Koninklijk Besluit van 10 juli 2013
gepubliceerd op 22 juli 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2013204023
pub.
22/07/2013
prom.
10/07/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, de artikelen 35 en 36;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel;

Gelet op het in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2013 bekendgemaakte bericht;

Gelet op advies 53.445/1 van de Raad van State, gegeven op 24 juni 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt : " § 1.Er wordt een paritair comité opgericht genaamd "Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel", dat bevoegd is voor de werknemers die hoofdzakelijk handenarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten de ondernemingen die met betrekking tot de petroleumproducten en -derivaten een industriële en/of handelsbedrijvigheid uitoefenen. § 2. Onder een industriële en/of handelsbedrijvigheid wordt begrepen : de behandeling, de raffinage, het opslaan, de verkoop, het laden, de distributie en het lossen van deze producten waarbij de onderneming : 1° of opslagplaatsen met een totale inhoudsruimte van minstens 15 000 m3, uit welke hoofde ook, bezit of exploiteert voor petroleumproducten en/of -derivaten;2° of aan minstens twee van de hierna volgende maatstaven beantwoordt : a) de distributie verzekeren van minstens 150 000 ton petroleumproducten en/of -derivaten per jaar, stookolie uitgezonderd;b) de distributie verzekeren van minstens 200 000 ton stookolie per jaar;c) een vloot van tankwagens gebruiken waarvan de capaciteit (inhoud) 250 m3 bereikt, welke haar eigendom of die van derden is;d) de handel van petroleumproducten en/of -derivaten verzekeren door ten minste 25 punten van detailverkoop onder eenzelfde handelsbenaming, eigendom van de betrokken onderneming.3° a) Onder petroleumproducten en -derivaten worden onder andere begrepen : de samengeperste, vloeibaar gemaakte of opgeloste petroleumgassen, alsmede de smeermiddelen en vetten;b) Onder stookolie wordt begrepen : de halfzware, zware als extra-zware stookolie; c) Onder distributie wordt begrepen : het vervoer voor rekening van derden van de producten met de hiermee onlosmakelijk gekoppelde financiële of commerciële activiteiten zoals, bijvoorbeeld, de orderbehandeling (opname van bestellingen en orderbevestiging), de verzendingen gereedmaken, planning van de levering, facturering en andere administratieve formaliteiten, en afhandeling, door de onderneming gedragen en uitgevoerd." 2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1/1 ingevoegd, luidende : "1/1.de ondernemingen die, op het vlak van petroleumproducten en/of -derivaten, instaan voor uitsluitend het vervoer voor rekening van derden waaronder wordt begrepen dat het product van de ene naar de andere laadlocatie wordt vervoerd op aangeven van de opdrachtgever, zonder dat de onderneming ooit enige financiële of commerciële activiteit met betrekking tot dit product uitvoert;"

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 juli 2013.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Koninklijk besluit van 28 maart 1975, Belgisch Staatsblad van 23 mei 1975.

Koninklijk besluit van 29 april 1999, Belgisch Staatsblad van 18 juni 1999.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^