Koninklijk Besluit van 10 oktober 2010
gepubliceerd op 12 november 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het « F

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010012290
pub.
12/11/2010
prom.
10/10/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de bewakingsdiensten » (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de bewakingsdiensten ».

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 oktober 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staasblad : Wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2009 Wijziging en coördinatie van de statuten van het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de bewakingsdiensten » (Overeenkomst geregistreerd op 2 april 2010 onder het nummer 98688/CO/317) TITEL I. - Doel

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die onder het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten vallen, ongeacht of de werking ervan al dan niet is toegestaan door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, en op hun werkliedenpersoneel, en voor bepaalde opdrachten op het bediendepersoneel.

Art. 2.De statuten van het fonds voor bestaanszekerheid, genaamd « Fonds voor bestaanszekerheid van de bewakingsdiensten », opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 april 1974, en voor het laatst gecoördineerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2003, geregistreerd op 3 februari 2004 onder het nummer 69665/CO/317, worden gecoördineerd zoals opgenomen in titel II van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en heeft uitwerking vanaf 17 november 2009.

Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2003, geregistreerd op 3 februari 2004 onder nummer 69665/CO/317.

Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de ondertekenende partijen worden opgezegd mits een vooropzegtermijn van drie maanden, betekend bij aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten.

TITEL II. - Statuten HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, doel en duur

Artikel 1.Krachtens de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid is een « Fonds voor bestaanszekerheid van de bewakingsdiensten » « F.B.Z.B. » opgericht, hierna « het fonds » genoemd.

Art. 2.De maatschappelijke en administratieve zetel is gevestigd te 1070 Brussel, Birminghamstraat 225.

Art. 3.Het fonds heeft tot doel : 1. diverse sociale voordelen toe te kennen;2. de brugpensioenen te beheren;3. het organiseren van het sectoraal pensioenplan arbeiders - bedienden;4. de verdeling en de uitkering van deze voordelen te verzekeren;5. een onroerend goed verwerven om het maatschappelijk doel te verwezenlijken;6. rechtstreeks, de werkgeversbijdragen te innen bestemd voor de financiering van de voordelen toegekend door het fonds;7. alle verplichte aanvullende bijdragen te innen die het fonds toestaan bepaalde sociale voordelen uit te keren;8. elke opdracht te vervullen die het door de sociale partners zou worden toevertrouwd.

Art. 4.Het fonds wordt opgericht voor onbepaalde duur. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers die onder het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten voor de bewakings- en/of de toezichtsdiensten vallen, ongeacht of de werking ervan al dan niet is toegestaan door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, en op hun werkliedenpersoneel, en voor bepaalde opdrachten op het bediendepersoneel. HOOFDSTUK III. - Voordelen en begunstigden a) Vakbondspremie Art.6. De mannelijke en vrouwelijke leden van het werkliedenpersoneel die lid zijn van een vakbondsorganisatie hebben recht op een jaarlijkse vakbondspremie die wordt vastgelegd door een collectieve arbeidsovereenkomst, die wordt gesloten binnen het Paritair Comité voor de bewaking- en/of toezichtsdiensten.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » .

Art. 6bis.De mannelijke en vrouwelijke bedienden die lid zijn van een vakbondsorganisatie hebben recht op een jaarlijkse vakbondspremie die wordt vastgelegd door een collectieve arbeidsovereenkomst, die wordt gesloten binnen het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » . b) Brugpensioen Art.7. Indien hij/zij de toekenningvoorwaarden vervult die zijn vastgelegd in de specifieke collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking tot de brugpensioenen kan een mannelijk of vrouwelijk lid van het werkliedenpersoneel vragen de voordelen te mogen genieten die verbonden zijn aan het brugpensioen.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » . c) Buitengewone vakantie-uitkeringen Art.8. Een buitengewone vakantie-uitkering wordt jaarlijks toegekend aan de mannelijke en vrouwelijke leden van het werkliedenpersoneel.

Zij is gelijk aan 8,33 pct. van het brutojaarinkomen tot 100 pct. en is gebaseerd op een referentieperiode, gelegen tussen de 1ste oktober van het vorige jaar en de 30ste september van het lopende jaar. Een buitengewone vakantie-uitkering van minder dan 12,39 EUR wordt niet uitbetaald.

Behalve wat de bedrijfsvoorheffing betreft die verschuldigd is op het geheel van de buitengewone vakantie-uitkeringen, is slechts 5,33 pct. van de buitengewone vakantie-uitkering onderworpen aan de bijdragen voor de sociale zekerheid.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » . d) Aanvullende werkloosheidsuitkering Art.9. Een aanvullende uitkering wordt toegekend aan de mannelijke en vrouwelijke leden van het werkliedenpersoneel die economisch werkloos zijn.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R ». e) Sectoraal pensioenplan Art.10. Een werknemer(ster) arbeider(ster) -bediende wordt opgenomen in het sectoraal pensioenplan indien hij(zij) voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking op het sectoraal pensioenplan.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het « Sectoraal Pensioenreglement ». HOOFDSTUK IV. - Uitkering van de voordelen en administratie

Art. 11.Behalve de vergoedingen van het brugpensioen en van het sectoraal pensioenplan, de diverse voordelen die rechtstreeks door het fonds worden toegekend aan de mannelijke en vrouwelijke leden van het werklieden die niet zijn aangesloten bij een vakbond, zijn de nationale vakbondsorganisaties belast met de uitkering van de voordelen waarin de bovenstaande artikelen voorzien.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » .

