Koninklijk Besluit van 10 december 2017
gepubliceerd op 19 december 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding in het kader van de we

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2017204852
pub.
19/12/2017
prom.
10/12/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017204852

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


10 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en werklieden met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden ontslagen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en werklieden met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden ontslagen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 december 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de vlasbereiding Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2017 Toekenning van een aanvullende vergoeding in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en werklieden met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden ontslagen (Overeenkomst geregistreerd op 31 mei 2017 onder het nummer 139609/CO/120.02) I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding en op de arbeiders en arbeidsters die zij tewerkstellen.

Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de mindervalide werklieden en werklieden met ernstige lichamelijke problemen, die tewerkgesteld zijn krachtens een arbeidsovereenkomst, alsmede op de werkgevers die hen tewerkstellen. § 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder : 1° "mindervalide werklieden erkend door een bevoegde overheid" : a) de werklieden die voldoen aan de medische voorwaarden om ingeschreven te worden in een agentschap voor personen met een handicap en meer bepaald het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées", de Brusselse dienst "Personne handicapée autonomie recherchée" (Phare) en de "Dienststelle für Personen mit einer Behinderung";b) de werklieden die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;c) de werklieden met een blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 65 pct.in het kader van de arbeidsongevallenwetgeving of de wetgeving inzake beroepsziekten; 2° "werklieden met ernstige lichamelijke problemen" : de werklieden met ernstige lichamelijke problemen die geheel of gedeeltelijk veroorzaakt zijn door hun beroepsactiviteit of elke vroegere beroepsactiviteit en die de verdere uitoefening van hun beroep significant bemoeilijken, met uitsluiting van personen die op het ogenblik van de aanvraag een invaliditeitsuitkering genieten krachtens de wetgeving inzake de ziekte- en invaliditeitsverzekering en niet tewerkgesteld zijn in de zin dat zij geen effectieve arbeidsprestaties leveren;3° "werklieden gelijkgesteld aan werknemers met ernstige lichamelijke problemen": de werklieden met een rechtstreekse blootstelling aan asbest tijdens hun vroegere beroepsactiviteit vóór 1 januari 1993 gedurende minimum twee jaar in : - ondernemingen of werkplaatsen waar producten of voorwerpen op basis van asbest worden gefabriceerd en behandeld; - of fabrieken van materialen in vezelcement.

II. - Rechthebbenden

Art. 3.§ 1. De tijdens de geldigheidsperiode van deze collectieve arbeidsovereenkomst ontslagen werklieden, bedoeld in artikel 2, die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt tijdens de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017 en ten laatste op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen rechtvaardigen, ontvangen een aanvullende vergoeding, ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", behalve in geval van ontslag om dringende reden. § 2. De ontslagen werklieden, bedoeld in § 1 hiervoor, moeten bovendien het bewijs kunnen leveren : - voor de mindervalide werklieden dat zij behoren tot één van de categorieën opgenomen in artikel 2 § 2, 1° van deze overeenkomst; - voor de werklieden met ernstige lichamelijke problemen dat zij beschikken over een attest afgegeven door het Fonds voor arbeidsongevallen, overeenkomstig artikel 19, § 2 van deze overeenkomst; - voor de werklieden gelijkgesteld aan werknemers met ernstige lichamelijke problemen dat zij beschikken over een attest afgegeven door het Fonds voor beroepsziekten, overeenkomstig artikel 20, § 2 van deze overeenkomst. § 3. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst", bedoeld in § 1 hiervoor, wordt verstaan : het ogenblik dat de werkman uit dienst treedt na het verstrijken van de opzeggingstermijn of, wanneer er geen opzegging werd betekend of wanneer aan de betekende opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt gemaakt, het ogenblik dat de arbeider de onderneming verlaat. § 4. De werknemer die de in § 1 en § 2 vastgestelde voorwaarden vervult en wiens opzeggingstermijn na 30 juni 2017 verstrijkt, behoudt het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding".

