Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 januari 2017
gepubliceerd op 23 februari 2017

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 januari 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, tot uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2016205426
pub.
23/02/2017
prom.
10/01/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 JANUARI 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 januari 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, tot uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 januari 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, tot uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 januari 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 januari 2016 Uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen (Overeenkomst geregistreerd op 25 maart 2016 onder het nummer 132343/CO/304)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad (collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de NAR) (koninklijk besluit van 25 augustus 2012, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2012) en van het koninklijk besluit van 30 december 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207256 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 januari 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, betreffende het sectoraal akkoord 2013-2014 sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 genomen ter uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, Belgisch Staatsblad van 31 december 2014.

Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle werkgevers en werknemers die ressorteren onder Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf.

Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel. § 2. Ter uitvoering van artikel 2, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, kunnen het directiepersoneel en het leidinggevend personeel, zoals bepaald in het kader van de sociale verkiezingen, de rechten genieten die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad en uit deze collectieve arbeidsovereenkomst, met het akkoord van de werkgever.

Art. 3.Tijdskrediet zonder motief De werknemers bedoeld in artikel 2 hebben recht op een voltijds tijdskrediet of op een halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering van een duur die gelijkwaardig is aan een maximum van 12 maanden volledige schorsing van de arbeidsprestaties over geheel de loopbaan, zoals vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad.

Vanaf 1 januari 2015 en ingevolge het voornoemde koninklijk besluit van 30 december 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 06/02/2015 numac 2014207256 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 januari 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, betreffende het sectoraal akkoord 2013-2014 sluiten, wordt het tijdskrediet zonder motief toegekend zonder uitkeringen.

Art. 4.Tijdskrediet met motief 36 maanden 1° Het recht op voltijds tijdskrediet of op de halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering bedoeld in artikel 3 wordt uitgebreid met een aanvullend recht op voltijds tijdskrediet of op de halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot maximaal 36 maanden voor : a° een bijkomend recht van maximaal 12 maanden voltijdse loopbaanvermindering en van 18 maanden halftijdse loopbaanvermindering of van 36 maanden 1/5de tijdskrediet voor de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of halftijds of 1/5de verminderen om te zorgen voor hun kind tot de leeftijd van acht jaar;in geval van adoptie kan de schorsing van de arbeidsprestaties aanvangen vanaf de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer gedomicilieerd is.

Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van drie maanden wanneer het gaat om een voltijds tijdskrediet of om een halftijdse loopbaanvermindering en per minimumperiode van zes maanden wanneer het gaat om een 1/5de loopbaanvermindering.

De periode voor dewelke de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode voor dewelke de verlenging werd gevraagd moet aanvangen vóór het ogenblik waarop het kind de leeftijd van acht jaar bereikt.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, het (de) document(en) dat (die) het bewijs is (zijn) van de gebeurtenis die het recht opent dat bepaald wordt in artikel 4, 1°, a°; b° een bijkomend recht op voltijdse, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot een maximum van 36 maanden voor de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of halftijds of met 1/5de verminderen voor het verstrekken van palliatieve zorgen, zoals bepaald in artikel 100bis, § 2 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van één maand en kan, per patiënt, worden verlengd met één maand.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, een attest van de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve zorgen nodig heeft, waaruit blijkt dat de werknemer heeft verklaard bereid te zijn om deze palliatieve zorgen te geven, zonder dat de identiteit van de patiënt erop vermeld staat. Als de werknemer gebruik wenst te maken van de verlenging van de periode met één maand, moet hij opnieuw hetzelfde attest aan de werkgever bezorgen; c° een bijkomend recht op voltijdse, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot een maximum van 36 maanden voor de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of halftijds of met 1/5de verminderen voor de bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, zoals bepaald in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. Deze periode kan enkel worden genomen per minimumperiode van één maand en per maximumperiode van drie maanden.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, een attest van de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid, waaruit blijkt dat de werknemer verklaard heeft dat hij bereid is om de zwaar zieke persoon bijstand te verlenen of te verzorgen; d° een bijkomend recht op maximaal 12 maanden voltijdse loopbaanvermindering, op 18 maanden halftijdse loopbaanvermindering of op 36 maanden 1/5de tijdskrediet voor de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of halftijds of met 1/5de verminderen om een opleiding te volgen. Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van drie maanden wanneer het gaat om een voltijds tijdskrediet of om een halftijdse loopbaanvermindering en per minimumperiode van zes maanden wanneer het gaat om een loopbaanvermindering van 1/5de.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, het bewijs dat hij zijn arbeidsprestaties schorst of vermindert : - om een opleiding te volgen die erkend is door de gemeenschappen of door de sector, die ten minste 360 uren of 27 kredieten per jaar telt, of 120 uren of 9 kredieten per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden; - om onderwijs te volgen dat wordt verstrekt in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het verkrijgen van een diploma of een getuigschrift van secundair onderwijs, waarvoor de limiet is vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden.

