Koninklijk Besluit van 10 juni 2006
gepubliceerd op 19 juni 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringscontracten

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2006003287
pub.
19/06/2006
prom.
10/06/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 JUNI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringscontracten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op de artikelen : - 115, § 3, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005; - 1456, derde lid, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992; - 526, § 2, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005;

Gelet op het KB/WIB 92, inzonderheid de artikelen : - 62, gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 augustus 1994; - 632, ingevoegd bij koninklijk besluit van 1 september 1995; - 633, vervangen bij koninklijk besluit van 23 oktober 2003;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat : - de programmawet van 27 december 2004 een nieuw stelsel van aftrek voor enige woning invoert dat van toepassing is op de bestedingen die gebeuren in het kader van een hypothecaire lening, gesloten voor het verwerven of behouden van de enige, eigen woning en van een individueel gesloten levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening; - krachtens de wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen de Koning de toepassingsmodaliteiten moet bepalen inzake de hiervoor bedoelde aftrek; - die toepassingsmodaliteiten moeten bepalen dat de belastingplichtige aan de hand van attesten die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan en door de verzekeraar, moet aantonen dat hij recht heeft op een belastingvoordeel voor de betreffende bestedingen; - artikel 1456, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat de Koning de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten vaststelt voor de vermindering toegestaan krachtens artikel 1451, 2° en 3°, van hetzelfde Wetboek; - door de instelling die de lening heeft toegestaan en door de verzekeraar een éénmalig basisattest moet worden opgesteld dat de gegevens moet bevatten waaruit moet blijken dat het leningcontract, respectievelijk het verzekeringscontract aan een aantal voorwaarden voldoen zodat ze voor de toepassing van het belastingvoordeel in aanmerking kunnen komen; - de instelling die de lening heeft toegestaan jaarlijks een betalingsattest moet opstellen waaruit inzonderheid het bedrag blijkt van de door de belastingplichtige gedurende het belastbaar tijdperk betaalde interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van het kapitaal van de hypothecaire lening; - de verzekeraar jaarlijks een betalingsattest moet opstellen waaruit inzonderheid het bedrag van de betaalde levensverzekeringspremies blijkt; - ervoor wordt gekozen om met een uniek attest te werken dat kan dienen voor de bewijsvoering inzake de verschillende belastingvoordelen die naargelang de omstandigheden kunnen worden verkregen voor hypothecaire leningen; - eenzelfde werkwijze wordt gevolgd voor de individuele levensverzekeringscontracten; - de tekst van artikel 632 van het KB/WIB 92 met deze nieuwe evolutie in overeenstemming moet worden gebracht; - de tekst van artikel 633 van het KB/WIB 92, zoals die is vervangen bij koninklijk besluit van 23 oktober 2003, eveneens met deze nieuwe evolutie in overeenstemming moet worden gebracht; - de bestaande modellen van attesten derhalve moeten worden vervangen; - de betrokken sectoren zo spoedig mogelijk rechtszekerheid moeten krijgen omtrent de terzake na te leven verplichtingen zodat zij zich tijdig kunnen organiseren om de betreffende attesten uit te reiken; - dit besluit bijgevolg dringend moet worden getroffen;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Hoofdstuk I, Afdeling XXIV, van het KB/WIB 92, dat het artikel 62 omvat, gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 augustus 1994, wordt vervangen als volgt : « Afdeling XXIV. - Aftrek voor enige woning (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 115, § 3)

Art. 62.Interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde woning te verwerven of te behouden alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening, worden, binnen de grenzen gesteld in artikel 115 en 116 van dat Wetboek, slechts in aanmerking genomen voor de aftrek voor enige woning indien de belastingplichtige de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten : A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft : 1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningcontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het genoemde Wetboek;2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld; B. wat de levensverzekeringspremies betreft : 1° een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het genoemde Wetboek;2° een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.»