De werknemer met ernstige lichamelijke problemen die de in artikel 3, § 1 vastgestelde voorwaarden vervult en die zijn aanvraag tot erkenning als werknemer met ernstige lichamelijke problemen vóór 1 juli 2016 bij het Fonds voor arbeidsongevallen heeft ingediend, behoudt, in afwijking van artikel 3, § 2 en § 3 het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", wanneer hij pas na 31 december 2016 het bewijs kan leveren te beschikken over een attest afgegeven door het Fonds voor arbeidsongevallen overeenkomstig artikel 19 van deze overeenkomst en ontslagen wordt, behoudens omwille van dringende reden in de zin van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Art. 4.De werkman behoudt eveneens het recht op de aanvullende vergoeding, indien hij voldoet aan de in artikel 3, § 1 hiervoor bedoelde voorwaarden met betrekking tot de leeftijd en het beroepsverleden en : - een aanvraag heeft ingediend om op grond van onderhavige overeenkomst erkend te worden; - kan aantonen dat hij de werkgever hiervan op de hoogte heeft gebracht via ofwel een aangetekend schrijven, ofwel een schrijven waarvan een dubbel door de werkgever werd ondertekend, ofwel medeondertekening door de werkgever van het aanvraagformulier; - tijdens de erkenningsprocedure voorzien in de artikelen 19 en 20 van onderhavige overeenkomst ontslagen wordt; - en op het einde van de procedure over een attest beschikt dat aantoont dat hij overeenkomstig de artikelen 19 en 20 van onderhavige overeenkomst erkend wordt.

Art. 5.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende sectorale anciënniteitsvoorwaarden : - Ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren vlasbereiding en/of textiel, breigoed, kleding en confectie; - Ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren vlasbereiding en/of textiel, breigoed, kleding en confectie tijdens de laatste 10 jaren, waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren.

Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende.

III. - Betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 6.De aanvullende vergoeding behelst het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 december 1974.

Art. 7.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2003 betreffende de gecoördineerde statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 september 2004, wordt de in artikel 3, § 1 en § 4 en artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", waarvan het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering hierna zijn vastgesteld.

Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste genomen door het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding".

Art. 8.De in artikelen 2 tot en met 5 bedoelde werklieden hebben, voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door deze pensioenreglementering vastgesteld.

De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke werkloosheidsvergoedingen ontvangen.

Art. 9.In afwijking van artikel 8 hebben de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een land van de Europese Economische Ruimte, ook recht op een aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" voor zover zij geen werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in het kader van de regelgeving inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering en voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de wetgeving van hun woonland.

Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werklieden werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving.

Art. 10.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en artikel 9 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en artikel 9 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 3. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden hervat. § 4. In de in hierboven § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze meer genieten.

De in hierboven § 1 en § 2 bedoelde werknemers leveren aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefenen.

IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 11.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering.

Art. 12.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is dan 99,16 EUR per maand, toegekend in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd tot 99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die voor de werknemer zonder gezinslast in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op het geheel van de sociale uitkering en de aanvullende vergoeding.

Art. 13.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op het loon aan 100 pct., dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van de sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering.

De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 = 100) en bedraagt 3 862,50 EUR sinds 1 juni 2016. Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der consumptieprijzen.

Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de Nationale Arbeidsraad.

Het netto referteloon wordt afgerond naar de hogere euro.

Art. 14.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeid(st)er verrichte prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale zekerheid onderworpen zijn.

Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. § 2. Voor de per maand betaalde arbeid(st)er wordt als brutoloon beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 7 bepaalde refertemaand heeft verdiend. § 3. Voor de arbeid(st)er die niet per maand wordt betaald, wordt het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.

Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. § 4. Het brutoloon van een arbeid(st)er die gedurende de ganse refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.

Indien een arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar) arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. § 5. Het brutoloon van een arbeid(st)er die gedurende de refertemaand in een stelsel van tijdskrediet of loopbaanonderbreking was opgenomen, wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking of het tijdskrediet.

