Koninklijk Besluit van 10 februari 2010
gepubliceerd op 16 februari 2010
Justitie digitaliseren: Call to Contribution

Koninklijk besluit tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2010021012
pub.
16/02/2010
prom.
10/02/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

10 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit ontwerp bevat, enerzijds, de uitvoeringsmaatregelen van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en, anderzijds, sommige wijzigingen in de koninklijke besluiten van 8 en 10 januari 1996 en 18 juni 1996.

De maatregelen betreffende de informatie en de motivering zijn van tweeërlei aard : - enerzijds zorgen ze voor de aanpassing van de bepalingen inzake informatie en motivering in de genoemde koninklijke besluiten van 8 januari 1996, 10 januari 1996 en 18 juni 1996, met het oog op de uitvoering van artikel 65/29, tweede zin, van de wet. Volgens deze bepaling kunnen bij koninklijk besluit immers minder strikte regels inzake informatie en motivering worden vastgelegd voor bepaalde soorten opdrachten en voor opdrachten beneden bepaalde bedragen; - anderzijds wijzigen ze de modellen van aankondiging van gegunde opdracht die als bijlage gaan bij voormelde koninklijke besluiten en voegen ze in een nieuwe bijlage het model van aankondiging in dat moet worden gebruikt in geval van vrijwillige transparantie ex ante als bedoeld in de artikelen 3bis van de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG en 65/18, eerste lid, 1°, van de wet. Deze verschillende modellen zijn opgenomen in de verordening (EG) nr. 1150/2009 van de Commissie van 10 november 2009 tot wijziging van de verordening (EG) nr. 1564/2005 wat betreft de standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen in het kader van de gunningsprocedures overeenkomstig de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG. Ze dienen evenwel in de Belgische reglementering te worden ingevoegd zoals dit momenteel het geval is, temeer daar hun toepassing doorgaans niet beperkt blijft tot de opdrachten die onderworpen zijn aan een voorafgaande Europese bekendmaking, maar ze met name toepasselijk zijn op de opdrachten geplaatst via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking die de Europese drempel bereiken.

Zoals vermeld in de commentaar van een aantal artikelen van het ontwerp zijn bovendien enkele bijkomende bepalingen opgenomen die preciseringen van de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG overnemen.

Inzake de aangebrachte wijzigingen wordt eveneens gewezen op de gelijkschakeling van de modaliteiten ter bevestiging van de aanvragen tot deelneming die per telefax, elektronisch middel of telefoon zijn ingediend voor de opdrachten die niet zijn onderworpen aan een Europese bekendmaking, met deze die gelden voor de opdrachten die daaraan wel onderworpen zijn.

De andere wijzigingen aangebracht in de koninklijke besluiten beogen, onder de aanpassingen naar de vorm, de aanpassing van de verwijzingen naar de artikelen betreffende de kwalitatieve selectie. Deze wijzigingen zijn repetitief.

Het ontwerp is herzien rekening houdend met de overwegend formele opmerkingen in het advies van de Raad van State, met uitzondering van de volgende punten : - in verband met artikel 5 van het ontwerp valt op te merken dat wel degelijk artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 moet worden gewijzigd, omdat het derde lid, 3°, van deze bepaling de artikelen 17 tot 20 vermeldt; - in verband met de tweede opmerking over artikel 69 van het ontwerp, betreffende het prijsonderzoek, is het beter te preciseren dat de verantwoordingen schriftelijk moeten gebeuren omdat de aanbestedende dienst op basis daarvan een gemotiveerde beslissing moet nemen over het al dan niet normale karakter van een prijs.

Hoofdstuk 1 bevat de algemene bepalingen.

Artikel 1 - Dit artikel bepaalt dat het ontwerp met name voorziet in de omzetting van sommige bepalingen van richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten. Hiervoor wordt verwezen naar de voormelde commentaar.

Het ontwerp verzekert eveneens de omzetting van enkele bepalingen van de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG. Hoofdstuk 2 is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 8 januari 1996.

Art. 2 - Dit artikel brengt twee verbeteringen aan in artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. In paragraaf 2, betreffende de gesubsidieerde opdrachten van privaatrechtelijke personen die geen aanbestedende overheden zijn, moet de verwijzing naar klasse 50, groep 502 van de NACE-nomenclatuur in bijlage 1 van de wet, worden geschrapt. De recentere nomenclatuur, zoals ingevoegd in bijlage 1 van de wet bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, omvat ook de civieltechnische werken maar kent ze geen specifiek groepsnummer toe.

In paragraaf 3 komt de verwijzing naar richtlijn 2004/18/EG in de plaats van die naar richtlijn 93/37/EEG. Art. 3 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij de eerste verbetering aangebracht bij artikel 2 van het ontwerp.

Art. 4 - De wijzigingen aangebracht in artikel 12 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 omvatten het volledige toepassingsgebied van de artikelen over de kwalitatieve selectie inzake werken.

Art. 5 - De eerste wijziging heeft hetzelfde voorwerp als artikel 4 van het ontwerp. De tweede wijziging heeft tot doel voor de opdrachten die niet zijn onderworpen aan een Europese bekendmaking, dezelfde modaliteiten ter bevestiging van de aanvragen tot deelneming op te nemen als deze die gelden voor de opdrachten die aan de Europese bekendmaking zijn onderworpen en die zijn opgenomen in artikel 6, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996.

Er wordt verduidelijkt dat indien de aanvraag tot deelneming per telefax of via een elektronisch middel wordt ingediend, met het oog op een juridisch bewijs een schriftelijke bevestiging kan worden geëist.

Wat het elektronisch middel betreft, is deze bevestiging evenwel enkel vereist wanneer dat middel niet voldoet aan de voorschriften van artikel 81quater, § 1. Een schriftelijke bevestiging is daarentegen verplicht ingeval van een telefonische aanvraag tot deelneming.

Art. 6 - Naast een aanpassing van de verwijzingen naar de artikelen betreffende de kwalitatieve selectie, brengt artikel 6 een verbetering aan artikel 16, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 aan. Deze verbetering beoogt voor de onderhandelingsprocedure met bekendmaking te verduidelijken dat het aantal gegadigden niet kleiner mag zijn dan drie en dat in elk geval een daadwerkelijke mededinging moet worden gewaarborgd. Uiteraard geldt deze eis enkel voor zover er zich voldoende geschikte kandidaten hebben aangediend naar aanleiding van de bekendgemaakte aankondiging van opdracht. Dit wordt overigens bevestigd door een recent arrest van het Hof van Justitie (HvJ, arrest van 15 oktober 2009, C-138/08, Hochtief en Linde).

Art. 7 - De verbetering aangebracht in artikel 20 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 houdt rekening met het feit dat artikel 17 voortaan twee paragrafen bevat.

Art. 8 - In artikel 20ter van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 zijn de woorden «, uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd.

