Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 augustus 2001
gepubliceerd op 30 augustus 2001

Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van de werklieden wegvervoerders in het paritair comité voor de houtnijverheid

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001012687
pub.
30/08/2001
prom.
10/08/2001
ELI
eli/besluit/2001/08/10/2001012687/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

10 AUGUSTUS 2001. - Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van de werklieden wegvervoerders in het paritair comité voor de houtnijverheid (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 19, derde lid, 1°, en artikel 24, § 1, 2°, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983 en bij de wet van 22 januari 1985;

Gelet op het advies van het paritair comité voor de houtnijverheid;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het past, om een betere organisatie van het werk toe te laten, de werkgevers en de werklieden wegvervoerders die onder het paritair comité voor de houtnijverheid ressorteren, onverwijld in te lichten over de wijze waarop de tijd gedurende welke het personeel ter beschikking is van de werkgever, bepaald wordt;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werklieden wegvervoerders van de ondernemingen die onder het paritair comité voor de houtnijverheid ressorteren en op hun werkgevers.

Wordt beschouwd als werkman wegvervoerder, de werknemer die houder is van een rijbewijs type C of C+E, die de functie uitoefent van bestuurder van een voertuig met een gewicht gelijk aan of hoger dan 3,5 ton en die bij het uitoefenen van deze functie gewoonlijk geconfronteerd wordt met het probleem van de onproductieve tijden opgesomd in artikel 2, a) van dit koninklijk besluit.

Art. 2.Worden voor de bepaling van de arbeidsduur niet als tijd beschouwd gedurende dewelke de werkman ter beschikking van de werkgever staat, de volgende twee categorieën van onproductieve tijden : a) de onproductieve tijden die betaald worden in de vorm van overbruggingsvergoedingen op basis van het overeengekomen uurloon : - de wachttijd die verband houdt met de tol-, quarantaine of medische aangelegenheden, wegcontroles, onderhoud en/of herstelling van het voertuig door een derde; - de tijd gedurende dewelke de autobestuurder aan boord of in de nabijheid van het voertuig verblijft, ten einde de veiligheid van het voertuig te verzekeren of voor het toezicht op het laden of lossen, zonder het verrichten van prestaties; - de tijd doorgebracht in de couchette of naast de autobestuurder tijdens de reis, met uitsluiting van de tijd die overeenstemt met een werkonderbreking of rusttijd in de zin van het Europees reglement. b) de niet betaalde onproductieve tijden : - de tijd besteed aan eetmalen; - de dagelijkse rusttijden in de zin van het Europees reglement; - de tijd waarover de werkman vrij kan beschikken; - de tijd die de werknemer zichzelf toekent; - de tijd die overeenstemt met de onderbrekingen van de rijtijd bepaald in artikel 7 van het EEG-reglement nr. 3820/85 van 20 december 1985 betreffende de harmonisatie van sommige bepalingen op sociaal vlak voor het wegvervoer.

Art. 3.De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een lagere grens vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen overschreden worden op voorwaarde dat er niet meer gewerkt wordt dan : - 11 uren per dag; - 50 uren per week.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, 10 augustus 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971. Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985.

Koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983, Belgisch Staatsblad van 15 december 1983.

^