Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005
gepubliceerd op 22 augustus 2005
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van h

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2005022637
pub.
22/08/2005
prom.
10/08/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juni 1993 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 1985 en 28 juli 1987;

Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, inzonderheid op de artikelen 5, § 1, eerste lid, 1°, 2°, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, 3°, 6°, 9°, 10°, 11°, 15, § 1, 19bis, §§ 1 en 3, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003 en 20bis, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003, vervangen bij de wet van 9 juli 2004 en gewijzigd bij wet van 27 december 2004;

Gelet op de wet van 3 mei 1999 tot regeling van de bevoegdheidsverdeling ingevolge de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de federale politie, inzonderheid op artikel 16;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 juni 1993 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, inzonderheid op artikel 8, § 1;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis, inzonderheid op de artikelen 1, 3, 7, 8, 9, 10, 13, 16 en 18;

Gelet op de Richtlijn 2002/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines, inzonderheid op artikel 1, vijfde lid, punt 8;

Gelet op de Richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines;

Gelet op de kennisgeving van 20 mei 2005 aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de Hoge Gezondheidsraad, de Raad voor het Verbruik en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven;

Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, geaccrediteerd bij de Minister van Leefmilieu, gegeven op 22 maart 2005;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, geaccrediteerd bij de Minister van Mobiliteit, gegeven op 26 april 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 28 april 2005;

Gelet op advies 38.516/3 van de Raad van State, gegeven op 14 juni 2005, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Werk, Onze Minister van Mobiliteit en Onze Minister van Leefmilieu en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit beoogt omzetting in Belgisch recht van de Richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines.

Art. 2.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Tussen de punten 22° en 23° worden de volgende punten ingevoegd : « 23° binnenschip : een schip bestemd om te worden gebruikt op de binnenwateren met een lengte van 20 meter of meer en een volume zoals gedefinieerd onder punt 2.8bis van hoofdstuk 2 van bijlage I, van 100 m3 of meer, of sleepboten of duwboten die zijn gebouwd om schepen met een lengte van 20 meter of meer te slepen of te duwen of langszij deze schepen te varen;

Onder deze definitie vallen niet : - schepen bedoeld voor personenvervoer die naast de bemanning niet meer dan 12 passagiers vervoeren; - pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter (zoals gedefinieerd in artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 23 februari 2005 houdende vaststelling van essentiële veiligheids-eisen en van essentiële eisen in verband met de geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen); - dienstschepen die eigendom zijn van toezichthoudende instanties; - blusboten; - marineschepen; - visserijvaartuigen die in het register van visserijvaartuigen van de Gemeenschap zijn opgenomen; - zeeschepen, inclusief zeesleepboten en -duwboten die in getijdewateren of tijdelijk in binnenwateren in bedrijf zijn of hun basis hebben, mits deze voorzien zijn van een geldig navigatie- of veiligheidscertificaat zoals gedefinieerd onder punt 2.8ter van hoofdstuk 2 van bijlage I; 24° fabrikant van originele uitrusting : fabrikant van een bepaald type mobiele machine dat niet voor gebruik op de weg bestemd is;25° flexibele regeling : de procedure waarbij een motorenfabrikant in de periode tussen twee opeenvolgende stadia van grenswaarden een beperkt aantal in niet voor weggebruik bestemde mobiele machines in te bouwen motoren in de handel mag brengen die uitsluitend voldoen aan de emissiegrenswaarden uit het vorige stadium;»; 2° De huidige punten 23° tot 25° worden de nieuwe punten 26° tot 28° : - « 23° » wordt vervangen door « 26° » - « 24° » wordt vervangen door « 27° » - « 25° » wordt vervangen door « 28° » 3° Na het nieuwe punt 28° wordt een nieuw punt 29° toegevoegd : « 29° derde wijzigingsrichtlijn : de richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines; »; 4° Na het nieuwe punt 29° wordt een nieuw punt 30° toegevoegd : « 30° de Minister : de federale Minister die het Leefmilieu onder zijn bevoegdheden heeft.».

Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 6 toegevoegd, luidend als volgt : « § 6. Motoren met compressie-ontsteking voor een andere toepassing dan voor de voortstuwing van locomotieven, railvoertuigen en binnenschepen kunnen in de handel gebracht worden overeenkomstig de procedure van de leden 1 tot en met 5 van bijlage XIII. »

Art. 4.In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende als volgt : « § 5. Motoren met compressie-ontsteking die volgens een flexibele regeling in de handel zijn gebracht, worden overeenkomstig bijlage XIII gemerkt. »

Art. 5.In Hoofdstuk VI van hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis toegevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6bis.§ 1. Dit artikel is van toepassing op motoren die bestemd zijn voor montage in binnenschepen. De §§ 2 en 3 zijn niet van toepassing totdat de gelijkwaardigheid van de met de derde wijzigingsrichtlijn vastgestelde eisen en die welke zijn vastgesteld in het kader van de Conventie van Mannheim voor de Rijnvaart is erkend door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (hierna te noemen : CCR), en de Europese Commissie hiervan op de hoogte is gebracht. § 2. Tot en met 30 juni 2007 mag de keuringsinstantie het in de handel brengen niet verbieden van motoren die voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld door de CCR, fase I, en waarvoor de emissiegrenswaarden zijn omschreven in bijlage XIV. § 3. Vanaf 1 juli 2007 en tot de inwerkingtreding van een verder pakket grenswaarden als gevolg van verdere wijzigingen van de basisrichtlijn mag de keuringsinstantie het in de handel brengen niet verbieden van motoren die voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld door de CCR, fase II, en waarvoor emissiegrenswaarden zijn omschreven in bijlage XV. § 4. Voor de toepassing van dit besluit dient een hulpmotor van binnenschepen met een vermogen van meer dan 560 kW aan dezelfde eisen als voortstuwingsmotoren te voldoen. »

Art. 6.§ 1. Het opschrift van hoofdstuk VII van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK VII. - In de handel brengen » § 2. De eerste paragraaf van artikel 7 wordt vervangen als volgt : « § 1. De keuringsinstantie mag het in de handel brengen van al dan niet reeds in machines ingebouwde motoren niet verbieden, indien de motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit. »

