Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 09 oktober 2003
gepubliceerd op 06 november 2003

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 voor arbeiders

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003201129
pub.
06/11/2003
prom.
09/10/2003
ELI
eli/besluit/2003/10/09/2003201129/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 voor arbeiders (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vastheid van betrekking, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 december 1993, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de ploegenpremies, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 26 februari 2002, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de eindejaarspremie, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 februari 2002, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 april 2002, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de bestaanszekerheid in uitvoering van het nationaal akkoord 2001-2002 van 7 maart 2001, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 april 2002, inzonderheid de artikelen 2 en 3;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 december 2002, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de syndicale vorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 juni 2002, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de toekenning van een sociaal voordeel, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 juni 2002, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het halftijds conventioneel brugpensioen vanaf 55 jaar, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 juni 2002, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar in 2001 en 2002, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 augustus 2002, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheidParitair Comité voor de scheikundige nijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 20033 februari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheidParitair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2003-2004 betreffende het nationaal akkoord 1999-2000 betreffende loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstellingvoor arbeiders.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 9 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975.

Koninklijk besluit van 20 december 1993, Belgisch Staatsblad van 3 februari 1994.

Koninklijk besluit van 26 februari 2002, Belgisch Staatsblad van 10 april 2002.

Koninklijk besluit van 5 februari 2002, Belgisch Staatsblad van 17 april 2002.

Koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002.

Koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002.

Koninklijk besluit van 6 december 2002, Belgisch Staatsblad van 20 december 2002.

Koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 6 augustus 2002.

Koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2002.

Koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2002.

Koninklijk besluit van 22 augustus 2002, Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2002.

Bijlage Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2003 Nationaal akkoord 2003-2004 voor arbeiders (Overeenkomst geregistreerd op 28 maart 2003 onder het nummer 65817/CO/116) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders die ressorteren onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

Met »arbeiders » wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Duur

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een duur van 2 jaar, van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004. HOOFDSTUK III. - Omkaderingsafspraken voor het sociaal overleg op ondernemingsvlak

Art. 3.In het belang van de economische activiteit en de tewerkstelling van de sector zullen de onderhandelaars op ondernemingsvlak de besprekingen voeren rekening houdend met de huidige algemene economische toestand die moeilijker is dan deze tijdens de afgelopen jaren.

De sociale gesprekspartners van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid en de onderhandelaars op ondernemingsvlak onderschrijven ondubbelzinnig de afspraken van het interprofessioneel akkoord 2003-2004 van 17 januari 2003, meer bepaald opgenomen in artikel 1 : overeenkomstig de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996) wordt de stijging van de loonkosten voor de 2 komende jaar op 5,4 pct. als indicatieve norm aanvaard. Het jaar 2003 zal maximaal worden ontzien. HOOFDSTUK IV. - Minimumuurloon

Art. 4.§ 1. De bedragen van het minimum-aanvangsuurloon en van het minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit, zoals vastgesteld in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 (koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002) betreffende het minimumuurloon gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, worden verhoogd met 0,10 EUR vanaf 1 juli 2003 in het 40-urenweek stelsel;vanaf 1 januari 2004 wordt het voornoemd minimum-aanvangsuurloon evenals het voornoemd minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit met 0,12 EUR verhoogd; vanaf 1 juli 2004 wordt het voornoemd minimum-aanvangsuurloon evenals het voornoemd minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit met 0,05 EUR verhoogd. § 2. De in § 1 van dit artikel vermelde bijzondere inspanning voor de verhogingen van de minimumuurlonen kan niet gebruikt worden als zijnde richtinggevend voor de bedrijfsonderhandelingen. HOOFDSTUK V. - Ploegenpremies

Art. 5.De bedragen van de minimum ploegenpremies zoals voorzien in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid betreffende de ploegenpremies (koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002), worden, in het 40- uren/week-stelsel, vanaf 1 januari 2004 als volgt verhoogd : - morgen- en namiddagploegen : + 0,02 EUR; - nachtploeg : + 0,04 EUR. HOOFDSTUK VI. - Niet geconventioneerde ondernemingen