Art. 12.Het fonds neemt alle vereiste administratieve maatregelen opdat de sommen die nodig zijn om de diverse voordelen te kunnen uitkeren op de voorziene datum die elk jaar door de raad van bestuur van het fonds wordt vastgelegd ter beschikking worden gesteld van de nationale vakbondscentrales voor werklieden.

Art. 13.Daartoe doen de betrokken nationale vakbondscentrales uiterlijk tegen 15 november aan het fonds een schriftelijke aanvraag toekomen met opgave van het voorschot dat zij wensen te ontvangen met het oog op de uitkering van de diverse voordelen aan hun aangeslotenen.

Desnoods kunnen de nationale vakbondscentrales voor werklieden om een bijkomende voorschot verzoeken.

Uiterlijk tegen 1 maart van het jaar daarop wordt door de nationale vakbondscentrales aan het fonds een eindafrekening gericht.

Art. 14.Aan de representatieve vakbondsorganisaties wordt een vergoeding toegekend, bepaald door het Huishoudelijk Reglement « H.R. », teneinde de kosten te dekken die worden veroorzaakt door de uitkering aan hun aangeslotenen van de diverse voordelen.

Art. 15.Volgend jaar en nadat het van de nationale vakbondsorganisaties voor werklieden luik 1 heeft teruggekregen van alle formulieren, stelt het fonds een belastingfiche op met betrekking tot de buitengewone vakantie-uitkeringen.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement » « H.R. » .

Art. 16.Het jaar na de datum van uitgifte van het formulier en nadat het van de nationale vakbondsorganisaties luik 1 heeft teruggekregen van alle formulieren voor de uitkering van de vakbondspremie aan het bediendepersoneel gaat het fonds over tot de terugbetaling aan de vakbondsorganisaties van de bedragen van de vakbondspremie voor het bediendepersoneel. Een factuur van de bedragen van de vakbondspremie zal gestuurd worden naar de werkgevers.

Aan de representatieve vakbondsorganisaties voor de bedienden wordt een vergoeding toegekend, bepaald door het Huishoudelijk Reglement « H.R. », om de kosten te dekken die worden veroorzaakt door de uitkering aan hun aangeslotenen van de diverse voordelen waarin het artikel 6bis voorziet.

De toepassingsvoorwaarden worden bepaald door het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » . HOOFDSTUK V. - Bedragen van de werkgeversbijdragen die verschuldigd zijn aan het fonds en de inning ervan door het fonds

Art. 17.De werkgevers, bedoeld in artikel 5 zijn ertoe gehouden werkgeversbijdragen te betalen die speciaal bestemd zijn voor de financiering van de voordelen toegekend door het fonds.

Deze bijdragen moeten rechtstreeks aan het fonds worden betaald.

Art. 18.Het totale bedrag van de werkgeversbijdragen die door de werkgevers, bedoeld in artikel 5, verschuldigd zijn aan het fonds is een percentage berekend op het bedrag van de totale loonsom aan 100 pct. van de mannelijke en vrouwelijke leden van het werkliedenpersoneel, door de raad van bestuur van het fonds éénparig bepaald en bekrachtigd door het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten.

De werkgeversbijdragen voorzien voor het sectoraal pensioenplan worden bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking op het sectoraal pensioenreglement.

Art. 19.Elke wijziging van de werkgeversbijdragen die bestemd zijn voor het fonds, moet het voorwerp zijn van een beslissing van de raad van bestuur van het fonds en worden bekrachtigd door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair comité.

Elke wijziging van de werkgeversbijdragen die bestemd zijn voor het sectoraal pensioenplan wordt bepaald door de sectoriële overeenkomsten.

Art. 20.Krachtens artikel 6, § 1 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid moeten de werkgevers maandelijkse aanbetalingen doen.

Art. 21.Vanaf het begin van het tweede kwartaal 1996 zijn dit de uiterste data waarop het fonds in het bezit moet zijn van de aanbetalingen inzake de patronale bijdragen : - voor het 1e kwartaal : 5 februari, 5 maart, 5 april en 30 april (saldo); - voor het 2e kwartaal : 5 mei, 5 juni, 5 juli en 31 juli (niet uitstelbaar saldo); - voor het 3e kwartaal : 5 augustus, 5 september, 5 oktober en 31 oktober (saldo); - voor het 4e kwartaal : 5 november, 5 december, 5 januari en 31 januari (saldo).

De maandelijkse aanbetalingen zijn gelijk aan 30 pct. van de bijdragen die verschuldigd zijn voor het voorlaatste kwartaal.

Wat de werkgevers betreft waarvan de totale bijdragen die voor het voorlaatste kwartaal verschuldigd zijn aan het fonds niet meer bedroegen dan 6 197,34 EUR blijven de kwartaalbetalingen echter van toepassing en de bijdragen die aan het fonds zijn verschuldigd moeten uiterlijk vóór 30 april, 31 juli (niet uitstelbaar), 31 oktober en 31 januari bij het fonds toekomen.

Indien de werkgever voor het voorlaatste kwartaal geen enkele werkgeversbijdrage verschuldigd was, is het bedrag van de maandelijkse aanbetalingen het tarief dat door het fonds wordt toegepast op grond van een forfaitair bedrag van 421,42 EUR per werkne(e)m(st)er die door de betrokken werkgever tijdens de vorige maand werd tewerkgesteld. HOOFDSTUK VI. - Verhoging en boete wegens laattijdige betaling, invordering

Art. 22.Zodra de data worden overschreden die zijn vastgelegd voor de betaling van de aanbetalingen en saldo van de sociale bijdragen die verschuldigd zijn aan het fonds, alsook de debetnota's met betrekking tot de syndicale premies voor bedienden wordt aan de betrokken werkgever automatisch een boete opgelegd.

