Koninklijk Besluit van 10 mei 2007
gepubliceerd op 15 juni 2007
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het tweede bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2007014204
pub.
15/06/2007
prom.
10/05/2007
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 MEI 2007. - Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het tweede bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economisch overheidsbedrijven, inzonderheid op artikelen 3 tot 6;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 houdende sommige maatregelen voor de reorganisatie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 juli 2005 houdende goedkeuring van het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2006 houdende goedkeuring van het eerste bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 maart;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 maart 2007;

Gelet op het advies van de Nationale paritaire Commissie, gegeven op 29 maart 2007;

Gelet op het advies van het Raadgevend Comité van de Gebruikers, gegeven op 30 april 2007;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken en van Onze Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het als bijlage bij dit besluit gevoegde tweede bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt goedgekeurd.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgische Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3.Onze Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 mei 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, B. TUYBENS

Bijlage bij het Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het tweede bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Tweede bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de NMBS, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 5 juli 2005, (gewijzigd met een eerste bijvoegsel goedgekeurd bij koninklijk besluit van 16 november 2006), wordt gewijzigd door de volgende bepalingen : 1. De inleiding wordt aangevuld met een vierde streepje dat luidt als volgt : « - « Veiligheidsinstantie » : de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen opgericht bij het Directoraat-Generaal Vervoer te Land.» 2. Een artikel 5bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : « Art.5bis. Alle kosten en inkomsten van de diensten belast met de opleiding van de treinbestuurders en het boordpersoneel worden in de rekeningen afzonderlijk geïdentificeerd, met een onderscheid tussen de facturatie aan de verschillende activiteitensectoren van de NMBS zelf, die aan de andere spoorwegondernemingen of die aan de beheerder van de spoorweginfrastructuur.

Alleen de facturatie van de levering van die diensten voor het personeel dat betrokken is bij het uitvoeren van de opdrachten van openbare dienst van de NMBS wordt gedekt door de exploitatietoelage bedoeld in de artikelen 76 en volgende. » 3. Artikel 12 wordt aangevuld met de volgende bepaling : « In het kader hiervan werkt NMBS voort aan het pilootproject met het oog op de verwezenlijking van een toeristische verbinding tussen Rijsel en Brugge (met verlenging naar Oostende).Ze zal eind 2007 aan de Staat een volledige evaluatie overleggen, rekening houdend met de communicatie bij het cliënteel en met de verbetering van de aansluitingen met de HST's. » 4. In artikel 34 wordt het tweede lid geschrapt. In het derde lid van datzelfde artikel 34 worden de woorden » Onder voorbehoud van die uitwerking, en zo mogelijk tegen 1 februari 2006 « vervangen door » Vanaf 1 februari 2007 ».

In datzelfde artikel 34 wordt de volgende paragraaf toegevoegd : « Voor de treinreizen van en naar het station Brussel Luchthaven, zal de NMBS met de Diabolo-exploitant een overeenkomst sluiten ten einde te voorzien dat ten aanzien van de categorieën van reizigers die op grond van bijlage 8 kosteloos vervoer per trein genieten geen passagiervergoeding bedoeld in artikel 12 §1 van de wet van 30 april 2007 houdende dringende spoorwegbepalingen moet worden geïnd. De Staat zal de NMBS compenseren voor het bedrag dat de NMBS als gevolg van deze vrijstelling moet betalen aan de Diabolo-exploitant, op grond artikel 12, § 3, van dezelfde wet. De wijze van registratie en telling van deze reizigers, en de modaliteiten van de compensatie, zullen door de Staat en de NMBS overeengekomen worden voor de ondertekening van de vermelde overeenkomst met de exploitant. » 5. Een artikel 53bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : « Art.53bis - Selectieve afvalsortering De NMBS volgt van dichtbij het experiment van selectieve afvalsortering georganiseerd door de NMBS Holding en Infrabel tegen eind 2007; ze sluit zich aan bij de evaluatie ervan met als doel deze uit te breiden tot de door haar beheerde stations tijdens het volgende beheerscontract. » 6. Een artikel 56bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : « Art.56bis. De NMBS zal vanaf 1 mei 2007 elke maand een mailingactie opzetten die gericht is aan alle jongeren die in die maand 16 jaar worden. De mailing bevat een bon waarmee de jongere één gratis GoPass kan opvragen.

