Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 oktober 1998
gepubliceerd op 05 december 1998

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende het brugpensioen op 55 en 56 jaar in de suikernijverheid en haar bijprodukten

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1998012796
pub.
05/12/1998
prom.
08/10/1998
ELI
eli/besluit/1998/10/08/1998012796/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende het brugpensioen op 55 en 56 jaar in de suikernijverheid en haar bijprodukten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 23;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende het brugpensioen op 55 en 56 jaar in de suikernijverheid en haar bijprodukten.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 oktober 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 26 juli 1996, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996.

Bijlage Paritair Comité voor de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1997 Brugpensioen op 55 en 56 jaar in de suikernijverheid en haar bijprodukten (Overeenkomst geregistreerd op 7 april 1997 onder het nummer 45480/CO/118.06)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de suikerfabrieken en de suikerraffinaderijen, de fabrieken van invertsuiker en citroenzuur, de kandijfabrieken, de gistfabrieken en de distilleerderijen.

Art. 2.De aanvullende vergoeding ingesteld in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, wordt toegekend aan de in artikel 1 bedoelde werknemers die tewerkgesteld zijn krachtens een arbeidsovereenkomst voor werklieden en werksters en die ontslagen worden om een andere reden dat een dringende reden.

Voor de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 december 1997 is deze collectieve overeenkomst uitsluitend van toepassing op de mannelijke en vrouwelijke werklieden die de leeftijd van 55 jaar of meer bereiken, die, overeenkomstig artikel 23 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996), en haar uitvoeringsbesluiten, een beroepsverleden kunnen aantonen van 33 jaar als werknemer, waarvan 20 jaar in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart 1990, die een beroepsloopbaan van 10 jaar in het bedrijf of de sector van de voedingsnijverheid hebben en die voldoen aan de wettelijk gestelde anciënniteitsvoorwaarden om het statuut van bruggepensioneerde te kunnen bekomen.

Voor de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 is deze collectieve overeenkomst uitsluitend van toepassing op de mannelijke en vrouwelijke werklieden die de leeftijd van 56 jaar of meer bereiken, die, overeenkomstig artikel 23 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, en haar uitvoeringsbesluiten, een beroepsverleden kunnen aantonen van 33 jaar als werknemer, waarvan 20 jaar in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart 1990, die een beroepsloopbaan van 10 jaar in het bedrijf of de sector van de voedingsnijverheid hebben en die voldoen aan de wettelijk gestelde anciënniteitsvoorwaarden om het statuut van bruggepensioneerde te kunnen bekomen.

Art. 3.Onder voorbehoud van de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten kan het ontslag waarvan sprake is in artikel 2, het gevolg zijn van een initiatief van de werkgever en/of de vraag kan uitgaan van de werknemer. Partijen zullen rekening houden met de arbeidsorganisatorische omstandigheden. Voor de ondernemingen die 10 werknemers en minder tewerkstellen gaat het ontslag uitsluitend uit van de werkgever.

Art. 4.Overeenkomstig de wettelijke bepalingen is de vervanging van de bruggepensioneerde verplicht. De sancties, onder welke vorm ook, die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen inzake brugpensioen blijven volledig ten laste van de individuele ondernemingen.

De vervanging van de bruggepensioneerde werkman of werkster zal in principe gebeuren door een werkman of werkster. De afwijking op deze bepaling wordt toegelicht voor de ondernemingsraad.

Art. 5.De capitatieve maandelijkse werkgeversbijdragen per bruggepensioneerde blijven volledig ten laste van de individuele ondernemingen.

Art. 6.De aanvullende vergoeding waarvan sprake in artikel 2 wordt door de werkgevers bedoeld in artikel 1, betaald.

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een bepaalde tijd. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1998.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET

^