Deze verduidelijking heeft tot doel, zoals in de richtlijn 2004/18/EG, te onderstrepen dat de aanbestedende overheid aan de ondernemingen maar een bewijs kan vragen dat zij aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoen, wanneer dit volgens haar is gerechtvaardigd op grond van, bijvoorbeeld, de belangrijkheid van de opdracht en de te respecteren milieuverplichtingen.

Art. 9 - Dit artikel wijzigt artikel 25 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 om er, op het vlak van motivering en informatie, de uitvoeringsmaatregelen van het artikel 65/29 van de wet in op te nemen en meer bepaald de tweede zin van deze bepaling.

Paragraaf 1 van het aldus gewijzigde artikel 25 bepaalt dat de artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, en 65/9 van de wet niet toepasselijk zijn op de opdrachten, ongeacht de procedure, waarvan de goed te keuren uitgave zonder BTW 67.000 euro niet overschrijdt.

Er dient eraan te worden herinnerd dat de artikelen 65/4 en 65/5 respectievelijk betrekking hebben op het bedrag waarbij een gemotiveerde beslissing moet worden opgesteld, alsook op de inhoud ervan. Artikel 65/7 gaat over de informatie en de gelijktijdige mededeling van de gemotiveerde beslissing in de procedures die een eerste selectiefase omvatten of, in de speciale sectoren, ingeval van de invoering en het beheer van een kwalificatiesysteem.

Artikel 65/8, § 1, eerste lid, bepaalt de inschrijvers die de bestemmelingen zijn van de uittreksels van de beslissing of van de volledige gemotiveerde beslissing, naargelang het geval.

Artikel 65/9 handelt over de mededeling van de gemotiveerde beslissing om af te zien van het plaatsen van een opdracht en, in voorkomend geval, om een nieuwe opdracht uit te schrijven.

Artikel 25, §§ 2 tot 4, voorziet dientengevolge soepelere regels voor de opdrachten bedoeld in § 1.

De paragrafen 2 en 3 zijn toepasselijk op de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder BTW 67.000 euro niet overschrijdt.

Paragraaf 2 bepaalt het ogenblik waarop een gemotiveerde beslissing moet worden opgesteld. Deze paragraaf bepaald ook de wijzen waarop de kandidaten en inschrijvers moeten worden geïnformeerd, alsook de termijn om het verzoek naar de beslissing te doen en de termijn voor de aanbestedende overheid om deze mee te delen. Dezelfde paragraaf bekrachtigt bovendien ook de regel die van toepassing is op de opdrachten die de Europese drempel bereiken, dat wil zeggen de gelijktijdige mededeling van de informatie en de motieven wanneer de aanbestedende overheid de vrijwillige transparantie vooraf toepast in de zin van artikel 65/30, tweede lid, van de wet.

Men dient hierbij overigens te bemerken dat niets een aanbestedende overheid verbiedt deze modaliteit toe te passen buiten de hypothese van een vrijwillige toepassing van het voornoemde artikel 65/30.

Paragraaf 3 handelt over de informatie en de kennisgeving van de gemotiveerde beslissing ingeval wordt afgezien van het plaatsen van een opdracht.

Paragraaf 4 bepaalt dat de bepalingen van de paragrafen 2 en 3 niet toepasselijk zijn op de opdrachten die tot stand komen met een aangenomen factuur.

Art. 10 - Dit artikel wijzigt de inhoud van artikel 26 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 dat momenteel enkele regels bevat wanneer wordt afgezien van de gunning van de opdracht. Deze materie wordt voortaan geregeld bij de artikelen 65/5, 8°, 65/6 en 65/9 van de wet. Het nieuwe artikel 26 beoogt bijgevolg de invoeging van de aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, waarvan het model bijlage 9 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 zal vormen.

Art. 11 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2, 2°.

Art. 12 - Dit artikel heft het voorlaatste lid van artikel 28 op vermits dit dubbel gebruik vormt met de bepaling van het derde lid van hetzelfde artikel.

Art. 13 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 14 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 5 van het ontwerp.

Art. 15 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 6 van het ontwerp.

Art. 16 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 7 van het ontwerp.

Art. 17 - Dit artikel wijzigt artikel 51 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 om er, voor de overheidsopdrachten voor leveringen, de uitvoeringsmaatregelen van het nieuwe artikel 69/30, tweede zin, van de wet in op te nemen. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 9 van het ontwerp.

Art. 18 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 10 van het ontwerp.

Art. 19 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2, 2°, van het ontwerp, omtrent de verwijzing naar de richtlijn 2004/18/EG. Art. 20 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 21 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 5 van het ontwerp.

Art. 22 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 6 van het ontwerp.

Art. 23 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 7 van het ontwerp.

Art. 24 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 8 van het ontwerp.

Art. 25 - Dit artikel wijzigt artikel 80 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 om er, voor de overheidsopdrachten voor diensten, de uitvoeringsmaatregelen van het nieuwe artikel 65/29, tweede zin, van de wet in op te nemen. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 9 van het ontwerp.

Art. 26 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 10 van het ontwerp.

Art. 27 - Zoals artikel 23, § 2, van richtlijn 2004/18/EG, herinnert dit artikel eraan dat de technische specificaties de inschrijvers gelijke toegang moeten bieden en niet tot gevolg mogen hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden geschapen.

Art. 28 - Dit artikel zorgt voor een lichte aanpassing van artikel 110 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 dat handelt over het nazicht van de abnormale prijzen, om, zoals in artikel 55, § 3, van de richtlijn 2004/18/EG, duidelijk te maken hoe het onderzoek moet gebeuren wanneer de abnormaal lage prijzen voortvloeien uit het verkrijgen van staatsteun.

Art. 29 - Dit artikel brengt een terminologische wijziging aan in de Nederlandse tekst, waarbij de notie « aannemer » wordt vervangen door de notie « begunstigde ».

Art. 30 - Dit artikel heft het derde lid van artikel 116 op waaruit blijkt dat de gestanddoeningstermijn van rechtswege verlengd wordt met de duur van de wachttermijn bedoeld in artikel 21bis, § 2, van de wet.

Deze bepaling komt te vervallen. Voormeld artikel 21bis is immers opgeheven bij de wet van 23 december 2009 en artikel 65/8, § 2, van de wet regelt deze kwestie voortaan.

Art. 31 - De wijzigingen aangebracht aan artikel 117 van het koninklijk besluit betreffen de terminologie, althans wat de Nederlandse tekst betreft. Bovendien benadrukt het tweede lid van die bepaling dat wanneer de betekening van de goedkeuring van de offerte per telefax of via andere elektronische middelen gebeurt, de bevestiging per aangetekende brief binnen vijf dagen een geldigheidsvoorwaarde uitmaakt van de betekening.

Art. 32 - De wijzigingen aangebracht aan artikel 118 van het koninklijk besluit zijn van terminologische aard en betreffen de Nederlandse tekst.

Art. 33 - Enkele formele en terminologische verbeteringen worden door dit artikel aangebracht.

Art. 34 - Dit artikel voorziet in de invoering van de aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante in de bepalingen betreffende de concessie voor openbare werken.