De gemeenschap of het opleidingsinstituut verklaart op het bewijs dat de werknemer geldig is ingeschreven voor een opleiding van deze duur of van deze omvang. De werknemer moet bij de werkgever, binnen 20 kalenderdagen na elk trimester, een attest indienen dat het bewijs verstrekt van een regelmatige aanwezigheid bij de opleiding in de loop van het trimester. De dagen schoolvakantie tijdens de opleidingsperiode of die volgen op deze periode, worden gelijkgesteld met dagen regelmatige aanwezigheid voor een opleiding. De regelmatige aanwezigheid betekent dat de werknemer niet onregelmatig afwezig mag zijn tijdens meer dan één tiende van de duur van de opleiding in de loop van het trimester. 2° Het aanvullend recht op 36 maanden tijdskrediet mag niet worden genomen in combinatie met een niet toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvat of uitbreidt.

Art. 5.Tijdskrediet met motief 48 maanden Het recht op voltijds tijdskrediet of op halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering bedoeld in artikel 3 wordt uitgebreid met een aanvullend recht op voltijds tijdskrediet of op de halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering tot maximaal 48 maanden voor : 1° de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of halftijds of met 1/5de verminderen voor het verzorgen van hun gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar. Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van drie maanden wanneer het gaat om een voltijds tijdskrediet of om een halftijdse loopbaanvermindering en per minimumperiode van zes maanden wanneer het gaat om een loopbaanvermindering met 1/5de.

De periode waarvoor de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode waarvoor de verlenging werd gevraagd moet aanvangen vóór het ogenblik waarop het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, een getuigschrift van de fysieke of mentale ongeschiktheid van ten minste 66 pct. of van de aandoening die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten erkend zijn in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de reglementering betreffende de kinderbijslag; 2° de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun arbeidsprestaties volledig schorsen of met de helft of 1/5de verminderen voor bijstand of verzorging van hun zwaar ziek minderjarig kind of van een zwaar ziek minderjarig kind dat wordt beschouwd als lid van het gezin, zoals bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van één maand en per maximumperiode van drie maanden.

De periode waarvoor de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties werd gevraagd of de periode waarvoor de verlenging werd gevraagd moet aanvangen vóór het ogenblik waarop het kind meerderjarig wordt.

De werknemer verstrekt aan de werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop de schorsing of de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, een attest van de behandelende geneesheer van zijn zwaar ziek minderjarig kind of van het zwaar ziek minderjarig kind, waaruit blijkt dat de werknemer heeft verklaard bereid te zijn om bijstand te verlenen of om de zwaar zieke persoon te verzorgen.

Art. 6.Anciënniteits- en tewerkstellingsvoorwaarden voor het tijdskrediet met motief § 1. Overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen de werknemers bedoeld in artikel 2 : 1° hun arbeidsprestaties volledig schorsen ongeacht het arbeidsstelsel waarin zij tewerkgesteld zijn in de onderneming op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.103 van de Nationale Arbeidsraad; 2° hun arbeidsprestaties met de helft verminderen voor zover zij ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn in de onderneming gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.103 van de Nationale Arbeidsraad; 3° hun arbeidsprestaties verminderen ten belope van één dag of twee halve dagen per week voor zover zij gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsstelsel verdeeld over vijf dagen of meer en dat zij voltijds tewerkgesteld zijn gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.103 van de Nationale Arbeidsraad. § 2. Om het aanvullend recht te genieten op 36 of 48 maanden voltijds tijdskrediet of halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet de werknemer verbonden geweest zijn door een arbeidsovereenkomst aan de werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad. § 3. In afwijking van § 2 zijn de bovenvermelde voorwaarden niet van toepassing op de werknemers die hun voltijds tijdskrediet of hun halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, bedoeld in de artikelen 4 en 5, onmiddellijk na een ouderschapsverlof nemen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012521 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten betreffende de invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van een onderbreking van de beroepsloopbaan en door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64, en die hun rechten hebben opgebruikt met toepassing van dit koninklijk besluit of van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 voor alle gerechtigde kinderen.

Art. 7.Gemeenschappelijke bepalingen van het tijdskrediet met motief § 1. Het aanvullend recht op 36 en 48 maanden, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt niet proportioneel aangerekend in geval van opname in de deeltijdse formule. § 2. De periodes bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst mogen in totaal niet meer dan 48 maanden bedragen. § 3. In afwijking van de minimumperiodes bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan het eventuele overblijvende saldo worden opgenomen voor een kortere periode. § 4. Worden niet aangerekend voor de duur van 36 of 48 maanden bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de periodes van schorsing of van vermindering van de arbeidsprestaties met toepassing : - van het koninklijk besluit van 22 maart 1995 betreffende het palliatief verlof, houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen; - van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof; - van het koninklijk besluit van 29 oktober 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012521 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een recht op ouderschapsverlof type koninklijk besluit prom. 29/10/1997 pub. 07/11/1997 numac 1997012760 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan sluiten tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van een onderbreking van de beroepsloopbaan; - van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/1998 pub. 08/09/1998 numac 1998012671 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid sluiten tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.

