Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 09 september 2008
gepubliceerd op 28 oktober 2008

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2008013247
pub.
28/10/2008
prom.
09/09/2008
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Athene, 9 september 2008.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 Aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (Overeenkomst geregistreerd op 22 januari 2008 onder het nummer 86427/CO/326) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de gebaremiseerde personeelsleden, op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 van toepassing is, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities

Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : « gebaremiseerde werknemer », de werknemer a) aangeworven vóór 1 januari 2002 bij : - bedrijven ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf vóór 1 januari 2004; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, die voortkomen uit de hiervoor genoemde bedrijven; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf die personeel overnemen, op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst n° 32bis van 7 juni 1985, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers in geval van verandering van de werkgever wegens een conventionele transfer van de onderneming en die de rechten regelt van de werknemers die overgenomen worden in geval van overname van het actief na faillissement of gerechtelijk concordaat door afstand van het actief; b) aangeworven tussen 1 juli 2000 en 31 december 2003 bij : - de onderneming SPE; - een onderneming, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas en elektriciteitsbedrijf, en die voortkomt uit de onderneming SPE; - een onderneming, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas en elektriciteitsbedrijf, die, op basis van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis personeel van SPE heeft overgenomen, en op wie een bijzonder pensioenstelsel voorzien in de op ondernemingsvlak afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2006, niet van toepassing is; c) met een contract van onbepaalde duur op 31 augustus 2006 in de intercommunale Sibelga en getransfereerd op 1 september 2006 of later naar de firma Brussels Network Operations;d) die actief is, evenals de wezen.Is gelijkgesteld aan actieve werknemer : - de werknemer in waarborg van inkomen 1e en 2e jaar of in "invaliditeit" (vanaf het 3e jaar arbeidongeschiktheid); - de werknemer in vervroegd vertrek. « onderneming » : de juridische entiteit. « collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 » : de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001. « WAP » : de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingsstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum, Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003). HOOFDSTUK III. - Doel

Art. 3.Het voorwerp van deze collectieve overeenkomst is de invoering van een sectoraal sociaal aanvullend pensioenplan in het kapitaalstelsel "vaste prestaties".

Art. 4.Dit sectoraal sociaal aanvullend pensioenplan is geregeld door het reglement dat bij deze overeenkomst gevoegd is en dat er integraal deel van uitmaakt. HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur

Art. 5.Tenzij andersluidende bepalingen, wordt deze collectieve arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde duur en heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2007.

Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan geheel of gedeeltelijk worden opgezegd, door elk van de partijen, middels een opzeggingstermijn van 6 maanden, per aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité van het gas- en elektriciteitsbedrijf.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 september 2008.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET

Bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Sectoraal sociaal aanvullend pensioenplan in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de gebaremiseerde werknemers uit de sector gas en elektriciteit HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Artikel 1.Doel van het reglement Dit reglement heeft als doel de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 met betrekking tot een sectoriaal sociaal aanvullend pensioenplan uit te voeren ten gunste van de deelnemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 3, de daaruit voortvloeiende rechten en plichten van de ondernemingen en de deelnemers vast te leggen en hun relaties met de pensioeninstelling te regelen. De bepalingen van dit reglement worden aangevuld met de algemene en bijzondere voorwaarden van de pensioeninstelling. Bij tegenstrijdigheid primeren de beschikkingen van dit reglement.

Het heeft als doel, tegen betaling van patronale en persoonlijke bijdragen, te voorzien in : - Voor de deelnemers 1. een pensioenkapitaal indien de deelnemer in leven is op de pensioendatum;2. de toekenning van een invaliditeitsrente bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer vóór de pensioendatum. - Voor de begunstigde(n) in geval van overlijden Een overlijdenskapitaal bij overlijden van de deelnemer voor de pensioendatum. - Voor hun wees/wezen Een wezenrente bij overlijden van de deelnemer voor de pensioendatum.

Dit reglement bevat de berekeningsmodaliteiten en de toekenningsvoorwaarden van deze voordelen.

Het financieel en administratief beheer, evenals de risicodekking van het aanvullend sectoraal sociaal pensioenstelsel, worden aan de pensioeninstelling toevertrouwd.

Art. 2.Definities 2.1. Partijen In de zin van dit reglement verstaat men onder : - de inrichter : de vereniging zonder winstoogmerk met als benaming het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen"; - de pensioeninstelling : de instellingen aangeduid door het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen" in hoofdstuk 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007; - het O.F.P. ELGABEL : het organisme voor de financiering van pensioenen die de solidariteitstoezegging beheert; - de ondernemingen/vennootschappen : elke onderneming die gebaremiseerde werknemers in dienst heeft die vallen onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst 29 november 2007; - de deelnemers : de personeelsleden van de ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 en die aan de aansluitingsvoorwaarden van artikel 3 voldoen; - de begunstigden : de deelnemers en hun rechthebbenden die de in dit reglement voorziene prestaties ontvangen.