Art. 35 - Dit artikel heft verschillende bepalingen op van het koninklijk besluit van 8 januari 1996. De in de artikelen 136, § 1, 137 en 139 behandelde materie komt voortaan immers aan bod in de nieuwe wettelijke bepalingen inzake verhaalprocedures.

Art. 36 en 37 - Artikel 36 beoogt de vervanging van bijlage 2, C, betreffende het model van aankondiging van gegunde opdracht. Dit model werd immers lichtjes aangepast op Europees niveau.

Artikel 37 beoogt de invoeging van bijlage 9 betreffende het model van aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante.

De punten m of l van bijlagen 2, c, en 9 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 dienen becommentarieerd te worden. De voormelde punten betreffen het geval waarin de opdracht niet valt onder het toepassingsveld van de richtlijn.

Volgens de Europese Commissie houdt deze bepaling geen enkele verplichting in om de informatie opgenomen onder de punten m of l van de aankondigingen van gegunde opdracht bekend te maken, of zelfs de aankondiging van vrijwillige transparantie vooraf bekend te maken.

Het nagestreefde doel bestaat erin overeenkomstig de « beroeps-richtlijnen » toe te laten te zorgen voor de rechtszekerheid door te vermijden dat een gesloten opdracht het voorwerp kan uitmaken van een beroep tot onverbindendverklaring tijdens een termijn van zes maanden na de datum van de sluiting.

De bekendmaking van een aankondiging van gegunde opdracht maakt het niet mogelijk om te ontsnappen aan een vordering tot onverbindendverklaring maar is nuttig om de termijn in te korten binnen dewelke een vordering kan worden ingesteld.

Dankzij de bekendmaking van een aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante kan de aanbestedende overheid zich beschermen tegen de zwaarste gevolgen die zouden voortvloeien uit een onverbindendverklaring van de overeenkomst.

Hoofdstuk 3 is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 10 januari 1996.

Art. 38 - In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, komt de verwijzing naar richtlijn 2004/17/EG in de plaats van die naar richtlijn 93/38/EEG. Art. 39 en 40 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 41 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 5 van het ontwerp, gewijd aan de tweede daarin opgenomen wijziging.

Art. 42 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 43 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 7 van het ontwerp.

Art. 44 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 8 van het ontwerp.

Art. 45 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2 van het ontwerp omtrent de wijziging van de verwijzing naar de toepasselijke richtlijn.

Art. 46 en 47 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 48 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 5 van het ontwerp, gewijd aan de tweede daarin opgenomen wijziging.

Art. 49 en 50 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 51 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2 van het ontwerp.

Art. 52 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 53 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 5 van het ontwerp.

Art. 54 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 4 van het ontwerp.

Art. 55 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 8 van het ontwerp.

Art. 56 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 27 van het ontwerp.

Art. 57 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 28 van het ontwerp.

Art. 58 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 29 van het ontwerp.

Art. 59 - Er wordt verwezen naar de eerste wijziging aangebracht door artikel 31 van het ontwerp.

Art. 60 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 32 van het ontwerp.

Art. 61 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 33 van het ontwerp.

Art. 62 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 9 van het ontwerp.

Art. 63 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 10 van het ontwerp.

Art. 64 - Dit artikel heft verschillende bepalingen op van het koninklijk besluit van 10 januari 1996. De in de artikelen 113 tot 116 bedoelde verificatieregeling werd immers geschrapt bij richtlijn 2007/66/EG. Hetzelfde geldt voor het in de artikelen 118 tot 121 bedoelde bemiddeling. Ten slotte komt de in artikel 123 behandelde materie voortaan aan bod in de nieuwe wettelijke bepalingen inzake verhaalprocedures.

Hoofdstuk 4 is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 18 juni 1996.

Art. 65 en 66 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij de artikelen 36 en 37 van het ontwerp.

Art. 67 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2 van het ontwerp omtrent de wijziging van de verwijzing naar de toepasselijke richtlijn.

Art. 68 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 8 van het ontwerp.

Art. 69 - Dit artikel wijzigt artikel 16 van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 om inzake het nazicht van de prijzen, daarin identieke bepalingen op te nemen als die van artikel 98 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996, zoals aangepast door dit ontwerp, en die voorvloeien uit artikel 57 van de richtlijn 2004/17/EG. Art. 70 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 27 van het ontwerp.

Art. 71 - Dit artikel brengt een verduidelijking aan op het vlak van de informatie die door de aanbestedende diensten moeten worden bewaard betreffende de uitzonderingen die gelden voor de diensten vermeld in bijlage 2, B, van de wet.

Art. 72 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 10 van het ontwerp.

Art. 73 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 64 van het ontwerp.

Art. 74 en 75 - Er wordt verwezen naar de commentaar bij de artikelen 36 en 37 van het ontwerp.

Art. 76 - Dit artikel bepaalt de datum van inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009, alsook van dit besluit.

Art. 77 - Dit artikel bepaalt dat de Eerste Minister is belast met de uitvoering van het besluit.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, Y. LETERME

Advies 47.699/1 van 19 januari 2010 van de afdeling wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 7 januari 2010. door de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten », heeft het volgende advies gegeven: Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe diverse koninklijke besluiten ter uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, te wijzigen. De ontworpen wijzigen strekken er vooreerst toe om in de betrokken koninklijke besluiten de maatregelen inzake informatie en motivering in te schrijven ter uitvoering van de wet van 23 december 2009 (1).

Daarnaast worden in de betrokken koninklijke besluiten een aantal andere wijzigingen aangebracht waarvan de draagwijdte verscheiden is en wordt weergegeven in het verslag aan de Koning. 2.1. Rechtsgrond voor de ontworpen wijzigingen kan worden gevonden in de bepalingen van de wet van 24 december 1993 die worden vermeld in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp, met dien verstande dat moet worden gewezen op wat volgt. 2.2. Voor de artikelen 10, 18, 26, 34, 63 en 72 van het ontwerp biedt het bij de wet van 23 december 2009 ingevoegde artikel 65/18, eerste lid, 1/, van de wet van 24. december 1993, rechtsgrond. Die bepaling draagt de Koning op om het model vast te stellen van de erin vermelde aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante. 2.3. De artikelen 9, 17, 25 en 62 van het ontwerp vinden rechtsgrond in artikel 65/29 van de wet van 24 december 1993, zoals die bepaling eveneens werd ingevoegd bij de wet van 23 december 2009. Het voornoemde artikel 65/29 verleent de Koning de bevoegdheid om voor opdrachten die de Europese drempels niet bereiken te voorzien in uitzonderingen inzake gemotiveerde beslissing, informatie en wachttermijn en dit voor bepaalde soorten opdrachten en voor opdrachten beneden bepaalde bedragen. 2.4. Artikel 76, 1/, van het ontwerp vindt rechtsgrond in artikel 7, eerste lid, van de wet van 23 december 2009, dat de Koning opdraagt om de datum van inwerkingtreding te bepalen van de betrokken wet.