Art. 8.Recht op landingsbanen § 1. De werknemers bedoeld in artikel 2 die 55 jaar en ouder zijn hebben, zonder maximumduur, recht op : 1° een loopbaanvermindering van 1/5de ten belope van één dag per week of twee halve dagen die dezelfde duur omvatten voor zover zij tewerkgesteld zijn in een arbeidsstelsel verdeeld over vijf dagen of meer.Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van zes maanden; 2° een loopbaanvermindering in de vorm van een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.Deze periode moet worden genomen per minimumperiode van drie maanden. § 2. In afwijking van § 1 wordt de leeftijd verlaagd tot 50 jaar voor de werknemers bedoeld in artikel 2 die hun voltijdse arbeidsprestaties verminderen ten belope van één dag of twee halve dagen per week en die aan de volgende voorwaarde voldoen : - vroeger hebben zij een beroepsloopbaan doorlopen van ten minste 28 jaar, zoals vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 9.Anciënniteits- en tewerkstellingsvoorwaarden voor de landingsbaan Om recht te hebben op een landingsbaan bedoeld in artikel 8 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet de werknemer overeenkomstig artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen : - de leeftijdsvoorwaarde bereiken op het ogenblik van de gewenste aanvang van de uitoefening van het recht; - een loopbaan van 25 jaar achter de rug hebben als loontrekkende, zoals vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, met uitzondering van de landingsbaan bedoeld in artikel 8, § 2, tweede streepje van deze collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, waarvoor een loopbaan van 28 jaar vereist is, overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad; - verbonden geweest zijn door een arbeidsovereenkomst aan de werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad. In afwijking kan deze termijn nog in onderlinge overeenstemming tussen de werknemer en de werkgever worden verminderd; - om recht te hebben op een halftijdse landingsbaan moet de werknemer ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn geweest in de onderneming gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad; - om recht te hebben op een loopbaanvermindering van 1/5de in het kader van het recht op een landingsbaan, moet de werknemer tewerkgesteld zijn geweest in een arbeidsstelsel verdeeld over vijf dagen of meer en voltijds tewerkgesteld zijn geweest of 4/5de van een voltijdse betrekking in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, gesloten op 19 december 2001 in de Nationale Arbeidsraad, in laatste instantie gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77septies van 2 juni 2010 (koninklijk besluit van 16 augustus 2010) of van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving gedaan overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsdraad.

Art. 10.Stelsel voor de werkgevers die maximaal 10 werknemers tewerkstellen Voor de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 8 is de goedkeuring van de werkgever vereist als deze maximaal 10 werknemers tewerkstelt op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan het jaar tijdens hetwelk de schriftelijke kennisgeving wordt verzonden, overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad van 27 juni 2012.

Art. 11.Prioriteits- en planningsmechanisme Wanneer in een onderneming of een dienst het aantal werknemers die tegelijkertijd het recht uitoefenen of zullen uitoefenen op voltijds tijdskrediet, op halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering, zoals bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 8, alsook werknemers die hun beroepsloopbaan onderbreken overeenkomstig de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen of in de artikelen 3, 6 en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, meer bedraagt dan 5 pct. van het totaal aantal werknemers die tewerkgesteld zijn in de onderneming of de dienst, wordt een prioriteits- en planningsmechanisme toegepast voor de afwezigen, teneinde de continuïteit van de arbeidsorganisatie te waarborgen.

De berekening van deze drempel gebeurt overeenkomstig artikel 16 van de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 103, gesloten op 27 juni 2012 in de Nationale Arbeidsraad.

Art. 12.Algemene bepaling Voor alles wat niet uitdrukkelijk geregeld is door deze collectieve arbeidsovereenkomst, is de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 van de Nationale Arbeidsraad van toepassing.

Art. 13.Inwerkingtreding Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve overeenkomst van 21 mei 2014 (123964/CO/304) en deze van 17 juni 2015 (127862/CO/304). Zij treedt in werking op 1 januari 2015 en wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Zij kan worden opgezegd door elke partij, met een opzeggingstermijn van zes maanden, betekend per ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het paritair comité.

De eerste aanvragen en de aanvragen tot verlenging betekend aan de werkgever vóór 1 juli 2014 op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2002 (registratienummer 65002), algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 juli 2004, blijven onder het toepassingsgebied vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2002. Voor de nieuwe aanvragen ingediend na 1 juli 2014, vervangt deze collectieve arbeidsovereenkomst de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2002.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2017.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^