Art. 7.In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In paragraaf 3, eerste lid, worden tussen de woorden « waarin » en « motor » de woorden « een nog niet in de handel gebrachte » ingevoegd.2° Tussen de paragrafen 3 en 4 worden de volgende paragrafen ingevoegd : « § 3bis.Typegoedkeuring van motoren van fase III A (motorcategorieën H, I, J en K) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, alsook enige andere typegoedkeuring voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een nog niet in de handel gebrachte motor is gemonteerd : H : vanaf 30 juni 2005 voor motoren - anders dan motoren met constant toerental - met een geleverd vermogen 130 kW = P = 560 kW, I : vanaf 31 december 2005 voor motoren - anders dan motoren met constant toerental - met een geleverd vermogen 75 kW = P < 130 kW, J : vanaf 31 december 2006 voor motoren - anders dan motoren met constant toerental - met een geleverd vermogen 37 kW = P < 75 kW, K : vanaf 31 december 2005 voor motoren - anders dan motoren met constant toerental - met een geleverd vermogen 19 kW = P < 37 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4 van bijlage I. § 3ter. Typegoedkeuring van motoren met constant toerental van fase III A (motorcategorieën H, I, J en K) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, alsook enige andere typegoedkeuring voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een nog niet in de handel gebrachte motor is gemonteerd : H-motoren met constant toerental : vanaf 31 december 2009 voor motoren met een geleverd vermogen 130 kW = P < 560 kW, I-motoren met constant toerental : vanaf 31 december 2009 voor motoren met een geleverd vermogen 75 kW = P < 130 kW, J-motoren met constant toerental : vanaf 31 december 2010 voor motoren met een geleverd vermogen 37 kW = P < 75 kW, K-motoren met constant toerental : vanaf 31 december 2009 voor motoren met een geleverd vermogen 19 kW = P < 37 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4 van bijlage I. § 3quater. Typegoedkeuring van motoren van fase III B (motorcategorieën L, M, N en P) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, alsook enige andere typegoedkeuring voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een nog niet in de handel gebrachte motor is gemonteerd : L : vanaf 31 december 2009 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 130 kW = P = 560 kW, M : vanaf 31 december 2010 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 75 kW = P < 130 kW, N : vanaf 31 december 2010 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 56 kW = P < 75 kW, P : vanaf 31 december 2011 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 37 kW = P < 56 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.5 van bijlage I. § 3quinquies. Typegoedkeuring van motoren van fase IV (motorcategorieën Q en R) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document, alsook enige andere typegoedkeuring voor niet voor de weg bestemde mobiele machines waarin een nog niet in de handel gebrachte motor is gemonteerd : Q : vanaf 31 december 2012 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 130 kW = P = 560 kW, R : vanaf 30 september 2013 voor andere motoren dan motoren met constant toerental met een geleverd vermogen 56 kW = P < 130 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.6 van bijlage I. § 3sexies. Typegoedkeuring van voortstuwingsmotoren van fase III A die in binnenschepen worden gebruikt (motorcategorie V) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document : V1 : 1 : vanaf 31 december 2005 voor motoren met een geleverd vermogen van 37 kW of meer en een slagvolume van minder dan 0,9 liter per cilinder, V1 : 2 : vanaf 30 juni 2005 voor motoren met een slagvolume van 0,9 liter of meer, maar minder dan 1,2 liter per cilinder, V1 : 3 : vanaf 30 juni 2005 voor motoren met een slagvolume van 1,2 liter of meer, maar minder dan 2,5 liter per cilinder en een geleverd vermogen van 37 kW = P < 75 kW, V1 : 4 : vanaf 31 december 2006 voor motoren met een slagvolume van 2,5 liter of meer, maar minder dan 5 liter per cilinder, V2 : vanaf 31 december 2007 voor motoren met een slagvolume van 5 liter per cilinder of meer, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4 van bijlage I. § 3septies. Typegoedkeuring van voortstuwingsmotoren van fase III A die in motortreinstellen worden gebruikt (motorcategorieën RC) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document : RC A : vanaf 30 juni 2005 voor motoren met een geleverd vermogen van meer dan 130 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4 van bijlage I. § 3octies. Typegoedkeuring van voortstuwingsmotoren van fase III B die in motortreinstellen worden gebruikt (motorcategorieën RC) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document : RC B : na 31 december 2010 voor motoren met een geleverd vermogen van meer dan 130 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.5 van bijlage I. § 3nonies. Typegoedkeuring van voortstuwingsmotoren van fase III A die in locomotieven worden gebruikt (motorcategorieën RL en RH) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document : RL A : na 31 december 2005 voor motoren met een geleverd vermogen van 130 kW = P = 560 kW, RH A : na 31 december 2007 voor motoren met een geleverd vermogen van 560 kW < P, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4 van bijlage I. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de motortypes of motorfamilies in kwestie met betrekking waartoe een koopcontract is afgesloten vóór 20 mei 2004, vooropgesteld dat de motor niet later op de markt wordt gebracht dan twee jaar na de datum die voor die categorie locomotieven van toepassing is. § 3decies. Typegoedkeuring van voortstuwingsmotoren van fase III B die in locomotieven worden gebruikt (motorcategorie R) : de keuringsinstantie weigert voor de volgende motortypes of motorfamilies de typegoedkeuring en de afgifte van het in bijlage VII bedoelde document : R B : na 31 december 2010 voor motoren met een geleverd vermogen van meer dan 130 kW, indien de motor niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit en indien de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes uit de motor niet voldoet aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.5 van bijlage I. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de motortypes of motorfamilies in kwestie met betrekking waartoe een koopcontract is afgesloten vóór 20 mei 2004, vooropgesteld dat de motor niet later op de markt wordt gebracht dan twee jaar na de datum die voor die categorie locomotieven van toepassing is. » 3° Het eerste lid van paragraaf 4 wordt vervangen door een lid, luidend als volgt : « § 4.Voor wat betreft het in de handel brengen en de productiedata van de motoren gelden de volgende bepalingen. » 4° Na paragraaf 4 worden de volgende paragrafen toegevoegd : « § 5.Ongeacht het bepaalde in §§ 3octies en 3nonies en in artikel 6bis, staat de keuringsinstantie na de hierna genoemde data, met uitzondering van machines en motoren die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen, het in de handel brengen van al dan niet reeds in een machine ingebouwde motoren, alleen toe indien die motoren voldoen aan de voorschriften van dit besluit en zijn goedgekeurd in overeenstemming met één van de categorieën, als omschreven in § 3bis tot en met § 3decies : • Fase III A andere dan motoren met constant toerental : categorie H : 31 december 2005 categorie I : 31 december 2006 categorie J : 31 december 2007 categorie K : 31 december 2006 • Fase III A binnenschepen : categorie V1 :1 : 31 december 2006 categorie V1 :2 : 31 december 2006 categorie V1 :3 : 31 december 2006 categorie V1 :4 : 31 december 2008 categorie V2 : 31 december 2008 • Fase III A motoren met constant toerental : categorie H : 31 december 2010 categorie I : 31 december 2010 categorie J : 31 december 2011 categorie K : 31 december 2010 • Fase III A motortreinstellen : categorie RC A : 31 december 2005 • Fase III A locomotieven : categorie RL A : 31 december 2006 categorie RH A : 31 december 2008 • Fase III B andere dan motoren met constant toerental : categorie L : 31 december 2010 categorie M : 31 december 2011 categorie N : 31 december 2011 categorie P : 31 december 2012 • Fase III B motortreinstellen : categorie RC B : 31 december 2011 • Fase III B locomotieven : categorie R B : 31 december 2011 • Fase IV andere dan motoren met constant toerental : categorie Q : 31 december 2013 categorie R : 30 september 2014 Voor elke categorie worden bovenstaande eisen ten aanzien van motoren die vóór genoemde datum zijn geproduceerd, met twee jaar opgeschort.