De NMBS factureert trimestrieel de werkelijk uitgereikte GoPassen aan de Staat, aan het gewone GoPass tarief. De regering zal dit project in het najaar evalueren en, desgevallend, bijsturen, o.a. inzake de financieringswijze. De kredieten zullen vanaf 2008, desgevallend, daaraan aangepast worden.

De NMBS stuurt trimestrieel aan het DGVL een overzicht van het theoretische aantal begunstigden en de werkelijke aantrekkingsgraad van de maatregel bij de doelcategorie. » 7. Bij artikel 60, tweede lid, wordt het eerste streepje als volgt aangevuld : « uitgave 2007 (van toepassing vanaf 1 januari 2007).» 8. Bij artikel 61, tweede lid, worden de woorden « dat nog door de Koning moet worden opgericht » vervangen door de woorden » opgericht bij koninklijk besluit van 26 januari 2006 ».9. Artikel 63 wordt vervangen door een nieuw artikel 63 dat luidt als volgt : « Art.63. § 1. In haar hoedanigheid van spoorwegonderneming past de NMBS de veiligheidsregels (met inbegrip van de TSI) op zodanige wijze toe dat het hoogst mogelijke veiligheidsniveau voor het treinverkeer gewaarborgd is.

Ze staat in voor het voortdurend goed informeren en opleiden van haar personeel inzake de correcte toepassing van de veiligheidsregels en ze zorgt daartoe voor het uitgeven, actualiseren en verspreiden van al het vereiste didactische materiaal zoals bijvoorbeeld de handleiding van de bestuurder, de handleiding van de treinbegeleider enz.

Ze houdt regelmatig, en op systematische basis, controles en interne audits betreffende de correcte toepassing de veiligheidsregels en de onderrichtingen voor de exploitatieveiligheid.

Aangaande de gedeelten van de spoorweginfrastructuur waarvan het beheer geheel of gedeeltelijk toevertrouwd is aan de NMBS of waarvan de eigendom haar werd overgedragen, wat onder meer het geval is voor bepaalde terminals en sporenbundels, staat de NMBS in voor de toepassing van de veiligheidsregels door haar eigen diensten, alsook voor de correcte toepassing van de veiligheidsregels die verband houden met het beheer en de exploitatie van de infrastructuur. Ze past geen andere regels toe, noch legt ze ze op, dan die welke aangenomen zijn op basis van de wet van 19 december 2006 betreffende de veiligheid van de spoorwegexploitatie. § 2. Ze werkt samen met de bedienden van het DGVL, alsook met elke door de veiligheidsinstantie behoorlijk gemachtigde deskundige, die belast zijn met de controle op het naleven van de reglementering.

Ze werkt samen met het onderzoeksorgaan bedoeld in de wet van 19 december 2006 betreffende de veiligheid van de spoorwegexploitatie, alsook met elke door hem behoorlijk gemachtigde deskundige, belast met het voeren van de onderzoeken in geval van ongevallen of voorvallen die de exploitatieveiligheid in het gedrang hebben gebracht.

Ze werkt samen met de NMBS Holding in het kader van de opdrachten die aan deze laatste toevertrouwd zijn door het onderzoeksorgaan en met het oog op de analyse die is voorgeschreven in artikel 20 van de voornoemde wet van 19 december 2006.

