Koninklijk Besluit van 10 februari 2000
gepubliceerd op 19 februari 2000
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 februari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid betreffende het nationaal akkoord 1999-2000 betreffende de loonkostontw

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012083
pub.
19/02/2000
prom.
10/02/2000
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 FEBRUARI 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 februari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid betreffende het nationaal akkoord 1999-2000 betreffende de loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 1979, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikudige nijverheid, tot toekenning van een sociaal voordeel, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 1985, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot wijziging van een aantal collectieve arbeidsovereenkomsten en ter aanvulling ervan, algemeen verbindend verklaard bij de koninklijke besluiten van 8 mei 1980 en 17 september 1986, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 1989, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot toekenning van een individuele vergoeding voor syndicale vorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 23 januari 1990, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, houdende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 3 december 1993, inzonderheid op artikel 17;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot vaststelling van aanvullende werkloosheidsuitkeringen en vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 30 maart 1994, inzonderheid op de artikelen 2 en 3;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 januari 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het sectorieel akkoord 1995-1996, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 23 juni 1995, inzonderheid op artikel 13;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord voor de scheikundige nijverheid voor de jaren 1997-1998, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 juni 1998, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende een minimumuurloon, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 23 juni 1998, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende vergoedingen voor ploegwerk, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 juni 1998, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot verlenging van het stelsel van conventioneel brugpensioen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 oktober 1998, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 55 jaar in 1997 en 56 jaar in 1998, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 12 oktober 1998, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 februari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 1999-2000 betreffende de loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 februari 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999.

Koninklijk besluit van 8 mei 1980, Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1980.

Koninklijk besluit van 17 september 1986, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 1986.

Koninklijk besluit van 23 januari 1990, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1990.

Koninklijk besluit van 3 december 1993, Belgisch Staatsblad van 27 januari 1994.

Koninklijk besluit van 30 maart 1994, Belgisch Staatsblad van 8 juni 1994.

Koninklijk besluit van 23 juni 1995, Belgisch Staatsblad van 26 augustus 1995.

Koninklijk besluit van 10 juni 1998, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1998.

Koninklijk besluit van 10 juni 1998, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1998.

Koninklijk besluit van 23 juni 1998, Belgisch Staatsblad van 23 juli 1998.

Koninklijk besluit van 8 oktober 1998, Belgisch Staatsblad van 28 november 1998.

Koninklijk besluit van 12 oktober 1998, Belgisch Staatsblad van 5 december 1998.

Bijlage Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 februari 1999 Nationaal akkoord 1999-2000 betreffende loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling (Overeenkomst geregistreerd op 9 maart 1999 onder het nummer 50218/CO/116) Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de arbeiders die ressorteren onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

Met "arbeiders" verstaat men arbeiders en arbeidsters.

Duur

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een duur van twee jaar, van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000.

Basisafspraken voor het sociaal overleg op ondernemingsvlak

Art. 3.De sociale gesprekspartners van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid onderschrijven ten volle de basisafspraken opgenomen in het interprofessioneel akkoord 1999-2000.

Zij vragen ondubbelzinnig aan de onderhandelaars op ondernemingsvlak om de aanbevelingen van het interprofessioneel akkoord, inzake loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling zoals omkaderd en geconcretiseerd in de onderhavige sectorale collectieve arbeidsovereenkomst concreet gestalte te geven in hun collectieve arbeidsovereenkomsten.

De sociale gesprekspartners en de onderhandelaars op ondernemingsvlak zullen, meer bepaald voor hogervermelde elementen, in dezelfde geest als tijdens de onderhandelingen voor de akkoorden gesloten in 1997-1998 de bepalingen naleven van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Maatregelen inzake tewerkstelling/vorming

Art. 4.§ 1. In uitvoering van de basisafspraken inzake tewerkstelling/vorming zoals bepaald in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden de ondernemingen met een syndicale afvaardiging uitgenodigd om de inspanning inzake tewerkstelling/vorming in te vullen in hun collectieve arbeidsovereenkomsten met concrete maatregelen. Hiertoe kan geput worden uit volgend niet-beperkend menu : 1° het recht om deeltijds te werken met verhoudingsgewijs behoud van inkomen.Dit recht is beperkt tot 3 pct. van het arbeidersbestand en kan niet door meer dan 10 pct. van het arbeidersbestand van een afdeling, dienst of werkplaats uitgeoefend worden; het recht dient toepasbaar te zijn voor minimum één arbeider in de onderneming; 2° in het raam van het wettelijk recht op loopbaanonderbreking ten belope van 3 pct.van het personeelsbestand wordt bijzondere aandacht gegeven aan deeltijdse loopbaanonderbreking voor de arbeiders ouder dan 50 jaar en aan volledige loopbaanonderbreking; 3° het op halftijds brugpensioen stellen vanaf de leeftijd van 55 jaar;4° de invoering van flexibele uurroosters met beperking van overuren;5° bijkomende inspanning inzake permanente vorming bovenop de wettelijke bijdrage van 0,10 pct.voor de risicogroepen.