De toestemming die telkens voor één fase van emissiegrenswaarden wordt verleend, loopt af met ingang van de verplichte ten uitvoerlegging van de grenswaarden van de volgende fase. § 6. Met betrekking tot motortypen of motorfamilies die vóór de onder § 4 vermelde data voldoen aan de grenswaarden in de tabel in punt 4.1.2.4, 4.1.2.5, 4.1.2.6 van bijlage I, staat de keuringsinstantie een bijzondere etikettering toe om aan te geven dat de motoren in kwestie vóór de vastgestelde data aan de grenswaarden voldoen. »

Art. 8.In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 8 toegevoegd, luidend als volgt : « § 8. Indien het motoren betreft die vóór die data zijn geproduceerd, kan de Minister, op verzoek van de keuringsinstantie, voor elke categorie de in de paragrafen 3, 4 en 5 genoemde termijn evenwel verlengen met een periode van twee jaar. »

Art. 9.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt : « § 1.De bepalingen van de artikelen 7, § 1 en § 2, 8, § 4, en 9, § 5, zijn niet van toepassing op : - motoren voor gebruik door het leger; - overeenkomstig §§ 2 en 3 vrijgestelde motoren; - motoren voor het gebruik in machines die voornamelijk bestemd zijn voor het te water laten en binnenhalen van reddingsboten; - motoren voor het gebruik in machines die voornamelijk bestemd zijn voor het te water laten en binnenhalen van vanaf het strand te water gelaten boten. § 2. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 6bis en 8, § 3octies en § 3nonies, moeten vervangende motoren, met uitzondering van motortreinstellen, locomotieven en motoren die in binnenschepen worden gebruikt, voldoen aan de grenswaarden waaraan de te vervangen motor moest voldoen toen hij in de handel werd gebracht.

De tekst « VERVANGENDE MOTOR » wordt op een etiket op de motor aangebracht of in de handleiding opgenomen. » 2° Na paragraaf 5 worden de volgende paragrafen toegevoegd : « § 6.Motoren kunnen overeenkomstig de bepalingen van bijlage XIII volgens een flexibele regeling in de handel worden gebracht. § 7. De bepalingen van § 3 zijn niet van toepassing op motoren die in binnenschepen worden gebruikt. § 8. De keuringsinstantie staat het in de handel brengen van motoren zoals gedefinieerd in bijlage I, A, i), en A, ii), toe volgens de flexibele regeling overeenkomstig de bepalingen van bijlage XIII. Met betrekking tot de regeling overeenkomstig de bepalingen van de bijlage XIII, wordt verduidelijkt hetgeen volgt : - Het verzoek van een fabrikant van originele uitrusting aan de keuringsinstantie dient te gebeuren ten laatste 14 dagen voor de inwerkingtreding van de volgende emissiefase, zoals vermeld in artikel 8, § 5; - Het aantal motoren dat vermeld wordt in bijlage XIII slaat op het totale grondgebied van de Europese Unie; - Op de etiketten mag ook een gelijkluidende tekst in het Engels vermeld worden; - De etiketten moeten leesbaar en zichtbaar worden aangebracht. »