De ex-deelnemers en hun rechthebbenden die verworven rechten hebben krachtens dit reglement; - de echtgeno(o)t(e) : de persoon die gehuwd is met de deelnemer, op voorwaarde dat de echtgenoten noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden zijn; - de wettelijk samenwonende : de persoon die leeft met de deelnemer, conform de van kracht zijnde wettelijke bepalingen die de wettelijke samenwoning regelen; - de partner : de persoon, met uitsluiting van een persoon die tot de 3e graad inbegrepen een bloedverwantschap heeft met de deelnemer, die onder hetzelfde dak leeft "als koppel" met de deelnemer, op voorwaarde dat noch de deelnemer, noch de partner getrouwd zijn en op voorwaarde dat, op het moment van het overlijden, de ononderbroken samenwoning tenminste één jaar duurt; - de wees : elk kind van wie de afstamming ten aanzien van de deelnemer vaststaat overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn op het moment van overlijden van de deelnemer, en die begunstigde is van kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten; - de C.B.F.A. : de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen, zijnde de openbare instelling die waakt over de naleving van de wetgeving inzake aanvullende pensioenen. 2.2. Berekeningsgrondslagen 2.2.1. Pensioendatum Onder "pensioendatum" verstaat men : de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de 65e verjaardag van de deelnemer. 2.2.2. Vervroegde pensionering Onder "vervroegde pensionering" verstaat men : de opruststelling voor de pensioendatum, maar ten vroegste de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin de deelnemer de leeftijd van 60 jaar bereikt. 2.2.3. Pensioenanciënniteit De pensioenanciënniteit n, die gebruikt wordt voor de berekening van de prestaties bij pensionering, wordt bepaald volgens het aantal jaren en maanden dienst vervuld onder arbeidsovereenkomst in de sector gas en elektriciteit tot aan de datum van pensionering, vermeerderd met de gelijkgestelde of toegekende perioden.

Bij vervroegd pensioen vanaf 60 jaar is de pensioenanciënniteit n deze die de deelnemer zou bereikt hebben indien hij in voltijdse dienst was gebleven tot op de pensioendatum.

De pensioenanciënniteit verworven rechten na die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de verworven rechten bij vertrek voor de pensioendatum, met uitzondering van de vervroegde pensionering, is samengesteld uit de anciënniteit n verworven vanaf de datum van pensioenanciënniteit, meegedeeld door de aangesloten vennootschappen, tot op de dag van het einde van de arbeidsovereenkomst.

De pensioenanciënniteiten n en na mogen de 45 jaar niet overschrijden.

Deze anciënniteit is echter vermeerdeerd met een eventuele op 1 juli 2007 toegekende aanvullende anciënniteit die op diezelfde datum waarborgt dat het kapitaal bij leven verzekerd op 60 jaar in het kader van dit plan tenminste gelijk is aan 100 pct. van het kapitaal leven dat op 30 juni 2007 is verzekerd in het kader van het plan dat op dat moment van kracht was op basis van actuele elementen (bezoldiging, wettelijk pensioen) en aan 101 pct. van het kapitaal leven dat op 30 juni 2007 is verzekerd in het kader van het plan dat op die datum van kracht was op basis van elementen geprojecteerd op 60 jaar (bezoldiging, wettelijk pensioen).

De pensioenanciënniteit wordt door de vennootschappen aan de pensioeninstelling medegedeeld. 2.2.4. Refertebezoldiging (T ) De refertebezoldiging (T ) wordt door de vennootschappen meegedeeld en stemt overeen met het bruto jaarloon op 1 januari van het lopende kalenderjaar : T = (X . to + Pr + Pr') . k formule waarin a) X de jaarlijkse vermenigvuldigingscoëfficiënt van de maandelijkse bezoldiging is. Deze coëfficiënt houdt rekening met : - de 12 maanden bezoldiging in actieve dienst; - de eindejaarspremie : 13e en 14e maand; - het wettelijk en het bovenwettelijk dubbel vakantiegeld. b) to is gelijk aan de som van : - de maandwedde van januari; - de indexforfait; genomen aan de waarde die overeenstemt met de index 100 van de gezondheidindex . to houdt geen rekening met andere salaristoeslagen, premies en voordelen. c) Pr is gelijk aan de som van de statutaire zogenaamde winter- en vakantiepremies, genomen aan hun waarde die overeenstemt met de index 100 van de gezondheidsindex.d) Pr' is de waarde, aan de index 100 van de gezondheidsindex, van het dubbel wettelijk vakantiegeld berekend op het maandelijks gemiddelde van Pr.e) k de indexeringsvermenigvuldigingscoëfficiënt is van de bezoldigingen van de werknemers in de gas- en elektriciteitssector op datum van 1 januari. Die refertebezoldiging (T ) wordt in de loop van het jaar als onveranderd beschouwd. Op het ogenblik van de aanvang van de uitkering van de prestaties pensioen, overlijden, invaliditeit of van de verworven rechten, wordt deze bezoldiging vermeerderd met 1 pct.

