit », spoorwegritten zonder winstoogmerk met voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden, zelfs wanneer ze leeg zijn;5° « toeristische vereniging », de spoorwegonderneming of de museumspoorlijn uitbater die zonder winstoogmerk toeristische spoorwegritten op het nationale spoorwegnet organiseert;6° « uitbatingsmachtiging », de machtiging bedoeld in artikel 4 van de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen;7° « de wet museumspoorlijnen », de wet van 26 maart 2014 betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen. HOOFDSTUK 2. - Toeristische vereniging Afdeling 1. - Spoorwegondernemingen

Art. 2.De spoorwegonderneming die als toeristische vereniging het nationale spoorwegnet wenst te gebruiken, dient daartoe een aanvraag in bij de veiligheidsinstantie in het kader van haar veiligheidscertificaat deel B. Om het spoorwegnet te gebruiken als toeristische vereniging, moet de spoorwegonderneming : a) beschikken over een veiligheidscertificaat waarin reizigersvervoer begrepen is, en b) in het bezit zijn van een veiligheidsbeheersysteem dat de beheersing van alle risico's, die eigen zijn aan toeristische spoorwegritten, waarborgt.

Art. 3.De veiligheidsinstantie beoordeelt de aanvraag van de spoorwegonderneming.

Indien de veiligheidsinstantie oordeelt dat het dossier dat haar werd voorgelegd voldoet aan de voorwaarden opgelegd door artikel 2, geeft zij een herzien of bijgewerkt veiligheidscertificaat deel B af, met de vermelding dat deze de toelating omvat tot het uitvoeren van toeristische spoorwegritten op het nationale spoorwegnet. Afdeling 2. - Uitbaters of kandidaat-uitbaters van een museumspoorlijn

Art. 4.De uitbater (of kandidaat-uitbater) van de museumspoorlijn die als toeristische vereniging het nationale spoorwegnet wenst te gebruiken, dient daartoe een aanvraag in bij de veiligheidsinstantie in het kader van zijn uitbatingsmachtiging bedoeld in artikel 4 van de wet museumspoorlijnen.

Om het nationale spoorwegnet te gebruiken als toeristische vereniging, moet de uitbater van de museumspoorlijn : a) beschikken over een uitbatingsmachtiging bedoeld in artikel 4 van de wet museumspoorlijnen, en b) beantwoorden aan de bepalingen van de artikelen 5, 6 en, in voorkomend geval, 7.

Art. 5.De uitbater (of kandidaat-uitbater) van de museumspoorlijn voegt de volgende elementen bij zijn aanvraag : a) een bewijs dat de verzekering die hij overeenkomstig artikel 21 van de wet museumspoorlijnen heeft onderschreven ook de risico's dekt die voortvloeien uit de uitbating van toeristische spoorwegritten op het nationale spoorwegnet;b) het bewijs dat zijn veiligheidsbeheersysteem bedoeld in artikel 14 van de wet museumspoorlijnen met deze toeristische spoorwegritten rekening houdt overeenkomstig artikel 6 en, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 7;c) het bewijs dat de bepalingen van de Spoorcodex en zijn uitvoeringsbesluiten tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel, tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel en de vereisten van dit besluit zijn nageleefd;d) de beschrijving van de maatregelen die genomen worden om het betrokken veiligheidspersoneel op elk ogenblik te laten beschikken over aangepaste veiligheidsdocumentatie.

Art. 6.Alle elementen van het veiligheidsbeheersysteem van de uitbater of kandidaat-uitbater van de museumspoorlijn houden rekening met de toeristische spoorwegritten op het nationale spoorwegnet en worden overeenkomstig gestaafd.

Art. 7.Indien een museumspoorlijnuitbater die beschikt over een veiligheidsbeheersysteem conform artikel 14 van de wet museumspoorlijnen, een aanvraag doet bij de veiligheidsinstantie tot herziening van zijn toelating met het oog op uitvoering van spoorwegritten op het nationale spoorwegnet als toeristische vereniging, onderzoekt hij zijn gehele veiligheidsbeheersysteem bedoeld in artikel 14 van de wet museumspoorlijnen en past hij dit aan rekening houdende met de uitvoering van spoorwegritten op het nationale spoorwegnet.

Art. 8.De veiligheidsinstantie beoordeelt de aanvraag van de uitbater (of kandidaat-uitbater) van de museumspoorlijn.

Indien de veiligheidsinstantie oordeelt dat het aanvraagdossier dat hem voorgelegd wordt, aantoont dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarden die opgelegd zijn door de artikelen 4, 5, 6 en, in voorkomend geval, 7, geeft hij een uitbatingsmachtiging af in overeenstemming met artikel 4 van de wet museumspoorlijnen dat de toelating om te rijden op het nationale spoorwegnet vermeldt.