Het brutoloon van een arbeid(st)er die gedurende de refertemaand in een stelsel van halftijds brugpensioen was opgenomen, wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang van het halftijds brugpensioen. § 6. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door die arbeid(st)er in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. § 7. Naar aanleiding van het bij artikel 18 voorzien overleg, zal in gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet worden gehouden.

Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.

V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 15.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971.

Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad.

Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing.

VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 16.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de kalendermaand gebeuren.

VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen

Art. 17.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen.

De arbeid(st)er, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 en artikel 10, zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel 6 en artikel 10 voorziene aanvullende vergoeding.

VIII. - Overlegprocedure

Art. 18.Vooraleer één of meerdere werklieden, bedoeld bij artikelen 2 tot en met 5, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden die aan het in artikel 3, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten.

Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de werklieden van de onderneming.

Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever daarenboven de betrokken arbeid(st)er bij aangetekende brief uit tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeid(st)er de gelegenheid te geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te maken.

Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, inzonderheid artikel 7, kan de arbeid(st)er zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was.

De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de arbeidsreserve.

IX. - Erkenning als werknemer met ernstige lichamelijke problemen

Art. 19.§ 1. De werkman die wenst erkend te worden als werknemer met ernstige lichamelijke problemen, dient een aanvraag in met een dossier bij het Fonds voor arbeidsongevallen.

Het dossier bevat twee luiken : enerzijds een administratief luik waarbij de werknemer voldoende ernstige elementen aanbrengt die aantonen dat hij de voorwaarden met betrekking tot de leeftijd en het beroepsverleden, voorzien in artikel 3, § 1 van deze overeenkomst, zal vervullen en anderzijds een medisch luik waarbij hij de nodige elementen aanbrengt om te bewijzen dat hij beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 2, § 2, 2° van deze overeenkomst om als werknemer met ernstige lichamelijke problemen in aanmerking te komen.

De werkman kan voor de samenstelling van het administratief luik een beroep doen op een uitbetalingsinstelling naar keuze erkend in het kader van de werkloosheidsreglementering en voor de samenstelling van het medisch dossier op de bijstand van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. § 2. De werkman wordt beschouwd als werknemer met ernstige lichamelijke problemen indien hij over een attest beschikt afgeleverd door het Fonds voor arbeidsongevallen dat getuigt dat hij aan de definitie van werknemer met ernstige lichamelijke problemen zoals bepaald in artikel 2, § 2, 2° van deze overeenkomst beantwoordt.

X. - Erkenning als werknemer gelijkgesteld aan een werknemer met ernstige lichamelijke problemen

Art. 20.§ 1. De werkman die wenst erkend te worden als werknemer gelijkgesteld aan een werknemer met ernstige lichamelijke problemen, dient een aanvraag in bij het Fonds voor beroepsziekten met de nodige bewijsstukken van de blootstelling aan asbest in de zin van artikel 2, § 2, 3° van deze overeenkomst.

De aanvraag bevat bovendien voldoende ernstige elementen die aantonen dat hij de voorwaarden met betrekking tot de leeftijd en het beroepsverleden, voorzien in artikel 3, § 1 van deze overeenkomst, zal vervullen. § 2. De werkman wordt beschouwd als werknemer gelijkgesteld aan een werknemer met ernstige lichamelijke problemen indien hij over een attest beschikt afgeleverd door het Fonds voor beroepsziekten dat getuigt dat hij aan de definitie van werknemer gelijkgesteld aan een werknemer met ernstige lichamelijke problemen zoals bepaald in artikel 2, § 2, 3° van deze overeenkomst beantwoordt.

XI. - Betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 21.De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in de artikelen 3 en 4 valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding". Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van voormeld "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding", Poortakkerstraat 100, 9051 Gent (S.D.W.).

XII. - Eindbepalingen

Art. 22.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" vastgesteld. De administratieve richtlijnen bepaald door de raad van beheer van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" moeten door de werkgever worden nageleefd.

Art. 23.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" beslecht in de geest van en refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 17 en nr. 123 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 24.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per koninklijk besluit.

Art. 25.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 2017.

De Minister van Werk, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2017-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^