Ingeval laatstgenoemde binnen de acht kalenderdagen vanaf de kennisgeving die door het fonds wordt verzonden, het totale verschuldigde bedrag niet betaalt, is van ambtswege een boete opeisbaar die in eenmaal moet worden betaald en die wordt berekend « per schijf » van de loonsom die tijdens het betrokken kwartaal zijn aangegeven. Deze sanctie wordt als volgt toegepast :

Bedrag van de aangegeven loonsom Montant de la masse salariale déclarée

Boetes in EUR Sanctions en EUR

0 tot/à 18 592,02 EUR

123,95

18 592,02 EUR tot/à 24 789,36 EUR

185,92

24 789,36 EUR tot/à 37 184,03 EUR

247,90

37 184,03 EUR tot/à 49 578,71 EUR

371,84

49 578,71 EUR tot/à 61 973,39 EUR

495,79

61 973,39 EUR tot/à 74 368,06 EUR

619,74

74 368,06 EUR tot/à 99 157,41 EUR

743,68

99 157,41 EUR tot/à 123 946,77 EUR

991,58

123 946,77 EUR tot/à 198 314,82 EUR

1 239,47

198 314,82 EUR tot/à 247 893,53 EUR

1 983,15

247 893,53 EUR tot/à 495 787,05 EUR

2 478,94

495 787,05 EUR tot/à 743 680,58 EUR

4 957,87

743 680,58 EUR tot/à 991 574,10 EUR

7 436,81

991 574,10 EUR tot/à 1 239 467,63 EUR

9 915,74

+ 1 239 467,63 EUR

12 394,68


Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid is op de onbetaalde sommen en op de verschuldigde boete eveneens een niet-terugbetaalbare verhoging verschuldigd die gelijk is aan het maandtarief dat door de R.S.Z. wordt toegepast.

Art. 23.Een werkgever kan per aangetekende brief, ter attentie van de algemeen secretaris van het fonds, minimum 15 dagen vóór een van de voorziene vervaldagen het fonds verzoeken om een behoorlijk met redenen omklede extra termijn.

In dit geval en mits het fonds akkoord gaat, zal de voorziene boete door de werkgever niet verschuldigd zijn; de verhogingen blijven echter wel verschuldigd.

Door de betrokken werkgever kan worden verzocht om een plan tot aflossing van de schulden aan het fonds.

Tegen de beslissing van het fonds een plan tot aflossing van de schulden al dan niet toe te staan, is geen beroep mogelijk.

Indien het fonds heeft ingestemd met een plan tot aflossing van de schulden en de betrokken werkgever een van de overeengekomen vervaldagen niet naleeft, zal het fonds het totaal van de verschuldigde sommen onmiddellijk kunnen opeisen.

In dat geval zal door de betrokken werkgever gedurende een periode van een jaar om geen ander aflossingsplan kunnen worden verzocht.

Art. 24.Tegen de beslissing van het fonds al dan niet een uitstel van betaling toe te staan is geen beroep mogelijk.

Art. 25.De betalingsfaciliteiten en het uitstel van betaling die door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de werkgevers of aan de sociale secretariaten worden toegestaan, worden in geen geval aanvaard voor de betaling van het gedeelte van de werkgeversbijdragen dat rechtstreeks bestemd is voor het fonds.

Art. 26.Ingeval het fonds instemt met de opstelling van een plan tot aflossing van de schulden blijven de boete en de verhogingen verschuldigd.

Art. 27.Ingeval een werkgever ondanks alles aan het fonds werkgeversbijdragen verschuldigd blijft, zullen de schulden worden ingevorderd via de bevoegde Arbeidsrechtbank van Brussel.

In dit geval zullen de boete en de verhogingen altijd door het fonds worden geëist.

Art. 28.Krachtens artikel 2 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, bezitten de fondsen voor bestaanszekerheid rechtspersoonlijkheid.

Art. 29.De bedragen die door het fonds worden geïnd en die het totaal vormen van de bijdragen die door de werkgevers aan het fonds zijn verschuldigd, worden door het fonds als een goede huisvader beheerd.

Deze sommen zullen bij de bank worden belegd op rekeningen op korte, middellange of langere termijn, volgens de uitgaven die het fonds voorziet.

Door het fonds kan geen enkele andere belegging worden gedaan, met uitzondering van toestemming van de raad van bestuur.

Art. 30.Aan de bestuurders zal op elke vergadering van de raad van bestuur een voorspelling betreffende de diverse termijnrekeningen worden bezorgd. HOOFDSTUK VII. - Uitkering van de prestaties, verjaring en uitsluiting

Art. 31.Overeenkomstig artikel 11 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid mag de uitkering van de prestaties in geen geval afhankelijk gesteld worden van de betaling, door één of meer werkgevers, van de bij artikel 4, 5° van genoemde wet bepaalde bijdragen.

Art. 32.Overeenkomstig artikel 21, 1° en 2° van dezelfde wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten verjaart na drie jaar : - vanaf de datum waarop de bijdrage eisbaar wordt, de vordering tegen een werkgever wegens het niet-betalen van deze bijdrage; - vanaf de datum waarop de prestatie moest worden uitgekeerd, de vordering van een gerechtigde tegen het fonds.