Indien de aanvrager reeds een uitbatingsmachtiging conform artikel 4 van de wet museumspoorlijnen bezit, wordt deze herzien conform artikel 12 van de wet museumspoorlijnen, zodat deze de vermelding van de toelating tot het uitvoeren van spoorwegritten op het nationale spoorwegnet bevat. Afdeling 3. - Bekendmaking

Art. 9.De lijst van de toeristische verenigingen die toegelaten zijn om op het nationale spoorwegnet te rijden, wordt op de internetsite van de veiligheidsinstantie gepubliceerd. HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor het gebruik van het nationale spoorwegnet

Art. 10.Het gebruik van het nationale spoorwegnet is afhankelijk van het bestaan van een contract tussen de toeristische vereniging en de spoorweginfrastructuurbeheerder.

Dit contract bevat de technische, administratieve en financiële bepalingen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de infrastructuur.

De algemene voorwaarden staan beschreven in de netverklaring.

Art. 11.De toeristische vereniging dient bij de spoorweginfrastructuurbeheerder een aanvraag in met alle nodige inlichtingen betreffende de organisatie, het personeel en het rollend materieel.

De aanvraag is conform de bijlage.

Iedere wijziging van de bestanddelen van de aanvraag (aard van het vervoer, gebruikt materieel, te gebruiken infrastructuur, uitgeoefende veiligheidsfuncties, ...) vereist de indiening van een nieuwe aanvraag.

Art. 12.De toeristische vereniging die aan de artikelen 10 tot 11 beantwoordt, dient voor elke toeristische spoorwegrit een aanvraag voor spoorweginfrastructuurcapaciteiten bij de spoorweginfrastructuurbeheerder in.

Art. 13.De retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel bedraagt 1 euro per treinkilometer.

De retributie bedoeld in het eerste lid wordt gestort aan de spoorweginfrastructuurbeheerder en is betaalbaar per gebruiksmaand op basis van het aantal daadwerkelijk afgelegde treinkilometers.

De invorderings- en inningskosten zijn ten laste van de toeristische verenigingen. HOOFDSTUK 4. - Door de infrastructuurbeheerder ter beschikking gestelde informatie

Art. 14.De technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan, die het veiligheidspersoneel van de toeristische verenigingen moet toepassen, kunnen door de toeristische vereniging bij de spoorweginfrastructuurbeheerder worden besteld op eenvoudige aanvraag of via de website www.railaccess.be.

De toeristische vereniging is verantwoordelijk voor de verdeling van deze informatie aan haar veiligheidspersoneel.

Art. 15.De toeristische vereniging vraagt de nodige technische documenten (schematische seininrichtingsplannen, lengteprofielen van de verschillende lijnen van het net, ...) aan bij de spoorweginfrastructuurbeheerder.

Art. 16.De toeristische vereniging bezorgt een adres aan de spoorweginfrastructuurbeheerder voor de verzending van telegrammen en bulletins die gevolgen hebben voor het spoorverkeer.

De toeristische vereniging meldt ontvangst voor de mededelingen en neemt intern, op het gepaste ogenblik, de vereiste maatregelen. HOOFDSTUK 5. - Uitzonderlijk vervoer

Art. 17.Het voertuig dat uitsluitend bestemd is voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden dat niet beantwoordt aan de relevante bepalingen van de reglementering tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel voor het gebruik van de rijpaden ter uitvoering van artikel 68, § 2, derde lid, van de Spoorcodex, is enkel toegelaten om te rijden op het nationaal spoorwegnet als gesleept materieel en onder dekking van een procedure voor uitzonderlijk vervoer.

Het voertuig wordt getrokken met tractiematerieel eigen aan de toeristische vereniging of met tractiematerieel dat toebehoort aan een spoorwegonderneming.

Art. 18.De aanvraag voor de organisatie van het uitzonderlijk vervoer wordt door de toeristische vereniging bezorgd aan de spoorweginfrastructuurbeheerder.

De aanvraag bevat alle technische gegevens betreffende het betrokken rollend materieel.

Alle dossierkosten, studiekosten, kosten van proeven en schouwingen zijn ten laste van de toeristische vereniging. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 19.Het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur wordt opgeheven.

Art. 20.De toeristische verenigingen die toeristische spoorwegritten op het nationale spoorwegnet organiseren op het moment van inwerkingtreding van dit besluit krijgen twaalf maanden de tijd vanaf de inwerkingtreding van de wet museumspoorlijnen om zich in regel te stellen met dit besluit.

In afwijking van artikel 19 en om aan de reeds in uitbating zijnde toeristische verenigingen de tijd te geven om zich in regel te stellen met de wet museumspoorlijnen, in overeenstemming met artikel 39 van deze wet, blijft het eerder vermelde ministeriële besluit van 26 juli 2007 van toepassing voor de toeristische verenigingen bedoeld in het vorige lid voor een maximale duur van twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van de wet museumspoorlijnen.