Voor de aansluitingen in de loop van het jaar, na 1 januari, wordt de refertebezoldiging (T ) bepaald op basis van de bezoldiging van de maand van aansluiting aangepast volgens de indexeringsregels die van toepassing zijn op de bezoldiging van de maand januari die eraan voorafgaat of ermee samenvalt.

De refertebezoldiging wordt uitgedrukt op basis van een voltijdse activiteit. 2.2.5.Bezoldigingsschijven (T 1 en T 2) Het gaat om de schijven waarmee rekening wordt gehouden voor de berekening - van de prestaties en de persoonlijke bijdragen : Tprest 1 stemt overeen met het deel van de refertebezoldiging lager of gelijk aan 43.000,00 EUR;

Tprest 2 stemt overeen met het deel van de refertebezoldiging hoger dans 43.000,00 EUR. Het geïndexeeerde bedrag van 43.000,00 EUR wordt forfaitair vastgelegd op 1 januari 2006 en wordt jaarlijks op 1 juli geïndexeerd volgens de evolutie van de gezondheidsindex op 1 januari. In de loop van het jaar blijft het ongewijzigd. - van de persoonlijke bijdragen Tcot 1 stemt overeen met het deel van de refertebezoldiging lager of gelijk aan het grensbedrag gebruikt bij de berekening van de prestaties van het wettelijke rustpensioen;

Tcot 2 stemt overeen met het deel van de refertebezoldiging hoger dan dit grensbedrag.

Dit grensbedrag dat door de sector "ouderdoms- en overlevingspensioenen" van de sociale zekerheid wordt toegepast is op 1 januari 2007 gelijk aan 44.081,27 EUR. Dit bedrag wordt elk jaar op dezelfde datum herbepaald en blijft in de loop van het jaar als ongewijzigd. 2.2.6. Vr en Vd Pensioenkapitalen (Vr ) en overlijdenskapitalen (Vd ) afkomstig van andere aanvullende basisvoorzorgsstelsels, verworven door de deelnemers tijdens hun pensioenanciënniteit n.

Voor de aangeslotenen die komen van regies of van andere ondernemingen waarvan de activiteit werd overgenomen, zal rekening gehouden worden met de bestaande protocollen.

Voor de deelnemers die in 2008 aangesloten worden aan het pensioenplan ELGABEL en voor deze geboren vanaf 1 januari 1947 die in 1995 en 1997 eraan aangesloten werden, zal rekening gehouden worden met de bestaande protocollen en van de bedragen die op het toetredingformulier vermeld zijn. 2.2.7. Coëfficiënt van gemiddelde deeltijdse prestatie (tpm ) De coëfficiënt van de gemiddelde deeltijdse prestatie wordt berekend op basis van het (of de) tewerkstellingsregime(s) tijdens de werkelijk gepresteerde of geassimileerde maanden dienst tijdens de loopbaan van de deelnemer in de gas- en elektriciteitssector.

Deze coëfficiënt wordt gebruikt voor de berekening van de formules van vervroegd vertrek evenals van het aanvullend pensioen in geval van op ruststelling of overleving.

Voor de valorisatie van de gelijkgestelde periode van tijdskrediet in geval van deeltijdse tewerkstelling vóór het vervroegd vertrek, is het de gemiddelde tewerkstellingsratio van de loopbaan die voorafgaat aan het vervroegd vertrek die van toepassing zal zijn voor de periode van vervroegd vertrek en voor het pensioen Formule tpm = Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.2.8. Coëfficiënt van huidige deeltijdse prestatie (tpa ) De coëfficiënt van huidige deeltijdse prestatie wordt berekend op basis van de prestaties van de eerste dag van de lopende maand. 2.2.9. Uittreding van de deelnemer Indien de deelnemer een onderneming, beschreven in artikel 2.1., verlaat en met een arbeidsovereenkomst aangeworven wordt in een andere onderneming, tevens omschreven in artikel 2.1., blijft dit reglement van toepassing en is er geen uittreding uit het pensioenplan. Indien de deelnemer door het ondertekenen van dit nieuw contract onder een andere pensioeninstelling zou vallen, dan worden de reserves opgebouwd tot op het einde van de eerste arbeidsovereenkomst overgeschreven naar deze pensioeninstelling.