In afwachting dat bij ministerieel besluit de modaliteiten van de opmaak van het verslag m.b.t. de ongevallen/incidenten worden vastgelegd bevat dit verslag volgende informatie : algemene informatiegegevens, het relaas van de feiten, en indien mogelijk de oorzaken en gevolgen van het ongeval, alsook de maatregelen om een herhaling te vermijden. » 10. In artikel 66, tweede streepje, worden de woorden « (vervangen door het koninklijk besluit van 5 juli 2006) » ingevoegd na de woorden » 1 juli 1999 ». 11. Artikel 71.7 wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Wanneer het contractueel indexeringsmechanisme van bijlage 11, punt II een verschil vertoont van meer dan 3 % voor de berekening van de toelage van het jaar t+1, pleegt de NMBS overleg met Infrabel en NMBS Holding opdat laatstgenoemde een rapport zou overleggen van de evolutie van de eenheidsprijzen van de spoorwegaanbestedingen voor werken, alsook het resultaat van hun laatste prijsherzieningsformules, die betrekking hebben op dezelfde parameters. Dit rapport wordt opgesteld tegen 15 april van het jaar t. » 12. Artikel 73 wordt aangevuld met een vierde lid dat luidt als volgt : « Overeenkomstig de beslissing van de Ministerraad van 21 december 2006, bestelt de NMBS 95 elektrische motorrijtuigen die alle ingezet zullen worden op de lijnen van het GEN.Die bestelling wordt geraamd op 380 miljoen euro ( euro 2005) waarvan de financieringslast volgens de voorwaarden van EUROFIMA gedurende 30 jaar, het voorwerp uitmaakt van een contractuele bepaling tussen de Staat en de NMBS Holding. Die financiering zal het voorwerp vormen van een overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Staat, de NMBS Holding en de NMBS. » 12bis. In artikel 74 wordt het eerste lid vervangen door : Op het totaal bedrag van 1.612.000 duizend euro ( euro 2001) waartoe de Staat zich verbonden heeft om het geleidelijk in het GEN-Fonds in te brengen, zijn 56.000 duizend euro ( euro 2001) voorbehouden voor het specifieke GEN-materieel. 13.1. In artikel 76 wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling : « Als aanvulling op die toelage ontvangt de NMBS een bedrag van 6.500 duizend euro ( euro 2006) in 2006, en een bedrag van 20.400 duizend euro ( euro 2007) vanaf 2007, ter compensatie van de verminderingen voor de studenten, conform bijlage 8 - Deel 1 - Punt 2 - Categorieën van sociale aard - 2.6. » 13.2. Bij artikel 76 worden de laatste twee zinnen van het achtste lid vervangen door de volgende bepaling : « Het DGVL zal in overleg met NMBS, de NMBS Holding, en Infrabel, uiterlijk tegen 30 juni 2007, de taken van de DVIS en zijn behoeften nader bepalen : de compensatie op de toelage van de NMBS zal zo beter worden afgebakend in het kader van het volgende beheerscontract. Op die basis kan het in bijlage 17 beschreven maximumeffectief, in voorkomend geval, worden herzien voor het volgende beheerscontract wordt gesloten. » 14. Artikel 78 wordt vervangen door een nieuw artikel 78 dat luidt als volgt : « Art.78. Naast de toelage bepaald in artikel 76, verbindt de Staat zich ertoe vanaf 2007 een specifieke toelage te storten om het exploitatietekort te dekken dat voortvloeit uit de indienststelling van het GEN. Het bedrag houdt meer bepaald rekening met de opbrengsten ingevolge het groter aantal reizigers, alsook de bijkomende kosten voor personeel, energie, onderhoud van de stations en onderhoud van het rollend materieel.

Voor de jaren 2007 tot 2010 wordt dit bedrag in euro 2007 geraamd als volgt : 2007 : 4.122 duizend euro 2008 : 5.405 duizend euro 2009 : 10.568 duizend euro 2010 : 10.245 duizend euro De terbeschikkingstelling van die bedragen is verbonden aan de uitvoering van de GEN-bediening. De NMBS verbindt zich ertoe de GEN-bediening in te voeren overeenkomstig de bepalingen die in detail zijn uiteengezet in artikel 22. De NMBS geeft jaarlijks een actualisering van de extra kosten en baten met betrekking tot het nieuwe aanbod. Die actualisering geeft ten minste de details weer van de berekeningen die werden meegedeeld bij de evaluatie van de hierboven vermelde bedragen. Deze actualisering zal indien nodig leiden tot een aanpassing van de bovenstaande bedragen.