De invoering van deze maatregelen mag geen verstoring van de arbeidsorganisatie met zich meebrengen en dient rekening te houden met de mogelijkheden tot vervanging.

Bedoelde ondernemingen die voor bijkomende tewerkstelling zorgen, kunnen collectieve arbeidsovereenkomsten sluiten, waarbij men voorziet dat de aangroei van tewerkstelling wordt aanzien als de concrete invulling van de gevraagde engagementen in het interprofessioneel akkoord 1999-2000.

De ondernemings-collectieve arbeidsovereenkomsten vermelden dat zij gesloten zijn in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 1999-2000 en van dit nationaal akkoord. Zij worden voor neerlegging verzonden naar de griffie van de Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

Een afschrift van deze ondernemings-collectieve arbeidsovereenkomsten wordt ter kennisgeving verzonden naar de voorzitter van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid die er de ondertekenaars van dit nationaal akkoord van in kennis brengt. § 2. Voor de ondernemingen zonder syndicale afvaardiging wordt de mogelijkheid geboden bij toetredingsakte de inspanning voor tewerkstelling en/of vorming in te vullen door zich te verbinden tot twee of meer effectief toepasbare en controleerbare maatregelen van de vijf in §1 vermelde maatregelen van het menu.

De toetreding gebeurt door de betekening van een toetredingsakte, waarvan een model in bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt toegevoegd.

Deze toetredingsakte dient door de werkgever aan elke arbeider schriftelijk te worden meegedeeld. Gedurende acht dagen vanaf die schriftelijke mededeling stelt de werkgever een register ter beschikking van de arbeiders waarin zij hun opmerkingen mogen schrijven.

Deze toetredingsakte dient te vermelden dat zij opgemaakt is in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 1999-2000 en van dit nationaal akkoord. Zij wordt - na de hierboven vermelde termijn van acht dagen en samen met het register - voor neerlegging verzonden naar de griffie van de Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

Een afschrift van deze toetredingsakte wordt ter kennisgeving verzonden naar de voorzitter van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid die er de ondertekenaars van dit nationaal akkoord van in kennis brengt.

Minimumuurloon

Art. 5.Het bedrag van het nationaal minimumuur loon, zoals vastgelegd in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, zijnde, op 31 december 1998 277,80 F in de 40-urenweek, wordt, vanaf 1 maart 1999, verhoogd met 5 F en gebracht op 282,80 F. Voor de arbeiders met minstens 12 maanden anciënniteit in de onderneming wordt vanaf 1 januari 2000 een minimumuurloon vastgesteld : het komt overeen met het voornoemd nationaal minimumuurloon, dat van kracht is op 31 december 1999, verhoogd met 3 F; het wordt "minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit" genoemd.

Hiermee aansluitend wordt vanaf 1 januari 1999 het voornoemd nationaal minimumuurloon dat blijft gelden voor de arbeiders met minder dan 12 maanden anciënniteit in de onderneming "minimumaanvangsuurloon" genoemd.

Vanaf 1 juli 2000 worden het voornoemd minimumaanvangsuurloon evenals het voornoemd minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit, die van kracht zijn op 30 juni 2000, met 3 F verhoogd.

Ploegenvergoedingen

Art. 6.De bedragen van de minimumploegenvergoeding zoals voorzien in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid betreffende vergoedingen voor ploegwerk (koninklijk besluit van 10 juni 1998, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1998), worden, in het 40 uren/week stelsel, vanaf 1 maart 1999 als volgt vastgelegd : morgen- en namiddagploeg : 16 F per uur; nachtploeg : 58 F per uur.

Bestaanszekerheid Art. 7 § 1. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid : De aanvullende werkloosheidsuitkering zoals voorzien in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot vaststelling van aanvullende werkloosheidsuitkeringen en vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen (koninklijk besluit van 30 maart 1994, Belgisch Staatsblad van 8 juni 1994), wordt vanaf 1 april 1999 opgetrokken van 240 F naar 255 F per dag gedeeltelijke werkloosheid, en vanaf 1 april 2000 naar 265 F per dag gedeeltelijke werkloosheid.