Indien de deelnemer een onderneming, beschreven in artikel 2.1., verlaat en geen arbeidsovereenkomst ondertekent met een andere onderneming, eveneens beschreven in artikel 2.1., mag hij over zijn reserves beschikken en over hun toewijzing beslissen, zoals beschreven onder punt 17.1. van dit artikel. 2.3. Jaarlijkse herberekening De prestaties gewaarborgd door dit reglement, alsook de overeenkomstige premies, worden eenmaal per jaar met uitwerking op 1 juli herbepaald in functie van de wijzigingen die zich voordeden in de refertebezoldiging van de maand januari, geïndexeerd op 1 januari, de burgerlijke staat en de familiale toestand van de deelnemer.

Met het oog hierop geven de vennootschappen de nodige inlichtingen door aan de pensioeninstelling.

Art. 3.Aansluitingsvoorwaarden Nemen verplicht deel aan dit reglement de werknemers die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 vallen.

Art. 4.Informatie aan de deelnemers Het reglement, alsook de eventuele bijvoegsels, worden door de ondernemingen, mogelijks elektronisch, ter beschikking gesteld van de deelnemers.

Elke deelnemer ontvangt eenmaal per jaar een individuele situatie die de verzekerde bedragen, de prestaties en de verworven reserves meedeelt. HOOFDSTUK II. - Prestaties bij leven van de deelnemer op de pensioendatum

Art. 5.Verzekerde prestaties Bij leven van de deelnemer op de pensioendatum, wordt hem een kapitaal Kr toegekend waarvan het bedrag als volgt wordt bepaald : Kr = n/45 . (2,70 . Tprest 1 + 9,60 . Tprest 2) . tpm - Vr Niettemin wordt voor de deelnemers die op 30 juni 2007 aangesloten waren bij het stelsel PENSIOBEL OUD het bedrag als volgt bepaald : Kr = n/45 . (2,60 . Tprest 1 + 9,20 . Tprest 2) . tpm - Vr formules waarin Tprest 1, Tprest 2, tpm, Vr en n worden gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2.

Art. 6.Modaliteiten van uitkering Bij leven van de deelnemer op de pensioendatum is hij de begunstigde van de prestaties.

Deze zullen worden uitgekeerd onder de vorm van een kapitaal. Hij kan evenwel op dat moment ervoor kiezen een deel of heel dit kapitaal om te zetten in een lijfrente. Deze omzetting zal gebeuren volgens de modaliteiten beschreven in artikel 19 van dit reglement.

De verschuldigde sommen worden aan de begunstigde uitbetaald na afgifte van een attest van leven dat zijn geboortedatum vermeldt, samen met een recto-verso kopie van zijn identiteitskaart en zijn SIS-kaart. HOOFDSTUK III. - Prestaties bij overlijden van de deelnemer voor de pensioendatum

Art. 7.Verzekerde prestaties 7.1. Kapitaal overlijden Bij overlijden van de deelnemer vóór de pensioendatum wordt er aan de begunstigden een kapitaal Ks toegekend waarvan het bedrag als volgt wordt bepaald : Voor de gehuwde deelnemers (noch uit de echt gescheiden, noch feitelijk gescheiden) of wettelijk samenwonenden of partners : Ks = 3 . T . tpm Voor de deelnemers die een pensioenanciënniteit hebben van 25 jaar en die ontslagen worden, uitgezonderd wegens dringende reden, wordt het kapitaal Ks berekend op basis van berekeningselementen die definitief vastgelegd worden op het einde van de periode waarvoor een opzeggingsvergoeding werd betaald en wordt het vermenigvuldigd met de coëfficiënt na/n.

Voor de andere deelnemers : Ks = 1 . T . tpm Voor de deelnemers die een pensioenanciënniteit hebben van 25 jaar en die ontslagen worden, uitgezonderd wegens dringende reden, is Ks gelijk aan een overlijdenskapitaal dat overeenstemt met de wiskundige reserve van het bijdragecontract.

Van het gehele kapitaal worden de kapitalen Vd afgetrokken.

T, n, na, tpm en Vd worden gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2.

Om te kunnen genieten van een prestatie overlijden dat rekening houdt met de partner, moet de deelnemer het bewijs van minstens een jaar samenwonen voorleggen aan de vennootschap die hem tewerkstelt. Deze vennootschap stuurt het door naar de pensioeninstelling.

In dat opzicht moet de deelnemer, op het moment dat hij wenst dat een persoon erkend wordt als partner, een uittreksel uit het bevolkingsregister voorleggen (niet ouder dan twee maand) waaruit blijkt dat hij minstens een jaar hetzelfde domicilie deelt met deze persoon. Dergelijk uittreksel moet om de twee jaar bij de vennootschap die hem tewerkstelt ingediend worden.