Art. 33.Overeenkomstig artikel 20 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid kan onverminderd de eventuele strafvervolging van het voordeel der prestaties, uitgekeerd door het fonds voor bestaanszekerheid, worden uitgesloten voor ten hoogste dertien weken, of zesentwintig weken in geval van herhaling, ieder die deze prestaties ten onrechte verkregen heeft of getracht heeft te verkrijgen, hetzij op grond van een onjuiste, onvolledige of laattijdige aangifte, hetzij door na te laten een aangifte te doen waartoe hij verplicht is, hetzij door een onjuist of vervalst bescheid over te leggen. HOOFDSTUK VIII. - Loonbeslagen

Art. 34.Het bijgevoegde Huishoudelijk Reglement « H.R. » bepaalt de toepassingsvoorwaarden betreffende de loonbeslagen. HOOFDSTUK IX. - Beheer

Art. 35.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur die paritair is samengesteld uit 4 werkgeversafgevaardigden en 4 afgevaardigden van de representatieve organisaties voor werklieden (« ACV Voeding en Diensten » en « De algemene centrale ABVV ») waarvan de mandaten door elke groep worden voorgedragen aan de Raad van bestuur en die door de Algemene Vergadering worden bekrachtigd.

Een afgevaardigde van de representatieve organisaties voor bedienden (« ACV Voeding en Diensten » en « De BBTK ») wordt door elk van de vakbondsorganisaties voorgedragen als buitengewone bestuurders die enkel bevoegd zijn in het kader van de opdrachten die door het fonds worden uitgevoerd voor het bediendepersoneel.

Twee werkgeversafgevaardigden worden door de Beroepsverening der bewakingsondernemingen voorgedragen als buitengewone bestuurders die enkel bevoegd zijn in het kader van de opdrachten die door het fonds worden uitgevoerd voor het bediendepersoneel.

In afwachting van de bekrachtiging van de mandaten door de Algemene Vergadering worden laatstgenoemde voorlopig uitgeoefend.

Art. 36.Behalve wat de buitengewone bestuurders betreft, vervangen plaatsvervangers, vier bij de representatieve werknemersorganisaties en vier aan werkgeverskant, de bestuurders die verhinderd zijn.

Een zelfs tijdelijk verhinderd effectief lid kan worden vervangen door om het even welke plaatsvervanger van zijn groep.

Art. 37.De werkgeversafgevaardigden en de afgevaardigden van de representatieve vakbondsorganisaties voor de werknemers in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten worden uitsluitend en respectievelijk voorgedragen aan de raad van bestuur en afgezet door de groep waartoe zij behoren.

Art. 38.De effectieve bestuurders en de plaatsvervangers, alsmede de buitengewone bestuurders oefenen hun mandaat kosteloos uit en voor een duur van drie jaar.

Dit mandaat kan worden vernieuwd. Vóór de normale afloopdatum wordt het slechts beëindigd door het overlijden, het ontslag of de afzetting.

Een bestuurder kan op ieder ogenblik zijn ontslag aanbieden; dit dient te gebeuren per aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de raad van bestuur.

Het mandaat neemt een einde vanaf de ontvangst van de aangetekende brief door de voorzitter.

Wanneer het mandaat van een bestuurder voortijdig een einde heeft genomen, wordt hij voorlopig vervangen door de plaatsvervanger van zijn groep tot op het ogenblik dat in zijn vervanging wordt voorzien.

Art. 39.De raad van bestuur van het fonds kiest een voorzitter onder de effectieve bestuurders die de groep vertegenwoordigen van de representatieve vakbondsorganisaties voor het werkliedenpersoneel.

Een ondervoorzitter wordt gekozen onder de bestuurders die de werkgeversgroep vertegenwoordigen.

De mandaten van de voorzitter en van de ondervoorzitter hebben een looptijd van drie jaar; achteraf kunnen zij maar éénmaal worden vernieuwd.

Art. 40.Ingeval de voorzitter verhinderd is, wordt de vergadering van de raad van bestuur voorgezeten door de ondervoorzitter en in geval laatstgenoemde afwezig is, door de oudste bestuurder.

Art. 41.De raad van bestuur komt samen in de loop van de maanden maart, juni en oktober van ieder jaar. Een verruimde raad van bestuur, samengesteld uit de effectieve bestuurders van het fonds, alsmede uit de buitengewone bestuurders die enkel bevoegd zijn in het kader van de opdrachten die door het fonds voor het bediendepersoneel worden uitgevoerd komt samen in de loop van de maand september van ieder jaar.

Art. 42.De raad van bestuur van het fonds kan slechts rechtsgeldig vergaderen indien tenminste twee leden van elke groep aanwezig zijn.

Art. 43.De oproepingen, vergezeld van de agenda, worden tenminste 15 dagen vooraf verzonden.

Art. 44.Een zitting van de raad van bestuur kan altijd worden gehouden op andere data dan die welke hierboven zijn voorzien, op voorwaarde dat de aanvraag daartoe door de voorzitter wordt gedaan of aan laatstgenoemde door twee effectieve bestuurders, ongeacht de groep waartoe zij behoren.

Art. 45.Binnen de raad van bestuur en de Algemene Vergadering worden de beslissingen genomen met eenparigheid van stemmen van de bestuurders die bij de stemming aanwezig zijn.

Art. 46.Een stemming is slechts geldig indien zij betrekking heeft op een punt dat op de agenda is geplaatst.

Art. 47.Ingeval tijdens gelijk welke vergadering het quorum niet wordt gehaald, moet een tweede vergadering met dezelfde agenda worden gehouden in de loop van de volgende maand. Tijdens deze tweede vergadering kunnen de aanwezige leden dan rechtsgeldig stemmen, ongeacht het aantal aanwezige leden.