Art. 6.De uurlonen op 31 december 2002 effectief uitbetaald in de ondernemingen die, aangaande de eventuele verhoging van deze uurlonen in 2003 en/of 2004, niet gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, zullen verhoogd worden met 0,12 EUR per uur vanaf 1 januari 2004; deze verhoging van 0,12 EUR per uur gebeurt evenwel na verrekening en/of in voorafname van eventuele andere verhogingen van het uurloon die, met uitzondering van deze ten gevolge van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 betreffende de koppeling der lonen aan het indexcijfer der consumptieprijzen (koninklijk besluit van 24 april 2002, Belgisch Staatsblad van 31 mei 2002), zouden toegekend worden aan de arbeiders tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VII. - Eindejaarspremie

Art. 7.Het eerste lid van artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 tot toekenning van een eindejaarspremie (koninklijk besluit van 5 februari 2002, Belgisch Staatsblad van 17 april 2002), gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, wordt door de volgende tekst vervangen : "De arbeiders waarvan de arbeidsovereenkomst tijdens het beschouwde dienstjaar wordt beëindigd, met uitsluiting van deze welke zelf ontslag hebben genomen vooraleer zij minstens één jaar anciënniteit in de onderneming tellen op het einde van de arbeidsovereenkomst, en met uitsluiting van deze welke door de werkgever worden ontslagen om dringende reden, genieten de premie naar rato van het aantal maanden werkelijke arbeidsprestaties tijdens dit dienstjaar, voor zover zij drie maanden anciënniteit tellen in de onderneming op het einde van de door de wettelijke vooropzeg gedekte periode, zonder evenwel rekening te houden met eventuele schorsingen van de arbeidsovereenkomst tijdens deze vooropzeg. » . HOOFDSTUK VIII. - Vastheid van betrekking

Art. 8.In het tweede lid van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993 betreffende de vastheid van betrekking (koninklijk besluit van 20 december 1993, Belgisch Staatsblad van 3 februari 1994) wordt het woord "loopbaanonderbreking" vervangen door het woord "tijdskrediet". HOOFDSTUK IX. - Bestaanszekerheid

Art. 9.§ 1. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid. a) De aanvullende werkloosheidsuitkering zoals voorzien in het eerste lid van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot vaststelling van aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid en van vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard (koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002) bedraagt, vanaf 1 januari 2004, 7,20 EUR per dag gedeeltelijke werkloosheid. Voor de arbeiders, jonger dan 19 jaar, wordt deze vergoeding vanaf 1 januari 2004 vastgelegd op 6,48 EUR. b) Het derde lid van het bovenvermelde artikel 2 wordt door de volgende tekst vervangen : "De aanvullende werkloosheidsuitkering is eveneens verschuldigd bij gedeeltelijke werkloosheid die het gevolg is van overmacht in hoofde van de onderneming.» . c) De overige bestaande toekenningsmodaliteiten blijven onveranderd. § 2. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard.

Het artikel 4 van de bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 tot vaststelling van aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid en van vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard (koninklijk besluit van 25 april 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juni 2002) wordt, met ingang van 1 maart 2003, door de volgende tekst vervangen : "Onverminderd de vergoeding bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard, zoals bepaald in artikel 3 hierboven, wordt volgende bijzondere regeling van aanvullende werkloosheidsuitkering voorzien volgens onderstaand schema voor arbeiders, die om economische of technische redenen of redenen van structurele aard worden ontslagen. Arbeiders met een anciënniteit van 10 tot minder dan 15 jaar in de onderneming ontvangen het in artikel 2 voorzien dagbedrag van aanvullende werkloosheidsuitkering voor de eerste 44 bewezen dagen effectieve werkloosheid, welke aanvangt vanaf het verstrijken van de opzeggingstermijn of vanaf het verstrijken van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode.

Voor arbeiders met een anciënniteit van 15 tot minder dan 20 jaar in de onderneming wordt dit gebracht op de eerste 66 bewezen dagen effectieve werkloosheid.

Voor arbeiders met een anciënniteit van 20 jaar en meer wordt dit gebracht op de eerste 88 bewezen dagen effectieve werkloosheid.

Het recht op deze aanvullende werkloosheidsuitkering vervalt vanaf de eerste dag van werkhervatting.