Onderzoek van de tekst Aanhef 1. Rekening houdend met hetgeen is opgemerkt inzake de rechtsgrond voor het ontwerp, schrijve men aan het einde van het eerste lid van de aanhef: « ..., 59, § 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juni 1996, en 65/18 en 65/29, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009; ». 2. Onmiddellijk na het eerste lid van de aanhef moet een nieuw lid worden ingevoegd, luidende: « Gelet op de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, artikel 7, eerste lid;». 3. Volgens de richtlijnen inzake wetgevingstechniek is het niet zinvol om in de aanhef de artikelen te vermelden van de regeling die wordt gewijzigd (2).In het tweede tot het vierde lid van de aanhef van het ontwerp, zoals het om advies is voorgelegd, schrappe men derhalve de vermelding van de te wijzigen artikelen van de betrokken koninklijke besluiten.

Artikel 3.

Ter wille van een zorgvuldige legistiek dient de te vervangen zinsnede correct te worden weergegeven. In de Nederlandse tekst van artikel 3 van het ontwerp dient derhalve te worden geschreven « ... worden de woorden « werkzaamheden die voorkomen in klasse 50, groep 502 van de nomenclatuur bedoeld in » vervangen door de woorden... ». De overige bepalingen van het ontwerp dienen, waar nodig, vanuit die optiek aan een bijkomend onderzoek te worden onderworpen. Zo worden bijvoorbeeld in artikel 22, 1/, van het ontwerp de woorden « 69 tot 72 » vervangen in plaats van de woorden « 69 tot 73 », en vangt de zinsnede die wordt vervangen onder artikel 67 van het ontwerp aan met het woord « voorzien » en niet met het woord « bepaald ».

Artikel 4.

Artikel 4 van het ontwerp dient aan te vangen als volgt: « In artikel 12, vijfde lid, 3/, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij..., worden de woorden... ».

Artikel 5.

In artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 (3) komt geen verwijzing naar de artikelen « 17 tot 20 » van dat besluit voor. De wijzigingsbepaling van het voornoemde artikel 14, § 2, onder artikel 5, 1/, van het ontwerp is derhalve zonder voorwerp.

Artikel 6.

In de inleidende zin van een wijzigingsbepaling dient melding te worden gemaakt van alle normatieve teksten die nog van kracht zijnde wijzigingen bevatten van de te wijzigen bepaling. Zo moet in de inleidende zin van artikel 6 van het ontwerp ook nog melding worden gemaakt van het wijzigende koninklijk besluit van 29 september 2009.

Omdat de opsomming van wijzigende teksten in nog andere bepalingen van het ontwerp niet volledig of correct is (4), dan wel niet wordt vermeld (5), verdient het aanbeveling dat de stellers van het ontwerp dit laatste ook op dit punt aan een bijkomend onderzoek onderwerpen.

De in dit advies vermelde onvolkomenheden op dat vlak gelden slechts bij wege van voorbeeld.

Artikel 9.

Mede rekening houdend met de terminologie die wordt gebruikt in artikel 122 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996, schrijve men aan het einde van het ontworpen artikel 25, § 4, van dat koninklijk besluit « die tot stand komen met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, eerste lid, 1/, van dit besluit ».

Dezelfde redactionele aanpassing dient te gebeuren aan het einde van het ontworpen artikel 51, § 4 (artikel 17 van het ontwerp) en van het ontworpen artikel 80, § 4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 (artikel 25 van het ontwerp). Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van het ontworpen artikel 111, § 4, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 (6) (artikel 62 van het ontwerp).

Artikel 10.

In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 26 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 wordt verwezen naar de « vrijwillige transparantie vooraf, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1/, van de wet ». De bedoelde wetsbepaling heeft het in de Nederlandse tekst evenwel over de « vrijwillige transparantie ex ante ». Het verdient aanbeveling om, zoals in de Franse tekst gebeurt, de terminologie in het betrokken uitvoeringsbesluit af te stemmen op de terminologie van de wetsbepaling waaraan uitvoering wordt gegeven.

Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van het ontworpen artikel 52. (artikel 18 van het ontwerp), het ontworpen artikel 81 (artikel 26 van het ontwerp) en het ontworpen artikel 136bis van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 (artikel 34 van het ontwerp). De opmerking geldt ook ten aanzien van het ontworpen artikel 112 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 (artikel 63 van het ontwerp) en ten aanzien van het ontworpen artikel 33bis van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 (7) (artikel 72 van het ontwerp).

Artikel 17.

Het ontworpen artikel 51, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996. moet ook in de Nederlandse tekst aanvangen als volgt: « De artikelen 65/4, 65/5,... ».

Artikel 28.

In de Nederlandse tekst van de ontworpen bepaling onder artikel 28, 1/, van het ontwerp moet worden geschreven: « ... heeft ontvangen, kan de offerte alleen op uitsluitend die grond worden geweerd indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende overheid bepaalde... ».

Voorts moet worden vastgesteld dat in dezelfde bepaling in de Nederlandse tekst de term « weren » wordt gebruikt en niet « afwijzen », zoals in de overeenstemmende richtlijnbepaling het geval is.

De vorige opmerkingen gelden eveneens ten aanzien van de ontworpen bepalingen onder artikel 57, 1/, en 69, 2/, van het ontwerp.

Artikel 33. 1. Aangezien artikel 33 van het ontwerp verscheidene leden van artikel 122.van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 beoogt te wijzigen, late men die bepaling van het ontwerp aanvangen als volgt: « In artikel 122 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, 20 juli 2000, 22 april 2002, 18 februari 2004. en 29 september 2009,... ». 2. In de Franse tekst van artikel 33, 3/, van het ontwerp, moet worden vermeld dat de betrokken wijziging wordt aangebracht in het tweede en het vijfde lid, en niet in het tweede en het derde lid van artikel 122 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996. Artikel 37.

Artikel 37 van het ontwerp beoogt een bijlage 9 toe te voegen aan het koninklijk besluit van 8 januari 1996. Rekening houdend met het huidige aantal bijlagen, lijkt de toe te voegen bijlage veeleer een bijlage 11 te moeten zijn. De stellers dienen derhalve het ontwerp ook op dat punt aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen.

Artikel 53.

In de Nederlandse tekst van de inleidende zin van artikel 53 van het ontwerp moeten de woorden « van hetzelfde lid » worden vervangen door de woorden « van hetzelfde besluit ».

Artikel 57.

Men late de inleidende zin van artikel 57 van het ontwerp aanvangen als volgt: « In artikel 98 van hetzelfde besluit,... ».

Artikel 58.

In de Nederlandse tekst van artikel 58 van het ontwerp dient de vermelding van « titel VI » te worden vervangen door de vermelding van « titel VII ».

Artikel 61.

Artikel 110, § 2, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 bestaat uit slechts drie leden. In artikel 61, 3/, van het ontwerp moet derhalve worden geschreven « 3/ in paragraaf 2, derde lid, wordt... ».

Artikel 67.