Voor de arbeiders, jonger dan 19 jaar, wordt deze vergoeding vanaf 1 april 1999 vastgelegd op 229,50 F en vanaf 1 april 2000 op 238,50 F. De bestaande toekenningsmodaliteiten blijven onveranderd. § 2. Aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard : Onverminderd de vergoeding bij ontslag om economische of technische redenen of redenen van structurele aard, zoals bepaald in artikel 3 van de hogergenoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993 tot vaststelling van aanvullende werkloosheidsuitkeringen en vergoedingen bij ontslag om economische of technische redenen (koninklijk besluit van 30 maart 1994, Belgisch Staatsblad van 8 juni 1994), wordt volgende bijzondere regeling van aanvullende werkloosheidsuitkering voorzien voor arbeiders volgens onderstaand schema, die om economische of technische redenen of redenen van structurele aard worden ontslagen : Arbeiders met een anciënniteit van 10 tot en met 19 jaar in de onderneming ontvangen het in § 1 van dit artikel voorziene dagbedrag van aanvullende werkloosheidsuitkering voor de eerste 22 bewezen dagen effectieve werkloosheid, welke aanvangt vanaf het verstrijken van de opzeggingstermijn of vanaf het verstrijken van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode.

Voor arbeiders met een anciënniteit van 20 jaar en meer in de onderneming wordt dit gebracht op de eerste 44 bewezen dagen effectieve werkloosheid.

Bestaande gunstiger regelingen op bedrijfsvlak blijven behouden.

Het recht op deze aanvullende werkloosheidsuitkering vervalt vanaf de eerste dag van werkhervatting.

Conventioneel brugpensioen

Art. 8.§ 1 Brugpensioen vanaf 58 jaar : De collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997 tot verlenging van het stelsel van conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar (koninklijk besluit van 8 oktober 1998, Belgisch Staatsblad van 28 november 1998), die per 31 december 1998 vervallen is, wordt voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verlengd. § 2 Brugpensioen vanaf 56 jaar voor de arbeiders met minstens 20 jaar nachtprestaties en 33 jaar beroepsloopbaan : De collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 1997 betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf de leeftijd van 56 jaar voor arbeiders met minstens 20 jaar nachtprestaties en 33 jaar beroepsloopbaan (koninklijk besluit van 12 oktober 1998, Belgisch Staatsblad van 5 december 1998), die per 31 december 1998 vervallen is, wordt voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verlengd met ongewijzigde toepassing van de erin vastgelegde modaliteiten.

Toekenning van een sociaal voordeel

Art. 9.§ 1. Toepassingsgebied Het toepassingsgebied inzake de toekenning van een sociaal voordeel ten laste van het Sociaal Fonds van de scheikundige nijverheid zoals bepaald in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 1979, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot toekenning van een sociaal voordeel (koninklijk besluit van 8 mei 1980, Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1980), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 1985, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot wijziging van een aantal collectieve arbeidsovereenkomsten en ter aanvulling ervan (koninklijk besluit van 17 september 1986, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 1986), wordt uitgebreid naar de industriële leerlingen. § 2. Sociaal voordeel De regeling tot individuele vergoeding voor syndicale vorming voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 1989, tot toekenning van een individuele vergoeding voor syndicale vorming (koninklijk besluit van 23 januari 1990, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1990), wordt opgeheven vanaf het betalingsjaar 2000 (sociaal dienstjaar 1999).

Het bedrag van het sociaal voordeel vastgelegd in artikel 5 van hogervermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 1979, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 1985 inzake de toekenning van een sociaal voordeel ten laste van het Sociaal Fonds van de scheikundige nijverheid wordt, vanaf het betalingsjaar 2000 (sociaal dienstjaar 1999) gebracht op 4 200 F. De betalingsmodaliteiten worden bepaald door het beheerscomité van het Sociaal Fonds van de scheikundige nijverheid.

De partijen bevestigen dat de door dit artikel behandelde materie exclusief tot de bevoegdheid van het sektoraal niveau, dit is het Paritair Comité van de scheikundige nijverheid, behoort en dat bijgevolg geen aanvragen dienaangaande op het vlak van de ondernemingen zullen gesteld worden.

Externe syndicale opdrachten Art. 10 § 1. Het aantal bezoldigde dagen voor externe syndicale opdrachten, zoals voorzien in artikel 17,e, van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, houdende coördinatie van het statuut van de syndicale afvaardigingen (koninklijk besluit van 3 december 1993, Belgisch Staatsblad van 27 januari 1994) zoals gewijzigd door artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 januari 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het sectorieel akkoord 1995-1996 (koninklijk besluit van 23 juni 1995, Belgisch Staatsblad van 26 augustus 1995), wordt gebracht naar twee dagen maximum per jaar per effectief mandaat. § 2. Deze dagen kunnen vanaf de ingangsdatum van het huidige nationaal akkoord eveneens worden opgenomen door de plaatsvervangende syndicale afgevaardigden.