De hoedanigheid van partner gaat verloren indien de vennootschap die hem tewerkstelt niet binnen de gestelde termijnen in het bezit werd gesteld van het uittreksel uit het bevolkingsregister dat aan de hierboven vermelde voorwaarden beantwoordt. 7.2. Wezenrente Het plan voorziet eveneens in de uitbetaling van een jaarlijkse wezenrente (Wr ) voor elk kind gelijk aan : Wr = 5 pct. . T . tpm waarin T en tpm worden gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2. De jaarlijkse wezenrenten zijn maandelijks per twaalfden betaalbaar, per kind, voor zover het recht geeft op kinderbijslag of op toeslag voor gehandicapten.

De wezenrenten worden elk jaar op 1 april geïndexeerd vanaf het jaar dat het overlijden volgt volgens de evolutie van de gezondheidsindex. 7.3. Vrijwaringsclausule De deelnemers genieten van een vrijwaringsclausule die hen garandeert dat het overlijdenskapitaal verzekerd in het kader van dit plan niet lager mag zijn dan het kapitaal overlijden verzekerd op 1 januari 2007 in het kader van het plan dat tot die datum van kracht was, en dit zolang er zich geen wijziging heeft voorgedaan in de burgerlijke staat van de deelnemer.

Ze genieten ook van een vrijwaringsclausule die hen garandeert dat de wezenrente verzekerd in het kader van dit plan niet lager mag zijn dan de verzekerde rente op 1 januari 2007 (met inachtneming van 3 wezen maximum) verzekerd in het kader van het plan dat tot die datum van kracht was, voor de geboren kinderen.

Art. 8.Modaliteiten van uitkering De prestaties bij overlijden vangen aan op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden van de deelnemer.

De overlijdenskapitalen en de wezenrenten worden slechts aan de begunstigden uitbetaald na afgifte van de documenten voorzien in de voorwaarden en/of het reglement dat (die) eigen is (zijn) aan de pensioeninstelling.

De modaliteiten van de vrijwaringsclausule betreffende het oude maximum van 3 wezenrenten, zullen als volgt bepaald worden : de wezenrenten worden opgeteld en de som hiervan wordt in gelijke delen verdeeld onder de wezen van de familie.

Vanaf de leeftijd van 18 jaar moet het bewijs geleverd worden een keer per jaar dat de wees recht heeft op kinderbijslag of op een toeslag voor gehandicapten. HOOFDSTUK IV. - Prestaties bij invaliditeit van de deelnemer

Art. 9.Verzekerde prestaties 9.1. Invaliditeitsrente De jaarlijkse invaliditeitsrente (Ri ) wordt bepaald als volgt : - Bij ziekte of ongeval in het privéleven Vanaf het derde jaar : 62,5 pct. T - 60 pct. min (T ; Pl ZIV) Pl ZIV is het wettelijk plafond waarop de uitkeringen van het R.I.Z.I.V. worden berekend.

T is de refertebezoldiging zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2. - Bij arbeidsongeval of beroepsziekte Vanaf het derde jaar : Max{0 ; 62,5 pct. T - 60 pct. min (T ; Pl AO)} Pl AO is het wettelijk plafond waarop de uitkeringen inzake arbeidsongevallen worden berekend.

T is de refertebezoldiging zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2.

Bij gedeeltelijke invaliditeit zal het bedrag van de rente aangepast worden in functie van de invaliditeitsgraad.

Voor de deelnemers die deeltijds werken wordt de rente gewogen door de coëfficiënt van huidige deeltijdse arbeid (tpa ), zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2. 9.2. Vrijwaringsclausule De deelnemers genieten een vrijwaringsclausule die hen de garantie biedt dat de invaliditeitsrente die verzekerd is in het kader van de huidige verzekering niet lager mag zijn dan de rente verzekerd op 1 januari 2007 in het kader van de invaliditeits verzekering die op deze datum van kracht was en jaarlijks op 1 juli geïndexeerd wordt op basis van de evolutie van de gezondheidsindex. 9.3. Uitkeringsmodaliteiten De invaliditeitsrente wordt maandelijks betaald per twaalfden en wordt geïndexeerd op 1 april van elk jaar vanaf het jaar dat het begin van de invaliditeit volgt volgens de evolutie van de gezondheidsindex.

Ze eindigt : a. wanneer de invaliditeit ophoudt;b. ten laatste de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de invalide deelnemer zijn kapitaalpensioen ontvangt en ten laatste op de pensioendatum. HOOFDSTUK V. - Contracten en premies

Art. 10.Bijdragen van de deelnemers De jaarlijkse bijdrage, taksen inbegrepen, is vastgelegd als volgt : (0,6 pct. . Tcot 1 + 4,6 pct. . Tcot 2) waarin Tcot 1 en Tcot 2 worden gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2.