Die toelagen worden geïndexeerd volgens het principe beschreven in bijlage 11, punt I. » 15. Artikel 79 wordt aangevuld met de volgende bepaling : « Elk budgettair saldo op het einde van het boekjaar wordt gebruikt in functie van de aanvullende bepalingen die zijn voorgeschreven in bijlage 9, punt 1.3. Het maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse renteberekening waarvan het resultaat toegekend wordt aan de middelen voor de maatregel woonplaats-werk. Voor de berekening wordt het gemiddelde genomen van de saldi op 1 januari en 31 december van elk jaar, tegen het Euribor-tarief 1 maand op 30 juni. » 16. Een artikel 81bis, luidend als volgt, wordt ingevoegd : « Art.81bis. De NMBS zal uiterlijk op 15 december van elk jaar het niet aangewende deel van de investeringsdotatie storten in het « Fonds voor Spoorweginvesteringen » volgens de bepalingen van de programmawet van 27 december 2006 en van het koninklijk besluit van 28 december 2006. » 17.Artikel 93 wordt aangevuld met de volgende bepalingen : « De NMBS verleent vrije toegang tot haar domein aan de leden van het onderzoeksorgaan bedoeld in de voormelde wet van 19 december 2006, of aan elke gemachtigde deskundige waarop het een beroep doet vanwege zijn operationele bevoegdheden en de voor het onderzoek vereiste technieken.

Ze verleent vrije toegang tot haar domein aan de NMBS Holding in het kader van de door het onderzoeksorgaan gemachtigde onderzoeken, alsook met het oog op de analyse die is voorgeschreven in artikel 20 van de voornoemde wet. » 18. Een artikel 35bis wordt toegevoegd, als volgt : « Art.35bis. De NMBS zal onderzoeken tegen welke voorwaarden bijzondere treinen kunnen worden ingelegd om werknemers van bedrijven te vervoeren vanuit een hoofdstation naar de bedrijfssite. De NMBS zal voor de uitwerking van deze initiatieven een werkgroep oprichten met de belanghebbende partijen.

Op basis van voorstellen van deze werkgroep zal de Staat op zijn beurt een financiële tegemoetkoming onderzoeken, mits de werkgever minstens tussenkomt voor 80% van de prijs van een woon-werktreinkaart voor de deelnemende personeelsleden. » 19. Bijlage 8 wordt vervangen door een nieuwe bijlage 8 die luidt als volgt : BIJLAGE 8 DOOR DE STAAT OPGELEGDE TARIEFVERMINDERINGEN EN KOSTELOOS VERVOER VERMELD IN ARTIKEL 34 - COMPENSATIES Deel 1 - TARIEFVERMINDERINGEN EN KOSTELOOS VERVOER VAN SOCIALE, PATRIOTTISCHE, PROFESSIONELE EN ANDERE AARD, GECOMPENSEERD DOOR DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER De opgelegde tariefvoordelen omvatten alle vormen van kosteloos vervoer en vervoer tegen verminderde prijs van sociale, patriottische, professionele en andere aard die in de onderstaande lijsten zijn opgesomd. Het betreft het kosteloos vervoer en het vervoer tegen verminderde prijs ingevolge de besluitwet van 25 februari 1947 en de besluiten en overeenkomsten tot uitvoering ervan, andere wetten, besluiten en overeenkomsten alsook bijkomende verminderingen toegekend door de NMBS. Deze bepalingen maken een einde aan de bepalingen die vervat zijn in de overeenkomst van 10 maart 1950 en haar bijvoegsels van 31 juli en 16 december 1953.