Bestaande gunstigere regelingen op bedrijfsvlak blijven behouden. » . HOOFDSTUK X. - Carenzdag

Art. 10.§ 1. De eerste dag van arbeidsongeschiktheid van de arbeiders wegens ziekte of ongeval, genoemd "carenzdag", en, overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978), niet betaald door de werkgever, wanneer de duur van de arbeidsongeschiktheid geen veertien dagen bereikt, geeft, overeenkomstig het punt 2 van het bovenvermeld interprofessioneel akkoord 2003-2004 van 17 januari 2003, aanleiding tot de volgende bepalingen : a) vanaf 1 januari 2003 zal de eerste "carenzdag" per kalenderjaar aan de betrokken arbeiders door hun werkgever worden betaald;b) vanaf 1 januari 2004 zullen aan de betrokken arbeiders de eerste en tweede "carenzdagen" per kalenderjaar door hun werkgever worden betaald;aan de arbeiders die minstens 15 jaar anciënniteit tellen in de onderneming zal bovendien, eveneens vanaf 1 januari 2004, de derde "carenzdag" per kalenderjaar door hun werkgever worden betaald. § 2. De bijkomende kost van voornoemde tweede en derde "carenzdagen", kan door de ondernemingen aangerekend worden naar aanleiding van hun eventuele collectieve arbeidsovereenkomst besprekingen 2003-2004.

Bestaande gunstigere regelingen op bedrijfsvlak blijven behouden. HOOFDSTUK XI.- Conventioneel brugpensioen

Art. 11.§ 1. Brugpensioen vanaf 58 jaar.

De collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 tot verlenging van het stelsel van conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar (koninklijk besluit van 6 december 2002, Belgisch Staatsblad van 20 december 2002), die per 31 december 2002 vervallen is, wordt voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verlengd met behoud van de erin vastgelegde modaliteiten, zonder afbreuk te doen aan § 4 van dit artikel en met uitzondering van artikel 5, dat door de volgende tekst wordt vervangen : "De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde aanvullende vergoeding wordt overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad toegekend. » . § 2. Brugpensioen vanaf 56 jaar voor de arbeiders met minstens 20 jaar nachtprestaties en 33 jaar beroepsloopbaan.

De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 juni 2001 betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 56 jaar voor de arbeiders met minstens 20 jaar nachtprestaties en 33 jaar beroepsloopbaan (koninklijk besluit van 22 augustus 2002, Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2002), die per 31 december 2002 vervallen is, wordt, voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, verlengd met behoud van de erin vastgelegde modaliteiten, zonder afbreuk te doen aan § 4 van dit artikel en met uitzondering van artikel 6, dat door de volgende tekst wordt vervangen : "De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde aanvullende vergoeding wordt overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad toegekend. ». § 3. Halftijds conventioneel brugpensioen.

Het halftijds conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar voor de arbeiders wordt, voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, mogelijk gemaakt via een toetredingsprocedure die door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst zal worden vastgesteld. § 4. Voor de berekening van het netto-referteloon tot bepaling van de aanvullende vergoeding voortvloeiend uit, enerzijds, de in bovenvermelde paragrafen van dit artikel vermelde collectieve arbeidsovereenkomsten en, anderzijds, uit de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten inzake voltijds of halftijds conventioneel brugpensioen op het vlak van de ondernemingen zal, vanaf 1 januari 2004, de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage van de arbeiders berekend worden op 100 pct. in plaats van 108 pct. van hun brutomaandloon. HOOFDSTUK XII. - Sectoraal aanvullend pensioenplan Oprichting van een paritaire werkgroep

Art. 12.Er zal, zonder resultaatverbintenis, een paritaire werkgroep worden opgericht met als doelstelling het onderzoek naar de mogelijke invoering van een sectoraal aanvullend pensioenplan.

Verslag van de werkzaamheden van deze werkgroep zal uitgebracht worden bij het paritair comité vóór eind oktober 2004. HOOFDSTUK XIII. - Toekenning van een sociaal voordeel

Art. 13.Het bedrag van het sociaal voordeel vastgelegd in artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 mei 2001 tot toekenning van een sociaal voordeel (koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2002), wordt, vanaf het betalingsjaar 2004 (sociaal dienstjaar 2003) gebracht op 115 EUR. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door het beheerscomité van het "Sociaal Fonds van de scheikundige nijverheid". HOOFDSTUK XIV. - Syndicale vorming

Art. 14.Het vierde lid van artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 30 mei 2001 (koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 6 augustus 2002) wordt, met ingang van het jaar 2003, door de volgende bepalingen vervangen : "- begrenzing : 900 000 EUR vanaf 2003; - verdeling : 750 000 EUR jaarlijks vanaf 2003 aan de vakbondsorganisaties; 150 000 EUR jaarlijks vanaf 2003 aan de "Federatie van de Chemische Industrie van België (Fedichem). » .