In artikel 67 van het ontwerp dient in de Nederlandse tekst uiteraard melding te worden gemaakt van het wijzigende koninklijk besluit van 17 maart « 1999 ». Voorts dient de vermelding van het gewijzigde koninklijk besluit van 20 juli 2005 en van het wijzigende ministerieel besluit van 17 december 2007 te vervallen aangezien die besluiten artikel 2, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 niet hebben gewijzigd.

Artikel 69. 1. De wijzigingen die artikel 69 van het ontwerp beoogt aan te brengen in artikel 16 van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 komen neer op de vervanging van deze laatste bepaling. Artikel 69 van het ontwerp moet derhalve worden geredigeerd als een vervangende bepaling. 2. Het ontworpen artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 18 juni 1996.(artikel 69, 1/, van het ontwerp) strekt tot het omzetten van het bepaalde in artikel 57, lid 1, van richtlijn 2004/17/EG (8).

Niettemin lijkt beter te kunnen worden aangesloten op deze richtlijnbepaling. Zo kan de aanbestedende dienst luidens deze laatste bepaling verzoeken « om de door haar dienstig geachte preciseringen over de samenstelling van de desbetreffende inschrijving », terwijl de aanbestedende dienst overeenkomstig het ontworpen artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 verzoekt om « de nodige schriftelijke verantwoordingen » inzake de betrokken prijzen. 3. In de inleidende zin van het ontworpen artikel 16, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 (artikel 69, 1/, van het ontwerp) is er een gebrek aan overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst.Terwijl in de Nederlandse tekst melding wordt gemaakt van « vermoedelijk abnormale prijzen », heeft de Franse tekst het over « prix apparemment anormalement bas ». Deze discordantie moet worden weggewerkt.

Artikel 76.

In artikel 76, 1/, van het ontwerp moet de datum van de beoogde wet worden vermeld, namelijk 23 december 2009.

Bijlagen Op iedere bijlage dienen de slotformule en de vereiste ondertekeningen te volgen.

De kamer was samengesteld uit : de heren : M. Van Damme, kamervoorzitter;

J. Baert, W. Van Vaerenbergh, staatsraden;

M. Tison, L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving Mevr. A. Beckers, griffier.

De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme.

Het verslag werd uitgebracht door de heer. P. Depuydt, eerste auditeurafdelingshoofd.

De griffier, A. Beckers.

De voorzitter, M. Van Damme.

Nota's (1) Wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993.betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. (2) Beginselen van de wetgevingstechniek.Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, nr. 30, formule F 3-3, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be ). (3) Koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.(4) Zo werd artikel 20ter in het koninklijk besluit van 8 januari 1996 ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009 en werd die bepaling niet « ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2008 », zoals nochtans vermeld in artikel 8 van het ontwerp.(5) Zo wordt in de inleidende zin van artikel 10 van het ontwerp niet vermeld dat artikel 26 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 werd vervangen bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999.Artikel 28 van hetzelfde koninklijk besluit werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009. In artikel 12 van het ontwerp wordt daarvan geen melding gemaakt. In de inleidende zin van artikel 18 van het ontwerp wordt niet vermeld dat artikel 52. van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 werd vervangen bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999. Dat is evenmin het geval in artikel 26 van het ontwerp, wat het ontworpen artikel 81 van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreft. (6) Koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten.(7) Koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten.(8) Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten. 10 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, de artikelen 1, § 1, tweede lid, 2, tweede lid, 14, eerste en tweede lid, 39, § 1, 59, § 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juni 1996, 65/18 en 65/29, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009;

Gelet op de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten;

Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten, gegeven op 30 november 2009;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 december 2009;

Gelet op de akkoordbevinding van het Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 9 december 2009;

Gelet op het advies nr. 47.699/1 van de Raad van State, gegeven op 19 januari 2010 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Eerste Minister en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit ontwerp voorziet in de omzetting van sommige bepalingen van richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten alsook van sommige bepalingen van richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken

Art. 2.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999 en het ministerieel besluit van 14 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de woorden « werkzaamheden in verband met klasse 50, groep 502 van de nomenclatuur in » vervangen door de woorden « civieltechnische werkzaamheden in de zin van »;2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden « bepaald in artikel 6, 2, van de richtlijn 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 78 van de richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, leveringen en diensten ».

Art. 3.In artikel 11, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « werkzaamheden die voorkomen in klasse 50, groep 502 van de nomenclatuur bedoeld in » vervangen door de woorden « civieltechnische werkzaamheden in de zin van ».

Art. 4.In artikel 12, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden « 17 tot 20 » vervangen door de woorden « 17 tot 20ter ».

Art. 5.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de paragrafen 1 en 2 worden de woorden « 17 tot 20 » vervangen door de woorden « 17 tot 20ter »;2° in paragraaf 1 wordt het voorlaatste lid vervangen als volgt : « Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd.In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 6.In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste, tweede en derde lid worden de woorden « 17 tot 20 » vervangen door de woorden « 17 tot 20ter »;2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : « Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie en moet het in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn.».

Art. 7.In artikel 20, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « 17, 1° tot 4° en 7°, 18, 2° en 3°, en 19, 2° en 4° » vervangen door de woorden « 17, § 1 en § 2, eerste lid, 1° tot 4° en 7°, 18, eerste lid, 2° en 3°, en 19, eerste lid, 2° en 4° ».

Art. 8.In artikel 20ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2009, worden de woorden « , uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd tussen de woorden « Wanneer de aanbestedende overheid » en « de overlegging ».

Art. 9.Artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 31 juli 2008, wordt vervangen als volgt : «

Art. 25.§ 1 - De artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, en 65/9 van de wet zijn niet toepasselijk op de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde 67.000 euro niet overschrijdt, ongeacht de gunningsprocedure. § 2 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 stelt de aanbestedende overheid een gemotiveerde beslissing op : 1° voor de selectie, wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;2° voor de gunning van de opdracht;3° ingeval ze beslist om af te zien van het plaatsen van de opdracht en eventueel een nieuwe opdracht uit te schrijven. De aanbestedende overheid informeert schriftelijk : 1° wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat en onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat dat hij niet is geselecteerd;2° onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver dat hij niet is geselecteerd, elke inschrijver met een geweerde of niet-gekozen offerte dat zijn offerte is geweerd of niet is gekozen en de gekozen inschrijver dat hij is gekozen. De in het tweede lid, 2°, bedoelde informatie aan de gekozen inschrijver doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem volgende aanvullende informatie mee te delen : 1° elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver : de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;2° elke inschrijver wiens offerte geweerd is : de motieven voor de wering, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;3° elke inschrijver wiens offerte niet is gekozen en de begunstigde : de gemotiveerde beslissing. De aanbestedende overheid deelt deze aanvullende informatie schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

De aanbestedende overheid kan evenwel gebruik maken van de mogelijkheden waarin artikel 65/8, § 1, eerste lid, van de wet voorziet en, naargelang het geval, de in het tweede lid hierboven vermelde motieven bij de informatie voegen. De gemotiveerde beslissing wordt bij de informatie gevoegd wanneer de aanbestedende overheid artikel 65/11, eerste lid, van de wet toepasselijk maakt, overeenkomstig artikel 65/30, tweede lid, van dezelfde wet. § 3 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 informeert de aanbestedende overheid schriftelijk, onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe opdracht uit te schrijven, elke betrokken kandidaat of inschrijver over dit feit.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

De aanbestedende overheid deelt de gemotiveerde beslissing schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe. § 4 - De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de opdrachten die tot stand komen met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, eerste lid, 1°, van dit besluit. ».

