Koninklijk Besluit van 10 april 2014
gepubliceerd op 24 april 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 271/5 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2014007132
pub.
24/04/2014
prom.
10/04/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 APRIL 2014. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 271/5 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, artikel 271/5, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013;

Gelet op het protocol N-367 van onderhandelingen van het Onderhandelingscomité van het militair personeel, gesloten op 31 oktober 2013;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 november 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 23 december 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, d.d. 9 januari 2014;

Gelet op advies 55.267/4 van de Raad van State, gegeven op 5 maart 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Landsverdediging en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.De minister van Landsverdediging is de overheid bedoeld in de artikelen 6, § 1, eerste lid, 13, zesde lid, 21, tweede en vijfde lid, 46, zesde, zevende, achtste en negende lid, 47, 48, §§ 1 en 2, 49, eerste lid, 50, 51, § 1, eerste lid, § 3, tweede en vierde lid, en § 5, 52, § 1, eerste lid, 53, tweede lid, 55, eerste lid, 56, eerste lid, 57, tweede en vierde lid, 58, tweede lid, 65, § 2, tweede lid, 70, derde lid, 71, 72, 72/1, 72/2, 75, § 1, vijfde lid, 77/1, tweede lid, 83/1, § 1, tweede lid, 2°, en § 3, eerste lid, 2°, 93, § 3, 94, § 2, tweede lid, 111, eerste lid, 4°, 118, § 2, 139, eerste lid, 153, § 1, eerste lid, § 2, tweede en derde lid, en § 3, 154, derde lid, 161, tweede, vijfde en zesde lid, 162/3, eerste lid, 167, § 4, tweede lid, 173, 174, § 2, derde lid, en 176, § 2, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, zoals gewijzigd bij dit besluit.

Art. 2.De overheid bedoeld in artikel 35 van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, is: 1° de minister van Landsverdediging, voor de onderofficieren;2° de korpscommandant van de betrokkene, voor de vrijwilligers.

Art. 3.De overheid bedoeld in artikel 43, 2°, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, is de directeur-generaal human resources.

Art. 4.De overheid bedoeld in 51, § 2, derde lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, is de minister van Landsverdediging of een hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant.

Art. 5.De overheid bedoeld in artikel 117, eerste lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, bevoegd voor de opname als kandidaat-militair, is de minister van Landsverdediging.

Art. 6.De overheid bedoeld in de artikelen 118, § 3, en 119/2, § 2, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, is : 1° de directeur-generaal human resources, voor de aanstelling in de graad van sergeant;2° de minister van Landsverdediging, in de andere gevallen.

Art. 7.De overheid bedoeld in de artikelen 152, derde en vierde lid, 158, derde en vierde lid, 163/1, derde en vierde lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, bij degene een beroep kan worden ingediend, is de minister van Landsverdediging.

Art. 8.De overheid bedoeld in de artikelen 153, § 2, eerste lid, en 164, tweede lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, is de directeur-generaal human resources.

Art. 9.De overheid bedoeld in artikel 161, eerste lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, bevoegd voor de opname als kandidaat-militair, is de minister van Landsverdediging, vertegenwoordigd door de overheid die hij aanwijst.

Art. 10.De overheid bedoeld in artikel 178/1, § 2, zesde lid, van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij dit besluit, bevoegd om zich uit te spreken over de vraag tot wraking met betrekking tot de chef defensie en zijn vervanging, is de minister van Landsverdediging. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen

Art. 11.In artikel 3 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt de bepaling onder 3° opgeheven.

Art. 12.Artikel 6, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt vervangen als volgt : "De door de Koning aangewezen overheid bepaalt per wervingssessie het aantal vacatures. Daarbij specificeert zij de bijzonderheden van de vacatures die een gevolg hebben op de selectie van de sollicitant, waaronder het taalstelsel van de vacatures. De voornoemde overheid mag zich evenwel onthouden het taalstelsel van de vacatures van een wervingssessie van de bijzondere werving te bepalen indien zij oordeelt dat het beperkte aantal vacatures van deze sessie het rechtvaardigt.".