Art. 2.Artikel 632, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 1 september 1995, wordt vervangen als volgt : «

Art. 632.Eenmalige premies of termijnpremies die de belastingplichtige heeft betaald ter uitvoering van levensverzekeringscontracten die hij individueel heeft gesloten, worden, binnen de grenzen gesteld in de artikelen 1454 en 1456, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, slechts in aanmerking genomen voor de vermindering voor het lange termijnsparen indien : 1° de contracten zijn onderschreven : - bij ondernemingen gevestigd in de Europese Economische Ruimte of bij binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde inrichtingen van buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde ondernemingen, die verbintenissen aangaan waarvan de uitvoering afhankelijk is van de duur van het menselijk leven; - bij openbare of private voorzorgsinstellingen waarvoor bijzondere wetten gelden; 2° de verzekerde de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die door de verzekeraar worden uitgereikt : a) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de belastingvermindering voor het lange termijnsparen;b) een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 2°, van het genoemde Wetboek, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.»

Art. 3.In artikel 633, van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 23 oktober 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. het 1° wordt vervangen als volgt : « 1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van het vernoemde Wetboek;»; 2. het 2° wordt vervangen als volgt : « 2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.»

Art. 4.In Hoofdstuk V, van hetzelfde besluit, wordt een Afdeling III ingevoegd, luidende : « Afdeling III. - Aftrek van interest van hypothecaire leningen aangegaan voor het vernieuwen van een woning (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 526, § 2, tweede lid, voorzover het artikel 115, 2°, b, van hetzelfde Wetboek zoals het bestond alvorens te zijn vervangen bij de wet van 27 december 2004, van toepassing maakt op bepaalde leningen) Art. 254.- De dienstverrichtingen als bedoeld in artikel 115, 2°, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, zijn deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. » .

Art. 5.In Hoofdstuk V, van hetzelfde besluit, wordt een Afdeling IV ingevoegd, luidende : « Afdeling IV. - Voorwaarden en wijze waarop de vermindering voor het lange termijnsparen wordt toegepast met betrekking tot premies van individuele levensverzekeringen en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypotheekleningen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 526, § 2, tweede en derde lid, voorzover ze artikel 1456, derde lid, van hetzelfde Wetboek zoals het bestond alvorens te zijn vervangen bij de wet van 27 december 2004, van toepassing maken op bepaalde leningen en verzekeringscontracten)

Art. 255.Eenmalige premies of termijnpremies die de belastingplichtige heeft betaald ter uitvoering van levensverzekeringscontracten die hij individueel heeft gesloten, worden, binnen de grenzen gesteld in de artikelen 1454 en 1456 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het laatstgenoemde artikel krachtens artikel 526, § 2, tweede en derde lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, slechts in aanmerking genomen voor de vermindering voor het lange termijnsparen indien : 1° de contracten zijn onderschreven : - bij Belgische ondernemingen of Belgische inrichtingen van buitenlandse ondernemingen, die verbintenissen aangaan waarvan de uitvoering afhankelijk is van de duur van het menselijk leven; - bij openbare of private voorzorgsinstellingen waarvoor bijzondere wetten gelden; 2° de verzekerde de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die door de verzekeraar worden uitgereikt : a) een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de belastingvermindering voor het lange termijnsparen;b) een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 2°, van het vernoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.

Art. 256.Betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen, worden binnen de grenzen gesteld in artikel 1456 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het krachtens artikel 526, § 2, tweede en derde lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, slechts in aanmerking genomen voor de vermindering voor het lange termijnsparen indien de belastingplichtige de volgende attesten overlegt waarvan de modellen door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die door de instelling die de lening heeft toegestaan worden uitgereikt : 1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft;2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 1451, 3°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.»

Art. 6.Dit besluit treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2006.

Art. 7.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 juni 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, derde editie, err. 18 februari 1993.

Wet van 27 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005, tweede editie.

Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993.

Koninklijk besluit van 12 augustus 1994, Belgisch Staatsblad van 10 september 1994.

Koninklijk besluit van 1 september 1995, Belgisch Staatsblad van 5 oktober 1995, err. 20 oktober 1995.

Koninklijk besluit van 23 oktober 2003, Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2003, err. 13 november 2003.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^