Art. 10.Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt : «

Art. 26.De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 9 van dit besluit. ».

Art. 11.In artikel 27, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « bepaald in artikel 5, § 1, van de richtlijn 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 78 van de richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, leveringen en diensten ».

Art. 12.In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt het voorlaatste lid opgeheven.

Art. 13.In artikel 38, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden « 43 tot 46 » vervangen door de woorden « 43 tot 46bis ».

Art. 14.In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de paragrafen 1 en 2 worden de woorden « 43 tot 46 » vervangen door de woorden « 43 tot 46bis »;2° in paragraaf 1 wordt het voorlaatste lid vervangen als volgt : « Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd.In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 15.In artikel 42 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste tot het derde lid worden de woorden « 43 tot 46 » vervangen door de woorden « 43 tot 46bis »;2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : « Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie en moet het in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn.».

Art. 16.In artikel 46, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « 43, 1° tot 4° en 7°, 44, 2° en 3° en 45, 1° » vervangen door de woorden « 43, § 1 en § 2, eerste lid, 1° tot 4° en 7°, 44, eerste lid, 2° en 3°, en 45, eerste lid, 1° ».

Art. 17.Artikel 51 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 31 juli 2008, wordt vervangen als volgt : «

Art. 51.§ 1 - De artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, en 65/9 van de wet zijn niet toepasselijk op de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde 67.000 euro niet overschrijdt, ongeacht de procedure. § 2 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 stelt de aanbestedende overheid een gemotiveerde beslissing op : 1° voor de selectie, wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;2° voor de gunning van de opdracht;3° ingeval ze beslist om af te zien van het plaatsen van de opdracht en eventueel een nieuwe opdracht uit te schrijven. De aanbestedende overheid informeert schriftelijk : 1° wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat en onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat dat hij niet is geselecteerd;2° onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver dat hij niet is geselecteerd, elke inschrijver met een geweerde of niet-gekozen offerte dat zijn offerte is geweerd of niet is gekozen en de gekozen inschrijver dat hij is gekozen. De in het tweede lid, 2°, bedoelde informatie aan de gekozen inschrijver doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem volgende aanvullende informatie mee te delen : 1° elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver : de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;2° elke inschrijver wiens offerte geweerd is : de motieven voor de wering, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;3° elke inschrijver wiens offerte niet is gekozen en de begunstigde : de gemotiveerde beslissing. De aanbestedende overheid deelt deze aanvullende informatie schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

De aanbestedende overheid kan evenwel gebruik maken van de mogelijkheden waarin artikel 65/8, § 1, eerste lid, van de wet voorziet en, naargelang het geval, de in het tweede lid hierboven vermelde motieven bij de informatie voegen. De gemotiveerde beslissing wordt bij de informatie gevoegd wanneer de aanbestedende overheid artikel 65/11, eerste lid, van de wet toepasselijk maakt, overeenkomstig artikel 65/30, tweede lid, van dezelfde wet. § 3 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 informeert de aanbestedende overheid schriftelijk, onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe opdracht uit te schrijven, elke betrokken kandidaat of inschrijver over dit feit.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

De aanbestedende overheid deelt de gemotiveerde beslissing schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe. § 4 - De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de opdrachten die tot stand komen met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, eerste lid, 1°, van dit besluit. ».

Art. 18.Artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt : «

Art. 52.De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 9 van dit besluit. ».

Art. 19.In artikel 53, § 3, vierde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « bepaald in artikel 7, § 1, van de richtlijn 92/50/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 78 van de richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, leveringen en diensten ».

Art. 20.In artikel 64, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden « 69 tot 73 » vervangen door de woorden « 69 tot 73ter ».

Art. 21.In artikel 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de paragrafen 1 en 2 worden de woorden « 69 tot 73 » vervangen door de woorden « 69 tot 73ter »;2° in paragraaf 1 wordt het voorlaatste lid vervangen als volgt : « Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd.In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 22.In artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, van 20 juli 2005 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste tot het derde lid worden de woorden « 69 tot 72 » vervangen door de woorden « 69 tot 73ter »;2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : « Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie en moet het in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn.».

Art. 23.In artikel 72, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « 69, 1° tot 4° en 7°, 70, 2° en 3°, en 71, 1° » vervangen door de woorden « 69, § 1 en § 2, eerste lid, 1° tot 4° en 7°, 70, eerste lid, 2° en 3°, en 71, tweede lid, 1° ».

Art. 24.In artikel 73ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, worden de woorden « , uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd tussen de woorden « Wanneer de aanbestedende overheid » en « de overlegging ».

Art. 25.Artikel 80 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 31 juli 2008, wordt vervangen als volgt : «

Art. 80.§ 1 - De artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, en 65/9 van de wet zijn niet toepasselijk op de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde 67.000 euro niet overschrijdt, ongeacht de gunningsprocedure § 2 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 stelt de aanbestedende overheid een gemotiveerde beslissing op : 1° voor de selectie, wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;2° voor de gunning van de opdracht;3° ingeval ze beslist om af te zien van het plaatsen van de opdracht en eventueel een nieuwe opdracht uit te schrijven. De aanbestedende overheid informeert schriftelijk : 1° wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat en onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat dat hij niet is geselecteerd;2° onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver dat hij niet is geselecteerd, elke inschrijver met een geweerde of niet-gekozen offerte dat zijn offerte is geweerd of niet is gekozen en de gekozen inschrijver dat hij is gekozen. De in het tweede lid, 2°, bedoelde informatie aan de gekozen inschrijver doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem volgende aanvullende informatie mee te delen : 1° elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver : de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;2° elke inschrijver wiens offerte geweerd is : de motieven voor de wering, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;3° elke inschrijver wiens offerte niet is gekozen en de begunstigde : de gemotiveerde beslissing. De aanbestedende overheid deelt deze aanvullende informatie schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

De aanbestedende overheid kan evenwel gebruik maken van de mogelijkheden waarin artikel 65/8, § 1, eerste lid, van de wet voorziet en, naargelang het geval, de in het tweede lid hierboven vermelde motieven bij de informatie voegen. De gemotiveerde beslissing wordt bij de informatie gevoegd wanneer de aanbestedende overheid artikel 65/11, eerste lid, van de wet toepasselijk maakt, overeenkomstig artikel 65/30, tweede lid, van dezelfde wet. § 3 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 informeert de aanbestedende overheid schriftelijk, onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe opdracht uit te schrijven, elke betrokken kandidaat of inschrijver over dit feit.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

De aanbestedende overheid deelt de gemotiveerde beslissing schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe. § 4 - De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de opdrachten die tot stand komen met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, eerste lid, 1°, van dit besluit. ».