LIJST VAN DE CATEGORIE"N VAN BEGUNSTIGDEN De tussen haakjes vermelde cijfers verwijzen naar de tariefcodes van de betrokken NMBS-diensten. 1. CATEGORIE"N VAN PATRIOTTISCHE AARD Genieten kosteloos vervoer in 1e en 2e klas : a) de hierna vermelde oorlogsinvaliden : - de invaliden van de oorlog 1914-1918 en gelijkgestelden, die een pensioen trekken krachtens de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen; - de politieke gevangenen van de oorlog 1914-1918 aan wie een invaliditeit van ten minste 10 % werd toegekend; - de burgerlijke invaliden van de oorlog 1914-1918 die een invaliditeitspensioen van ten minste 10 % trekken; - de invaliden van de oorlog 1940-1945 en gelijkgestelden, die een pensioen trekken krachtens de gecoördineerde wetten op de vergoedingspensioenen; - de oorlogsinvaliden van de landen die het Verdrag van Brussel van 1952 ondertekend hebben en die gewoonlijk in België verblijven; - de burgerlijke invaliden van de oorlog 1940-1945 die een invaliditeitspensioen van ten minste 10 % trekken; b) de hierna genoemde begunstigden van een weduwenpensioen van : - militairen of gelijkgestelden uit hoofde van de oorlog 1914-1918; - burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1914-18, aan wie een weduwenpensioen is toegekend overeenkomstig de gecoördineerde wetten van 19 augustus 1921; - militairen of gelijkgestelden uit hoofde van de oorlog 1940-1945 (schadelijk feit opgelopen na 24 augustus 1939 en vóór 26 augustus 1947), van de Koreaanse veldtocht, van de gebeurtenissen op het grondgebied van ex-Belgisch Kongo, van Rwanda en Burundi, vanaf 1 juli 1960, van ongevallen overkomen gedurende een ontmijningsactie; - burgerlijke oorlogsslachtoffers, aan wie een weduwenpensioen is toegekend krachtens de wet van 15 maart 1954 op de pensioenen voor schadeloosstelling van burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden. c) de hierna genoemde oud-strijders van de oorlog 1914-1918 : - de militairen die gedurende ten minste één jaar in een strijdende eenheid hebben gediend; - de verdedigers van de forten die op eervolle wijze gevangen werden genomen en daarom frontstrepen hebben gekregen; - de dragers van een kwetsuurstreep; - de houders van het IJzerkruis; - de houders van het Vuurkruis; - de houders van de Medaille van de Strijder-Vrijwilliger; - de militairen die werden onderscheiden voor individuele roemrijke daden; - de Russische oorlogsinvaliden; - de militairen die tussen 4 augustus 1914 en 11 november 1918 hebben gediend en die niet onder één van de bovengenoemde categorieën vallen; - de burgers die gedurende de periode van 4 augustus 1914 tot 11 november 1918 aan het leger waren verbonden; d) de hierna genoemde oud-strijders van de oorlog 1940-1945 : - de leden van de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië tijdens de oorlog 1940-1945, die ten minste één jaar werkelijke dienst tellen, met inbegrip van de zeelieden in militaire dienst die ten minste gedurende één jaar hebben gevaren; - de krijgsgevangenen uit de oorlog 1940-1945 met ten minste vier jaar gevangenschap; - de militaire krijgsgevangenen van de oorlog 1940-1945 met ten minste vier jaar gevangenschap, welke reserveofficier zijn en niet van hun militaire verplichtingen werden ontslagen; - de leden van de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië tijdens de oorlog 1940-1945, die ten minste één jaar werkelijke dienst tellen, met inbegrip van de zeelieden in militaire dienst die ten minste gedurende één jaar hebben gevaren, welke reserveofficier zijn en niet van hun militaire verplichtingen werden ontslagen; - de gewapende verzetslieden, erkend overeenkomstig de besluitwet van 19 september 1945; - de agenten en helpers van de inlichtings- en actiediensten, erkend overeenkomstig de besluitwet van 16 februari 1946; - de krijgsgevangenen van de oorlog 1940-1945, erkend overeenkomstig de wet van 18 augustus 1947 en van wie de gevangenschap minder dan vier jaar bedraagt; - de leden van de Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië, erkend overeenkomstig de wet van 21 juni 1960 voor een periode kleiner dan één jaar; - de begunstigden van het koninklijk besluit van 28 augustus 1964, houdende statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de Belgische militairen die tijdens de verschillende fasen van de oorlog 1940-1945 dienst volbracht hebben en die uit dien hoofde houder zijn van een kaart met opgave der oorlogsdiensten voor strijders 1940-1945; - de zeelieden ter koopvaardij, die tijdens de oorlog 1940-1945 ten minste één jaar hebben gevaren; e) de hierna genoemde burgerlijke oorlogsslachtoffers : - de niet-invalide politieke gevangenen, erkend voor de oorlog 1914-1918 overeenkomstig de gecoördineerde wetten van 19 augustus 1921; - de niet-invalide gedeporteerden van de oorlog 1914-1918; - de niet-invalide politieke gevangenen, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 oktober 1954 wat de oorlog 1940-1945 betreft; - de niet-invalide gedeporteerden voor de verplichte tewerkstelling, erkend overeenkomstig de wet van 7 juli 1953; f) de hierna vermelde burgerlijke verzetslieden : - de niet-invalide medewerkers aan de sluikpers, erkend overeenkomstig de wet van 1 september 1948; - de niet-invalide burgerlijke verzetslieden of werkweigeraars erkend overeenkomstig de besluitwet van 24 december 1946; g) de weduwen van de begunstigden van verminderingen toegekend om patriottische redenen h) de weduwen van de oorlogsinvaliden afkomstig uit de landen die het Verdrag van Brussel van 1952 ondertekend hebben en die gewoonlijk in België verblijven;i) de begunstigden van het koninklijk besluit van 27 juni 1983 houdende statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het expeditiekorps voor Korea. 2. CATEGORIE"N VAN SOCIALE AARD 2.1. Genieten kosteloos vervoer : - in 2e klas, de blinden (met inbegrip van de geleidehond aan de leiband) die houder zijn van de door het Ministerie van Sociale Voorzorg afgeleverde kaart; - in 1e en 2e klas, de begeleiders die oorlogsinvaliden vergezellen van wie op de verminderingskaart de vermelding « begeleider toegelaten » staat; - in 1e en 2e klas, de begeleiders die personen vergezellen die het gebruik van de 2 armen of de 2 benen volledig en definitief hebben verloren en die houder zijn van de door de NMBS afgegeven « speciale vergunning ». - in 1e en 2e klas, de kinderen van minder dan 6 jaar, zonder vervoerbewijs, vergezeld door een persoon van 12 jaar en ouder met een geldig vervoerbewijs.

