Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005
gepubliceerd op 19 augustus 2005

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder en van de periode gedurende welke kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt en het koninklijk besluit van 19 augustus 1969 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een stage maakt om in een ambt te kunnen worden benoemd

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2005022679
pub.
19/08/2005
prom.
10/08/2005
ELI
eli/besluit/2005/08/10/2005022679/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder en van de periode gedurende welke kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt en het koninklijk besluit van 19 augustus 1969 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een stage maakt om in een ambt te kunnen worden benoemd


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, inzonderheid op artikel 62, § 3, vervangen bij de wet van 20 juli 2005, en § 4, vervangen bij de wet van 29 april 1996;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder en van de periode gedurende welke kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1983, 16 juli 1985, 12 augustus 1985, 25 juni 1986, 24 juni 1987, 26 juni 1987 en 9 juli 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 augustus 1969 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een stage maakt om in een ambt te kunnen worden benoemd, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1983, 13 maart 1985, 25 juni 1986, 26 juni 1987 en 9 juli 2002;

Gelet op het voorstel van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers van 7 juni 2005;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 juni 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 28 juni 2005;

Gelet op advies 38.658/1 van de Raad van State, gegeven op 12 juli 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder en van de periode gedurende welke kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 december 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De verhandeling bij het einde van hogere studiën moet een voorwaarde zijn tot het verkrijgen van een diploma erkend door de bevoegde overheid.

Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder hogere studiën, het onderwijs bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 20 juli 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt. »

Art. 2.Artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 5 december 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De winstgevende activiteit van het kind brengt geen schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich indien ze niet meer bedraagt dan 240 uren per kwartaal.

Een winstgevende activiteit in de zin van dit besluit is elke activiteit, uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst of een statuut, of als zelfstandige.

Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, brengt geen schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich als die uitkering voortvloeit uit een toegelaten winstgevende activiteit.

Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse werkloosheidsregeling of van een loopbaanonderbrekingsuitkering bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, brengt een schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich. »

Art. 3.Artikel 3 van het koninklijk besluit van 19 augustus 1969 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een stage maakt om in een ambt te kunnen worden benoemd, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De winstgevende activiteit van het kind brengt geen schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich indien ze niet meer bedraagt dan 240 uren per kwartaal.

Een winstgevende activiteit in de zin van dit besluit is elke beroepsbezigheid uitgeoefend in het kader van een dienstbetrekking of als zelfstandige met een inkomen als oogmerk.

Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, brengt geen schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich als die uitkering voortvloeit uit een toegelaten winstgevende activiteit.

Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse werkloosheidsregeling of van een loopbaanonderbrekingsuitkering bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, brengt een schorsing van de toekenning van kinderbijslag met zich. »

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005.

Art. 5.Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, op 10 augustus 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken R. DEMOTTE

^