Art. 26.Artikel 81 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt : «

Art. 81.De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie vooraf, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 9 van dit besluit. ».

Art. 27.In artikel 83bis, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007, wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende : « De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden geschapen. ».

Art. 28.In artikel 110 van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, 18 februari 2004, 23 november 2007 en 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en de aanbestedende overheid vaststelt dat een offerte abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft ontvangen, kan de offerte alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen indien de inschrijver desgevraagd niet binnen en door de aanbestedende overheid bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend. Wanneer de aanbestedende overheid in een dergelijke situatie een offerte weert, stelt zij daarvan de Europese Commissie in kennis. »; 2° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 29.In de opschriften van hoofdstukken V en VI van titel VI en in artikelen 111, eerste lid, 112, § 2, laatste lid, 113, tweede lid, 114, § 1, eerste lid en 115, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « aannemer » vervangen door het woord « begunstigde ».

Art. 30.In artikel 116 van hetzelfde besluit wordt het derde lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2008, opgeheven.

Art. 31.Artikel 117 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 februari 2005 en van 29 september 2009, wordt vervangen als volgt : «

Art. 117.De sluiting van de opdracht gebeurt door de betekening van de goedkeuring van zijn offerte aan de begunstigde. Ze mag niet onderhevig zijn aan enig voorbehoud.

De betekening gebeurt per aangetekende brief, per telefax of via andere elektronische middelen op voorwaarde dat in de twee laatste gevallen, de inhoud binnen vijf dagen per aangetekende brief wordt bevestigd.

De betekening is tijdig gedaan door de verzending van de aangetekende brief of de verzending per telefax of via andere elektronische middelen binnen de gestanddoeningstermijn bedoeld in artikel 116. ».

Art. 32.In de artikelen 118, eerste lid, en 119, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « kennisgeving » vervangen door het woord « betekening » en het woord « gegund » door het woord « gesloten ».

Art. 33.In artikel 122 van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, van 20 juli 2000, van 22 april 2002, van 18 februari 2004 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden « 53, § 3 » vervangen door de woorden « 53, § § 2 en 3 »;2° in het eerste lid, 3°, wordt het woord « kennisgeving » vervangen door het woord « betekening »;3° in het tweede en het vijfde lid wordt het woord « gegund » vervangen door het woord « geplaatst »;4° in het derde lid worden de woorden « te gunnen » vervangen door het woord « geplaatst ».

Art. 34.Artikel 136bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2008, wordt vervangen als volgt : « Art. 136 bis. De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 9 van dit besluit. ».

Art. 35.In hetzelfde besluit wordt artikel 136, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 juli 2008, en de artikelen 137 en 139 opgeheven.

Art. 36.In hetzelfde besluit wordt bijlage 2, C, vervangen door de bijlage 1 gevoegd bij dit besluit.

Art. 37.In hetzelfde besluit wordt een bijlage 9 ingevoegd die als bijlage 2 is gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten

Art. 38.In artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 12 januari 2006, worden de woorden « bepaald in artikel 14 van de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 69 van de richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten ».

Art. 39.In artikel 11, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2006, worden de woorden « 17 tot 17quater » vervangen door de woorden « 17 tot 17sexies ».

Art. 40.In artikel 13, §§ 1 en 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de woorden « 17 tot 17ter » en « 17 tot 17quater » vervangen door de woorden « 17 tot 17sexies ».

Art. 41.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt het vijfde lid vervangen als volgt : « Indien de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 66quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat ze schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek en de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht of in de periodieke indicatieve aankondiging gebruikt als oproep tot mededinging. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 42.In artikel 16, § 2, vierde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 29 september 2009, worden de woorden « 17 tot 17ter » vervangen door de woorden « 17 tot 17sexies ».

Art. 43.In artikel 17ter, § 1, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « 17, 1° tot 4° en 7° » vervangen door de woorden « 17, § 1 en § 2, 1° tot 4° en 7° ».

Art. 44.In artikel 17sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 29 september 2009, worden de woorden « , uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd tussen de woorden « Wanneer de aanbestedende overheid » en « de overlegging ».

Art. 45.In artikel 22, § 2, laatste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2006, worden de woorden « voorzien in artikel 14 van de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van de opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 69 van de richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten ».

Art. 46.In artikel 33, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de woorden « 39 tot 39ter » vervangen door de woorden « 39 tot 39quinquies ».

Art. 47.In artikel 35, § 1er, vijfde lid, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de woorden « 39 tot 39quater » vervangen door de woorden « 39 tot 39quinquies ».

Art. 48.In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt het voorlaatste lid vervangen als volgt : « Indien de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 66quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat ze, schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek en de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht of in de periodieke indicatieve aankondiging gebruikt als oproep tot mededinging. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 49.In artikel 38, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 29 september 2009, worden de woorden « 39 tot 39ter » vervangen door de woorden « 39 tot 39quinquies ».

Art. 50.In artikel 40bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de woorden « 38 tot 39ter » vervangen door de woorden « 39 tot 39quinquies ».

Art. 51.In artikel 43, § 2, laatste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 12 januari 2006, worden de woorden « bepaald in artikel 14 van de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie » vervangen door de woorden « bepaald in artikel 69 van de richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten ».

Art. 52.In de artikelen 54 en 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 februari 2004 en van 12 januari 2006, worden de woorden « 60 tot 61 » vervangen door de woorden « 60 tot 61ter ».

Art. 53.In artikel 58 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt het voorlaatste lid vervangen als volgt : « Indien de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 66quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat ze, schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek en de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht of in de periodieke indicatieve aankondiging gebruikt als oproep tot mededinging. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst. ».

Art. 54.In artikel 59, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 29 september 2009, worden de woorden « 60 tot 60ter » vervangen door de woorden « 60 tot 61ter ».

Art. 55.In artikel 61ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, worden de woorden «, uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd tussen de woorden « Wanneer de aanbestedende overheid » en « de overlegging ».

Art. 56.In artikel 68bis, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007, wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende : « De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden geschapen. ».

Art. 57.In artikel 98 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, van 18 februari 2004 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en de aanbestedende overheid vaststelt dat een offerte abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft ontvangen, kan de offerte alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen indien de inschrijver desgevraagd niet binnen en door de aanbestedende overheid bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend. Wanneer de aanbestedende overheid in een dergelijke situatie een offerte weert, stelt zij daarvan de Europese Commissie in kennis. »; 2° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 58.In de opschriften van hoofdstukken V en VI van titel VII en in de artikelen 99, eerste lid, 100, § 2, laatste lid, 101, tweede lid, 102, § 1, eerste lid en 103, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « aannemer » vervangen door het woord « begunstigde ».

Art. 59.Artikel 105 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 februari 2004, wordt vervangen als volgt : «

Art. 105.De sluiting van de opdracht gebeurt door de betekening van de goedkeuring van zijn offerte aan de begunstigde. Ze mag niet onderhevig zijn aan enig voorbehoud.