Dit kosteloos vervoer wordt evenwel slechts toegekend voor ten hoogste vier kinderen per reiziger van 12 jaar en ouder met een geldig vervoerbewijs; - in 2e klas, de kinderen van 6 tot minder dan 12 jaar, zonder vervoerbewijs, vergezeld door een persoon van 12 jaar en ouder met een geldig vervoerbewijs.

Dit kosteloos vervoer wordt evenwel slechts toegekend voor ten hoogste vier kinderen per reiziger van 12 jaar en ouder met een geldig vervoerbewijs. Die kosteloosheid geldt maar voor reizen die aanvangen na 9 uur van maandag tot vrijdag (die tijdsbeperking geldt niet op zaterdagen, zondagen en feestdagen) en uitsluitend als het kind dat hiervan gebruik wil maken een door het gemeentebestuur afgeleverd identiteitsbewijs bij heeft dat zijn leeftijd vaststelt; - in 2e klas, de kinderen van 6 tot minder dan 12 jaar die leden van een groot gezin zijn, op vertoon van hun verminderingskaart voor grote gezinnen (039 of 041). 2.2. Genieten 50 % vermindering op het gedeelte van de prijs van het eerste- en tweedeklasbiljet dat het vaste bedrag overtreft : - de kinderen van minder dan 12 jaar die geen deel uitmaken van een groot gezin, wanneer ze niet voor kosteloosheid in aanmerking komen volgens 2.1, 5e streepje; - de kinderen van 12 tot minder dan 18 jaar die ten laste zijn van een groot gezin (041 of 042); - de kinderen van 18 tot minder dan 26 jaar die ten laste zijn van een groot gezin (041); - de ouders die ten minste drie levende kinderen hebben gehad (040 of 041). 2.3. Genieten 75 % vermindering op het gedeelte van de prijs van het eersteklasbiljet dat het vaste bedrag overtreft : - de kinderen van 6 tot minder dan 12 jaar die ten laste zijn van een groot gezin (039 of 041). 2.4. Kunnen een retourbiljet kopen tegen een vast tarief (4,00 EUR per retour op 1 februari 2007) : - senioren van 65 jaar en ouder.

