Koninklijk Besluit van 09 januari 2007
gepubliceerd op 14 februari 2007
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2007022136
pub.
14/02/2007
prom.
09/01/2007
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

9 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, inzonderheid op artikel 8, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003 en op artikel 9, eerste lid, 3°;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 april 1995, 12 februari 1996, 11 april 1996, 26 mei 1997, 8 december 1998, 18 februari 2002, 7 april 2004 en 10 februari 2006 en bij de koninklijke besluiten van 22 mei 2003 en 4 juli 2004;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 november 2005;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale overheid van 13 januari 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 10 maart 2006;

Gelet op advies 40.889/1/V van de Raad van State, gegeven op 3 augustus 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Onze Minister van Middenstand en Landbouw, Onze Minister van Werk en Onze Minister van Leefmilieu, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, 15°, van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik wordt vervangen als volgt : « 15° Minister : de Minister bevoegd voor Volksgezondheid; ».

Art. 2.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.Dit besluit is van toepassing onverminderd Verordening (EG) nr. 304/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen. ».

Art. 3.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 8.De Minister of een daartoe door de Minister aangewezen ambtenaar verleent de erkenning op advies van het in artikel 9 bedoelde Erkenningscomité. ».

Art. 4.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 9.Het Erkenningscomité, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, is samengesteld uit twaalf leden die door de Minister worden benoemd : 1° drie deskundigen van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, waarvan een het voorzitterschap waarneemt;2° een deskundige van het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, die wordt voorgesteld door de Minister bevoegd voor leefmilieu;3° twee deskundigen van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid;4° een deskundige van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;5° een deskundige van het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie;6° een deskundige van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, die wordt voorgesteld door de Minister bevoegd voor arbeid;7° een deskundige van het Brusselse Gewest, voorgesteld door de Minister-president van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;8° een deskundige van het Vlaamse Gewest, voorgesteld door de Minister-president van de Vlaamse Regering;9° een deskundige van het Waalse Gewest, voorgesteld door de Minister-president van de Waalse Regering. Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid op dezelfde wijze benoemd.

Het Erkenningscomité mag steeds een beroep doen op de medewerking van andere bevoegde personen. ».

Art. 5.In artikel 15, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden« de Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 6.Artikel 16, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « In toepassing van de Verordening (EG) nr. 1335/2005 en in afwijking van artikel 10 kan de Minister gewasbeschermingsmiddelen erkennen die niet in bijlage I van de Richtlijn opgenomen werkzame stoffen bevatten die op 25 juli 1993 reeds op de markt waren in een of meerdere lidstaten van de Europese Unie, en dit tot : 31 december 2006 voor de stoffen van de eerste fase van het herzieningsprogramma zoals bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3600/92; 30 september 2007 voor de stoffen van de tweede fase van het herzieningsprogramma zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 451/2000; 31 december 2008 voor de stoffen van de derde en vierde fase van het herzieningsprogramma zoals bedoeld in de Verordeningen (EG) nr. 1490/2002 en (EG) nr. 1112/2002. ».

Art. 7.In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de woorden « het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 8.In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 9.In artikel 27 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, vierde lid, wordt vervangen als volgt : « Het bezwaarschrift wordt zonder uitstel voor advies meegedeeld aan het Erkenningscomité.»; 2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Het Erkenningscomité onderzoekt de zaak binnen zestig dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift, op dag en uur door zijn voorzitter vastgesteld; binnen dertig dagen daaropvolgend deelt het zijn advies aan de Minister mede. Ingeval de aanvrager de wens uitgedrukt heeft te worden gehoord, kan deze laatste termijn verlengd worden tot dertig dagen na de hoorzitting. ».

Art. 10.In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, derde lid, 1°, wordt vervangen als volgt : « 1° de Minister deelt de motieven waarop hij de intrekking of de wijzigingen meent te moeten gronden, bij een ter post aangetekende brief aan de betrokkene mede.De betrokkene kan zijn middelen tegen die motieven uiteenzetten in een bezwaarschrift dat hij binnen negentig dagen na de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief volgens de procedure zoals bepaald in artikel 27, § 1, tot de Minister richt. Deze deelt het bezwaarschrift aan het Erkenningscomité voor advies mede »; 2° § 1, derde lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° het Erkenningscomité verstrekt zijn advies zoals in artikel 27, § 2, bepaald is;»; 3° In § 2 vervallen de woorden « en aan de Minister die de volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft ».

Art. 11.In artikel 34 van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 12.In artikel 35, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding ».

Art. 13.In artikel 37, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 14.In artikel 38, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 15.In artikel 40, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de Dienst Inspectie van de Grondstoffen van het Ministerie van Landbouw » vervangen door de woorden « het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu ».

Art. 16.Artikel 72 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 72.Een door de Minister aangewezen ambtenaar onderzoekt de erkenningsaanvraag. Deze ambtenaar laat zich bijstaan door ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, daartoe door hun respectieve Ministers aangewezen. Hij stuurt zijn verslag met zijn voorstel aan de Minister. ».

Art. 17.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 74.De Consultatieve Commissie, opgericht bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, is samengesteld uit zeven leden, benoemd door de Minister.

Drie zijn ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en een van hen neemt het voorzitterschap van de Commissie waar. Twee zijn ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en worden voorgedragen door de Minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft. Twee zijn ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, en worden voorgedragen door de Minister die de Tewerkstelling en Arbeid onder zijn bevoegdheid heeft.

Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid op dezelfde wijze benoemd.

De Consultatieve Commissie mag steeds een beroep doen op de medewerking van andere bevoegde personen. ».

Art. 18.De bepalingen van de artikel 6 treden in werking op 25 juli 2003.

Art. 19.Onze minister bevoegd voor volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor middenstand, Onze minister bevoegd voor werk en Onze minister bevoegd voor leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 9 januari 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Middenstand en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^