Art. 10.§ 1. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid ingevoegd, luidend als volgt : « In afwijking van het eerste lid, is de keuringsinstantie voor wat betreft binnenschepen, de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de FOD Mobiliteit en Vervoer die daartoe aangesteld is. » In afwijking van het eerste lid, is de keuringsinstantie voor wat betreft motortreinstellen en locomotieven, het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de FOD Mobiliteit en Vervoer. » § 2. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « § 4. Kosten van de keuringsinstantie vermeld in § 1, eerste lid, worden vergoed als volgt : voor elke nieuwe aanvraag dient 500 EUR gestort te worden op een rekeningnummer van de FOD als vermeld in § 1, eerste lid, te bepalen door de Minister of zijn gemachtigde. Voor wijzigingen van bestaande aanvragen bedraagt de vergoeding 200 EUR. Kosten van de keuringsinstantie vermeld in § 1, tweede lid, worden vergoed als volgt : voor elke aanvraag tot typegoedkeuring of tot wijziging of uitbreiding van een typegoedkeuring, dient 2.000 EUR gestort te worden op een rekeningnummer van de FOD Mobiliteit en Vervoer te bepalen door de Minister tot wiens bevoegdheid de maritieme zaken en de scheepvaart behoren of zijn gemachtigde.

Kosten van de keuringsinstantie vermeld in § 1, derde lid, worden vergoed als volgt : voor elke aanvraag tot typegoedkeuring of tot wijziging of uitbreiding van een typegoedkeuring, dient 2.000 EUR gestort te worden op een rekeningnummer van de FOD als vermeld in § 1, eerste lid, te bepalen door de Minister of zijn gemachtigde.

De buitenlandse reis- en verblijfskosten van de ambtenaren van de keuringsinstanties als bedoeld in § 1, komen ten laste van de aanvrager van de typegoedkeuring. § 5. De technische diensten, als bedoeld in de §§ 2 en 3, moeten voldoen aan de beoordelingscriteria van de betreffende geharmoniseerde normen. Zij dienen hiervoor te beschikken over een accreditatie afgeleverd door het Belgisch Accreditatiesysteem, conform de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling of door een gelijkwaardige accreditatie-instelling opgericht binnen de Europese Economische Ruimte.

Een fabrikant kan niet als technische dienst worden erkend.

Een technische dienst kan, met toestemming van de keuringsinstantie, apparatuur van derden gebruiken. »

Art. 11.§ 1. In artikel 16, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « eerste en tweede » vervangen door de woorden : « eerste, tweede en derde ». § 2. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende paragraaf : « § 5. Elke betaling bij overschrijving gebeurt via het rekeningnummer 679-2005917-54 Diverse Ontvangsten' van de FOD zoals bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid. »

Art. 12.§ 1. In artikel 18, § 1, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden « werk » en « alsook » de volgende woorden ingevoegd : « , de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren van het Directoraat-generaal Maritiem vervoer van de FOD Mobiliteit en Vervoer die daartoe aangesteld zijn, de ambtenaren van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de FOD Mobiliteit en Vervoer, ». § 2. In artikel 18, § 2, wordt tussen het vierde en het vijfde lid het volgende lid ingevoegd : « De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de FOD Mobiliteit en Vervoer die daartoe aangesteld zijn, houden toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit met betrekking tot binnenschepen.

Het Directoraat-generaal Vervoer te land wordt aangeduid om toezicht te houden op de naleving van de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op motortreinstellen en locomotieven. »

Art. 13.De bijlage van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Art. 14.Het opschrift van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Koninklijk besluit houdende vaststelling van productnormen voor inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines. »

Art. 15.In artikel 8 van het koninklijk besluit van 1 juni 1993 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidende als volgt : « § 1bis. Het communautaire certificaat wordt niet afgeleverd aan vaartuigen met motoren die niet voldoen aan de eisen van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van productnormen voor inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines. »

Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 17.Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, Onze Minister bevoegd voor Werk, Onze Minister bevoegd voor Mobiliteit en Onze Minister bevoegd voor Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, 10 augustus 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK

Bijlage Lijst van bijlagen van de basisrichtlijn zoals gewijzigd door de eerste, tweede en derde wijzigingsrichtlijnen, die gepubliceerd worden per uittreksel Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 augustus 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende normen inzake verontreinigende gasvormige en deeltjesemissies van inwendige verbrandingsmotoren voor mobiele niet voor de weg bestemde machines en tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2002 betreffende het geluidsvermogen voor materieel voor gebruik buitenshuis, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juni 1993 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT De Minister van Leefmilieu, B. TOBBACK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^