Dit vast tarief is evenwel maar geldig in 2e klas, voor de afgelegde trajecten tussen twee Belgische stations, op voorwaarde dat de reis aanvangt na 9 uur van maandag tot vrijdag (die beperking geldt niet op zaterdagen, zondagen en feestdagen). Tijdens de verlengde weekends van Pasen (van zaterdag tot en met maandag), Hemelvaartsdag (van donderdag tot en met zondag), Pinksteren (van zaterdag tot en met maandag), alsook op zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen tussen 15 mei en 15 september inbegrepen, geldt dit vast tarief niet. 2.5. Genieten 50 % vermindering op het gedeelte van de prijs van het tweedeklasbiljet dat het vaste bedrag overtreft : - de gerechtigden van de verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging, bedoeld in artikel 37, § 1, lid 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, dat werd vervangen door het koninklijk besluit van 16 april 1997 (046). 2.6. Genieten 80 % vermindering op de volledige prijs van de trajecttreinkaart : - de studenten van minder dan 26 jaar die houder zijn van een schooltreinkaart. 3. CATEGORIE"N VAN PROFESSIONELE AARD Genieten kosteloos vervoer (vrijkaart 1e klas op het NMBS-net) : de ambtenaren en bedienden van de Directie « Spoorvervoer » van het Directoraat-Generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer belast met de opvolging van dit beheerscontract. Genieten kosteloos vervoer in 2e klas : - de zeelieden die als werkzoekenden bij de koopvaardijvloot zijn ingeschreven en die zich gaan aanmonsteren (048).

Genieten kosteloos vervoer in 2e klas en 75 % vermindering op de prijs van het biljet die het vaste bedrag in 1e klas overtreft : - de journalisten die erkend zijn door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, of door de Algemene Belgische Persbond (043). 4. ANDERE Genieten kosteloos vervoer (vrijkaart 1e klas op het NMBS-net) : - de leden van de Kamer, de Senaat alsook de leden van de Raden van de Gemeenschappen en Gewesten; - de leden van het Europees Parlement.

Deel 2 - ANDERE TARIEFVERMINDERINGEN EN KOSTELOOS VERVOER TOEGEKEND AAN BEPAALDE CATEGORIE"N VAN BEGUNSTIGDEN, GECOMPENSEERD DOOR DE FEDERALE OVERHEIDSDIENSTEN EN DE BETROKKEN INSTELLINGEN Dit overzicht omvat de voornaamste Federale Overheidsdiensten en openbare instellingen die voor hun rekening met de NMBS een overeenkomst of een akkoord hebben aangegaan betreffende de toekenning van specifieke financiële tariefvoordelen (prijsverminderingen, kosteloos vervoer, verkeersvoordelen). Deze lijst vermeldt niet de privéondernemingen en -instellingen die met de NMBS een overeenkomst hebben gesloten.

LIJST VAN DE CATEGORIE"N VAN BEGUNSTIGDEN De tussen haakjes vermelde cijfers verwijzen naar de tariefcodes van de betrokken NMBS-diensten.

I. FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN 1. De kiezers (098) Vrijbiljet (2e klas) II FEDERALE OVERHEIDSDIENST LANDSVERDEDIGING 1.De militairen en gelijkgestelden in uniform (070) of in burger, die houder zijn van een verminderingskaart 50 % 2. De aalmoezeniers (028), reserveofficieren (029) en reserveonderofficieren (027) die niet van hun militaire verplichtingen ontslagen zijn 25 % 3.De militairen in actieve dienst Dienstbiljet 4. De militairen die vanuit het centrum voor rekrutering en selectie naar huis terugkeren of die zich naar de kazerne van hun eerste aanstelling begeven Dienstbiljet III.FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE De overeenkomst tussen de NMBS en het Ministerie van Ambtenarenzaken die op 12 december 1995 werd geregistreerd, bepaalt welke verkeersvoordelen worden toegekend aan het personeel van het Hoog Comité van Toezicht, alsook de bijbehorende vergoeding voor de periode tussen 1 januari 1996 en 31 december 1997 (07/C07).

IV. DE GEWESTELIJKE DIENSTEN VOOR ARBEIDSBEMIDDELING Werklozen die ingaan op een werkaanbieding of zich voor een wervingsexamen aanbieden (047-049) 75 % (2e klas) V. FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER - OVEREENKOMST VAN 28 mei 1973 De overeenkomst van 28.05.1973 bepaalt de begunstigde personeelsleden van de FOD en gelijkgestelden (overgeplaatste bedienden, regiepersoneel,...), de verschillende prijsverminderingen die aan dat personeel worden toegekend, alsook de modaliteiten inzake de vereffening van de facturen die ten laste vallen van de respectieve besturen en regieën.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^