Voor de deelnemers die deeltijds werken wordt de refertebezoldiging T gewogen door de coëfficiënt van huidige deeltijdse arbeid (tpa ), zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2.2.

Indien dit reglement erkend wordt als sociaal plan zullen de bijdragen verminderd worden met een bedrag equivalent aan de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten.

Deze bijdragen worden maandelijks door de ondernemingen van de bezoldigingen van de deelnemers afgehouden, die ze nadien aan de pensioeninstelling doorstorten.

Zij blijven verschuldigd gedurende de periode van waarborg van inkomen op basis van : - het eerste jaar, de refertebezoldiging T die verschuldigd zou zijn geweest zonder arbeidsongeschiktheid; - het tweede jaar, 75 pct. van deze bezoldiging.

De bijdragen zijn niet verschuldigd tijdens de perioden van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die niet gedekt zijn door een gewaarborgd loon of door een waarborg van inkomen en die volledige kalendermaanden dekken.

In afwijking van het voorafgaande betalen de personeelsleden die op 30 juni 2007 aangesloten waren bij het stelsel PENSIOBEL OUD geen persoonlijke bijdrage.

Voor de personeelsleden die op 30 juni 2007 aangesloten waren bij het stelsel PENSIOBEL is een overdracht van de opgebouwde reserves in het vorige regime voorzien op datum van uitwerking van dit reglement, naar het huidig plan, onder voorbehoud van de noodzakelijke goedkeuringen.

Art. 11.Verbintenissen van de aangesloten vennootschappen Rekening houdend met de bijdragen van de deelnemers en de toelagen gestort door het O.F.P. ELGABEL in het kader van de solidariteitstoezegging storten de ondernemingen maandelijks aan de pensioeninstelling de nodige aanvullende premies voor de financiering van de prestaties van dit reglement.

Indien de middelen van een onderneming niet volstaan om aan de vereisten van de overheid te voldoen, zal de inrichter, samen met deze onderneming en met het akkoord van de C.B.F.A., de nodige maatregelen overwegen om zich in orde te stellen ten opzichte van de wet.

De betaling van de maandelijkse premies aan de pensioeninstelling gebeurt in de tweede helft van de maand.

Art. 12.Overdracht van reserves Voor de personeelsleden die op 30 juni 2007 aangesloten waren aan het stelsel PENSIOBEL wordt, onder voorbehoud van de nodige goedkeuringen, op de datum van inwerkingtreding van dit reglement, een overdracht verricht van de in de vorige stelsels opgebouwde reserves, onder voorbehoud van de nodige goedkeuringen. HOOFDSTUK VI. - De solidariteistoezegging

Art. 13.Solidariteitstoezegging De solidariteitsprestaties voorzien in hoofdstuk 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 februari 2007 maken het voorwerp uit van een afzonderlijk reglement.

De uitvoering van de solidareitsverbintenis wordt toevertrouwd aan de O.F.P. ELGABEL. HOOFDSTUK VII. - Rechten van de deelnemer

Art. 14.Verworven rechten van de deelnemer 14.1. Verworven reserves en prestaties - De deelnemer kan aanspraak maken op zijn verworven reserves op het moment van zijn uittreding voor de datum van het vervroegd pensioen.

De verworven reserves zijn de reserves van de bijdrage- en patronale contracten waarop de aangeslotene recht heeft, op een bepaald moment, overeenkomstig het reglement en zijn gelijk aan het hoogste resultaat van de twee volgende berekeningen : - de reserves die opgebouwd moeten worden krachtens de koninklijke uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen en de wet op de aanvullende pensioenen; - de huidige waarde van het saldo van het kapitaal Kra na aftrek van de pensioenreductiewaarden, alsook van de eventuele Vr voorzien in punt 2.2.6. van het artikel 2 van dit reglement, waarbij Kra gedefinieerd is als volgt : Kra = na/n - 5 . Kr waarin n en na worden gedefinieerd in punt 2.2. van artikel 2.

De huidige waarde, waarvan sprake hierboven, wordt berekend in functie van de technische grondslagen gebruikt door pensioeninstelling voor de berekening van haar minimum provisies.

Het verworven bedrag zal minstens gelijk zijn aan de opgebouwde reserves op de bijlage- en toelagecontracten. - De deelnemer kan zijn rechten op de verworven prestaties Kra laten gelden op de datum van de vervroegde pensionering.

De verworven prestaties zijn de prestaties waarop de deelnemer aanspraak kan maken op de vervroegde pensioendatum, overeenkomstig dit reglement, indien hij op het moment van zijn uittreding de verworven reserves bij de pensioeninstelling laat. 14.2. Rendementswaarborg De deelnemer heeft op het moment van zijn uittreding, zijn pensionering, of in het geval van afschaffing van dit pensioenplan, recht op een minimum waarborg overeenkomstig met de van kracht zijnde wetgeving op de aanvullende pensioenen.

