Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 09 oktober 2003
gepubliceerd op 11 december 2003

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid, tot bepaling van de inspanningen voor 1999-2000 ten gunste van risicogroepen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003201247
pub.
11/12/2003
prom.
09/10/2003
ELI
eli/besluit/2003/10/09/2003201247/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid, tot bepaling van de inspanningen voor 1999-2000 ten gunste van risicogroepen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid, tot bepaling van de inspanningen voor 1999-2000 ten gunste van risicogroepen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 9 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 Bepaling van de inspanningen voor 1999-2000 ten gunste van risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 8 oktober 1999 onder het nummer 52524/CO/210) HOOFDSTUK I. - Onderwerp Deze overeenkomst is afgesloten in uitvoering van het sectoraal akkoord van 4 mei 1999 en van de onderafdeling 1, afdeling VI van hoofdstuk III van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 1 april 1999).

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Deze overeenkomst is van toepassing in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de bedienden van de staalindustrie (PC 210) vallen en voor hun gebaremiseerde werknemers onder bediendecontract.

HOOFDSTUK III. - Modaliteiten 3.1. Het sectoraal akkoord van 4 mei 1999 en de wet van 26 maart 1999 voorzien de verplichting voor de werkgevers om in 1999 en 2000 een inspanning toe te staan, bestemd voor personen die tot risicogroepen behoren of waarop een begeleidingsplan van toepassing is. 3.2. Deze inspanning moet evenwaardig zijn aan 0,10 pct. van het geheel van de bezoldigingen onderworpen aan de sociale zekerheid van het personeel onder bediendecontract. 3.3. In toepassing van het sectoraal akkoord van 4 mei 1999 moet een overeenkomst met de vakbondsafvaardiging de concrete modaliteiten van deze inspanning ten gunste van risicogroepen bepalen voor de jaren 1999-2000. 3.4. De overeenkomst waarvan sprake onder 3.3. zal verplicht het begrip van de bedoelde risicogroepen moeten vastleggen. 3.5. De overeenkomst zal eveneens de weerhouden initiatieven moeten bepalen die gekozen werden uit de hierna als voorbeeld opgesomde actiethema's : - verlenging van de initiatieven toegepast door de ondernemingsovereenkomsten voor 1995-1996 en 1997-1998; - kwalificerende opleiding van tewerkgestelde werknemers teneinde hun beroepskennis aan te passen en bij te scholen in functie van de toekomstvereisten en hierdoor hun job veilig te stellen; - elk ander initiatief dat aangepast is aan de specifieke toestand in elke onderneming. 3.6. De overeenkomst zal noodzakelijkerwijze een verbintenis inhouden om aan deze initiatieven een budget te besteden dat voor 1999 en 2000 gelijk is 0,10 pct. van de bezoldigingen aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor elk van de bedoelde jaren. 3.7. De partijen verbinden zich ertoe elk jaar een evaluatieverslag en een financieel overzicht op te stellen en neer te leggen bij de Griffie van de Dienst Collectieve Betrekkingen van het Minister van Tewerkstelling en Arbeid. 3.8. Een exemplaar van de afgesloten overeenkomsten alsook van voornoemd verslag en overzicht zullen opgestuurd worden aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden van de staalindustrie en aan de nationale verantwoordelijken van de ondertekenende organisaties teneinde samen over te gaan tot de evaluatie van de toepassing van het sectoraal akkoord. HOOFDSTUK IV. -Toepassingsduur Deze overeenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur. Ze wordt van kracht op 1 januari 1999 en eindigt op 31 december 200 0.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 2003.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^