HOOFDSTUCK XV. - Fonds voor Vorming (0,10 p.c. - risicogroepen)

Art. 15.De collectieve arbeidsovereenkomst tot verlenging van het "Fonds voor vorming in de scheikundige nijverheid", gesloten op 13 juni 2001 (koninklijk besluit van 12 juni 2002, Belgisch Staatsblad van 27 juli 2002) in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, zal voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden verlengd. Bovendien zal, in het raam van de werkzaamheden van het fonds voor vorming, bijzondere aandacht worden geschonken aan opleiding inzake preventie, veiligheid en ergonomie, inzonderheid voor de nieuw aangeworven arbeiders, en dit met het oog op de toekenning van één dag opleiding tijdens het eerste jaar van hun loopbaan in de sector. Het fonds voor vorming zal hier rond stimulerende en begeleidende maatregelen uitwerken.

HOOFDSTUCK XVI. - Veiligheid en onderaanneming

Art. 16.De ondertekenende partijen erkennen het belang van de veiligheid op het werk in geval van gelijktijdige aanwezigheid van verschillende ondernemingen op dezelfde arbeidsplaats.

In dat raam verbinden de ondertekenende partijen er zich toe om hun respectievelijke leden informatie te geven over de inhoud van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (Belgisch Staatsblad van 18 september 1996), in het bijzonder met betrekking tot de modaliteiten van de uitvoering, de samenwerking en/of de coördinatie tussen ondernemingen inzake veiligheid, namelijk op het vlak van vorming en informatie.

De ondertekenende partijen bevelen de ondernemingen aan om de vertegenwoordigers van het comité voor preventie en bescherming op het werk ten minste jaarlijks in te lichten over de toepassing van de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 inzake het welzijn van de werknemers (Belgisch Staatsblad van 18 september 1996), in het bijzonder met betrekking tot de modaliteiten van de uitvoering, de samenwerking en/of de coördinatie tussen ondernemingen inzake veiligheid, namelijk op het vlak van vorming en informatie.

HOOFDSTUCK - XVII.Tijdskrediet - 1/5e loopbaanvermindering

Art. 17.§ 1. Tijdskrediet Het recht op tijdskrediet, voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis gesloten op 19 december 2001 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (Belgische Staatsblad van 16 februari 2002), wordt uitgebreid tot een duur van maximum 5 jaar over de gehele loopbaan.

Tijdens het eerste jaar dient de uitoefening van dit recht op tijdskrediet, overeenkomstig voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, te gebeuren per minimumperiode van 3 maanden.

Behoudens andere afspraken op het vlak van de onderneming dienen, van het tweede tot en met het vijfde jaar, de volgende cumulatieve voorwaarden nageleefd te worden : - het tijdskrediet moet uitgeoefend worden per periode van één jaar; - de arbeiders die van dat recht op tijdskrediet gebruik wensen te maken dienen minstens vijf jaar anciënniteit bereikt te hebben. § 2. 1/5e loopbaanvermindering De ondernemingen kunnen, rekening houdend met de goede werkorganisatie, overeenkomstig artikelen 6, § 2 en 9, § 2 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van de Nationale Arbeidsraad, de concrete toepassingsmodaliteiten bepalen van het stelsel van 1/5e loopbaanvermindering voor de voltijdse arbeiders die in ploegen zijn tewerkgesteld. HOOFDSTUK XVIII. - Overleg en sociale vrede

Art. 18.Met inachtneming van de sociale vrede en de procedures eigen aan de scheikundige nijverheid, erkennen de ondertekenende partijen namens hun mandaatgevers, dat zij voor de materies die deel uitmaken van deze collectieve arbeidsovereenkomst aan elkaars eisen zijn tegemoet gekomen.

Zij is gesloten te goeder trouw, en de ondertekenende partijen verbinden er zich toe om ze te doen toepassen, zowel naar de letter als naar de geest.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 2003.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^