Fonds voor Vorming (0,10 pct. - Risicogroepen)

Art. 11.Artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord voor de scheikundige nijverheid voor de jaren 1997-1998 (koninklijk besluit van 10 juni 1998, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1998), dat per 31 december 1998 vervallen is, wordt verlengd voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Overleg en sociale vrede

Art. 12.Met inachtneming van de sociale vrede en de procedures eigen aan de scheikundige nijverheid, erkennen de ondertekenende partijen namens hun mandaatgevers, dat zij voor de materies die deel uitmaken van deze collectieve arbeidsovereenkomst aan elkaars eisen zijn tegemoet gekomen.

Zij is gesloten te goeder trouw, en de ondertekenende partijen verbinden er zich toe om ze te doen toepassen, zowel naar de letter als naar de geest.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 februari 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 3 februari 1999 betreffende het nationaal akkoord 1999-2000 betreffende loonkostontwikkeling, permanente vorming en tewerkstelling Model van toetredingsakte overeenkomstig artikel 4, § 2 van het nationaal akkoord I Identiteit van de onderneming 1.1. Naam en voornaam of firmanaam . . . . . . . . . . 1.2. Woonplaats of sociale zetel . . . . . straat/laan . . . . . nr. . . . . . postnummer . . . . . gemeente . . . . . 1.3. Zetel technische bedrijfseenheid (exploitatiezetel) . . . . . . . . . . straat/laan . . . . . postnummer . . . . . gemeente . . . . . 1.4. Telefoon . . . . . Fax . . . . . 1.5. Identiteit van de ondertekenaar . . . . . functie . . . . . 1.6. Nr. paritair comité . . . . . 1.7. Inschrijvingsnummer bij de RSZ . . . . . 1.8. Aantal bij de RSZ aangegeven arbeiders op 31 december 1998 . . . . .

II. Toetredingsakte Deze toetredingsakte wordt onderschreven in uitvoering van artikel 4, § 2 van het nationaal akkoord 1999-2000 gesloten op 3 februari 1999 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

De werkgever verklaart voor de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000 toe te treden tot artikel 4, § 2 van het nationaal akkoord 1999-2000 gesloten op 3 februari 1999 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. Hij treedt bijgevolg toe voor de bovenvermelde periode tot ten minste twee van de arbeidsherverdelende maatregelen voorzien in het voornoemd akkoord 1999-2000, die hierna opgesomd zijn : (1), (2) - het recht om deeltijds te werken met verhoudingsgewijs behoud van inkomen. Dit recht is beperkt tot 3 pct. van het arbeidersbestand en kan niet door meer dan 10 pct. van het arbeidersbestand van een afdeling, dienst of werkplaats uitgeoefend worden; het recht dient toepasbaar te zijn voor minimum één arbeider in de onderneming; - in het raam van het wettelijk recht op loopbaanonderbreking ten belope van 3 pct. van het personeelsbestand wordt bijzondere aandacht gegeven aan deeltijdse loopbaanonderbreking voor de arbeiders ouder dan 50 jaar en aan volledige loopbaanonderbreking; - het op halftijds brugpensioen stellen vanaf de leeftijd van 55 jaar; aantal arbeiders waarop de maatregel toepasbaar is :........................... - de invoering van flexibele uurroosters met beperking van de overuren; - bijkomende inspanning inzake permanente vorming bovenop de wettelijke bijdrage van 0,10 pct. voor de risicogroepen.

De invoering van deze maatregelen mag geen verstoring van de arbeidsorganisatie met zich meebrengen en dient rekening te houden met de mogelijkheden tot vervanging.

III Verbintenissen A. De ondertekenende werkgever bevestigt dat deze toetredingsakte gedurende 8 dagen ter raadpleging aan de arbeiders werd voorgelegd.

B. De werkgever engageert zich tot de naleving van deze toetredingsakte en tot de toepassing, overeenkomstig en voor de duur van het voornoemd nationaal akkoord 1999-2000, dit is van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000, van de maatregelen tot dewelke hij in punt II hierboven toegetreden is.

Eigenhandig te schrijven : « Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring getrouw, volledig en controleerbaar is" Opgemaakt te.........., op................ (ondertekening en identiteit van de ondertekenaar) Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 februari 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX ____________ (1) aankruisen naast elke maatregel tot dewelke de werkgever toetreedt. (2) indien de werkgever wenst supplementaire voorwaarden te voorzien voor de toepassing van de arbeidsherverdelende maatregelen waartoe hij toetreedt, dient hij deze te melden naast elke maatregel bij dewelke hij toetreedt.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^