Art. 13.In artikel 13, zesde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 14.In artikel 21 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 15.In artikel 35, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : "2° de onderofficieren en de vrijwilligers door de door de Koning aangewezen overheid in de graad benoemd of aangesteld."; b) de bepaling wordt onder 3° opgeheven.

Art. 16.In artikel 43 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 2°, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt vervangen als volgt : "2° de door de Koning aangewezen overheid, voor de onderofficieren en de vrijwilligers."; b) de bepaling onder 3° wordt opgeheven.

Art. 17.In artikel 46 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het zesde lid, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "bij de minister" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen overheid";2° in het zevende, achtste en negende lid, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 18.In artikel 47 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 19.In artikel 48 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door de Koning aangewezen overheid";2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 20.In artikel 49, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "De minister" vervangen door de woorden "De door de Koning aangewezen overheid".

Art. 21.In artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 22.In artikel 51 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid" en wordt het woord "hij" vervangen door het woord "zij";2° in paragraaf 2, derde lid, worden de worden "de minister of een hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";3° in de paragrafen 3 en 5, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 23.In artikel 52, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden ", de minister voor de onderofficieren en de overheid die de minister aanwijst voor de vrijwilligers" vervangen door de woorden "en de door de Koning aangewezen overheid voor de onderofficieren en de vrijwilligers".

Art. 24.In artikel 53, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 25.In artikel 55, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, van dezelfde wet, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 26.In artikel 56, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 27.In artikel 57 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid" en worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door Hem aangewezen overheid";2° in het vierde lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "aan de minister" vervangen door de woorden "aan de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 28.In artikel 58, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, artikel 65, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, en artikel 70, derde lid, 1°, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, van dezelfde wet, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 29.In artikel 71 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid" en worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door Hem aangewezen overheid";2° in het derde lid worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door Hem aangewezen overheid".

Art. 30.In artikel 72, eerste lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 72/1, 2°, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, en artikel 72/2, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, van dezelfde wet, worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 31.In artikel 75, § 1, vijfde lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 77/1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, artikel 83/1, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, artikel 93, § 3, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 94, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 111, eerste lid, 4°, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 117, eerste lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 118, vervangen bij de wet van 31 juli 2013 en artikel 119/2, § 2, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, van dezelfde wet, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 32.In artikel 139, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 33.In artikel 152, derde en vierde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "bij de minister" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 34.In artikel 153 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de minister of de overheid die hij daarvoor aanwijst" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";3° in paragraaf 2, tweede en derde lid, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";5° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "aan de minister" vervangen door de woorden "aan de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 35.In artikel 154, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "aan de minister" vervangen door de woorden "aan de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 36.In artikel 158, derde en vierde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "bij de minister" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 37.In artikel 161 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister, vertegenwoordigd door de overheid die hij aanwijst," vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";2° in het tweede lid worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";3° in het vijfde lid, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "van de minister" vervangen door de woorden "van de door de Koning aangewezen overheid";4° in het zesde lid, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 38.In artikel 162/3, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "De minister" vervangen door de woorden "De door de Koning aangewezen overheid".

Art. 39.In artikel 163/1, derde en vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "bij de minister" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 40.In artikel 164, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "De minister of de door hem daartoe aangewezen overheid" vervangen door de woorden "De door de Koning aangewezen overheid".

Art. 41.In artikel 167, § 4, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, wordt het woord "hem" vervangen door het woord "haar" en worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 42.In artikel 173 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1°, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid";2° in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "naar de minister" vervangen door de woorden "naar de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 43.In artikel 174, § 2, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "bij de minister" vervangen door de woorden "bij de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 44.In artikel 176, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "de minister" vervangen door de woorden "de door de Koning aangewezen overheid".

Art. 45.In artikel 178/1, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, wordt het zesde lid vervangen als volgt : "In afwijking van het vierde en vijfde lid is de door de Koning aangewezen overheid bevoegd om zich uit te spreken over de vraag tot wraking met betrekking tot de chef defensie en, in voorkomend geval, om een vervanger aan te wijzen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.". HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 46.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en uiterlijk op 29 april 2014.

Art. 47.De minister bevoegd voor Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, P. DE CREM

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^