Art. 15.Afkoop Behalve bij niet-betaling van de intresten verschuldigd in het kader van een inpandgeving kan de deelnemer slechts op het ogenblik van zijn pensionering, of vanaf het moment waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, het recht op afkoop van zijn reserves laten gelden of de uitbetaling krijgen van zijn prestaties en voor zover hij niet meer in dienst is bij de vennootschappen.

De afkoop wordt door de deelnemer in een gedateerd en ondertekend schrijven aangevraagd. De afkoop gaat van kracht van zodra de afkoopkwijting ondertekend werd door de deelnemer.

Het recht op afkoop geschiedt overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Art. 16.Inpandgevingen De voorschotten op polis en/of de inpandgevingen van pensioenrechten toegestaan om een lening te waarborgen, mogen enkel aan de deelnemer worden toegekend voor het verwerven, het bouwen, het verbeteren, het renoveren of het transformeren van onroerende goederen gelegen in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die belastbare inkomsten opbrengen in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

Van zodra deze onroerende goederen geen deel meer uitmaken van het patrimonium van de deelnemer, moeten deze voorschotten en leningen worden terugbetaald.

Art. 17.Afdanking of ontslag Bij uittreding, worden de individuele contracten premievrij gemaakt. 17.1. Bestemming van de verworven reserves Bij vertrek van de deelnemer, beschikt deze over de volgende mogelijkheden : - de verworven reserves bij vertrek bij de pensioeninstelling behouden in een combinatie van het type "uitgesteld kapitaal". Op uitdrukkelijk verzoek van de deelnemer kan eveneens een andere combinatie bekomen worden; - de verworven reserves laten overbrengen naar het pensioenorganisme van de nieuwe werkgever; - de verworven reserves laten overbrengen naar één van de instellingen die aanvullende pensioenen beheren zoals voorzien in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van extra-legale voordelen aan de werknemers bedoeld in het koninklijk uitvoeringsbesluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomensbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst.

De verworven reserves worden berekend op de uittredingsdatum. Bij overdracht worden zij gekapitaliseerd tot op de datum van de overdracht gebruikmakend van de tarifaire inventarisbasissen van de pensioeninstelling. 17.2. Te volgen procedure in geval van uittreding van de deelnemer (de gehele procedure moet schriftelijk gebeuren) - De vennootschap verwittigt de pensioeninstelling binnen de 30 dagen die volgen op de einddatum van de arbeidsovereenkomst van de deelnemer; - de pensioeninstelling deelt de verworven reserves en prestaties van de deelnemer mee aan de vennootschap binnen de 30 dagen die op deze mededeling volgen, alsook de verschillende keuzemogelijkheden beschreven onder punt 17.1; - de onderneming, of de instelling die door haar werd aangewezen om het dossier te behandelen, licht de deelnemer hier onmiddellijk over in; - de deelnemer moet zijn beslissing omtrent de bestemming van de opgebouwde reserves binnen de 30 dagen die volgen meedelen aan de onderneming of aan de door haar aangeduide instelling.

Indien binnen deze termijn geen beslissing werd meegedeeld, blijven de verworven reserves automatisch bij de pensioeninstelling zonder dat er iets aan de pensioenverbintenis verandert.

Niettemin mag de deelnemer, na afloop van deze termijn van 30 dagen, op ieder moment de transfer vragen van zijn reserves naar een andere pensioeninstelling; - de onderneming deelt de beslissing van de deelnemer mee aan de pensioeninstelling binnen de 15 dagen; - de overdracht, naar keuze van de deelnemer, gebeurt binnen de 30 dagen. HOOFDSTUK VIII. - Diversen

Art. 18.Vrijwillige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst Bij vrijwillige en volledige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van meer dan één kalendermaand, onder welke vorm ook (verlof zonder wedde, tijdskrediet, ouderschapsverlof, enz.), blijven de deelnemers aangesloten aan dit reglement maar zijn ze niet meer gedekt in geval van invaliditeit.

Het overlijdenskapitaal stemt overeen met de wiskundige reserve van het bijdragecontract.

De deelnemers die de stelsels van vervroegd vertrek - tijdskrediet genieten, blijven niettemin gedekt voor het overlijdenskapitaal zoals bepaald in artikel 7. Wat het pensioenkapitaal betreft gedefinieerd in artikel 5, worden de periodes van vervroegd vertrek - stelsel tijdskrediet gelijkgesteld met periodes van diensttijd voor de berekeningen van anciënniteit en tpm.