De betekening gebeurt per aangetekende brief, per telefax of via andere elektronische middelen op voorwaarde dat in de twee laatste gevallen, de inhoud binnen vijf dagen per aangetekende brief wordt bevestigd.

De betekening is tijdig gedaan door de verzending van de aangetekende brief of de verzending per telefax of via andere elektronische middelen binnen de gestanddoeningstermijn bedoeld in artikel 104. ».

Art. 60.In de artikelen 106, eerste lid, en 107, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « kennisgeving » vervangen door het woord « betekening » en het woord « gegund » door het woord « gesloten ».

Art. 61.In artikel 110 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, van 20 juli 2000, van 20 juli 2005 en van 29 september 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt het woord « kennisgeving » vervangen door het woord « betekening »;2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden « te gunnen » vervangen door het woord « geplaatst »;3° in paragraaf 2, vierde lid, wordt het woord « gegund » vervangen door het woord « geplaatst ».

Art. 62.Artikel 111 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 31 juli 2008, wordt vervangen als volgt : «

Art. 111.§ 1 - De artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, en 65/9 van de wet zijn niet toepasselijk op de opdrachten waarvan de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde 135.000 euro niet overschrijdt, ongeacht de gunningsprocedure. § 2 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 stelt de aanbestedende overheid een gemotiveerde beslissing op : 1° voor de selectie, wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;2° voor de gunning van de opdracht;3° ingeval ze beslist om af te zien van het plaatsen van de opdracht en eventueel een nieuwe opdracht uit te schrijven. De aanbestedende overheid informeert schriftelijk : 1° wanneer de gunningsprocedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat en onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat dat hij niet is geselecteerd;2° onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing, elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver dat hij niet is geselecteerd, elke inschrijver met een geweerde of niet-gekozen offerte dat zijn offerte is geweerd of niet is gekozen en de gekozen inschrijver dat hij is gekozen. De in het tweede lid, 2°, bedoelde informatie aan de gekozen inschrijver doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem volgende aanvullende informatie mee te delen : 1° elke niet-geselecteerde kandidaat of inschrijver : de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;2° elke inschrijver wiens offerte geweerd is : de motieven voor de wering, onder de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;3° elke inschrijver wiens offerte niet is gekozen en de begunstigde : de gemotiveerde beslissing. De aanbestedende overheid deelt deze aanvullende informatie schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe.

De aanbestedende overheid kan evenwel gebruik maken van de mogelijkheden waarin artikel 65/8, § 1, eerste lid, van de wet voorziet en, naargelang het geval, de in het tweede lid hierboven vermelde motieven bij de informatie voegen. De gemotiveerde beslissing wordt bij de informatie gevoegd wanneer de aanbestedende overheid artikel 65/11, eerste lid, van de wet toepasselijk maakt, overeenkomstig artikel 65/30, tweede lid, van dezelfde wet. § 3 - Voor de opdrachten bedoeld in paragraaf 1 informeert de aanbestedende overheid schriftelijk, onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe opdracht uit te schrijven, elke betrokken kandidaat of inschrijver over dit feit.

Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending van deze informatie kan de betrokken kandidaat of inschrijver schriftelijk verzoeken om hem de gemotiveerde beslissing mee te delen.

De aanbestedende overheid deelt de gemotiveerde beslissing schriftelijk mee binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek daartoe. § 4 - De paragrafen 2 en 3 zijn niet toepasselijk op de opdrachten die tot stand komen met een aangenomen factuur in de zin van artikel 110, eerste lid, 1°, van dit besluit. ».

Art. 63.Artikel 112 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 1999, wordt vervangen als volgt : «

Art. 112.De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 11 van dit besluit. ».

Art. 64.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven : 1° de artikelen 113 tot 116;2° de artikelen 118 tot 121.3° artikel 123.

Art. 65.In hetzelfde besluit wordt bijlage 4 vervangen door de bijlage 3 gevoegd bij dit besluit.

Art. 66.In hetzelfde besluit wordt een bijlage 11 ingevoegd die als bijlage 4 is gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten

Art. 67.In artikel 2, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 maart 1999, worden de woorden « bepaald in artikel 14 van de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie » vervangen door de woorden « voorzien in artikel 69 van de richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten ».

Art. 68.In artikel 14bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007, worden de woorden « , uitsluitend in passende gevallen, » ingevoegd tussen de woorden « de aanbestedende dienst » en « de overlegging verlangt ».

Art. 69.Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt vervangen als volgt : «

Art. 16.§ 1. - Vooraleer de aanbestedende dienst een offerte afwijst, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, verzoekt zij de betrokken inschrijver per aangetekende brief hierover de nodige schriftelijke verantwoordingen te verstrekken binnen een voldoende lange termijn die minstens twaalf kalenderdagen bedraagt.

Het is de inschrijver die het bewijs moet leveren van de verzending van die verantwoordingen.

Bij het onderzoek van de vermoedelijk abnormale prijzen kan de aanbestedende dienst met name rekening houden met verantwoordingen gebaseerd op : 1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;2° de gekozen technische oplossingen en/of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren;3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;4° de naleving van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd;5° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver. De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling van de offerte aan de hand van de ontvangen verantwoordingen. ». § 2. - Wanneer de aanbestedende dienst vaststelt dat een offerte abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft ontvangen, kan de offerte alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend. Wanneer de aanbestedende dienst in een dergelijke situatie een offerte weert, stelt zij daarvan de Europese Commissie in kennis. ».

Art. 70.In artikel 21, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 november 2007, wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende : « De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van opdrachten voor mededinging worden geschapen. ».

Art. 71.In artikel 33, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 1999 en van 29 september 2009, wordt de bepaling onder d) vervangen als volgt : « d) het niet-toepassen van de bepalingen van het boek II, titel I, hoofdstuk I, van de wet krachtens de uitsluitingen erin bedoeld, alsook krachtens de uitsluitingen vermeld in bijlage 2, B, van de wet. ».

Art. 72.In hetzelfde besluit wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende : « Art. 33 bis - De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 7 van dit besluit. ».

Art. 73.In hetzelfde besluit worden de artikelen 23 tot 26 en 28 tot 30 opgeheven.

Art. 74.In hetzelfde besluit wordt bijlage 4 vervangen door de bijlage 5 gevoegd bij dit besluit.

Art. 75.In hetzelfde besluit wordt een bijlage 9 ingevoegd die als bijlage 6 is gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 76.Treden in werking op 25 februari 2010 : 1° de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;2° dit besluit. De overheidsopdrachten en de opdrachten bekendgemaakt vóór deze datum of waarvoor, bij ontstentenis van een bekendmaking van aankondiging, vóór deze datum een uitnodiging wordt verstuurd om zich kandidaat te stellen of een offerte in te dienen, blijven onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die gelden op het ogenblik van de aankondiging of van de uitnodiging.

Art. 77.De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 februari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME


Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 februari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 februari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 februari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^