Art. 48.De raad van bestuur die wordt vertegenwoordigd door de effectieve leden, bezit de meest ruime bevoegdheden om alle daden van beheer, bestuur en beschikking te stellen waarbij het fonds is betrokken en om alle maatregelen te nemen om de goede werking van het fonds te verzekeren.

Art. 49.Alles wat niet is voorbehouden aan het Paritair Comité valt onder bevoegdheid van de raad van bestuur.

Art. 50.De raad van bestuur wijst een algemeen secretaris aan met een mandaat van onbepaalde duur.

Art. 51.De algemeen secretaris kan niet worden bekleed met een mandaat van bestuurder van het fonds.

Art. 52.De algemeen secretaris van het fonds neemt alle taken waar van het dagelijkse beheer van het fonds. De algemeen secretaris heeft tot taak de bestuurders op te roepen voor de vergaderingen van de raad van bestuur en voor de jaarlijkse Algemene Vergadering, de verslagen van de vergaderingen op te stellen, laatstgenoemde voor te bereiden en erop toe te zien dat het verslag van de vergaderingen wordt ondertekend door de voorzitter en door de bestuurders die aanwezig waren op de vergadering.

Ingeval de algemeen secretaris op een vergadering afwezig zou zijn, zal de voorzitter voorlopig een vervanger aanwijzen onder de bestuurders die op de vergadering aanwezig zijn.

In deze zin en in het kader van deze statuten kan hij dus rechtstreeks alle initiatieven nemen die hij nodig acht om het complete beheer van de algemeen secretaris tot een goed einde te brengen.

Art. 53.De algemeen secretaris staat uitsluitend onder het gezag van de voorzitter van de raad van bestuur.

Tegenover de raad van bestuur is hij echter slechts aansprakelijk voor de goede werking van het fonds binnen het kader van de middelen die te zijner beschikking worden gesteld en van de richtlijnen die hem worden gegeven door de raad van bestuur van het fonds en door deze Statuten.

Art. 54.De raad van bestuur bekleedt de algemeen secretaris met alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor het beheer van het fonds, binnen de perken waarin deze statuten voorzien.

Art. 55.Voor alle andere handelingen dan die waarvoor de raad van bestuur de algemeen secretaris een mandaat heeft verleend, volstaat het opdat het fonds tegenover derden rechtsgeldig vertegenwoordigd zou zijn, de gezamenlijke handtekeningen aan te brengen van de voorzitter en van de ondervoorzitter, zonder dat deze bestuurders tegenover derden een beslissing of een machtiging dienen aan te tonen.

Alle akten van het dagelijkse beheer worden ondertekend door de algemeen secretaris.

Art. 56.De documenten betreffende het beheer van het fonds worden door de algemeen secretaris aan de raad van bestuur bezorgd op elke vergadering of op eenvoudig verzoek vanwege de voorzitter.

Alle opdrachten tot betaling via de bank zijn slechts geldig indien zij gezamenlijk zijn ondertekend door de voorzitter of bij diens afwezigheid door de ondervoorzitter of bij diens afwezigheid door een van de bestuurders en de algemeen secretaris.

Laatstgenoemde mag de betaalopdrachten van minder dan 1.500 EUR echter alleen ondertekenen.

Indien door het fonds kosten moeten worden gemaakt inzake extern personeel, de huur van kantoren of diverse kosten zullen die door het fonds aan de leveranciers enkel worden terugbetaald op grond van naar behoren verantwoorde facturen.

Art. 57.De bestuurders en de algemeen secretaris zijn slechts aansprakelijk voor hun mandaat en wat de verbintenissen van het fonds betreft, dragen zijn geen enkele persoonlijke aansprakelijkheid uit hoofde van hun mandaat.

Art. 58.De Algemene Vergadering is samengesteld uit de effectieve leden van de raad van bestuur, verruimd met de commissarissen en voor het gedeelte dat is voorbehouden aan het bediendepersoneel met de buitengewone bestuurders. HOOFDSTUK X. - Budget en jaarrekening

Art. 59.Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31 december.

Art. 60.Elk jaar, in de loop van de maand maart, moet de Algemene Vergadering worden bijeengeroepen om de rekeningen en de balans van het fonds van het vorige jaar te controleren.

Art. 61.De oproepingen, vergezeld van de agenda, worden tenminste 15 dagen vooraf verzonden.

Art. 62.Door het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten zullen vooraf een bedrijfsrevisor en een accountant die niet bij het fonds in dienst zijn, aangesteld worden om de juistheid van de rekeningen te controleren en daarover verslag uit te brengen aan de leden van de Algemene Vergadering.

Art. 63.De Algemene Vergadering belast de algemeen secretaris van het fonds ermee de bestuurders op te roepen voor elke jaarlijkse zitting van de Algemene Vergadering, het verslag van de zitting op te stellen, die zitting voor te bereiden en erop toe te zien dat het verslag van de zitting wordt ondertekend door alle leden die op genoemde zitting aanwezig waren.

Art. 64.Ingeval de algemeen secretaris op de zitting van de Algemene Vergadering afwezig is, zal laatstgenoemde voorlopig een vervanger aanstellen onder de leden die op genoemde zitting aanwezig zijn.

Art. 65.De persoon belast met de boekhouding van het fonds, alsmede de revisor worden uitgenodigd op de zitting van de Algemene Vergadering teneinde de passende antwoorden te geven op de vragen die eventueel worden gesteld door de leden van laatstgenoemde.

Art. 66.Het budget voor het volgende jaar zal worden opgesteld door de persoon belast met de boekhouding van het fonds en zal na akkoord van de algemeen secretaris aan deze Algemene Vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd.