Art. 19.Vereffening van de contracten onder de vorm van een rente De prestaties voorzien door dit reglement kunnen, op verzoek van de begunstigden, onder de vorm van een rente worden vereffend, behalve indien het jaarlijks bedrag van de rente van bij het begin minder of gelijk is aan het minimum bedrag vastgelegd bij wet van 28 april 2003 op de aanvullende pensioenen.

De omzetting zal gebeuren in functie van het tarief dat bij de gekozen pensioeninstelling in voege is op het moment van de vereffening van de prestaties, rekening houdende met de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen.

Art. 20.Niet-betaling van de premies Bij stopzetting van betaling van de bijdragen of toelagen wordt de betrokken vennootschap, ten vroegste 30 dagen te rekenen vanaf de vervaldag, per aangetekende brief waarin zij wordt herinnerd aan de vervaldag en de gevolgen van de niet-betaling, in gebreke gesteld.

Indien de situatie niet geregulariseerd is binnen de 3 maanden die volgen op de stopzetting van de stortingen, wordt elke deelnemer bij het verstrijken van deze termijn per gewone brief op de hoogte gebracht van de stopzetting van betaling van de bijdragen of toelagen.

Art. 21.Fiscale bepalingen Indien de deelnemer en de begunstigde in België gedomicilieerd zijn, op basis van de toestand die van kracht is op de datum van invoegetreding van dit plan, dan is de Belgische wetgeving zowel van toepassing op de bijdragen als op de prestaties. In het tegenovergestelde geval zouden, in uitvoering van de internationale verdragen die in dit verband worden toegepast, de fiscale en/of sociale lasten vallen onder de buitenlandse wetgeving.

Op basis van de Belgische fiscale wetgeving die van kracht is op de datum van invoegetreding van dit plan, geven de werkgeverstoelagen recht op aftrekbare beroepskosten en geven de persoonlijke bijdragen recht op een belastingvermindering, binnen de limieten en aan de voorwaarden vastgelegd door de wet, en namelijk de volgende : - voorschotten, overdrachten en inpandstellingen, enkel indien zij voldoen aan de voorwaarden beschreven in artikel 16; - het bedrag - uitgedrukt in jaarlijkse rente - van : - de prestaties bij pensionering, gewaarborgd door deze overeenkomst, winstdeelname inbegrepen; - de wettelijke pensioenprestaties; - de andere aanvullende prestaties van eenzelfde aard waarop de deelnemer recht zal hebben, met enige uitzondering van deze die het voorwerp uitmaken van een individueel levensverzekeringscontract dat ten persoonlijke titel werd onderschreven; overschrijdt geen 80 pct. van de laatste normale jaarlijkse bezoldiging, rekening houdende met een normale duur van beroepsactiviteit. De omzetting ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e) (met een maximum van 80 pct.) en de indexering van de voorziene rente (met een maximum van 2 pct.) worden ten laste genomen.

De jaarlijkse taksen op de patronale toelagen worden door de aangesloten vennootschappen ten laste genomen. De jaarlijkse taksen op de bijdragecontracten zijn ten laste van de deelnemers. Alle supplementen, zoals taksen en bijdragen, die een weerslag hebben of zouden hebben op het contract zullen verschuldigd zijn volgens de modaliteiten voorzien door de wetgeving die ze invoert.

De belastingen, voorheffingen, rechten, taksen of bijdragen verschuldigd op de kapitalen, de renten en winstdeelname zijn, als gevolg van hun vereffening, ten laste van de begunstigden.

Art. 22.Geschillen Dit pensioenplan is onderworpen aan het Belgisch recht. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de Belgische hoven en rechtbanken, kan elk probleem met betrekking tot dit plan voorgelegd worden aan de CBFA, Congresstraat 10-16, te 1000 Brussel.

Art. 23.Inwerkingtreding van dit reglement Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2007. Het vervangt en herroept, voor de werknemers die onder artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 bedoeld zijn, het sectoraal sociaal pensioenreglement dat op 1 juli 2005 in voege is getreden en het pensioenreglement algemene kosten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 september 2008.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET _______ Nota's (1) D.w.z. de loopbaanstappen, arbeidscontracten en schorsingen, waarvan de tewerkstellingsratio hoger is dan 0 (ongeacht of deze periodes vóór of na de 20e verjaardag vallen en of zij al dan niet volledig in aanmerking worden genomen) evenals de gelijkgestelde periodes van voltijds tijdskrediet einde loopbaan. (2) Voor de gelijkgestelde periodes van tijdskrediet wordt de ratio gebruikt van de gemiddelde tewerkstelling van de periode voorafgaand aan het begin van de schorsing.Dit geldt eveneens voor de periodes van ter beschikkingstelling in het kader van het oude stelsel van vervroegd vertrek.

^