Art. 21.De minister bevoegd voor het spoorwegvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 mei 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET

Bijlage bij het koninklijk besluit van 8 mei 2014 tot bepaling van de vereisten voor het verkeer van voertuigen die bestemd zijn voor patrimoniale doeleinden op het nationale spoorwegnet Elementen die moeten vermeld worden in de aan de infrastructuurbeheerder gerichte aanvraag Het dossier is samengesteld uit 3 delen : - deel A - Organisatie van de toeristische spoorwegritten - deel B - Geschiktheid van het personeel - deel C - Geschiktheid van het materieel Deel A - Organisatie van de toeristische spoorwegritten Dit deel bevat : - de elementen ter staving van het recht om het net te gebruiken als toeristische vereniging; - het organigram van de toeristische vereniging; - de contactgegevens van de verenigingsverantwoordelijke en van de persoon die binnen de toeristische vereniging verantwoordelijk is voor de exploitatieveiligheid; - de aard van het vervoer (personenvervoer, ledig reizigersmaterieel, ledig goederenmaterieel); - het gebruikte materieel; - de te gebruiken infrastructuur; - de periodes en frequentie van het gebruik van de infrastructuur; - een opsomming van de veiligheidsfuncties; - een beschrijving van de door het veiligheidspersoneel uitgeoefende taken; - de maatregelen die zullen genomen worden ingeval van abnormale toestand of verstoord treinverkeer; - de uitrustingen die de toeristische vereniging ter beschikking stelt van het besturings- en begeleidend personeel om communicatie met de infrastructuurbeheerder te verzekeren in normale en abnormale toestand; - de veiligheidsdocumenten die ter beschikking gesteld worden van het veiligheidspersoneel; - de maatregelen die genomen worden om het betrokken veiligheidspersoneel op elk ogenblik te laten beschikken over aangepaste veiligheidsdocumentatie.

Deel B - Geschiktheid van het veiligheidspersoneel 1) Treinpersoneel a) De toeristische vereniging, uitbater (of kandidaat-uitbater) van de museumspoorlijn maakt voor het uitoefenen van de veiligheidsfuncties "besturen" en "begeleiden" gebruik van gecertificeerd veiligheidspersoneel van een erkende spoorwegonderneming. In dat geval volstaat het om in deel B te verwijzen naar het gecertificeerde veiligheidspersoneel alsook naar de erkende spoorwegonderneming waarvan dit personeel afhangt. b) De toeristische vereniging spoorwegonderneming doet een beroep op haar eigen veiligheidspersoneel voor de uitoefening van de veiligheidsfuncties "besturen" en "begeleiden".2) Ander veiligheidspersoneel De toeristische vereniging beschrijft in deel B hoe wordt voldaan aan de eisen betreffende de fysieke geschiktheid, de professionele kennis en de opleiding van dat veiligheidspersoneel. Het veiligheidspersoneel moet de vereiste opleiding hebben gevolgd en gecertificeerd worden conform het koninklijk besluit van 9 juli 2013 tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel.

Deel C - Geschiktheid van het materieel In dit deel toont de toeristische vereniging aan : - dat zijn materieel beantwoordt aan de eisen zoals beschreven in de reglementering tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel voor het gebruik van de rijpaden ter uitvoering van artikel 68, § 2, derde lid van de Spoorcodex; - ze een onderhouds- en schouwingsschema toepast dat conform de vereiste veiligheidsverplichtingen is.

Deel C dient voor elk voertuig dat bestemd is voor patrimoniale doeleinden de volgende elementen te bevatten : - algemene karakteristieken met een algemeen plan, een beschrijving van het voertuig, de tarra, de toelaatbare last en de boogstraal; - een plan + een berekeningstabel van het omgrenzingsprofiel; - de pneumatische schema's en elektrische schema's; - (beknopte) beschrijving van de remorganen (remkraan, automatische remkraan, verdelers), alsook hun type, serienummer alsook de datum van hun laatste controle in een erkende werkplaats en hun volgfiche; - plannen en beschrijvingen van de assen alsook hun serienummer, fabricatiedatum alsook de datum van hun laatste controle in een erkende werkplaats en hun volgfiche; - voor de stoomketels (zowel voor tractie als verwarming), een geldig certificaat - dat het gebruik van de stoomketel toelaat - afgeleverd door een erkend organisme; - de controlecertificaten van de drukvaten, afgeleverd door een erkend organisme; - prestaties : nominaal vermogen, maximale snelheid (autonoom en gesleept), remkracht.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 8 mei 2014 tot bepaling van de vereisten voor het verkeer van voertuigen die bestemd zijn voor patrimoniale doeleinden op het nationale spoorwegnet.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^