Art. 67.De rekeningen en de balans moeten vóór einde maart van ieder jaar worden ingediend bij het paritair comité. HOOFDSTUK XI. - Ontbinding en vereffening

Art. 68.Het fonds kan slechts worden ontbonden ten gevolge van een collectieve arbeidsovereenkomst die in het paritair comité is goedgekeurd.

Genoemde collectieve arbeidsovereenkomst heeft pas uitwerking op de eerste dag van het kwartaal na de periode van zes maanden na sluiting ervan.

Art. 69.Wanneer de raad van bestuur van het Fonds in de onmogelijkheid verkeert om zijn mandaat te vervullen, onder meer ten gevolge van een onoplosbaar meningsverschil, wordt hij binnen de drie maanden door de voorzitter van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten in gebreke gesteld, nadat die daarvan naar behoren en onmiddellijk door de voorzitter van het fonds per aangetekende brief in kennis is gesteld.

Art. 70.Indien binnen een termijn van drie maanden na de ingebrekestelling, de raad van bestuur nog altijd in dezelfde onmogelijkheid verkeert, wordt het fonds automatisch als ontbonden beschouwd.

Art. 71.Deze ontbinding wordt bevestigd door de voorzitter van het paritair comité en heeft uitwerking vanaf de 1ste dag van het kalenderkwartaal na de periode van negen maanden na de ingebrekestelling.

Art. 72.Het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten voor de bewaking- en/of toezichtsdiensten wijst de vereffenaars aan, bepaalt hun bevoegdheid en bezoldiging, alsmede de toewijzing van het vermogen.

Art. 73.Ingeval het fonds voor bestaanszekerheid wordt ontbonden, blijven de gekapitaliseerde bedragen die geplaatst zijn op een afzonderlijke bankrekening en die uitsluitend bestemd zijn voor de betalingen van de maandelijkse brugpensioenvergoedingen eigendom van de bruggepensioneerde werknemers waarvan de dossiers door het fonds vóór de ontbinding werden aanvaard.

Deze maandelijkse brugpensioenvergoedingen zullen door de algemeen secretaris verder worden berekend en maandelijks worden uitgekeerd aan de werknemers die al met brugpensioen waren op de datum van de onbinding en volgens de richtlijnen en op verantwoordelijkheid van de vereffenaars.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, tot wijziging en coördinatie van de statuten van het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de bewakingsdiensten » Paritair Comité voor de bewakings-en/of toezichtsdiensten Huishoudelijk Reglement Het Huishoudelijk Reglement maakt wezenlijk deel uit van de statuten van het « Fonds voor bestaanszekerheid van de bewakingsdiensten « F.B.Z.B. » en bezit dezelfde rechtskracht. HOOFDSTUK I. - Vakbondspremie

Artikel 1.Overeenkomstig artikel 6 van de statuten van het fonds hebben de mannelijke of vrouwelijke werklieden die lid zijn van een vakbondsorganisatie voor werklieden recht op een jaarlijkse vakbondspremie die om de twee jaar door de collectieve arbeidsovereenkomst wordt bepaald.

Deze premie wordt toegekend op grond van een twaalfde van het globale jaarbedrag voor elke maand gedurende welke de rechthebbende is tewerkgesteld in een onderneming van de bewakingssector.

Art. 2.Om aanspraak te kunnen maken op de vakbondspremie moeten de mannelijke of vrouwelijke werklieden in de loop van het boekjaar bij een of meer werkgevers uit de sector een maandgemiddelde van minimum 90 werkuren of daarmee gelijkgestelde uren hebben gehaald.

Art. 3.Een prestatie van 10 werkdagen of daarmee gelijkgestelde dagen per maand geeft recht op 1/12e van de vakbondspremie.

Art. 4.De rechthebbenden die in de loop van het boekjaar van het fonds met pensioen zijn gegaan, alsmede de erfgenamen van de rechthebbenden die in de loop van datzelfde boekjaar zijn overleden, hebben recht op het volledige bedrag dat hierboven is bepaald, voor zover de betrokken mannelijke of vrouwelijke werklieden tot op de dag van hun pensionering of hun overlijden de toekenningvoorwaarden vervullen.

Art. 5.De uren gedurende welke de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst krachtens de artikelen 28, § 2, 28, § 4 en 30 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978) worden beschouwd als uren die worden gelijkgesteld met werkuren.

Art. 6.Overeenkomstig artikel 6bis van de statuten van het fonds hebben de mannelijke of vrouwelijke bedienden die lid zijn van een vakbondsorganisatie recht op een vakbondspremie voor elke volledige maand die zij tijdens het jaar hebben gewerkt en die om de twee jaar door de collectieve arbeidsovereenkomst wordt bepaald.

Deze premie wordt toegekend op grond van een twaalfde van het globale jaarbedrag voor elke maand gedurende welke de rechthebbende is tewerkgesteld in een onderneming van de bewakingsector. HOOFDSTUK II. - Brugpensioen

Art. 7.Om de toekenning van het brugpensioen te kunnen genieten moet het mannelijke of vrouwelijke lid van het werkliedenpersoneel dat is aangesloten bij een vakbondsorganisatie voor werklieden zijn/haar aanvraag indienen via genoemde vakbondsorganisatie.

Indien hij/zij niet bij een vakbond is aangesloten, moet hij/zij zijn/haar aanvraag rechtstreeks bij het fonds indienen.

Art. 8.Elke overname van anciënniteit die naar behoren in de arbeidsovereenkomst van het mannelijke of vrouwelijke lid van het werkliedenpersoneel is opgenomen, komt in aanmerking voor het verkrijgen van het brugpensioen.

Een kopie van de arbeidsovereenkomst of van elk ander bewijsstuk moet in voorkomend geval bij de aanvraag om brugpensioen worden gevoegd.

Art. 9.Het mannelijke of vrouwelijke lid van het werkliedenpersoneel die tijdens zijn/haar activiteit heeft gewerkt in een land dat tot de Europese Gemeenschappen behoort, moet bewijzen dat hij/zij geregeld bijdragen heeft betaald aan het officiële orgaan voor de sociale zekerheid van dat land.

Art. 10.Voor de berekening van de verschuldigde vergoeding worden de dagen waarop het werk werd onderbroken wegens ziekte of arbeidsongeval gelijkgesteld met daadwerkelijk gewerkte dagen.

Art. 11.De maandelijkse brugpensioenvergoedingen worden door het fonds voor bestaanszekerheid pas betaald vanaf de maand vanaf welke het dossier volledig is en goedgekeurd is door het fonds en door het betrokken bureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

Art. 12.De geneeskundige attesten die melding maken van een definitieve arbeidsongeschiktheid zijn niet toegestaan als bewijs voor de stopzetting van het werk.

Art. 13.De voorwaarden betreffende de toekenning van het conventionele brugpensioen worden vastgelegd door de wet.

Indien bijzondere sectorale voorwaarden worden vastgesteld, moeten zij het voorwerp zijn van een collectieve arbeidsovereenkomst die is goedgekeurd door het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten en bekrachtigd door een koninklijk besluit.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst moet het aanvullende bedrag aan werkgeversbijdragen bepalen dat aan het fonds moet worden betaald en die de betaling van genoemde brugpensioenvergoedingen mogelijk moet maken.

De bijzondere sectorale voorwaarden zullen voor de verkrijging van het brugpensioen pas van toepassing zijn vanaf het ogenblik dat de collectieve arbeidsovereenkomst is ingediend bij en geregistreerd door de Griffie van het FOD Werkgelgenenheidarbeid en Sociaal Overleg, zij zullen eveneens worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK III. - Buitengewone vakantietoelage

Art. 14.Voor de berekening van de buitengewone vakantietoelage, vermeld in artikel 8 van de statuten van het fonds worden de dagen arbeidsonderbreking wegens ziekte, gelijkgesteld met effectief gewerkte dagen en vergoed volgens de volgende formule : In geval van ziekte van langer dan een maand wordt de 8,33 pct. buitengewone vakantietoelage met betrekking tot de eerste vier weken ziekte door de werkgever berekend op de bedragen die door hem zijn betaald.

Zodra het ziekenfonds tegemoetkoming verleent zal het fonds op het bedrag dat door het ziekenfonds is betaald het percentage van 8,33 pct. toepassen. De ziekteperiode is in totaal gelijk aan maximum 312 dagen (inclusief gewaarborgd weekloon).

De gelijkstelling en de schadeloosstelling ten gevolge van een arbeidsongeval is begrepen in de maandelijkse betaling die door de arbeidsongevallenverzekeraar van de werkgever wordt gedaan. HOOFDSTUK IV. - Formulieren Deel 1. - Werklieden

Art. 15.Elk jaar wordt door het fonds een formulier opgesteld en opgestuurd aan de mannelijke of vrouwelijke werklieden begin december, op de data die door de raad van bestuur van het fonds zijn vastgesteld.

Art. 16.Het model en de kleur van dit formulier worden elk jaar goedgekeurd door de raad van bestuur van het fonds die moet bijeenkomen uiterlijk vóór het einde van de maand oktober.

Geen enkele aanvullende berekening, toevoeging of wijziging is hoegenaamd toegestaan, behoudens unanieme beslissing van de raad van bestuur.

Enkel de formulieren die door het fonds zijn opgesteld, zijn geldig.

Art. 17.Aan de mannelijke of vrouwelijke werklieden mag geen enkel formulier worden overhandigd vóór het tijdstip, bepaald in bovenstaand artikel. De klachten betreffende het niet ontvangen hebben van het formulier moeten aan het fonds worden overgemaakt na 15 januari en bij voorkeur vóór 31 maart.

Art. 18.Enerzijds krachtens de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers en anderzijds krachtens de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens mag het formulier dat bedragen inzake diverse bezoldigingen en privé-inlichtingen bevat, alleen onder gesloten omslag worden overhandigd aan elk mannelijk of vrouwelijk lid van het werkliedenpersoneel, die het vervolgens persoonlijk moet overhandigen aan de vakbondsorganisatie voor werklieden waarbij hij/zij is aangesloten.

Art. 19.Het ophalen van de formulieren door enige derde is niet toegestaan, behalve indien aan laatstgenoemde door de betrokken werkneme(e)m(st)er een handgeschreven volmacht wordt gegeven, die naar behoren is gedateerd en door laatstgenoemde is ondertekend.

Art. 20.De werkne(e)m(st)er bezorgt de 3 luiken van het formulier aan de vakbondsorganisatie voor werklieden waarbij hij/zij is aangesloten.

Art. 21.De nationale vakbondsorganisaties voor werklieden zijn belast met de betaling van alle voordelen die in het formulier zijn vermeld en tevens luik 3 vervolledigd aan de werknemers terug te sturen.

Art. 22.Het mannelijke of vrouwelijke lid van het werkliedenpersoneel ondertekent genoemd formulier « voor voldaan ».

Art. 23.De mannelijke of vrouwelijke werklieden die niet bij een vakbond zijn aangesloten, zenden luiken 1 en 2 van het formulier rechtstreeks aan het administratieve adres van het fonds, dat zich zal belasten met de uitkering aan de begunstigden van de daarin vermelde voordelen.

Deel 2. - Bedienden

Art. 24.Elk jaar wordt door het fonds met het oog op de uitkering van de vakbondspremie aan het bediendepersoneel een formulier opgesteld en opgestuurd aan het bediendepersoneel begin maart van ieder jaar, op de data die door de raad van bestuur van het fonds zijn bepaald.

Art. 25.Het model en de kleur van dit formulier worden elk jaar goedgekeurd door de verruimde raad van bestuur van het fonds, die moet bijeenkomen uiterlijk vóór het einde van de maand oktober.

Enkel de formulieren die door het fonds zijn opgesteld zijn geldig.

Geen enkele aanvullende berekening, toevoeging of wijziging is hoegenaamd toegestaan, behoudens unanieme beslissing van de raad van bestuur.

Art. 26.Aan de mannelijke of vrouwelijke bedienden mag geen enkel formulier worden overhandigd vóór het tijdstip, bepaald in bovenstaand artikel.

Art. 27.Enerzijds krachtens de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers en anderzijds krachtens de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens mag het formulier dat bedragen inzake privé-inlichtingen bevat onder gesloten omslag worden overhandigd aan elk mannelijk of vrouwelijk lid van het bediendepersoneel die het vervolgens persoonlijk moet overhandigen aan de vakbondsorganisatie waarbij hij/zij is aangesloten.

Art. 28.Het ophalen van de formulieren door enige derde bij de diensten die het formulier hebben opgesteld is niet toegestaan.

Art. 29.De mannelijke of vrouwelijke bediende bezorgt het formulier aan de vakbondsorganisatie waarbij hij/zij is aangesloten.

Art. 30.De nationale vakbondsorganisaties zijn belast met de betaling van alle voordelen die in het formulier zijn vermeld.

Art. 31.Het mannelijke of vrouwelijke lid van het bediendepersoneel ondertekent genoemd formulier « voor voldaan ». HOOFDSTUK V. - Betalingen en voorschotten

Art. 32.De betaling mag enkel door het fonds worden gedaan op het bankrekeningnummer van de mannelijke of vrouwelijke werklieden.

De vergoedingen die verschuldigd zijn aan de mannelijke of vrouwelijke werklieden worden uitgekeerd in de loop van de maand december van ieder jaar, op de data die door de raad van bestuur van het fonds zijn bepaald.

Art. 33.De voorschotten die bestemd zijn voor de nationale vakbondsorganisaties en die voorzien zijn voor de betaling van de voordelen die op de formulieren zijn vermeld, zullen worden overgeschreven op de bankrekeningen van laatstgenoemde, op de datum die ieder jaar door de raad van bestuur wordt bepaald.

Art. 34.Om de administratiekosten te dekken die worden veroorzaakt door de uitkering aan zijn aangeslotenen van de vergoedingen die zijn vermeld in het formulier voor de buitengewone vakantie-uitkering, ontvangt de vakbondsorganisatie voor werklieden van het fonds een vergoeding die gelijk is aan 3,72 EUR per werkne(e)m(st)er.

Art. 35.De vakbondsorganisaties hebben recht op een vergoeding die gelijk is aan 3,72 EUR voor de uitkering van de vakbondspremie aan de bij haar aangesloten bedienden. HOOFDSTUK VI. - Aanvullende werkloosheidsvergoeding

Art. 36.Aan de mannelijke en vrouwelijke werklieden die economisch werkloos zijn, wordt een dagvergoeding toegekend, waarvan de duur en bedrag in het paritair comité worden bepaald.

Indien de werkman of werkvrouw economisch werkloos is, belast de werkgever, zich met de berekening van de vergoeding en keert hij die samen met zijn/haar loon uit.

Op vraag van de werkgevers, vergoedt het fonds de werkgevers die op regelmatige wijze de patronale bijdragen aan het fonds betaald hebben, per kwartaal op grond van de gegevens van de kruispuntbank. HOOFDSTUK VII. - Vertrouwelijkheid

Art. 37.De gegevens die nodig zijn voor het goede verloop van de uitbetaling van de verschillende voordelen door de tussenkomst van het fonds, aan de werknemers uit de bewakingssector, zijn vertrouwelijk en worden slechts bewaard zolang als nodig is voor de uitbetaling van deze voordelen of zolang als voorzien door de wet, voor wat betreft de verplichte bewaring van bepaalde archieven.

Elke werknemer heeft het recht om aan het fonds de gegevens met betrekking tot zijn persoon op te vragen die in het bezit zijn van het fonds; hiervoor dient hij een schriftelijke aanvraag aan het fonds te richten, minstens veertien dagen op voorhand. HOOFDSTUK VIII. - Loonbeslagen

Art. 38.Voor de loonbeslagen die betrekking hebben op de mannelijke en/of vrouwelijke werknemers die zijn tewerkgesteld in de ondernemingen van de sector zal het fonds voor bestaanszekerheid zelf de wettelijke afhoudingen uitvoeren op de buitengewone vakantietoelage.

Het fonds zal tevens de beslaglegger antwoorden bij ter post aangetekende brief binnen de wettelijke termijn van vijftien dagen, die is vastgelegd door artikel 164, § 5, van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Een afschrift van dit schrijven wordt tevens aan betrokken werknemer en/of werkneemster opgestuurd.

Bij de opstelling van de afrekening op het einde van het jaar zal het fonds rekening houden met het vernoemd beslag, de vereiste inhoudingen doen en het bedrag ervan overmaken aan de beslaglegger.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^